← België

Arrest 184874 - Varia (economische zaken) - 26/06/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.874 Rolnummer: A. 188647/IX-5957 Zaak: Arrest 184874 - Varia (economische zaken) - 26/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-02 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 08:18 Fiche Arrest nr 184.874 van 26 juni 2008 Economische zaken - Varia (economische zaken) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 184.874 van 26 juni 2008 in de zaak A. 188.647/IX-

  1. In zake : de BVBA FLEXCO, die woonplaats kiest bij advocaten K. WAUTERS en K. GEELEN, kantoor houdende te HASSELT, Gouverneur Roppesingel 131 tegen :
  2. het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Econo- mie,
  3. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, die woonplaats kiezen bij advocaat R. SWENNEN, kantoor houdende te ZELLIK, Noorderlaan
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de BVBA FLEXCO op 21 juni 2008 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 12 juni 2008 van de Vlaamse minister bevoegd voor de tewerkstelling waarbij haar erkenning als bureau voor private arbeidsbemiddeling, met inbegrip van uitzendactiviteiten, wordt ingetrok- ken; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 23 juni 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 juni 2008, om 14.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. GEELEN, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat L. VAN DEN SPIEGEL die, loco advocaat R. SWENNEN verschijnt voor de verwerende partij; IX-5957-1/5 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. STEVENS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten 1.
  5. Verzoekster is een erkend bureau voor private arbeidsbemidde- ling. 1.
  6. Op 28 mei 2008 adviseert de adviescommissie om op grond van artikel 11, §,1, 1/, van het decreet van 13 april 1999 met betrekking tot de private arbeidsbemiddeling in het Vlaamse Gewest, de erkenning van verzoekster in te trekken wegens de achterstallige bijdragen die zij verschuldigd is aan het Sociaal Fonds voor Uitzendkrachten, aan de RSZ en aan de BTW-administratie, hetgeen een inbreuk betreft op artikel 8, § 1, van hetzelfde decreet. 1.
  7. Op 12 juni 2008 beslist de administrateur-generaal in naam van de Vlaamse minister bevoegd voor tewerkstellingsbeleid de erkenning van verzoekster in te trekken. Hij citeert uit het advies van de adviescommissie en verwijst naar de blijvende schuldenlast, ondanks de aanmaningen die de adviescom- missie heeft gedaan. De voorwaarden voor de schorsing
  8. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is. IX-5957-2/5
  9. In een enig middel voert verzoekster de schending aan van het decreet van 13 april 1999, van de formele motiveringswet en van het motiverings- en het zorgvuldigheidsbeginsel. Zij stelt dat het bestreden besluit verwijst naar het advies van de adviescommissie zonder dat de minister een eigen appreciatie vermeldt, hoewel artikel 11, § 1, van het decreet van 13 april 1999 de minister niet verplicht om een erkenning in te trekken en hij die beoordelingsruimte correct moet invullen. De minister had zich een oordeel moeten vormen over de gepastheid en de redelijkheid van een intrekking en hij had daarover iets moeten zeggen in het bestreden besluit. De verwerende partij heeft integendeel gewoon gehandeld alsof zij een gebonden bevoegdheid had.
  10. De verwerende partij antwoordt daar op dat het bestreden besluit wel degelijk een eigen motivering van de minister bevat, die gebaseerd is op objectieve feiten -schulden en aanmaningen door de adviescommissie- en op decretale bepalingen. De minister heeft wel degelijk zijn discretionaire bevoegdheid uitgeoefend: hij is met name het advies van de adviescommissie bijgevallen. Hij moest daarover niets in het bestreden besluit neerschrijven.
  11. Het bestreden besluit bevat volgende overwegingen: “Gelet op het decreet van 13 april 1999 (...); Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 2000 (...); (...) Gelet op het advies van de adviescommissie voor private arbeidsbemidde- ling in het Vlaamse Gewest gegeven op 28 mei 2008: (volgt een citaat uit het advies) Overwegende de blijvende schuldenlast van de BVBA Flexco ten aanzien van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid m.b.t. de sociale bijdragen verschuldigd voor het kalenderjaar 2007 terwijl de vennootschap sinds december 2007 driemaal werd gehoord door de Adviescommissie Private Arbeidsbemiddeling over deze schulden en werd aangemaand deze te vereffenen teneinde de erkenning als uitzendbureau te kunnen behouden; Overwegende de schulden van de BVBA Flexco ten aanzien van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, het Sociaal Fonds voor Uitzendkrachten en de dienst voor de Belasting op Toegevoegde Waarden voldoet de vennootschap niet langer aan de erkenningsvoorwaarden zoals bepaald in artikel 8, § 1, 3/ van het decreet van 13 april 1999; Overwegende het unaniem advies van de Adviescommissie Private Arbeidsbemiddeling dd. 28 mei 2008 om de erkenning van de BVBA Flexco op basis van artikel 11, § 1, 1/ van het decreet van 13 april 1999 in te trekken;”
  12. Een bestuur maakt een correct gebruik van zijn discretionaire bevoegdheid wanneer het zich de inhoud van een advies eigen maakt. Akkoord gaan met een gemotiveerd voorstel van beslissing betekent dat de overheid, voor alle IX-5957-3/5 aspecten van haar beoordelingsbevoegdheid -dus ook wat betreft de gepastheid en de redelijkheid van de voorgestelde oplossing-, dezelfde redenering aanhoudt als het adviserend orgaan. Dergelijk akkoord kan impliciet zijn en moet niet formeel gemotiveerd worden.
  13. Er rijst te dezen geen betwisting over het feit dat de adviescom- missie de problematiek van de intrekking van de erkenning van verzoekster uitputtend behandeld heeft en dat zij met name ook de gepastheid en de redelijkheid van de intrekking beoordeeld heeft. Met de verwijzing, zonder nuancering, naar dat advies toont de minister aan dat hij de mening van de adviescommissie op alle punten deelt. De minister heeft overigens, anders dan verzoekster stelt, dat in het bestreden besluit ook uitdrukkelijk aangegeven door na het citaat te verwijzen naar de blijvende schuldenlast van verzoekster ondanks aanmaningen.
  14. Het enig aangevoerd middel is niet ernstig. De eerste voorwaarde voor het bevelen van de schorsing is niet vervuld. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  15. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  16. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoekster. IX-5957-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 26 juni 2008, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5957-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.874 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.