id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.959 Rolnummer: A. 90542/X-9459 Zaak: Arrest 184959 - Huisvesting - 30/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-07 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-29 08:20 Fiche Arrest nr 184.959 van 30 juni 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Huisvesting Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 184.959 van 30 juni 2008 in de zaak A. 90.542/X-
- In zake : Maria POPPE, die woonplaats kiest bij advocaat S. TAILLIEU, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Louizalaan 99 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat W. MULS, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, A. Dansaertstraat
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Maria POPPE op 28 maart 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 29 februari 2000 van de Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Stedelijk Beleid, Huisvesting en Brusselse Aangelegenheden houdende ongeschikt- en onbewoonbaarverklaring, van de woning gelegen te 8434 Middelkerke, Duinenweg 353; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. DE SOMERE; Gelet op de beschikking van 18 april 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 23 mei 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 juni 2008; Gehoord het verslag van staatsraad J. CLEMENT; X-9459-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat S. TAILLIEU, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat L. DANCET, die loco advocaat W. MULS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. DE SOMERE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De feiten 1.
- De verzoekster is eigenares van een woning gelegen te 8434 Middelkerke, Duinenweg
- 1.
- Op 22 februari 1999 stelt Eric Vanderhispallie, controleur leegstand en verkrotting bij de administratie ruimtelijke ordening, huisvesting en monumenten en landschappen, afdeling West-Vlaanderen, van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, betreffende deze woning een “technisch verslag van het onderzoek van de kwaliteit van woningen” op. De woning behaalt een eindscore van 38 punten. Op 12 maart 1999 bezorgt de gewestelijk ambtenaar aan de burgemeester van de gemeente Middelkerke een “advies tot ongeschiktverklaring”, met het verzoek een besluit op te maken om het pand ongeschikt te verklaren. 1.
- Bij besluit van 10 november 1999 van de burgemeester van de gemeente Middelkerke wordt de woning gelegen Duinenweg 353, 8434 Middelkerke ongeschikt verklaard. 1.
- Tegen dit besluit tekent de verzoekster beroep aan bij de Vlaamse minister, bevoegd voor huisvesting, met een ter post aangetekend schrijven van 1 december
- 1.
- Op 31 januari 2000 stelt Jean-Claude Deblaere, controleur leegstand en verkrotting bij de administratie ruimtelijke ordening, huisvesting en monumenten en landschappen, afdeling West-Vlaanderen, van het ministerie van X-9459-2/5 de Vlaamse Gemeenschap, betreffende deze woning een tweede “technisch verslag van het onderzoek van de kwaliteit van woningen” op. De woning behaalt een eindscore van 40 punten. 1.
- Op 29 februari 2000 neemt de Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Stedelijk Beleid, Huisvesting en Brusselse Aangelegenheden, het met onderhavige vordering bestreden besluit “houdende ongeschikt- en onbewoonbaarverklaring van de woning gelegen Duinenweg 353 te 8434 Middelkerke”.
- Ten gronde 2.
- Ambtshalve wordt de bevoegdheid van de steller van het bestreden besluit onderzocht. 2.
- Overeenkomstig artikel 137 van de Grondwet kunnen het Parlement van de Vlaamse Gemeenschap en het Parlement van de Franse Gemeenschap en hun Regeringen de bevoegdheden uitoefenen van respectievelijk het Vlaamse en het Waalse Gewest, onder de voorwaarden en op de wijze bepaald in een bijzondere wet. Ter uitvoering van die grondwetsbepaling schrijft artikel 1, § 1 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen voor dat het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering niet alleen de bevoegdheden van de Vlaamse Gemeenschap, maar ook de bevoegdheden van het Vlaamse Gewest uitoefenen. De bijzondere wetgever wilde evenwel vermijden dat parlements- en regeringsleden die afkomstig zijn uit het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, zouden kunnen meebeslissen over aangelegenheden van het Vlaamse Gewest. Voor wat betreft de regeringsleden bepaalt artikel 76 van voormelde bijzondere wet van 8 augustus 1980 aldus wat volgt: “Wanneer de Vlaamse Regering beraadslaagt over de aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest behoren, heeft elk lid van de Vlaamse Regering dat zijn woonplaats heeft in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, slechts zitting met raadgevende stem”. Uit deze bijzondere wetsbepaling volgt dat het lid van de Vlaamse regering dat zijn woonplaats heeft in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad enkel gemeenschapsbevoegdheden kan uitoefenen en geen gewestbevoegdheden. Overeenkomstig artikel 69 van dezelfde bijzondere wet beraadslaagt de Vlaamse regering weliswaar collegiaal “Onverminderd de door haar toegestane delegaties” en luidens artikel 68 regelt zij X-9459-3/5 haar werkwijze, maar die laatste bepaling schrijft eveneens voor dat dit slechts kan geschieden “Onverminderd de bepalingen van deze wet”. 2.
- Er wordt niet betwist dat de Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Stedelijk Beleid, Huisvesting en Brusselse Aangelegenheden die het bestreden besluit heeft genomen, zijn woonplaats heeft in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Bijgevolg kan hij overeenkomstig artikel 76 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen enkel met raadgevende stem deelnemen aan de beraadslaging over aangelegenheden die, zoals de huisvesting, tot de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest behoren. De bestreden beslissing werd genomen zonder dat deze beperking van de bevoegdheden van het lid van de Vlaamse regering dat zijn woonplaats heeft in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad in acht werd genomen. Derhalve moet ambtshalve worden vastgesteld dat de Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Stedelijk Beleid, Huisvesting en Brusselse Aangelegenheden niet bevoegd was om het bestreden besluit te nemen. 2.
- In de laatste memorie werpt de verwerende partij op dat de zaak die werd afgedaan met het arrest nr. 90.226 van 16 oktober 2000 - waarnaar in het auditoraatsverslag wordt verwezen - zowel in de feiten als op juridisch vlak duidelijk verschilt van onderhavige zaak. De verwerende partij stelt dat de minister die krachtens het delegatiebesluit van de Vlaamse regering bevoegd was voor huisvesting, als enige bevoegd was om een besluit te nemen inzake het door de verzoekster ingestelde hoger beroep, dat de minister dan ook verplicht was om een besluit te nemen, dat indien de minister geen besluit had genomen men zich in een situatie van totale rechtsonzekerheid zou bevinden en dat er op dat ogenblik sprake zou zijn van rechtsweigering. 2.
- Indien het lid van de Vlaamse regering dat zijn woonplaats heeft in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad niet bij delegatie kan beslissen over een aangelegenheid die, zoals de huisvesting, tot de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest behoort, moet de Vlaamse regering collegiaal over deze aangelegenheid beslissen. In tegenstelling tot wat de verwerende partij aanvoert leidt de onbevoegdheid van het voormeld lid van de Vlaamse regering niet tot een situatie van totale rechtsonzekerheid, noch moet zij aanleiding geven tot rechtsweigering. X-9459-4/5 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van 29 februari 2000 van de Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Stedelijk Beleid, Huisvesting en Brusselse Aangelegenheden houdende ongeschikt- en onbewoonbaarverklaring, van de woning gelegen te 8434 Middelkerke, Duinenweg
- Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig juni 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. CLEMENT, staatsraad, S. DE TAEYE, staatsraad, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. R. STEVENS. X-9459-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.959 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div