← België

Arrest 184920 - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen - 27/06/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.920 Rolnummer: A. 74772/IX-2596 Zaak: Arrest 184920 - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen - 27/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-29 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 08:20 Fiche Arrest nr 184.920 van 27 juni 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 184.920 van 27 juni 2008 in de zaak A. 74.772/IX-

  1. In zake : Rita DESMET, die woonplaats kiest bij advocaat M. STORME, kantoor houdende te GENT, Coupure 5 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Rita DESMET op 24 juni 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de impliciete beslissing van de minister van Financiën houdende weigering tot mededeling van de door de verzoekende partij met toepassing van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur, opgevraagde stukken namelijk “1/ Het document met de beschrijving van de bevoegdheden van de belastingsdiensten en haar interne organisatie (artikel 2, 2/ van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur.) - 2/ De stukken waaruit blijkt welke ambtenaren door Uw diensten zijn aangewezen om de aanslagen te vestigen en uitvoerbaar te verklaren (in toepassing van artikel 297 en 298 van het wetboek der inkomstenbelastingen). - 3/ De naam en de graad van de ambtenaar, die de bovenvermelde aanslagen daadwerkelijk heeft gevestigd en die ze uitvoerbaar heeft verklaard.”; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd P. DE WOLF; Gelet op de beschikking van 19 december 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; IX-2596-1/7 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 29 januari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 maart 2008; Gehoord het verslag van de voorzitter van de Raad van State M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. DE MULDER, die loco advocaat M. STORME verschijnt voor de verzoekende partij, en van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van adjunct-auditeur-generaal P. DE WOLF; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak 1.
  2. In hoofde van de verzoekende partij wordt na een bericht van wijziging, op 6 februari 1997 voor het aanslagjaar 1991 een bijkomende aanslag in de personenbelasting gevestigd. 1.
  3. In een brief van 26 februari 1997 aan de hoofdcontroleur der directe belastingen te Kortrijk vraagt de verzoekende partij op grond van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur om mededeling van de naam en de graad van de ambtenaar die de aanslag heeft gevestigd en uitvoerbaar verklaard alsook van het stuk waaruit blijkt welke ambtenaar ingevolge artikel 297 WIB bevoegd was gemaakt om de aanslag te vestigen. 1.
  4. In een aangetekende brief van 14 maart 1997 schrijft de verzoekende partij aan de minister van Financiën dat zij geen antwoord ontving op bovenvermeld verzoek tot mededeling van stukken aan de hoofdcontroleur der IX-2596-2/7 directe belastingen te Kortrijk van 26 februari 1997 en vraagt zij om een heroverwe- ging van haar aanvraag. Bij aangetekende brief van dezelfde datum vraagt de verzoekende partij tevens advies aan de commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten overeenkomstig artikel 8 van de wet van 11 april
  5. 1.
  6. In antwoord op de brief van 26 februari 1997 van de verzoekende partij schrijft de hoofdcontroleur der directe belastingen te Kortrijk op 17 maart 1997 naar de verzoekende partij onder meer dat de aanslag in de personenbelasting conform artikel 297 WIB’92 werd gevestigd door hoofdcontroleur ad interim A. VERHALLE (Taxatiedienst Controle Kortrijk 2PB) en dat de aanslag zoals voorzien in artikel 298 WIB’92 uitvoerbaar werd verklaard door inspecteur ter directie Brugge R. ICKET. 1.
  7. In een brief van 25 april 1997 deelt de voorzitter van de commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten aan de verzoekende partij mee dat de commissie tijdens haar vergadering van 14 april 1997 vastgesteld heeft dat zij namens de b.v.b.a. Haesbrouck-Desmet een gelijkaardig verzoek heeft ingediend en dat zij “dientengevolge” verwijst naar het advies dat in die zaak werd uitgebracht. In dat advies werd het volgende gesteld: “(...) al de gevraagde bestuursdocumenten dienen te worden meegedeeld met dien verstande evenwel dat het document waarvan sprake in art. 2, 2/, van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur een samenvat- ting inhoudt van de algemene organisatie van de betrokken federale dienst. De beschrijving van de bevoegdheden van de taxatiedienst Vennootschappen Kortrijk I en de interne organisatie ervan betreffen andere documenten dan die samenvatting die, op basis van art. 4 van de wet van 11 april 1994, ter beschikking van de aanvrager dient te worden gesteld.” 1.
  8. Bij aangetekende brief van 24 juni 1997 vordert de verzoekende partij de nietigverklaring van de impliciete weigering van de minister van Financiën om de gevraagde stukken mee te delen. 1.
  9. Op 18 juli 1997 dient de verzoekende partij een bezwaarschrift in bij de gewestelijke directeur der directe belastingen te Brugge tegen de boven- vermelde bijkomende aanslag in de personenbelasting van het aanslagjaar 1991, gevestigd op 6 februari
  10. IX-2596-3/7 1.
  11. Naar aanleiding van een vraag van de voorzitter van de Raad van State naar het actueel belang van de verzoekende partij en eventuele nieuwe ontwikkelingen in het dossier, heeft de verzoekende partij bij schrijven van 8 november 2007 verklaard dat de fiscale zaken nog hangende zijn, zij nog steeds geen mededeling van alle in het kader van de openbaarheid van bestuur gevraagde stukken en documenten verkregen heeft, zij in haar verzoek volhardt aangezien haar fiscale rechten hiervan afhangen en zij nog steeds een actueel belang heeft. Over de bevoegdheid van de Raad van State. 2.
  12. In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij een exceptie van onbevoegdheid van de Raad van State op. Zij laat gelden dat de Raad van State niet bevoegd is om uitspraak te doen over het ingestelde annulatieberoep omdat de verzoekende partij een bezwaarschrift heeft ingediend tegen de voor het aanslagjaar 1991 gevestigde supplementaire aanslag. De verwerende partij voert aan dat de procedure voorzien in de wet betreffende de openbaarheid van bestuur geen voorrang heeft op de procedures die van toepassing zijn voor administratieve en gerechtelijke jurisdicties. Wanneer een andere georganiseerde procedure wordt aangevat moeten de publiciteitsregels die voorzien zijn in die procedure, gevolgd worden. Zo bepaalt artikel 374, derde alinea, WIB’92 dat inzage van het taxatiedos- sier kan worden bekomen bij de bevoegde gewestelijke directeur tijdens de bezwaarprocedure. De verwerende partij meent dan ook dat het aan de gewestelijke directeur en eventueel het Hof van Beroep toekomt om te beslissen of bepaalde stukken aan het dossier moeten worden toegevoegd. 2.
  13. De verzoekende partij repliceert in haar memorie van wederant- woord dat zij haar recht tot inzage en voorlegging van de gevraagde stukken rechtstreeks uit de Grondwet put, binnen de perken gesteld in de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur. Zij laat gelden dat de stelling van de verwerende partij als zou het recht op inzage van bestuursdocumenten zoals omschreven in de wet van 11 april 1994 vervallen indien voor de gewestelijke directeur een bezwaarprocedure werd ingeleid, een schending van artikel 32 van de gecoördineerde grondwet inhoudt, alsook aan de wet van 11 april 1994 een bijkomende voorwaarde toevoegt, namelijk de voorafgaandelijke toestemming of beoordeling van de vraag tot inzage en afschrift van bestuursdocumenten door de rechtbanken of jurisdicties. Voorts voert de verzoekende partij aan dat zelfs indien de in de wet van 11 april 1994 voorziene procedures geen voorrang zouden hebben op de gewone procedurebepalingen, dit dan hoogstens zou kunnen gelden in het IX-2596-4/7 geval dat de administratieve en gerechtelijke jurisdicties werden gevat vooraleer de thans bestreden uitspraak is tussen gekomen. Zij wijst er op dat door de commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten een gunstig advies werd meegedeeld bij brief van 28 maart 1997 en dat zij geen beslissing van de minister van Financiën heeft ontvangen binnen de 15 dagen, hetgeen gelijk staat met een weigeringsbeslis- sing. De voor de Raad van State bestreden akte dateert bijgevolg van vóór de fiscale procedure daar zij op 18 juli 1997 een bezwaarschrift heeft ingediend. 2.
  14. Het bij de directeur der directe belastingen ingesteld bezwaar is overeenkomstig artikel 98 van de wet van 15 maart 1999 betreffende de beslechting van fiscale geschillen een administratief beroep. Het blijkt niet dat in casu een rechtscollege zou zijn geadieerd. Dienvolgens is de exceptie van onbevoegdheid van de Raad van State niet gegrond. Het actueel belang van de verzoekende partij.
  15. In casu wordt vastgesteld dat de verzoekende partij op 26 februari 1997, op grond van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur, inzage heeft gevraagd van de stukken waaruit zou blijken welke ambtena- ren werden belast om de aanslagen te vestigen en uitvoerbaar te verklaren (artikel 297 en 298 WIB) en om mededeling van de naam en de graad van de ambtenaar die de bovenvermelde aanslagen daadwerkelijk heeft gevestigd en die ze uitvoerbaar verklaard heeft. Op deze vraag werd op 17 maart 1997 door de hoofdcontroleur der directe belastingen te Kortrijk slechts gedeeltelijk ingegaan, zoals ook blijkt uit het advies van de Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten van 25 april
  16. Pas na indiening van het onderhavig annulatieberoep op 24 juni 1997 werden volgende stukken neergelegd waarvan de verzoekende partij mededeling heeft gevraagd : een document met de beschrijving van de bevoegd- heden van de belastingdiensten en hun interne organisatie (instructie Nr. 221.4/A/319.797); een besluit waarbij aan R. ICKET de bevoegheid wordt gedelegeerd om de kohieren inzake directe belastingen uitvoerbaar te verklaren; een besluit waarbij A. VERHALLE wordt aangeduid als hoofdcontroleur ad interim van de controle Kortrijk
  17. IX-2596-5/7 Bovendien wordt in de memorie van antwoord nogmaals meegedeeld dat de aanslag gevestigd werd door A. VERHALLE, hoofdcontroleur ad interim controle Kortrijk 2 en dat de aanslag met betrekking tot het aanslagjaar 1991 uitvoerbaar werd verklaard door R. ICKET. In een reactie op het auditoraatsverslag waarin wordt gesteld dat de verzoekende partij op grond van de wet van 11 april 1994 onder meer mededeling heeft gevraagd van “het stuk waaruit blijkt welke ambtenaar ingevolge artikel 297 WIB bevoegd was gemaakt de aanslag te vestigen” en een dergelijk stuk nog niet werd meegedeeld aan de verzoekende partij en ook niet werd neergelegd, stelt de verwerende partij in haar laatste memorie dat “behalve de instructie nr. 221.4/A/319.797 van 20 oktober 1987 die werd neergelegd in het administratief dossier (stuk 9) en die werd toegestuurd aan de raadsman van de verzoekende partij (...) verweerder over geen andere instructies ter zake (beschikt).” Artikel 297 WIB (vroeger art. 206) zoals het gold ten tijde van de bestreden beslissing luidde als volgt : “Onverminderd de toepassing van de artikelen 301 en 464 wijst de administratie der directe belastingen de ambtenaren of diensten aan, die ermede belast zijn de aangiften in ontvangst te nemen en te onderzoeken, alsmede de aanslagen te vestigen en de belastingen in te vorderen.” Voornoemd artikel heeft het over “de ambtenaren of diensten”. Dienvolgens vereist evengenoemde bepaling niet dat de ambtenaren die bevoegd zijn om de aanslag te vestigen nominatim worden aangeduid. De instructie nr. 221.4/A/319.797 werd geredigeerd in uitvoering van artikel 206 WIB, later artikel 297 WIB. Met deze instructie werden de bevoegdheden van de diverse diensten van de Administratie der directe belastingen vastgesteld. Derhalve is er geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van de verwerende partij in haar laatste memorie. Er kan dan ook worden van uitgegaan dat de verzoekende partij thans inzage heeft gekregen van alle beschikbare documenten. De verzoekende partij beschikt dan ook niet meer over een actueel belang bij haar annulatieberoep. IX-2596-6/7 Aangezien evenwel de verwerende partij nagelaten heeft om de verzoekende partij tijdig in het bezit te stellen van alle beschikbare documenten waarvan mededeling werd gevraagd en dit slechts hangende de annulatieprocedure is geschied, past het in te gaan op de vraag van de verzoekende partij om de kosten van het beroep ten laste te leggen van de verwerende partij. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  18. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  19. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 27 juni 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, voorzitter van de Raad van State, de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. M.-R. BRACKE. IX-2596-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.920 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.