← België

Arrest 184926 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 30/06/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.926 Rolnummer: A. 158201/X-12149 Zaak: Arrest 184926 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 30/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-25 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 08:20 Fiche Arrest nr 184.926 van 30 juni 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.nr. 184.926 van 30 juni 2008 in de zaak A. 158.201/X-12.

  1. In zake : de n.v. SAVASON, die woonplaats kiest bij advocaat G. MEEUS, kantoor houdende te 2830 WILLEBROEK, Mechelsesteenweg 26 tegen :
  2. de stad NIEUWPOORT, die woonplaats kiest bij advocaat G. SOETE, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, Kerkstraat 8, bus 1,
  3. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat Y. FRANCOIS, kantoor houdende te 8790 WAREGEM, Eertbruggestraat
  4. tussenkomende partij : de n.v. SEA COAST INVEST, die woonplaats kiest bij advocaat K. VANLERBERGHE, kantoor houdende te 8600 DIKSMUIDE, Woumenweg
  5. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. SAVASON op 8 december 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 18 oktober 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Nieuwpoort waarbij aan de n.v. SEA COAST INVEST de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend tot het bouwen van een meergezinswoning aan de Albert I laan 70 te Nieuwpoort, kadastraal bekend sectie D, nrs. 493/c, 494/c en 495/c; Gelet op het arrest nr. 141.309 van 25 februari 2005 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; X-12.149-1/3 Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding op 5 april 2005 ingediend door de verzoekende partij; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst op 20 april 2005 ingediend door de n.v. SEA COAST INVEST; Gelet op de beschikking van 28 april 2005 die de tussenkomst van de n.v. SEA COAST INVEST toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur A. VAN DEN BROECK; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 18 maart 2008; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : In het auditoraatsverslag is de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding gemaakt van artikel 21, zesde lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De verzoekende partij heeft binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding. Op grond van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent zal de kamer de afstand van geding uitspreken, X-12.149-2/3 tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  6. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  7. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig juni 2008, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-12.149-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.926 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.309 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.