← België

Arrest 184961 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 30/06/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.961 Rolnummer: A. 187653/X-13709 Zaak: Arrest 184961 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 30/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-11 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 08:20 Fiche Arrest nr 184.961 van 30 juni 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 184.961 van 30 juni 2008 in de zaak A. 187.653/X-13.

  1. In zake :
  2. Bart BECQUET,
  3. Ann PEETERS, die woonplaats kiezen bij advocaat C. GORIS, kantoor houdende te 3128 TREMELO, Baalsebaan 183 tegen : de gemeente HULSHOUT, die woonplaats kiest bij advocaten D. LINDEMANS en F. DE PRETER, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan
  4. tussenkomende partij : Tom VAN ESPEN, die woonplaats kiest bij advocaten N. DEVOS, G. VAN DEN EYNDE en S. CAUWENBERGHS, kantoor houdende te 2440 GEEL, Diestseweg
  5. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Bart BECQUET en Ann PEETERS op 27 maart 2008 hebben ingediend en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vorderen van het besluit van 28 januari 2008 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Hulshout, houdende afgifte van de stedenbouwkundige vergunning aan Tom VAN ESPEN en Els BERKERS om een eengezinswoning en een tuinberging op te richten aan de Booischotseweg 120 te Hulshout, kadastraal bekend sectie D, nr. 364/r; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-13.709-1/6 Gelet op de beschikking van 6 juni 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 juni 2008; Gehoord het verslag van staatsraad P LEFRANC; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. VAN HERCK, die loco advocaat C. GORIS verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat F. DE PRETER, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat S. CAUWENBERGHS, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  6. Rechtspleging. Met een verzoekschrift van 16 april 2008 heeft Tom VAN ESPEN gevraagd om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen.
  7. De feiten 2.
  8. De tussenkomende partij en Els BERKERS zijn eigenaars sedert oktober 2006 van een perceel bouwgrond van 780 m² groot, gelegen aan de Booischotseweg te Hulshout, tussen de huisnummers 118 en
  9. De verzoekende partijen zijn bewoner en eigenaar van de aanpalende woning op huisnummer 118, die werd opgetrokken met een bouwvergunning van
  10. Het huis staat aan de zijde van de eigendom van de tussenkomende partij op minder dan één meter vooraan en op ongeveer anderhalve meter achteraan van de perceelsgrens. 2.
  11. Tussen de partijen bestaat geen betwisting over het feit dat de bovenvermelde percelen volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij X-13.709-2/6 koninklijk besluit van 28 juli 1978 vastgestelde gewestplan Herentals-Mol gesitueerd zijn in het woongebied. Het bouwperceel is niet gelegen binnen een gebied waarvoor een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan of een behoorlijk vergunde, niet vervallen verkaveling bestaat. 2.
  12. De tussenkomende partij en Els BERKERS hebben reeds op 25 juni 2007 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Hulshout een stedenbouwkundige vergunning bekomen om op hun eigendom een eengezinswoning met tuinberging op te richten. Omdat deze vergunning evenwel gestoeld was op een bouwplan met een foutieve breedte van het perceel aan de straatzijde laten de tussenkomende partij en Els BERKERS de bouwplannen aanpassen conform een nieuwe opmeting door een landmeter-expert, en dienen zij een nieuwe stedenbouwkundige aanvraag in waarvoor op 21 januari 2008 door het gemeentebestuur een ontvangstbewijs wordt afgeleverd. 2.
  13. Met het bestreden besluit van 28 januari 2008 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Hulshout de gevraagde stedenbouwkundige vergunning.
  14. De ontvankelijkheid De door de tussenkomende partij opgeworpen exceptie zou slechts moeten worden onderzocht, indien de Raad van State tot de schorsing van de bestreden beslissing zou overgaan, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is.
  15. Beoordeling 4.
  16. Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging besluiten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. X-13.709-3/6 4.
  17. Wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft wordt vastgesteld dat luidens artikel 8, eerste lid, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, het enig verzoekschrift “een uiteenzetting (bevat) van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen”. Bij het beoordelen van deze schorsingsvoorwaarde kan dan ook alleen rekening worden gehouden met wat ter zake in het verzoekschrift werd aangevoerd en met de bij dat verzoekschrift gevoegde stukken. 4.
  18. De verzoekende partijen voeren in verband met de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit aan dat het bestreden besluit hen “nadeel (zal) berokkenen met betrekking tot haar lucht, licht, uitzicht, privacy en het rustige genot van haar eigendom en in ondergeschikte orde met betrekking tot de vermogenswaarde van hun eigendom”, dat “de bouwwerken ondertussen werden aangevat”, dat “elke onherstelbare schade (moet) worden vermeden”, dat “indien de constructie reeds zou zijn opgericht wanneer de aangevochten beslissing teniet wordt gedaan, (...) de eigenaar van de percelen immers rechtsmisbruik (zou) kunnen inroepen teneinde te ontsnappen aan de afbraak van de zonder bouwvergunning opgerichte constructie”. 4.
  19. De verwerende partij antwoordt dat “de omschrijving van de nadelen” door de verzoekende partijen “dermate algemeen (is) dat er op geen enkele wijze een bespreking van mogelijk is”. 4.
  20. De tussenkomende partijen betogen dat “verzoekers (...) geen gegevens aan(voeren) die er op wijzen dat er een ernstig nadeel zou zijn, a fortiori niet dat er een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zou zijn”. 4.
  21. De verzoekende partijen mogen zich in de uiteenzetting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dienen concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit enerzijds de ernst van het nadeel blijkt dat zij ondergaan of dreigen te ondergaan, hetgeen inhoudt dat zij concrete en precieze aanduidingen moeten verschaffen omtrent de aard en de omvang van het nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten X-13.709-4/6 akte kan berokkenen, én waaruit anderzijds het moeilijk te herstellen karakter van het nadeel blijkt. 4.
  22. Het enkele feit dat de vergunde woning zich in de dichte nabijheid van de woning van de verzoekende partijen zal situeren, toont op zich niet aan dat hierdoor voor de verzoekende partijen een ernstig nadeel ontstaat. De verzoekende partijen blijven in gebreke concreet uiteen te zetten op welke wijze de betrokken woning hun een ernstig nadeel kan berokkenen. De door de verzoekers gegeven uiteenzetting is te vaag en te algemeen om de Raad van State toe te laten tot het voorhanden zijn van een ernstig nadeel te kunnen besluiten. 4.
  23. Voorts kan de omstandigheid dat, zonder schorsing, de nietigverklaring onherroepelijk te laat zou komen, niet dienstig worden ingeroepen. Het rechtens vereiste nadeel moet immers voortvloeien uit de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing en niet uit de duur van de annulatieprocedure. Overigens tonen de verzoekende partijen -in voorkomend geval- niet de ernst aan van de beweerde “onherstelbare schade”. 4.
  24. Uit het vorenstaande blijkt dat niet is voldaan aan één van de door artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  25. Het verzoek tot tussenkomst van Tom VAN ESPEN wordt ingewilligd. Artikel
  26. De vordering tot schorsing wordt verworpen. X-13.709-5/6 Artikel
  27. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de tussenkomst wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig juni 2008, door : de H. P. LEFRANC, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEFRANC. X-13.709-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.961 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.001 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.