id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.966 Rolnummer: A. 171171/V-1724 Zaak: Arrêt / Arrest 184966 - Divers (fonction publique) / Varia (openbaar ambt) - 30/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-11 Raadplegingen: 80 - laatst gezien 2026-06-29 08:20 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 184.966 van 30 juni 2008 Openbaar ambt - Varia (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 184.966 van 30 juni 2008 A. 171.171/V-1724 In zake: SCALAIS Charline, die woonplaats kiest bij het Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt, Lang-Levenstraat 27-29 1050 Brussel, tegen: het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen. Tussenkomende partij: JACOBY Willem, Edegemstraat 6B 3070 Kortenberg. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE RAAD VAN STATE, Ve KAMER, Gezien het op 20 maart 2006 ingediende verzoekschrift, waarbij Charline SCALAIS de nietigverklaring vordert van:
- "de beslissing waarbij de heren JACOBY, BAEYENS en VANHERK door verhoging in weddeschaal bevorderd zouden worden tot weddeschaal 22B";
- de impliciete weigering om verzoekster door verhoging in weddeschaal te bevorderen tot weddeschaal 22B; Gezien het op 24 augustus 2006 ingediende verzoekschrift, waarbij Willem JACOBY vraagt om als tussenkomende partij te mogen optreden; Gelet op de beschikking van 23 oktober 2006 waarbij die tussenkomst wordt toegestaan; V - 1724 - 1/8 Gezien de regelmatig uitgewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag van Mevr. BEECKMAN de CRAYLOO, eerste auditeur bij de Raad van State, opgemaakt op basis van artikel 12 van de algemene procedureregeling; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van verzoekster; Gelet op de beschikking van 21 mei 2008, waarvan aan de partijen kennis is gegeven en waarbij bepaald wordt dat de zaak voorkomt op de terechtzitting van 24 juni 2008 om 10.00 uur; Gehoord het verslag van Mevr. GEHLEN, staatsraad; Gehoord de opmerkingen van Mr. M. VAN DER MERCH, advocaat, die voor de verwerende partij verschijnt; Gehoord het advies van Mevr. BEECKMAN de CRAYLOO, eerste auditeur; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de volgende gegevens dienstig zijn voor het onderzoek van het beroep:
- Bij een nota van 5 oktober 2005 van de gedelegeerd bestuurder van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (afgekort als FAVV) worden de betrokken personeelsleden ervan in kennis gesteld dat besloten is om voor de graad van administratief assistent (niveau C) drie betrekkingen bezoldigd in weddeschaal 22B (betrekkingen in afbouw) vacant te verklaren en daarvoor een oproep tot gegadigden te doen met het oog op een bevordering met ingang van 1 december 2004 (twee betrekkingen) en met ingang van 1 februari 2005 (een betrekking). In de voormelde nota wordt aangegeven dat, voor zover betrekkingen vacant zijn, overeenkomstig artikel 223, § 6bis, van het koninklijk besluit van V - 1724 - 2/8 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de Rijksbesturen, bij voorrang voor een bevordering in weddeschaal tot weddeschaal 22B in aanmerking komen de ambtenaren die houder waren van de geschrapte graad van bestuurschef en geïntegreerd zijn in weddeschaal CA3 na verloop van 6 jaar en in de volgende orde van voorkeur: 1/ de ambtenaar het oudst in graad; 2/ bij gelijkheid van graadanciënniteit, de ambtenaar wiens dienstanciënniteit de grootste is; 3/ bij gelijkheid van dienstanciënniteit, de ambtenaar die het oudst is. Bij de nota gaat de volgende lijst van gegadigden die aan de reglementaire voorwaarden voldoen: " naam, graadan-ciënniteit (in de ex-graad dienst- geboorte- schaal taal voornaam van bestuurschef (rang 22)- anciënniteit datum weddeschaal 22A op 1.12.2004 en 1.2.2005
- JACOBY 01.11.1994 01/11/1978 05/01/1954 CA3 N Willem
- BAEYENS 01.02.1995 01/09/1978 02/05/1957 CA3 N Paul
- VANHERK 01.07.1996 01/02/1980 30/04/1959 CA3 N Francis (...) 01.01.1998 01/05/1985 06/05/1961 CA3 F
- SCALAIS Charline (...) ". In de nota wordt aangegeven dat de eerste drie van de rangschikking zullen worden voorgedragen voor bevordering:
- JACOBY Willem met ingang van 1 december 2004
- BAEYENS Paul met ingang van 1 december 2004
- VANHERK Francis met ingang van 1 februari
- In de nota wordt ten slotte vermeld dat binnen een termijn van tien werkdagen bij de gedelegeerd bestuurder een bezwaarschrift kan worden ingediend.
- Op 7 oktober 2005 richt verzoekster een bezwaarschrift aan de gedelegeerd bestuurder van het FAVV. Zij zet uiteen dat in de voormelde nota geen rekening wordt gehouden met omzendbrief nr. 438 van 29 juli 1996 van V - 1724 - 3/8 Ambtenarenzaken. Aangezien zij de enige Franstalige ambtenaar is die aan de reglementaire voorwaarden voldoet, is zij van oordeel dat zij noodzakelijkerwijze voor een van beide eerste bevorderingen voorgedragen moet worden.
- Op 27 oktober 2005 zendt de gedelegeerd bestuurder van het FAVV de volgende brief aan verzoekster: " (...) In verband met omzendbrief nr. 438 van Ambtenarenzaken waarnaar u verwijst, maak ik u er opmerkzaam op dat in het bericht betreffende de vacante betrekkingen van 5 oktober 2005, dat aan u is toegezonden, niet wordt aangegeven in welke dienst de betrekkingen moeten worden verleend. De drie betrekkingen zijn binnen het Agentschap open verklaard zonder onderscheid tussen de centrale diensten en de buitendiensten. Voorts zullen de voorgestelde bevorderingen in weddeschaal geen enkele invloed hebben op de taalkaders, aangezien ze geen wijziging meebrengen van de graad die de ambtenaren in kwestie bekleden. Er vindt dus geen overgang naar een hogere (taal)trap van de hiërarchie plaats. Om deze beide redenen, zowel in de centrale diensten als in de buitendiensten en zelfde trap van de hiërarchie, kan de verwijzing naar het taalkader dan ook niet in aanmerking worden genomen. (...)".
- Bij een aan de gedelegeerd bestuurder van het FAVV gerichte brief van 13 december 2005 betwist verzoekster de interpretatie van de taalwetten die door zijn diensten is gegeven door uiteen te zetten dat "extreem gesteld men tot de absurde situatie zou kunnen komen dat meer dan 90% van de werkelijke bezetting ambtenaren van dezelfde taalrol zijn, terwijl het doel van de taalwetten er net in bestaat zulke abnormale toestanden te vermijden in een dienst (...) die federaal is."
- In een aan verzoekster gerichte brief van 3 januari 2006 deelt de gedelegeerd bestuurder van het FAVV mee dat hij bij zijn standpunt blijft.
- Bij een brief van 1 maart 2006 vraagt verzoekster aan de gedelegeerd bestuurder van het FAVV of de bevorderingen verleend zijn en om, in bevestigend geval, haar een kopie over te zenden van de benoemingsakten en de daarbij horende motiveringen.
- Bij een aangetekende brief van 22 maart 2006, dus na het instellen van het beroep, deelt de gedelegeerd bestuurder van het FAVV met toepassing van artikel 61 van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het Rijkspersoneel aan verzoekster mee dat Willem JACOBY en Paul BAEYENS met ingang van 1 december 2004 bevorderd zijn en dat Francis V - 1724 - 4/8 VANHERK met ingang van 1 februari 2005 bevorderd is, telkens bij een besluit van de gedelegeerd bestuurder van 3 januari
- In de voormelde brief wordt gesteld dat de bevorderingen in weddeschaal in niveau C niet bekendgemaakt worden en dat alleen de ambtenaren in kwestie een kopie ontvangen hebben van hun bevorderingsbesluit. De motiveringen zijn meegedeeld in de voornoemde nota van 5 oktober
- Het gaat om bevorderingen waarvoor niet vereist is dat de betrokkene voor een selectie slaagt en die verleend worden in de volgorde van voorkeur waarin de regelgeving voorziet, namelijk bij voorrang artikel 223, § 6bis, vervolgens artikel 223, § 6, van het voornoemde koninklijk besluit van 5 september 2002; Overwegende dat de verwerende partij aanvoert dat de eerste bestreden handeling op zich niet bestaat, aangezien niet één maar twee beslissingen genomen zijn op 3 januari 2006; dat zij daaruit afleidt dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens ontstentenis van onderwerp; Overwegende dat het verzoekschrift betrekking heeft op de beslissingen tot bevordering van Willem JACOBY, Paul BAEYENS en Francis VANHERK door verhoging in weddeschaal tot weddeschaal 22B; dat die bevorderingen het resultaat zijn van een en dezelfde procedure (vacantverklaring, oproep tot de gegadigden, rangschikking, datum van uitvaardiging van de beslissingen, motiveringen) en dat de middelen die aangevoerd worden tot staving van het verzoekschrift evenzo de drie betrokken bevorderingen betreffen en dat een afzonderlijk onderzoek van elk van die beslissingen niet noodzakelijk is, welke beslissingen dan ook als verknocht kunnen worden beschouwd en konden worden bestreden met een enkel verzoekschrift; dat de exceptie niet wordt aangenomen; Overwegende dat de verwerende partij een tweede exceptie opwerpt, die betrekking heeft op de tweede bestreden handeling, namelijk de impliciete weigering om verzoekster door verhoging in weddeschaal te bevorderen tot weddeschaal 22B; dat zij aanvoert dat er geen verknochtheid is met de handelingen die het eerste voorwerp van het beroep uitmaken; Overwegende dat deze exceptie verband houdt met de gegrondheid van het tweede middel, waarin verzoekster betoogt dat zij voorrang had boven de bevorderde gegadigden; V - 1724 - 5/8 Overwegende dat verzoekster een eerste middel ontleent aan de onwettigheid van de taalkaders van het FAVV; dat zij vaststelt dat in het koninklijk besluit dat die taalkaders vastlegt de betrekkingen van de vierde trap van de hiërarchie van het hoofdbestuur verdeeld worden naar rato van 58 % voor het Nederlandse taalkader en 42 % voor het Franse taalkader; dat volgens haar uit niets blijkt dat deze verdeling het resultaat is van een werkelijk onderzoek van het aantal zaken en van het aandeel dat het Nederlandse en het Franse taalgebied in elke dienst respectievelijk hebben; dat zij daaruit afleidt dat dat koninklijk besluit niet mag worden toegepast door de Raad van State; Overwegende dat uit het administratief dossier blijkt dat, zoals de verwerende partij gesteld heeft, de kwestieuze taalkaders vastgesteld zijn nadat de daarvoor voorgeschreven administratieve procedure is gevolgd; dat de verwerende partij aan de Vaste Commissie voor Taaltoezicht een volledig dossier heeft overgezonden met een beschrijving van de opdrachten, taken en doelstellingen van het Agentschap, een beschrijving van de structuur ervan met vermelding van het aantal personeelsleden per onderafdeling en een overzicht van de werkzaamheden, zowel wat de concipiëring als wat de uitvoering betreft, rekening houdend met het aantal betrekkingen dat daarvoor bestemd is, samen met cijfergegevens betreffende het zaakaanbod van de Franstaligen en van de Nederlandstaligen; dat nadat de Vaste Commissie voor Taaltoezicht aanvullende inlichtingen gevraagd en verkregen heeft, deze een gunstig advies heeft uitgebracht met betrekking tot de graden 3 tot 5; dat het middel niet gegrond is; dat verzoekster in de memorie van wederantwoord en in de laatste memorie er overigens niet nader op ingaat; Overwegende dat verzoekster een tweede middel ontleent aan de schending van artikel 43, § 3, van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken en van omzendbrief nr. 438 van 29 juli 1996 betreffende de verdeling van de betrekkingen die met bepaalde weddeschalen bezoldigd zijn; dat zij betoogt dat de begunstigden van de bestreden bevorderingen alle drie tot het Nederlandse taalkader behoren; dat nadat zij nog eens de inhoud aangegeven heeft van de genoemde bepaling en omzendbrief, alsook van artikel 1 van het ministerieel besluit van 8 april 2003 tot vaststelling van het personeelsplan van het FAVV - waarin, volgens haar, geen enkel onderscheid gemaakt wordt tussen de centrale diensten en de uitvoeringsdiensten -, verzoekster stelt dat "de verwerende partij (...) dan ook verplicht (was) om van de drie bevorderde personen ten minste één personeelslid van het Franse taalkader te bevorderen"; dat zij in haar memorie van wederantwoord daaraan toevoegt dat ook al geschieden de bevorderingen op eenzelfde trap van de hiërarchie, niet voorbijgegaan kan worden aan het feit dat in V - 1724 - 6/8 de toegepaste regelgeving voorzien wordt in voorrang voor ambtenaren die voordien taken vervulden die verband hielden met andere graden en die thans taken vervullen die verband houden met dezelfde graad, maar waaraan een verschillend gewicht kan worden gehecht; dat zij in haar laatste memorie verwijst naar haar verzoekschrift en zich gedraagt aan de wijsheid van de Raad van State; Overwegende dat krachtens de artikelen 1, § 1, 16/, en 3, § 1, 5/, van het koninklijk besluit van 8 januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut, de bevordering tot weddeschaal 22B bij het FAVV geregeld wordt door artikel 223, § 6bis, van het koninklijk besluit van 5 september 2002 houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren in de Rijksbesturen, dat luidt als volgt: " De rijksambtenaren die houder zijn van de geschrapte graad van bestuurschef (22A) of hoofdtechnicus (22A) die, overeenkomstig bijlage 6 van onderhavig besluit, geïntegreerd worden in weddenschaal CA3 of CT3 verkrijgen bij voorrang op de in § 6 bedoelde ambtenaren na 6 jaar de weddenschaal 22B, opgenomen in bijlage 7 van onderhavig besluit, binnen de grenzen van de vacante betrekkingen van deze schaal en in de volgende orde van voorkeur: 1° de rijksambtenaar het oudst in graad; 2° bij gelijkheid van graadanciënniteit, de rijksambtenaar waarvan de dienstanciënniteit de grootste is; 3° bij gelijkheid van dienstanciënniteit, de rijksambtenaar die het oudst is. Hun graadanciënniteit wordt in aanmerking genomen voor de berekening van deze periode van 6 jaar"; Overwegende dat uit deze bepaling voortvloeit dat de volgorde waarin de bevorderingen door verhoging in weddeschaal dienen te geschieden op dwingende wijze geregeld is en dat de bevoegdheid van de overheid gebonden is; dat de bestreden bevorderingen zijn toegekend overeenkomstig deze bepaling die van toepassing is op alle personeelsleden van het FAVV; dat noch de letter, noch de geest van artikel 43, § 3, van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken daaraan in de weg stonden, aangezien de begunstigden van die bevorderingen daardoor niet een betrekking verkregen hebben van een groter gewicht en daar de verdeling van de betrekkingen in de desbetreffende graad van de hiërarchie onveranderd is gebleven; dat het middel niet wordt aangenomen, B E S L U I T: Artikel
- Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. V - 1724 - 7/8 Artikel
- De kosten, bepaald op 300 euro, komen ten laste van verzoekster. Aldus uitgesproken te Brussel in openbare terechtzitting van de Ve kamer, op dertig juni tweeduizend acht, door: de HH. R. ANDERSEN, eerste voorzitter van de Raad van State, L. HELLIN, kamervoorzitter, Mevr. S. GEHLEN, staatsraad, Mevr. M.-Chr. MALCORPS, griffier. De Griffier, De Eerste Voorzitter van de Raad van State, M.-Chr. MALCORPS. R. ANDERSEN. V - 1724 - 8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.966 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div