← België

Arrêt / Arrest 184965 - Divers (fonction publique) / Varia (openbaar ambt) - 30/06/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.965 Rolnummer: A. 161260/V-1713 Zaak: Arrêt / Arrest 184965 - Divers (fonction publique) / Varia (openbaar ambt) - 30/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-11 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-29 08:20 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 184.965 van 30 juni 2008 Openbaar ambt - Varia (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 184.965 van 30 juni 2008 A.161.260/V-1713 In zake: MATHIEU Jean-Marie, avenue Jules Lahaye 28 5620 Florennes, tegen: DE POST, die woonplaats kiest bij Mr. Chris VAN OLMEN, advocaat, Louizalaan 221 1050 Brussel. Tussenkomende partijen:

  1. CHABOTTAUX S.,
  2. PEIREMANS O.,
  3. BOENS E.,
  4. JANSSENS S.,
  5. CATRY P.,
  6. DEBUS M.,
  7. CREPIN C. die allen woonplaats kiezen bij Mr. Bruno LOMBAERT, advocaat, Louizalaan 106 1050 Brussel. ------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE RAAD VAN STATE, Ve KAMER, Gezien het op 25 maart 2005 ingediende verzoekschrift, waarbij Jean- Marie MATHIEU beroep aantekent "tegen de publicatie van de lijst van 28 februari 2005 van Afdeling 3.2.
  8. betreffende de benoemingen goedgekeurd met toepassing van de artikelen 27bis en 32bis van het vakbondsstatuut"; Gezien de op 2 september en 5 oktober 2005 ingediende verzoekschriften, waarbij S. CHABOTTAUX, M. DEBUS, C. CREPIN, P. CATRY, S. JANSSENS, E. BOENS en O. PEIREMANS vragen om als tussenkomende partijen te mogen optreden; V - 1713 -1/5 Gelet op de beschikkingen van 12 september en 20 december 2005, waarbij die tussenkomsten worden toegestaan; Gezien de regelmatig uitgewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien de memories van tussenkomst; Gezien het verslag van Mevr. BEECKMAN de CRAYLOO, eerste auditeur bij de Raad van State, opgemaakt op basis van artikel 12 van de algemene procedureregeling; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen, gezien de brief van 28 februari 2008, die geldt als laatste memorie van verzoeker, en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 21 mei 2008, waarvan aan de partijen kennis is gegeven en waarbij wordt bepaald dat de zaak voorkomt op de terechtzitting van 24 juni 2008 om 10.00 uur; Gehoord het verslag van Mevr. GEHLEN, staatsraad; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, van Mr. M. DEWAERSEGGER, loco Mr. Ch. VAN OLMEN, advocaat, die voor de verwerende partij verschijnt, en van Mr. P.-O. de BROUX, loco Mr. B. LOMBAERT, advocaat, die voor de tussenkomende partijen verschijnt; Gehoord het eensluidend advies van Mevr. BEECKMAN de CRAYLOO, eerste auditeur; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de volgende gegevens dienstig zijn voor het onderzoek van het beroep:
  9. Door middel van een nota van 28 februari 2005 heeft de verwerende partij de volgende mededeling verstuurd naar de leden van haar personeel: V - 1713 -2/5 " Goedgekeurde benoemingen In toepassing van de bepalingen van artikel 32bis van het Syndicaal Statuut, worden de hierna vermelde personeelsleden benoemd tot de overeenstemmende graad. naam en initialen van de Taal- Huidige toestand Nieuwe toestand voornamen groep PEIREMANS O.G.J.J. N E/A PSP rang 34 SECTIECHEF rang 24 JANSSENS S.F.A. N E/A PSP rang 34 SECTIECHEF rang 24 BOENS E.L.M. N E/A POSTMAN rang 44 OPSTELLER rang 20 CATRY P.G. N E/A PSP rang 34 SECTIECHEF rang 24 CHABOTTAUX S.V.N. F BUREAUCHEF rang 25 INSPECTEUR rang 10 DEBUS M.A.C. F OPSTELLER rang 20 SECTIECHEF rang 24 CREPIN C.H.F. F E/A PSP rang 34 SECTIECHEF rang 24 ".
  10. Op 5 maart 2005 heeft verzoeker het volgende bezwaarschrift gestuurd naar de diensten van de verwerende partij: " Onderwerp: bezwaarschrift naar aanleiding van de publicatie van uw lijst van 28 februari 2005 van Afdeling 3.2.
  11. betreffende de benoemingen die goedgekeurd zijn met toepassing van de artikelen 27bis et 32bis van het vakbondsstatuut. Op die datum voldeed ik nog altijd aan alle rechtspositionele en administratieve voorwaarden om benoemd te kunnen worden in het kader van het voornoemde vakbondsstatuut, en dit als blijk van erkenning van de diensten die ik heb geleverd gedurende de tien jaren dat ik het mandaat van sectorafgevaardigde heb vervuld, namelijk van 1985 tot 2 januari
  12. Ik verlang dat uw diensten een nota opmaken waarin mijn geval wordt uiteengezet, zodat deze zaak onder de aandacht kan worden gebracht van alle leden van de raad van bestuur met het oog op de regularisatie van mijn administratieve positie. Er blijkt immers dat ik als sectorafgevaardigde, met de graad van technisch opsteller, benoemd op 1 juli 1993, in aanmerking had moeten komen voor het medeslepingssysteem dat (...) destijds bestond. Iedereen is het erover eens dat De Post me had moeten uitnodigen voor een examen en op mij de medeslepingsregel van het vroegere systeem had moeten toepassen. Dat verzuim belemmert het verdere verloop van mijn loopbaan bij De Post. Ik voel me dan ook administratief benadeeld; ik meen dat ik de gelegenheid moet krijgen uitgebreid gehoord te worden door de bevoegde overheid, zoals in de procedure staat, en een automatische benoeming kan genieten in een andere graad die hoger is dan de mijne, aangezien ik een dadelijk, reëel en persoonlijk belang blijf hebben. (...)".
  13. Op 29 maart 2005 heeft de verwerende partij aan verzoeker het volgende geantwoord: " (...) Na onderzoek van de feiten die u aanhaalt, deel ik u mee dat de maatregelen vervat in het raamakkoord 2001-2004, art. 13, geen terugwerkende kracht hebben. V - 1713 -3/5 Bij het raamakkoord 2001-2004 is immers voorzien in verscheidene maatregelen die vervolgens ten uitvoer moesten worden gelegd, gelet op enerzijds de talrijke moeilijkheden waaraan de onderneming in de toekomst het hoofd zou moeten bieden om zich voor te bereiden op de vrijmaking van de Europese markt van de post, onder meer op het stuk van de flexibiliteit en de productiviteit, en anderzijds de taak die de representatieve vakorganisaties gedurende die kritieke periode moesten spelen tijdens de zeer talrijke overleg- of onderhandelingsrondes. (...)"; Overwegende dat verzoeker stelt dat zijn beroep gericht is tegen "de publicatie van de lijst van 28 februari 2005 van Afdeling 3.2.
  14. betreffende de benoemingen goedgekeurd met toepassing van de artikelen 27bis en 32bis van het vakbondsstatuut"; dat hij uitlegt dat hij "zich benadeeld acht en wenst dat zijn administratieve positie van vóór de datum waarop de onderneming ten aanzien van hem door verzuim de verkeerde beslissing heeft genomen, geregulariseerd wordt (...) en hij ten slotte net als de andere afgevaardigden eindelijk kan worden geregulariseerd door een automatische benoeming in een andere graad die hoger is dan de zijne (...)"; dat hij de Raad van State vraagt "dat (zijn) verzoekschrift ingewilligd wordt en dat dienovereenkomstig gelast wordt verzoekers administratieve positie weer in orde te brengen, zoals die had moeten zijn vóór deze toestand die ontstaan is door verzuim of gebrek aan informatie van de onderneming aangaande die medesleping"; dat in de memorie van wederantwoord staat "dat de aangevoerde middelen die steunen op niet- naleving van het recht op informatie en niet-naleving van de regelgeving die tussen 1985 en 1996 van toepassing was op bevordering in overtal door het medeslepingsmechanisme waarvoor vakbondsafgevaardigden in aanmerking kwamen totdat de huidige regeling is ingevoerd en waarvan verzoeker geen weet had, ontvankelijke middelen zijn"; Overwegende dat, zoals de verwerende partij en de tussenkomende partijen opmerken, de bevorderingen die op 4 februari 2005 aan de tussenkomende partijen zijn toegekend en die in de nota van 28 februari 2005 opgenomen zijn, geen enkel gevolg hebben voor de administratieve positie van verzoeker; dat de nietigverklaring van die bevorderingen verzoeker geen voordeel zou opleveren; Overwegende dat de eigenlijke strekking van het beroep bestaat in het verkrijgen door verzoeker van een bevordering bij medesleping wegens zijn werkzaamheden als vakbondsafgevaardigde bij DE POST tussen 1985 en 1996; dat de Raad van State niet bevoegd is om een regularisatie van verzoekers administratieve positie te bevelen of de verwerende partij te gelasten verzoeker bij medesleping te bevorderen; dat hij slechts bevoegd is om een administratieve handeling te vernietigen; V - 1713 -4/5 Overwegende dat uit de bovenstaande vaststellingen volgt dat het beroep niet-ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  15. Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
  16. De kosten, bepaald op 1050 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van de Ve kamer, op dertig juni tweeduizend acht door: de HH. ANDERSEN, eerste voorzitter van de Raad van State, L. HELLIN, kamervoorzitter, Mevr. S. GEHLEN, staatsraad, Mevr. M.-Chr. MALCORPS, griffier. De Griffier, De Eerste Voorzitter van de Raad van State, M.-Chr. MALCORPS. R. ANDERSEN. V - 1713 -5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.965 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.