← België

Arrest 184915 - Naamsveranderingen - 27/06/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.915 Rolnummer: A. 149990/IX-4470 Zaak: Arrest 184915 - Naamsveranderingen - 27/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-30 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-29 08:19 Fiche Arrest nr 184.915 van 27 juni 2008 Justitie - Naamsveranderingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 184.915 van 27 juni 2008 in de zaak A. 149.990/IX-

  1. In zake : XXXX, die woonplaats kiest bij advocaat J. DE KETELAERE, kantoor houdende te LEUVEN, Bondgenotenlaan 155 a tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaat I. DE VROE, kantoor houdende te GENT, Begijnhoflaan
  2. -------------------------------------------------------------------------------------------------- - DE RAAD VAN S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat XXXX op 25 maart 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van IX-4470-1/14 29 januari 2004 van de minister van Justitie waarbij haar verzoek tot naamsverandering naar “XXXX”geweigerd wordt; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 12 januari 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 15 april 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 16 juni 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. DE KETELAERE, die loco advocaat J. DE KETELAERE verschijnt voor de IX-4470-2/14 verzoekster, en van advocaat I. DE VROE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak 1.
  3. De verzoekster werd op 2 februari 1982 geboren tijdens het huwelijk van haar moeder [NV] en [RL]. Zij verblijft sinds haar geboorte in dat gezin. Uit een op 29 maart 2002 uitgevoerd paterniteitsonderzoek blijkt dat de heer [SS] met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid (99,99994%) de biologische vader van de IX-4470-3/14 verzoekster is. Deze laatste verblijft sedert eind 1994 eveneens bij het gezin waarin zij is opgegroeid. 1.
  4. Met een brief van 25 april 2002 aan de minister van Justitie vraagt de verzoekster de verandering van haar familienaam XXXX in de naam XXXX, en in ondergeschikte orde in de naam XXXX . Zij laat gelden dat de heer [SS] haar biologische vader is en dat deze reeds een aantal jaren bij haar woont “zodat deze de facto haar tweede ‘familiale vader’ is geworden”. Het verzoek tot naamsverandering wordt verder als volgt gemotiveerd: “(...) Dat verzoekster ingevolge haar biologische Italiaanse afstammingsband reeds heel wat contacten heeft met de familie en vrienden van haar biologische vader en ook sporadisch in Italië verblijft; dat het voor haar bijzonder onaangenaam is telkens weer te worden geconfronteerd met de vraag waarom zij de naam XXXX draagt, wanneer haar biologische vader de heer [S] is; dat men niet overal, zowel in België als in Italië, begrip kan opbrengen voor het feit dat verzoekster o.m. een andere naam draagt dan deze van haar biologische vader; IX-4470-4/14 dat verzoekster daar eens en voor altijd komaf wenst mee te maken; dat, gelet op het feit dat zij met haar beide vaders, zowel de juridische als de biologische vader, op hetzelfde adres is gedomicilieerd en woont, zij ook de wens van beide vaders in vervulling wenst te laten gaan en dit de band met haar inwonende biologische vader uiteindelijk beklemtoont; dat het toch voor zich spreekt dat men de naam van zijn inwonende biologische vader draagt; dat verzoekster in hoofdorde opteert voor de naam “XXXX” en de naam van haar juridische vader niet wenst te laten vallen, niet alleen om haar vereenzelviging voor het verleden niet in het gedrang te brengen, doch ook omwille van het feit dat haar juridische vader, echtgenoot van haar moeder, ook nog steeds inwoont; (...).” Op 4 juli 2002 wordt de verzoekster in opdracht van de procureur des Konings te Leuven door de lokale politie verhoord. Haar moeder, [NV], haar wettelijke vader, [RL], en haar natuurlijke vader, [SS], worden eveneens verhoord. Geen van hen heeft bezwaar tegen de naamsverandering. IX-4470-5/14 Op 29 januari 2004 weigert de minister van Justitie de naamsverandering. Die beslissing is verwoord in een brief van dezelfde datum en bevat de volgende motivering: “Onder verwijzing naar de in rubriek vermelde zaak heb ik de eer U mede te delen dat het toekennen van een naamsverandering krachtens de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen, onderworpen is aan strikte voorwaarden. Gelet op het principe van de vastheid van naam kan de naamsverandering slechts uitzonderlijk door Z.M. de Koning worden toegestaan en op voorwaarde dat het verzoek gesteund is op behoorlijk bewezen ernstige redenen; bovendien mag de gevraagde naam geen aanleiding geven tot verwarring en de verzoeker of derden niet (...) schaden (artikel 3, lid 2, van vermelde wet). Tot slot wens ik te preciseren dat de toelating om van naam te veranderen wettelijk beschouwd wordt als een gunst verleend aan betrokkene en niet als een recht voor deze laatste. Na een grondig onderzoek van uw dossier moet ik U tot mijn spijt meedelen dat er in uw geval geen afdoende ernstige motieven in de zin van bovenvermelde wet voorhanden bevonden zijn om aan Z.M. de Koning voor te stellen U toelating te verlenen uw naam te veranderen in die van ‘XXXX’, mede in acht genomen het principe van de vastheid van naam, waarvan slechts om gewichtige redenen kan afgeweken worden ; en gelet op het ontbreken van een wettelijke band van afstamming tussen Uzelf en de heer [SS]. De naam wordt verkregen op de door de wet opgelegd wijze (d.i. in de regel de afstamming), hij kan niet vrij gekozen worden. Er is niet aangetoond dat de gevraagde naamsverandering uw belang zou dienen. IX-4470-6/14 Dergelijke procedure tot naamsverandering doet geen afbreuk aan de afstammingsband tussen vader en kind. Het gevraagde toestaan zou verkeerdelijk de indruk kunnen wekken dat U werd geadopteerd door de heer [SS].” Dit is de bestreden beslissing. Over de gegrondheid van het beroep 2.
  5. De verzoekster roept een eerste middel in, afgeleid uit de schending van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen alsook van het motiverings-beginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het verbod van willekeur. De verzoekster voert in de eerste plaats aan dat het motief van de bestreden beslissing, erin bestaande dat de procedure tot naamsverandering “geen afbreuk doet aan de afstammingsband tussen vader en kind” en het toestaan van de naamsverandering “verkeerdelijk de indruk zou kunnen wekken dat zij werd geadopteerd door de heer [SS]”, niet wettelijk verantwoord is. De verzoekster wenste immers die indruk niet te wekken, maar juist de naam van haar juridische vader te IX-4470-7/14 behouden, in combinatie met die van haar biologische vader. Zij heeft ook laten gelden dat zij met haar beide vaders samenwoont, een argument waarop de bestreden beslissing niet antwoordt. Voorts betoogt de verzoekster dat de minister van Justitie niet antwoordt op de identificatieproblemen die zij in haar Italiaanse familie en het Italiaans milieu ondervindt. De verzoekster verwijt aan de bestreden beslissing ook dat zij niet ingaat op het ondergeschikte verzoek tot naamsverandering naar XXXX. Tenslotte stelt de verzoekster dat de verwerende partij door de naamsverandering te weigeren een erkenning, adoptie of wettiging door adoptie wenst af te dwingen. 2.
  6. De verwerende partij merkt vooreerst op dat de verzoekster bij haar verhoor op 5 juli 2002 afstand heeft gedaan van haar subsidiair verzoek tot naamsverandering in XXXX. Voor zover als nodig zou de motivering van de bestreden beslissing trouwens ook op dat verzoek kunnen betrokken worden. IX-4470-8/14 Vervolgens stelt de verwerende partij dat de bestreden beslissing in de eerste plaats steunt op de vaststelling dat er geen afdoende ernstige motieven voorhanden zijn om de uitzonderlijke gunst van de naamsverandering te kunnen toestaan. Voorts wordt in de motieven gesteld dat het toestaan van de naam XXXX verkeerdelijk de indruk zou kunnen wekken dat de verzoekster werd geadopteerd. Die motivering dient begrepen te worden in de zin dat de gevraagde naam aanleiding kan geven tot verwarring aangezien dubbele of samengestelde namen in het Belgisch recht niet gebruikelijk zijn. Dat betekent overigens niet dat de verwerende partij een adoptie wenst af te dwingen. Wat betreft het bezwaar dat de verwerende partij niet zou geantwoord hebben op het argument betreffende “de identificatieproblemen die verzoekster in haar Italiaanse familie en het Italiaanse milieu heeft”, merkt de verwerende partij op dat verzoekster zelf toegeeft slechts “sporadisch” in Italië te verblijven en dat er niet valt in te zien welke identificatieproblemen de verzoekster hierdoor kan hebben. IX-4470-9/14 2.
  7. Het middel wordt eerst onderzocht in zoverre het betrekking heeft op de weigering om de naamsverandering in XXXX toe te staan. 2.3.
  8. Luidens artikel 2 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen moeten de individuele bestuurshandelingen uitdrukkelijk worden gemotiveerd. De beslissing die aan de betrokkene wordt meegedeeld, moet niet enkel het dictum bevatten, maar eveneens de redenen op grond waarvan de beslissing werd genomen. Deze verplichting heeft evenwel een meer beperkte draagwijdte dan de motiveringsverplichting die geldt voor jurisdictionele beslissingen, zoals bepaald in artikel 149 van de Grondwet. In de beslissing moet niet op elk argument dat door de betrokkene wordt aangevoerd, afzonderlijk worden geantwoord. Het volstaat dat de beslissing duidelijk de redenen doet kennen die haar verantwoorden. Artikel 3 van de genoemde wet bepaalt dat de opgelegde motivering in de akte de juridische en feitelijke overwegingen moet vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen. Deze motivering moet afdoende zijn. Dit laatste betekent dat de motivering pertinent moet zijn, wat inhoudt dat de motivering duidelijk met de bestreden beslissing IX-4470-10/14 moet te maken hebben, en dat zij draagkrachtig moet zijn, wat betekent dat de aangehaalde redenen moeten volstaan om de beslissing te dragen. De betrokkene moet in de hem aanbelangende beslissing de motieven kunnen lezen op grond waarvan ze werd genomen zodat hij kan nagaan of de overheid is uitgegaan van gegevens die in rechte en in feite juist zijn, of zij die correct heeft beoordeeld, en of zij op grond daarvan in redelijkheid tot haar beslissing is kunnen komen. De motivering moet de betrokkene in staat stellen om met kennis van zaken te oordelen of het zinvol is de beslissing met een annulatieberoep te bestrijden. 2.3.
  9. Artikel 3, tweede lid, van de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen luidt als volgt: “De Koning kan de naamsverandering uitzonderlijk toestaan indien hij van oordeel is dat het verzoek op ernstige redenen steunt en de gevraagde naam geen aanleiding geeft tot verwarring en de verzoeker of derden niet kan schaden.” Uit die bepaling blijkt dat om een naamsverandering te verkrijgen aan twee voorwaarden moet worden voldaan: enerzijds moet het verzoek tot naamsverandering op ernstige redenen steunen; anderzijds mag de gevraagde naam geen aanleiding geven tot verwarring IX-4470-11/14 en de verzoeker of derden niet schaden. De onveranderlijkheid van de familienaam is immers noodzakelijk om personen doeltreffend te kunnen identificeren in hun sociale relaties en is een waarborg voor stabiliteit, die slechts bij wijze van uitzondering mag worden verstoord. Bij de parlementaire voorbereiding van de wet van 15 mei 1987 werd bevestigd dat de onveranderlijkheid van de naam de regel moet blijven en de naamsverandering de uitzondering. In de memorie van toelichting bij het wetsontwerp dat tot de wet van 15 mei 1987 heeft geleid, werd immers gesteld : “Daarentegen moet voor de verandering van naam de onveranderlijkheid de regel blijven en de verandering de uitzondering. Derhalve moeten de verzoeken, waarvan na onderzoek blijkt dat zij niet berusten op een ernstige reden, verworpen worden, zelfs als de gevraagde naam niemand schade berokkent” (Parl. St., Kamer, 1983-84, nr. 966/1, pp. 4-5). Bij de bespreking van het ontwerp werd door de vertegenwoordiger van de minister onder meer verklaard: “De verandering van naam moet op een duidelijk omschreven en ernstige reden steunen” (Parl. St., Senaat, 1986-87, nr. 701/2, p. 8). IX-4470-12/14 Het toelaten om van naam te veranderen is een gunst waarvoor de hoven en de rechtbanken niet bevoegd zijn. Doordat de naamswijziging een gunst is, kan de Koning het verzoek inwilligen, zonder echter daartoe te zijn verplicht. De Koning beschikt over een discretionaire bevoegdheid. Het komt de Raad van State niet toe om zich in de plaats van de overheid te stellen bij de beoordeling van de motieven op basis waarvan de naamsverandering al dan niet kan worden toegestaan. Hij kan wel nagaan of de beoordeling van de overheid steunt op feitelijk juiste en in rechte aanvaardbare motieven en of die beoordeling binnen de grenzen van de redelijkheid blijft. 2.3.
  10. Uit de motivering van de bestreden beslissing blijkt dat de minister heeft geoordeeld dat aan geen van beide door de wet van 15 mei 1987 gestelde voorwaarden is voldaan. Enerzijds oordeelt de minister dat de aangevoerde redenen niet afdoende ernstig zijn. Zo wijst de bestreden beslissing op het principe van de vastheid van naam waarvan slechts om uitzonderlijke redenen kan worden afgeweken, op het ontbreken van een wettelijke band van afstamming tussen de verzoekster en de heer [S], alsmede op het feit dat de naam verkregen wordt op de door de wet opgelegde wijze en niet vrij gekozen kan worden. Zij voegt eraan toe dat niet is aangetoond dat de naamsverandering het belang van de IX-4470-13/14 verzoekster zou dienen. Anderzijds oordeelt de minister dat de naamsverandering aanleiding kan geven tot verwarring. Met name zou verkeerdelijk de indruk gewekt kunnen worden dat de verzoekster door de heer [S] geadopteerd werd. De bestreden beslissing geeft aldus duidelijk, dit is op een voor de betrokkene begrijpelijke wijze, de determinerende motieven aan op grond waarvan zij werd genomen. De motivering is ook afdoende aangezien de motieven pertinent zijn en zij, mede gelet op het uitzonderlijk karakter van een naamsverandering, volstaan om de beslissing te dragen. In zoverre de beslissing steunt op het ontbreken van voldoende ernstige redenen, dient erop gewezen te worden dat verzoeksters aanvraag tot naamsverandering in essentie gesteund was op het argument dat zij een naam wilde dragen die zowel de naam van haar natuurlijke vader als die van haar juridische vader bevatte. In de bestreden beslissing wordt daarop geantwoord dat de naam in beginsel steunt op de wettelijke afstamming, dat er te dezen geen band van afstamming is tussen de verzoekster en de heer [S], en dat de verzoekster niet vrij kan afwijken van de door de wet opgelegde regel van naamsverkrijging. Aldus wordt het argument van de verzoekster verworpen door daartegen een ander motief in te roepen, met name dat de naamsverkrijging enkel rekening houdt met de wettelijke IX-4470-14/14 afstamming en dat het loutere feit dat er naast de juridische vader ook een biologische vader is, geen voldoende reden is om de naam van deze laatste toe te voegen aan de naam van de juridische vader. In zoverre de beslissing steunt op de verkeerde indruk die door een dubbele naam gewekt zou worden, dient het motief begrepen te worden in de context van het Belgische recht, zoals door de verwerende partij in de memorie van antwoord wordt uitgelegd. In België zijn dubbele of samengestelde namen inderdaad niet gebruikelijk, en wijzen zij meestal op het bestaan van een adoptie door een persoon die één van de namen draagt. 2.3.
  11. In zoverre in het middel wordt aangevoerd dat de minister van Justitie niet antwoordt op de identificatieproblemen die de verzoekster in haar Italiaanse familie en het Italiaans milieu ondervindt, moet opgemerkt worden dat de minister uitdrukkelijk overweegt dat niet is aangetoond dat de gevraagde naamsverandering het belang van de verzoekster zou dienen. Impliciet maar zeker oordeelt de minister aldus dat de aangevoerde identificatieproblemen niet bewezen zijn, of dat althans de ernst van die problemen niet aangetoond is. 2.3.
  12. Tenslotte kan uit het enkele feit dat de naamsverandering aan de verzoekster geweigerd wordt, niet worden afgeleid dat de IX-4470-15/14 verwerende partij een erkenning, adoptie of wettiging door adoptie zou wensen af te dwingen. 2.3.
  13. In zoverre het middel betrekking heeft op de weigering van de naamsverandering in XXXX, kan het in geen van zijn onderdelen worden aangenomen. 2.
  14. Het middel dient voorts onderzocht te worden in zoverre het betrekking heeft op het aangevoerde verzuim om in te gaan op de subsidiaire vraag van de verzoekster om bij weigering van de naam XXXX een naamsverandering in XXXX te verkrijgen. 2.4.
  15. Volgens de verwerende partij diende de minister niet meer op die aanvraag in te gaan, gelet op het feit dat de verzoekster bij haar verhoor door de politie te Leuven op 4 juli 2002 had verklaard dat zij een naamsverandering in XXXX wenste, en niet in XXXX, zoals in haar aanvraag was vermeld. In de bedoelde verklaring komt onder meer de volgende alinea voor, de enige waarin sprake is van de subsidiair geformuleerde aanvraag: IX-4470-16/14 “Ik neem er kennis van dat een naamsverandering in de zin welke ik wens (XXXX en niet enkel XXXX, zoals ik in mijn schrijven vermeldde) 49.00 euro bedraagt. Ik ben uiteraard bereid dit te betalen.” Uit die verklaring kan niet afgeleid worden dat de verzoekster afstand gedaan zou hebben van haar subsidiair ingediende aanvraag. De verwerende partij diende die aanvraag dan ook op haar merites te onderzoeken. 2.4.
  16. Weliswaar wordt in de bestreden beslissing met geen woord gerept over de subsidiaire aanvraag. In zoverre de afwijzing van het verzoek tot verandering van de naam in XXXX wordt afgewezen omwille van het ontbreken van ernstige redenen, kan met de verwerende partij echter worden aangenomen dat de in de bestreden beslissing gegeven redenen mutatis mutandis ook van toepassing zijn op het verzoek tot verandering van de naam in XXXX. De verzoekster betwist dit ook niet. IX-4470-17/14 In die omstandigheden heeft de verzoekster, gelet op de verwerping hiervóór van haar grieven gericht tegen de genoemde redenen, geen belang bij het aanvoeren van de grief afgeleid uit het ontbreken van een beslissing over de subsidiaire aanvraag. In zoverre het middel betrekking heeft op het verzuim om te beslissen over de subsidiaire aanvraag tot naamsverandering in XXXX, is het onontvankelijk. 3.
  17. De verzoekster roept een tweede middel in, afgeleid uit de schending van de hoorplicht. IX-4470-18/14 De verzoekster voert aan dat zij in haar verzoek tot naamsverandering uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat zij bereid was om verdere inlichtingen en stukken mede te delen, en dat zij daartoe ten onrechte niet de kans heeft gekregen. Zij merkt op dat de verwerende partij bij het al dan niet toelaten van een naamsverandering een discretionaire bevoegdheid heeft en dat zij door de weigering in haar morele en materiële belangen wordt geraakt. 3.
  18. De verwerende partij antwoordt dat in de procedure tot naamsverandering geen hoorplicht geldt. Zij wijst er voorts op dat de verzoekster de mogelijkheid heeft gehad om haar standpunt schriftelijk (in haar aanvraag) en mondeling (bij het politieverhoor) uiteen te zetten. 3.
  19. De hoorplicht houdt in dat in beginsel tegen niemand een ernstige maatregel kan worden genomen die gegrond is op zijn persoonlijk gedrag en die van aard is om zijn belangen zwaar aan te tasten, zonder dat hem vooraf de gelegenheid wordt geboden om zijn standpunt op een nuttige wijze te doen kennen. Opdat de hoorplicht van toepassing zou zijn moet het gaan om een maatregel die de rechtstoestand van de betrokkene in IX-4470-19/14 ongunstige zin wijzigt. Beslissingen die de rechtstoestand van de betrokkene niet in ongunstige zin wijzigen, maar die de weigering inhouden om een door de bestuurde gevraagd voordeel toe te kennen, vallen niet onder het beginsel van de hoorplicht. Te dezen wordt aan de verzoekster een naamsverandering geweigerd. Dit impliceert geen wijziging van de rechtstoestand van de verzoekster in een voor haar ongunstige zin. Overigens voorziet de procedure tot naamsverandering evenmin in een uitdrukkelijke verplichting om de aanvragen te horen. Aldus moet worden vastgesteld dat de bestreden beslissing niet onder de hoorplicht valt. De minister kon over de aanvraag van de verzoekster beslissen op grond van de stukken van het dossier. Tot die stukken behoorden overigens niet enkel de gemotiveerde aanvraag van de verzoekster, maar ook het proces-verbaal van verhoor dat de politie te Leuven van haar heeft afgenomen. Het middel kan niet worden aangenomen. 4.
  20. De verzoekster roept een derde middel in, afgeleid uit de schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, de artikelen 8 en IX-4470-20/14 14 van het Europees Verdrag over de Rechten van de Mens (hierna: EVRM), de artikelen 2 en 3 van de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en de voornamen, en artikel 358 van het Burgerlijk Wetboek. De verzoekster voert aan dat de bestreden beslissing moeilijk te begrijpen is, vermits in de rechtsleer als mogelijk motief voor de naamsverandering juist wordt vermeld: “(...) de wens aan het kind de naam te geven van zijn juridische vader, die niet op de gewone manier zijn naam kan overdragen, of van zijn feitelijke vader die het kind niet kan of wenst te erkennen”. Uit artikel 358, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek blijkt voorts dat de mogelijkheid bestaat tot het behoud van een bestaande achternaam met toevoeging van een aanvullende achternaam. Het toevoegen van de naam van de biologische vader dient te worden beschouwd als naamsverandering en niet als een toevoeging. De verzoekster voert ook aan dat er heel wat gevallen bestaan waarbij naamsveranderingen, bestaande uit het toevoegen van een tweede familienaam, wel werden toegestaan. Deze mogelijkheid wordt haar, aldus de verzoekster, op onwettige wijze geweigerd. 4.
  21. De verwerende partij antwoordt, in zoverre de verzoekende partij zich blijkbaar gediscrimineerd acht, dat de verzoekster niet gewoon de toevoeging van de naam XXXX aan haar naam XXXX IX-4470-21/14 heeft gevraagd, maar ook de omwisseling ervan naar XXXX. Er is geen gelijkaardig verzoek dat ooit werd ingewilligd. De weigering van de overheid om een naamsverandering toe te staan maakt volgens de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geen schending uit van het recht op eerbiediging van het privé-leven, en vormt ook geen verboden discriminatie. Naar Belgisch recht blijft de dubbele naam de uitzondering. Bovendien is de naamsverandering geen recht, maar dient deze de uitzondering te blijven. IX-4470-22/14 4.3.
  22. In zoverre de schending wordt aangevoerd van de artikelen 2 en 3 van de wet van 15 mei 1987, herhaalt de Raad van State dat de Koning bij het beoordelen van een verzoek tot naamsverandering beschikt over een discretionaire bevoegdheid, en dat het de Raad van State niet toekomt om zich in de plaats van de overheid te stellen bij de beoordeling van de motieven op basis waarvan de naamsverandering al dan niet kan worden toegestaan. De Raad van State kan enkel nagaan of de beoordeling van de overheid steunt op feitelijk juiste en in rechte aanvaardbare motieven en of die beoordeling binnen de grenzen van de redelijkheid blijft. Zoals bij de bespreking van het eerste middel is overwogen, wijst de minister het verzoek tot naamsverandering af op grond van deugdelijke motieven. Er blijkt niet dat die afwijzing op kennelijk onredelijke gronden berust. 4.3.
  23. In zoverre in het middel de schending wordt aangevoerd van de artikelen 8 en 14 van het EVRM, wordt niet gepreciseerd waarin die schending zou bestaan. In zoverre is het middel onontvankelijk. 4.3.
  24. In zoverre in het middel de schending wordt aangevoerd van artikel 358 van het Burgerlijk Wetboek, dient opgemerkt te worden dat IX-4470-23/14 de paragrafen 1 en 2 van dat artikel op het ogenblik van de bestreden beslissing luidden als volgt: “§
  25. Door de adoptie verkrijgt de geadopteerde, in plaats van zijn naam, die van de adoptant of, in geval van gelijktijdige adoptie door twee echtgenoten, die van de man. Partijen kunnen evenwel overeenkomen dat de geadopteerde zijn naam zal behouden, gevolgd door die van de adoptant of van de adopterende man. Indien de geadopteerde en de adoptant of de adopterende man dezelfde naam hebben, blijft de naam van de geadopteerde onveranderd. §
  26. In geval van adoptie, door de man, van het adoptief kind van zijn echtgenote, of in geval van een nieuwe adoptie als bepaald in artikel 346, tweede lid, komt de naam van de nieuwe adoptant of van de adopterende man in de plaats van die van de geadopteerde, ongeacht of diens naam bij de vorige adoptie behouden of veranderd werd. Indien bij de vorige adoptie de naam van de geadopteerde is vervangen door die van de adoptant, kunnen partijen overeenkomen dat de nieuwe naam van de geadopteerde samengesteld zal zijn uit de naam die hij gekregen heeft bij de vorige adoptie, gevolgd door die van de nieuwe adoptant of van de adopterende man. Wanneer bij de vorige adoptie de naam van de vorige adoptant is toegevoegd aan de naam van de geadopteerde, kunnen partijen overeenkomen dat de naam van de adoptant samengesteld zal zijn uit: - hetzij de oorspronkelijke naam van de geadopteerde gevolgd door de naam van de nieuwe adoptant of van de adopterende man, IX-4470-24/14 - hetzij de naam van de vorige adoptant, gevolgd door die van de nieuwe adoptant of van de adopterende man. De geadopteerde die door een vorige adoptie dezelfde naam droeg als de nieuwe adoptant of de adopterende man, herkrijgt de naam zonder enige wijziging.” Deze bepalingen hebben uitsluitend betrekking op de naamgeving in geval van adoptie. De verzoekster, die niet geadopteerd is, kan zich bijgevolg niet op die bepalingen beroepen. Het feit dat een naamsverandering geweigerd wordt, precies om verwarring met een adoptie te vermijden, kan ook geen schending van die bepalingen inhouden. 4.3.
  27. In zoverre in het middel de schending wordt aangevoerd van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, dient eraan herinnerd te worden dat de beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie vereisen dat eenieder die zich in dezelfde toestand bevindt gelijk behandeld wordt, tenzij er voor het verschil in behandeling een objectieve en redelijke verantwoording bestaat. De verzoekster voert aan dat er “heel wat gevallen zijn” waar een naamsverandering bestaande in de toevoeging van een tweede familienaam werd toegestaan. Zij toont echter niet aan dat de verwerende IX-4470-25/14 partij in vergelijkbare omstandigheden een naamsverandering zou hebben toegestaan. Hierbij moet overigens worden opgemerkt dat de bestreden beslissing het verzoek tot naamsverandering niet afwijst op de enkele grond dat de toevoeging van een tweede familienaam principieel onmogelijk zou zijn. 4.
  28. Het middel kan in geen van zijn onderdelen worden aangenomen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  29. Het beroep wordt verworpen. IX-4470-26/14 Artikel
  30. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 27 juni 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-4470-27/14 IX-4470-28/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.915 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.