id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.919 Rolnummer: A. 74617/IX-2597 Zaak: Arrest 184919 - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen - 27/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-29 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 08:19 Fiche Arrest nr 184.919 van 27 juni 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 184.919 van 27 juni 2008 in de zaak A. 74.617/IX-
- In zake : de b.v.b.a. APOTHEEK HAESBROUCK-DESMET, die woonplaats kiest bij advocaat M. STORME, kantoor houdende te GENT, Coupure 5 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de b.v.b.a. APOTHEEK HAESBROUCK-DESMET op 9 juni 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de impliciete beslissing van de minister van Financiën houdende weigering tot mededeling van de door de verzoekende partij met toepassing van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur, opgevraagde stukken namelijk “1/ Het document met de beschrijving van de bevoegdheden van de belastingsdiensten en haar interne organisatie (artikel 2, 2/ van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur.) - 2/ De stukken waaruit blijkt welke ambtenaren door Uw diensten zijn aangewezen om de aanslagen te vestigen en uitvoerbaar te verklaren (in toepassing van artikel 297 en 298 van het wetboek der inkomstenbelastingen). - 3/ De naam en de graad van de ambtenaar, die de bovenvermelde aanslagen daadwerkelijk heeft gevestigd en die ze uitvoerbaar heeft verklaard.”; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd P. DE WOLF; Gelet op de beschikking van 29 januari 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; IX-2597-1/9 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 29 januari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 maart 2008; Gehoord het verslag van de voorzitter van de Raad van State M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. DE MULDER, die loco advocaat M. STORME verschijnt voor de verzoekende partij, en van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van adjunct-auditeur-generaal P. DE WOLF; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak 1.
- In hoofde van de verzoekende partij worden na verzending van berichten tot wijziging, op 20 december 1996 en op 13 januari 1997 voor de aanslagjaren 1994 respectievelijk 1995, bijkomende aanslagen in de vennootschaps- belasting gevestigd. 1.
- In een brief van 21 januari 1997 aan de taxatiedienst vennoot- schappen 1 te Kortrijk vraagt de verzoekende partij op grond van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur, de naam en de graad van de ambtenaren mee te delen “die het bevel heeft gegeven de bovenvermelde aanslagen te vestigen en uitvoerbaar te verklaren”, alsook het document toe te zenden “met de beschrijving van de bevoegdheden en de interne organisatie van de betrokken taxatiedienst”. IX-2597-2/9 1.
- Op 23 januari 1997 antwoordt de inspecteur der belastingen te Kortrijk dat de naam en de graad van de bevoegde ambtenaar die de aanslagen heeft gevestigd vermeld werd op de berichten van wijziging van aangifte die werden toegestuurd en dat het dossier hem vooraf voor advies werd overgemaakt. 1.
- In een brief van 5 februari 1997 aan de hoofdcontroleur vennootschappen 1 te Kortrijk herhaalt de verzoekende partij haar verzoek tot mededeling van het document “waarin de beschrijving van de bevoegdheden en de interne organisatie” van de taxatiedienst is weergegeven. 1.
- In een brief van 7 februari 1997 geeft de hoofdcontroleur aan de verzoekende partij een beknopte beschrijving van de organisatie van zijn dienst. 1.
- De verzoekende partij repliceert in een brief van 14 februari 1997 dat het bovenvermeld antwoord betreffende de organisatie van de dienst, niet voldoet. 1.
- Bij brief van 17 februari 1997 verzendt de hoofdcontroleur een meer gedetailleerde beschrijving van de organisatie van de controle vennootschap- pen 1 te Kortrijk naar de verzoekende partij. 1.
- De verzoekende partij schrijft daarop in een brief van 26 februari 1997 aan de hoofdcontroleur te Kortrijk dat het antwoord van 17 februari 1997 niet voldoet en verzoekt uitdrukkelijk de stukken mee te delen waaruit blijkt welke ambtenaar ingevolge artikel 297 WIB bevoegd was de twee bovenvermelde aanslagen te vestigen, welke ambtenaar bevoegd was de aanslagen op grond van artikel 298 WIB uitvoerbaar te verklaren, alsook de naam en de graad van de ambtenaar die de vermelde aanslagen daadwerkelijk uitvoerbaar heeft verklaard. 1.
- In een aangetekende brief van 5 maart 1997 vraagt de verzoekende partij aan de minister van Financiën heroverweging van haar verzoek tot mededeling van volgende stukken en gegevens : “1/ Het document met de beschrijving van de bevoegdheden van de belastingsdiensten en haar interne organisatie (artikel 2, 2/ van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur). 2/ De stukken waaruit blijkt welke ambtenaren door Uw diensten zijn aangewezen om de aanslagen te vestigen en uitvoerbaar te verklaren (in toepassing van artikel 297 en 298 van het wetboek der inkomstenbelastingen). IX-2597-3/9 3/ De naam en de graad van de ambtenaar, die de aanslagen daadwerkelijk heeft gevestigd en die ze uitvoerbaar heeft verklaard.” Bij aangetekende brief van dezelfde datum vraagt de verzoekende partij tevens advies aan de commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten overeenkomstig artikel 8 van de wet van 11 april
- 1.
- In een brief van 28 maart 1997 deelt de voorzitter van de commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten aan de verzoekende partij mee dat de commissie het volgende advies heeft verleend : “(...) al de gevraagde bestuursdocumenten dienen te worden meegedeeld met dien verstande evenwel dat het document waarvan sprake in art. 2, 2/, van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur een samen- vatting inhoudt van de algemene organisatie van de betrokken federale dienst. De beschrijving van de bevoegdheden van de taxatiedienst Vennootschappen Kortrijk I en de interne organisatie ervan betreffen andere documenten dan die samenvatting die, op basis van art. 4 van de wet van 11 april 1994, ter beschikking van de aanvrager dient te worden gesteld.” 1.
- Op 2 mei 1997 dient de verzoekende partij bezwaarschriften in bij de gewestelijke directeur der belastingen te Brugge tegen de voor de aanslagjaren 1994 en 1995 gevestigde bijkomende aanslagen in de vennootschapsbelasting. In die bezwaarschriften voert de verzoekende partij onder meer aan dat de rechten van verdediging werden geschonden doordat de fiscus nagelaten heeft stukken en gegevens ter beschikking te stellen niettegenstaande het advies van de commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten dat stelde dat die gegevens moesten worden meegedeeld. 1.
- Bij aangetekende brief van 9 juni 1997 vordert de verzoekende partij de nietigverklaring van de impliciete weigering van de minister van Financiën om de gevraagde stukken mee te delen. 1.
- Naar aanleiding van een vraag van de voorzitter van de Raad van State naar het actueel belang van de verzoekende partij en eventuele nieuwe ontwikkelingen in het dossier, heeft de verzoekende partij bij schrijven van 8 november 2007 verklaard dat de fiscale zaken nog hangende zijn, zij nog steeds geen mededeling van de in het kader van de openbaarheid van bestuur gevraagde stukken en documenten verkregen heeft, zij in haar verzoek volhardt aangezien haar fiscale rechten hiervan afhangen en zij nog steeds een actueel belang heeft. IX-2597-4/9 Over de bevoegdheid van de Raad van State. 2.
- In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij een exceptie van onbevoegdheid van de Raad van State op. Zij laat gelden dat de Raad van State niet bevoegd is om uitspraak te doen over het ingestelde annulatieberoep omdat de verzoekende partij bezwaarschriften heeft ingediend tegen de voor de aanslagjaren 1994 en 1995 gevestigde supplementaire aanslagen. De verwerende partij voert aan dat de procedure voorzien in de wet betreffende de openbaarheid van bestuur geen voorrang heeft op de procedures die van toepassing zijn voor administratieve en gerechtelijke jurisdicties. Wanneer een andere georganiseerde procedure wordt aangevat moeten de publiciteitsregels die voorzien zijn in die procedure, gevolgd worden. Zo bepaalt artikel 374, derde alinea, WIB’92 dat inzage van het taxatiedossier kan worden bekomen bij de bevoegde gewestelijke directeur tijdens de bezwaarprocedure. De verwerende partij meent dan ook dat het aan de gewestelijke directeur en eventueel het Hof van Beroep toekomt om te beslissen of bepaalde stukken aan het dossier moeten worden toegevoegd. 2.
- De verzoekende partij repliceert in haar memorie van wederant- woord dat zij haar recht tot inzage en voorlegging van de gevraagde stukken rechtstreeks uit de Grondwet put binnen de beperkingen gesteld in de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur. Zij laat gelden dat de stelling van de verwerende partij als zou het recht op inzage van bestuursdocumen- ten zoals omschreven in de wet van 11 april 1994 vervallen indien voor de gewestelijke directeur een bezwaarprocedure werd ingeleid, een schending van artikel 32 van de gecoördineerde grondwet inhoudt, alsook aan de wet van 11 april 1994 een bijkomende voorwaarde toevoegt, namelijk de voorafgaandelijke toestemming of beoordeling van de vraag tot inzage en afschrift van bestuursdocu- menten door de rechtbanken of jurisdicties. Voorts voert de verzoekende partij aan dat zelfs indien de in de wet van 11 april 1994 voorziene procedures geen voorrang zouden hebben op de gewone procedurebepalingen, dit dan hoogstens zou kunnen gelden in het geval dat de administratieve en gerechtelijke jurisdicties werden gevat vooraleer de thans bestreden uitspraak is tussen gekomen. Zij wijst er op dat door de commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten een gunstig advies werd meegedeeld bij brief van 28 maart 1997 en dat zij geen beslissing van de minister van Financiën heeft ontvangen binnen de 15 dagen, hetgeen gelijk staat met een weigeringsbeslissing. De voor de Raad van State bestreden akte dateert bijgevolg van vóór de fiscale procedure daar zij op 2 mei 1997 bezwaarschriften heeft ingediend. IX-2597-5/9 2.
- Het bij de directeur der directe belastingen ingesteld bezwaar is overeenkomstig artikel 98 van de wet van 15 maart 1999 een administratief beroep. Het blijkt niet dat in casu een rechtscollege zou zijn geadieerd. Dienvolgens is de exceptie van onbevoegdheid van de Raad van State niet gegrond. Het actueel belang van de verzoekende partij.
- In casu wordt vastgesteld dat de verzoekende partij op 21 januari 1997 op grond van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur om mededeling heeft gevraagd van de naam en de graad van de bevoegde ambtenaar “die het bevel heeft gegeven de bovenvermelde aanslagen te vestigen en uitvoerbaar te verklaren in hoofde van de vennootschap” alsook het document toe te zenden met “de beschrijving van de bevoegdheden en de interne organisatie van de betrokken taxatiedienst”. Nadat diverse stukken werden bezorgd in verband met de beschrijving van de organisatie van de dienst van de controle vennootschappen 1 te Kortrijk aan de verzoekende partij, reageert deze laatste dat die beschrijving niet voldoet en preciseert zij dat haar verzoek de stukken betreft waaruit blijkt welke ambtenaar ingevolge artikel 297 WIB bevoegd was om de twee voormelde aanslagen te vestigen, welke ambtenaar bevoegd was de aanslagen op grond van artikel 298 WIB uitvoerbaar te verklaren, alsook de naam en de graad van de ambtenaar die de vermelde aanslagen daadwerkelijk uitvoerbaar heeft verklaard. Dit verzoek werd niet volledig ingewilligd, zoals blijkt uit het advies van 28 maart 1997 van de commissie voor de toegang tot bestuurs- documenten. Pas na indiening van onderhavig annulatieberoep op 9 juni 1997 werd door de verwerende partij een aantal stukken neergelegd waarvan de verzoekende partij om mededeling heeft gevraagd : een document met de beschrijving van de bevoegdheden van de belastingdiensten en haar interne organisatie (instructie nr. 221.4/A/319.797); een besluit waarbij aan R. ICKET de bevoegdheid wordt gedelegeerd om de kohieren inzake directe belastingen uitvoerbaar te verklaren alsook een besluit waarbij aan G. DELVAUX de bevoegd- heid wordt gedelegeerd om kohieren inzake directe belastingen uitvoerbaar te verklaren. IX-2597-6/9 Bovendien wordt in de memorie van antwoord meegedeeld dat de aanslagen gevestigd werden door M. TANGHE, hoofdcontroleur vennootschappen 1 Kortrijk; dat de aanslag met betrekking tot het aanslagjaar 1994 uitvoerbaar werd verklaard door R. ICKET en dat de aanslag met betrekking tot aanslagjaar 1995 uitvoerbaar werd verklaard door G. DELVAUX. In een reactie op het auditoraatsverslag waarin wordt gesteld dat de verzoekende partij op grond van de wet van 11 april 1994 onder meer medede- ling heeft gevraagd van “het stuk waaruit blijkt welke ambtenaar ingevolge artikel 297 WIB bevoegd was gemaakt de aanslag te vestigen” en een dergelijk stuk nog niet werd meegedeeld aan de verzoekende partij en ook niet werd neergelegd, stelt de verwerende partij in haar laatste memorie dat “behalve de instructie nr. 221.4/A/319.797 van 20 oktober 1987 die werd neergelegd in het administratief dossier (stuk 9) en die werd toegestuurd aan de raadsman van verzoekende partij (...) verweerder over geen andere instructies ter zake (beschikt).” Artikel 297 WIB (vroeger art. 206) zoals het gold ten tijde van de bestreden beslissing luidde als volgt : “Onverminderd de toepassing van de artikel 301 en 464 wijst de administra- tie der directe belastingen de ambtenaren of diensten aan, die ermede belast zijn de aangiften in ontvangst te nemen en te onderzoeken, alsmede de aanslagen te vestigen en de belastingen in te vorderen.” Voornoemd artikel heeft het over “de ambtenaren of diensten”. Dienvolgens vereist evengenoemde bepaling niet dat de ambtenaren die bevoegd zijn om de aanslag te vestigen nominatim worden aangeduid. De instructie nr. 221.4/A/319.797 werd geredigeerd in uitvoering van artikel 206 WIB, later artikel 297 WIB. Met deze instructie werden de bevoegdheden van de diverse diensten van de Administratie der directe belastingen vastgesteld. Derhalve is er geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van de verwerende partij in haar laatste memorie. Er kan dan ook worden van uitgegaan dat de verzoekende partij thans inzage heeft gekregen van alle beschikbare documenten. IX-2597-7/9 De verzoekende partij beschikt dan ook niet meer over een actueel belang bij haar annulatieberoep. Aangezien evenwel de verwerende partij nagelaten heeft om de verzoekende partij tijdig in het bezit te stellen van alle beschikbare documenten waarvan mededeling werd gevraagd en dit slechts hangende de annulatieprocedure is geschied, past het in te gaan op de vraag van de verzoekende partij om de kosten van het beroep ten laste te leggen van de verwerende partij. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-2597-8/9 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 27 juni 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, voorzitter van de Raad van State, de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. M.-R. BRACKE. IX-2597-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.919 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.