id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.934 Rolnummer: Zaak: Arrest 184934 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 30/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-28 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 08:20 Fiche Arrest nr 184.934 van 30 juni 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Samenvoeging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 184.934 van 30 juni 2008 in de zaken A. 110.868/X-10.571 (I). A. 110.869/X-10.572 (II). In zake : I + II 1. Rudy VAN LABEKE, 2. Benedicte DE VOS, wonende te 9090 MELLE, Geraardsbergsesteenweg 121 tegen : I + II. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure 5. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Rudy VAN LABEKE en Benedicte DE VOS op 28 september 2001 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 28 mei 2001 van de Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media waarbij het beroep wordt verworpen en de vergunning wordt geweigerd voor het verkavelen van gronden aan de Kalverhagestraat te Melle, kadastraal gekend sectie A, nr. 340/a; (A. 110.868) Gezien het verzoekschrift dat Rudy VAN LABEKE en Benedicte DE VOS op 28 september 2001 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 28 mei 2001 van de Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media waarbij het beroep wordt verworpen en de vergunning wordt geweigerd voor het verkavelen van gronden aan de Geraardsbergsesteenweg te Melle, kadastraal gekend sectie A, nr. 340/a en 339/b; (A. 110.869) Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord in beide zaken; X-10.571 - 10.572-1/11 Gezien de verslagen opgemaakt door auditeur P. BARRA in beide zaken; Gelet op de beschikkingen van 8 februari 2005 die de neerlegging ter griffie van de verslagen en van de dossiers gelasten; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories in beide zaken; Gelet op de beschikkingen van 13 mei 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 juni 2008; Gehoord het verslag van staatsraad P. LEFRANC in beide zaken; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. DE ZUTTER, die loco advocaat E. DE GROOTE verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat I. BOCKSTAELE, die loco advocaat P. AERTS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. BARRA in beide zaken; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : De rechtspleging Gelet op de verknochtheid wordt de samenvoeging van de dossiers met rolnummers G/A 110.868/X-10.571 en 110.869/X-10.572 bevolen. De feiten 1.1. Het is niet betwist dat de verzoekende partijen eigenaars zijn van percelen, met een oppervlakte van ongeveer 70.000 m², te Melle (Gontrode) tussen de Geraardbergsesteenweg, de Kalverhagestraat en de Vinkeslag. X-10.571 - 10.572-2/11 1.2. Deze percelen werden door het bij koninklijk besluit van 14 september 1977 vastgestelde gewestplan Gentse en Kanaalzone opgenomen deels in agrarisch gebied en deels, langs de Geraardbergsesteenweg en de Kalverhagestraat, in een 50 m diep voorliggend woongebied met landelijk karakter. 1.3.1. De aanvraag van de verzoekende partijen van 8 september 1998 voor het verkavelen van de percelen nrs. 339/e en 340/a met een oppervlakte van 17.059 m² gelegen in het bedoelde woongebied met landelijk karakter tot 16 loten voor vrijstaande woningen, werd door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Melle geweigerd bij besluit van 4 februari 1998. Het beroep van de verzoekende partijen tegen dit weigeringsbesluit werd door de bestendige deputatie van de provincieraad Oost-Vlaanderen verworpen bij besluit van 7 mei 1998. Het beroep van de verzoekende partijen tegen dit laatste besluit werd door de minister verworpen bij besluit van 25 september 1999. Ingevolge het beroep van de verzoekende partijen werd dit laatste besluit vernietigd bij ’s Raads arrest nr. 143.871 van 28 april 2005. 1.3.2.1. De tweede verzoekster diende op 28 januari 1999 (datum van het ontvangstbewijs) twee aanvragen in, de eerste, voor het verkavelen van de percelen nrs. 340/a, 339/b aan de Geraardbergsesteenweg tot 14 loten voor vrijstaande woningen, en de tweede, voor het verkavelen van het perceel nr. 340/a aan de Kalverhagestraat tot 2 loten voor vrijstaande woningen. 1.3.2.2. Er werd telkens een openbaar onderzoek gevoerd van 3 tot 17 februari 1999 waarbij 250 bezwaren en opmerkingen werden ingediend. Het college van burgemeester en schepenen aanvaardde de bezwaren bij besluit van 17 februari 1999. Het verwees daarvoor naar het ministerieel besluit van 17 december 1998 tot voorlopige bescherming als landschap van de hoogstamboomgaard te Gontrode en weideboomgaard met meidoornhaag langsheen de Vinkeslag. 1.3.2.3. Op 8 september 1999 bracht de gemachtigde ambtenaar in beide dossiers een ongunstig advies uit “gelet op het ongunstig advies dd. 16.03.1999 van het college en het bindend ongunstig advies dd. 08.07.1999 van de afdeling Wegen en verkeer Oost-Vlaanderen”. X-10.571 - 10.572-3/11 1.3.2.4. Het college van burgemeester en schepenen weigerde bij besluiten van 15 september 1999 de beide verkavelingsaanvragen. 1.3.2.5. De beroepen van de verzoekende partijen tegen beide weigeringsbesluiten werden door de bestendige deputatie verworpen bij de besluiten van 19 mei 2000 om reden van het bindend ongunstig advies van de afdeling Wegen en omdat de aanvragen strijdig zijn, eensdeels, met de bestemming landschappelijk waardevol agarisch gebied in het ontwerpplan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Gentse en Kanaalzone op het grondgebied van onder meer de gemeente Melle, dat voorlopig werd vastgesteld bij besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 1999 en, anderdeels, met het bij ministerieel besluit van 2 februari 2000 tot definitieve bescherming als landschap van een hoogstamboomgaard te Gontrode en een weideboomgaard met haag langsheen de Vinkeslag te Melle (Gontrode), aan de Geraardbergsesteenweg. 1.3.2.6. De beroepen van de verzoekende partijen werden door de minister bij de bestreden besluiten van 28 mei 2001 verworpen omdat “het ontwerp (...) in strijd is met de planologische bestemming van het terrein” meer bepaald landschappelijk waardevol agrarisch gebied. In bijkomende orde zijn de weigeringen gesteund op het voormelde ministerieel besluit van 2 februari 2000, het ongunstig advies van de cel monumenten en landschappen en de “veelvuldige” bezwaarschriften die werden ingediend in het kader van het openbaar onderzoek. 1.4.1. Op 17 december 1998 besliste de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling tot voorlopige bescherming als landschap wegens zijn esthetische, historische en wetenschappelijke waarde, van de “hoogstamboomgaard te Gontrode, weideboomgaard met meidoornhaag langsheen Vinkeslag” op de voormelde percelen nrs. 339/e en 340/a. Bij ’s Raads arrest nr. 132.902 van 23 juni 2004 werd het beroep van de verzoekende partijen tegen dit besluit verworpen omdat het geen gevolgen meer sorteert of kan sorteren. 1.4.2. Op 2 februari 2000 besliste de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegeheden, Ambtenarenzaken en Sport tot definitieve bescherming als landschap van een hoogstamboomgaard te Gontrode en een weideboomgaard met haag langsheen Vinkeslag te Melle (Gontrode), aan de Geraardbergsesteenweg op de voormelde percelen. Bij ’s Raads arrest nr. 132.901 werd dit ministerieel besluit vernietigd na toetsing aan het bestemmingsvoorschrift “woongebied met landelijk karakter”. X-10.571 - 10.572-4/11 1.5.1. Bij besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 1999 werd het ontwerpplan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Gentse en Kanaalzone op het grondgebied van de gemeenten Assenede, De Pinte, Evergem, Gent, Melle, Merelbeke, Moerbeke, Oosterzele, Wachtebeke, Wetteren en Zelzate voorlopig vastgesteld. In het besluit wordt wat betreft de gewestplanherziening op het grondgebied van de gemeente Melle, onder meer overwogen wat volgt: “Overwegende dat het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen stelt dat de belangrijkste doelstellingen met betrekking tot de bosstructuur onder meer zijn: het tegengaan van versnippering, het verkrijgen van een hogere bebossingsindex en het voorzien van nieuwe bossen in bosarme streken; dat het daarom noodzakelijk is alle bestaande bossen te beschermen en bos uitbreiding, bij voorkeur aansluitend bij bestaand bos, te realiseren; (...) Overwegende dat de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling op 17 december 1998 de voorlopige bescherming als landschap heeft vastgesteld van de ‘Hoogstamweideboomgaard Gontrode’ te Melle; dat artikel 8§1 van het decreet van 16 april 1996 houdende bescherming van landschappen bepaalt dat al de rechtsgevolgen van de bescherming voorlopig van toepassing zijn; dat deze boomgaard aldus ook een juridische bescherming behoeft via een gewestplan- bestemming als landschappelijk waardevol agrarisch gebied; dat deze boomgaard in de voorbereidende documenten van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van Melle wordt gesitueerd in natuurverbindingsgebied waarvoor een beleid zal worden gevoerd dat er op gericht is deze kleine landschaps- elementen te behouden en te beheren”. De bestemming woongebied met landelijk karakter werd voor de betrokken percelen gewijzigd in de bestemming landschappelijk waardevol agrarisch gebied. 1.5.2. Ter gelegenheid van het openbaar onderzoek dat werd gevoerd van 18 april tot 16 juni 2000, dienden de verzoekende partijen een bezwaarschrift in. Zij betoogden daarin dat de motivering voor de gewestplanwijziging feitelijk geen steek houdt, dat hun grond niet kan bestempeld worden als een “hoogstamweideboomgaard” en dan ook geen bescherming verdient als landschappelijk waardevol agrarisch gebied, dat een en ander blijkt uit het bijgevoegde verslag van de door hen aangestelde Dr. Ir. R. Veldeman, dat een gewestplanwijziging voor een beperkte oppervlakte van ongeveer 18.000 m² niet mogelijk is zonder machtsoverschrijding, en dat er sprake is van machtsafwending omdat het uitsluitende doel van de gewestplanwijziging het verhinderen van een verkaveling op hun percelen is. X-10.571 - 10.572-5/11 1.5.3. De bestendige deputatie bracht op 10 augustus 2000 advies uit. Wat betreft de voormelde bestemmingswijziging overwoog de deputatie wat volgt: “Het betreft hier een strook woongebied met landelijk karakter van 50 m diepte langsheen de straat en achterliggend agrarisch gebied waarop hoogstamweideboomgaarden voorkomen. Dergelijke boomgaarden bestaan steeds minder in onze streken en verdienen bescherming. De hier betreffende boomgaarden zijn tevens zocht bepalend aan de rand van Gontrode. De boomgaarden zijn niet strijdig met de huidige bestemmingen van het gewestplan, doch ook niet beschermd. De voorgestelde bestemmingswijziging zal ook de juridische toestand van de percelen wijzigen, en is het gevolg van een nog lopende procedure tot klassering als landschap. Aldus komt het voor dat met de gewestplanwijziging vooruitgelopen wordt op een andere procedure en besluitvormingsproces. In het kader van behoorlijk bestuur en voor de rechtszekerheid van de eigenaars lijkt het aangewezen de procedures niet door mekaar maar na elkaar te laten verlopen. advies : gunstig, voor zover de percelen definitief als landschap geklasseerd werden”. 1.5.4. De streekcommissie bracht op 13 oktober 2000 advies uit. De bezwaren van de verzoekende partijen werden als volgt beantwoord: “b. bezwaren en opmerkingen : - de motivering voor de gewestplanwijziging houdt geen steek, de grond is niet te bestempelen als hoogstamweide-boomgaard zoals blijkt uit een studie; het gewestplan regelt de ordening van een groot gebied en niet van een beperkte oppervlakte, de gewestplanwijziging komt hier neer op machtsafwending. e. evaluatie met de opgegeven motivering in het besluit van de Vlaamse regering en in de toelichtingsnota kan ingestemd worden; het gaat hier om de bescherming van de eigen kwaliteiten van de betreffende site en ondersteuning van de klassering als landschap en van de opties in het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan. d. besluit : gunstig advies (10 stemmen voor, 10 onthouding)”. 1.5.5. Bij besluit van de Vlaamse regering van 26 januari 2001 werd de gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Gentse en Kanaalzone op het grondgebied van de gemeenten Assenede, De Pinte, Evergem, Gent, Melle, Merelbeke, Moerbeke, Oosterzele, Wachtebeke, Wetteren en Zelzate definitief vastgesteld. Het besluit werd samen met het advies van de streekcommissie bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 23 maart 2001. Het beroep tot nietigverklaring van de verzoekende partijen wordt bij ’s Raads arrest nr. 184.935 van 30 juni 2008 verworpen. X-10.571 - 10.572-6/11 De gegrondheid 2.1.1. Het eerste middel in beide beroepen is genomen uit “machts- afwending en/of afwezigheid van wettig motief en/of machtsoverschrijding”. De verzoekende partijen betogen dat het “steeds het doel (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.