id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 juli 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.064 Rolnummer: A. 187705/X-13716 Zaak: Arrest 185064 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 01/07/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-14 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 08:20 Fiche Arrest nr 185.064 van 1 juli 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 185.064 van 1 juli 2008 in de zaak A. 187.705/X-13.
- In zake :
- Marc REUSEN,
- Peter VANHEUSDEN, die woonplaats kiezen bij advocaat P. VERPOORTEN, kantoor houdende te 3945 OOSTHAM, Heldenplein 42 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Marc REUSEN en Peter VANHEUSDEN op 28 maart 2008 hebben ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vorderen van het besluit van de Vlaamse regering van 11 januari 2008 houdende definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Specifiek regionaal bedrijventerrein voor transport, distributie en logistiek “Genenbos”, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 30 januari 2008; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 6 juni 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 juni 2008; Gehoord het verslag van staatsraad P. LEFRANC; X-13.716-1/7 Gehoord de opmerkingen van advocaat P. VERPOORTEN, die verschijnt voor de verzoekers, en van advocaat I. BOCKSTAELE, die loco advocaat P. AERTS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De feiten
- Verzoekers wonen beiden in de woonkern “Genebos”. Ten zuiden van deze woonkern ligt het plangebied van het bestreden besluit. 1.
- Het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor het gebied “Genenbos” te Ham en Tessenderlo is opgemaakt in uitvoering van de beslissing van de Vlaamse regering van 23 april 2004 betreffende de nadere uitwerking van het Economisch Netwerk Albertkanaal ter uitvoering van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Het plan behelst de inrichting van een nieuw bedrijventerrein met een oppervlakte van ongeveer 36 ha. Het plangebied situeert zich ten westen van het bedrijventerrein Ravenshout dat grenst aan het Albertkanaal. Het gebied is gelegen langsheen de E313 aan het op-en afrittencomplex van de E313 -Tessenderlo N
- De zone wordt doorsneden door de N
- Het noordelijke deel ligt voornamelijk op grondgebied van de gemeente Ham. Het zuidelijke deel en de beekvallei, langsheen de bestaande Grote Beek, liggen op grondgebied van de gemeente Tessenderlo. Ten noorden van het plangebied wordt de residentiële bebouwing Genenbos gescheiden van de ontwikkelingen in het plangebied door een gordel met bebossing. een recreatieve zone en een KMO-zone. Ten zuiden bevinden zich de woonlinten van Terlaak, als uitlopers van de woonkern van Hulst die in het westen van het plangebied, aan de overzijde van de E313 is gesitueerd. De vallei van de Grote Beek doorsnijdt het plangebied. De Grote Beek is gesitueerd palend aan de N73 in het noorden ervan en betreft een onbevaarbare waterloop van 2de categorie, die in het ruimtelijk structuurplan van de provincie Limburg is geselecteerd als natte natuurverbinding. X-13.716-2/7 Het terrein Genenbos wordt ontwikkeld als een duurzaam en specifiek regionaal bedrijventerrein voor transport, distributie en logistiek. Volgende hoofdactiviteiten worden toegelaten in het plangebied: - op- en overslag, voorraadbeheer, groepage, fysieke distributie en logistiek - ondersteunende dienstverlenende bedrijven gericht op transport, distributie en logistiek. 1.
- Het voorontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Specifiek regionaal bedrijventerrein voor transport, distributie en logistiek “Genenbos” te Ham en Tessenderlo wordt voorgelegd op de plenaire vergadering van 8 december
- 1.
- Bij besluit van de Vlaamse regering van 2 maart 2007 wordt het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Specifiek regionaal bedrijventerrein voor transport, distributie en logistiek “Genenbos” voorlopig vastgesteld. 1.
- Ter gelegenheid van het openbaar onderzoek, georganiseerd van 2 april tot en met 31 mei 2007 worden 43 bezwaarschriften ingediend, onder meer door Natuurpunt Ham dat door VLACORO laattijdig wordt bevonden. 1.
- Op 17 september 2007 adviseert VLACORO het ontwerp van GRUP gunstig “mits rekening wordt gehouden met bovenstaande opmerkingen en voorwaarden” : “VLACORO vraagt dat de Vlaamse regering in de overwegingen van haar beslissing voldoende zou motiveren waarom bepaalde procedures al dan niet worden gevolgd. Meer klaarheid omtrent het toepassingsveld van de MER is volgens VLACORO aan de orde. VLACORO is van mening dat zij niet in de plaats kan treden van de bevoegde overheden die moeten oordelen over inhoudelijke materies, in casu de MER-plicht, waarvoor zij bevoegd zijn. Zij gaan er aldus van uit dat ten aanzien van mens en milieu de nodige maatregelen om negatieve effecten te vermijden, kunnen worden genomen zonder het project totaal te schrappen of dit op een andere plaats uit te voeren”. 1.
- De plan-MER-studie voor het Economisch Netwerk Albertkanaal is intussen opgestart. In het kader van deze studie is een onderzoek gedaan naar de plan-MER-plicht en naar de aanzienlijke milieueffecten van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Specifiek regionaal bedrijventerrein voor transport, distributie en logistiek “Genenbos” te Ham en Tessenderlo. X-13.716-3/7 De screeningsnota concludeert als volgt: “(...) CONCLUSIE Rekening houdende met voornoemde resultaten van de screening en het onderzoek naar aanzienlijke milieueffecten, wordt gesteld dat er mits het voorzien van de in het plan voorgestelde maatregelen, mogelijks optredende milieueffecten op dergelijke wijze kunnen beperkt worden dat de ontwikkeling van het voorgestelde bedrijventerrein vanuit milieuoogpunt als aanvaardbaar beschouwd kan worden, met andere woorden geen aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden. Het plan wordt dus beschouwd als niet plan-MER plichtig”. 1.
- Op 20 december 2007 brengt de Raad van State, afdeling wetgeving, advies uit. 1.
- Bij het bestreden besluit van de Vlaamse regering van 11 januari 2008 wordt het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Specifiek regionaal bedrijventerrein voor transport, distributie en logistiek “Genenbos” definitief vastgesteld. Het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 30 januari
- Beoordeling 2.
- Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging besluiten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 2.
- Wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft wordt vastgesteld dat luidens artikel 8, eerste lid, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, het enig verzoekschrift “een uiteenzetting (bevat) van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen”. Uit deze bepaling volgt dat een verzoeker in zijn verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat hij X-13.716-4/7 ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan. De verzoeker mag zich daarbij niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dient integendeel zeer concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit blijkt dat hij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of dreigt te ondergaan. Uit deze bepaling volgt dat een verzoeker in zijn verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat hij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan. De verzoeker mag zich daarbij niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dient integendeel zeer concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit blijkt dat hij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of dreigt te ondergaan. Bij het beoordelen van deze schorsingsvoorwaarde kan alleen rekening worden gehouden met wat ter zake in het verzoekschrift werd aangevoerd en met de bij dat verzoekschrift gevoegde stukken. 2.
- De verzoekende partijen voeren in verband met de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit aan wat volgt: “Verzoekers vrezen een ernstige daling van hun levenskwaliteit door de inplanting van firma’s voor transport, logistiek en distributie die mogelijk gemaakt wordt door het GRUP Genebos. Deze firma’s zullen een zekere hinder veroorzaken ten aanzien van de omwonenden. Deze hinder is er op dit ogenblik niet door de agrarische exploitatie van het betrokken gebied. Dit is uiteraard een ernstige hinder ten aanzien van het privéleven van verzoekers, die onmogelijk hersteld kan worden eens de plannen uitgevoerd zouden worden. Herstel kan in geval van uitvoering immers uitsluitend bij equivalent, doch dit is morele schade, die vaak slechts op symbolische wijze het aangedane nadeel tracht te herstellen”. 2.
- De verwerende partij repliceert wat volgt: “
- Naast het aanduiden van de middelen dienen verzoekende partijen voor het bekomen van een schorsing concrete feiten uiteen te zetten die aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing hen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Verzoekende partijen mogen zich hierbij niet beperken tot het weergeven van vaagheden en algemeenheden, maar moeten concrete gegevens aanbrengen die erop wijzen welke persoonlijk moeilijk te herstellen ernstig nadeel hij precies ondergaat of dreigt te ondergaan. Verzoekende partijen dienen precieze en concrete aanduidingen te verschaffen omtrent de aard en de omvang van het nadeel. X-13.716-5/7 Verzoekende partijen beperken zich evenwel in het verzoekschrift tot schorsing tot een loutere boutade. Verzoekende partijen ‘vrezen een ernstige daling van hun levenskwaliteit’. Nergens wordt deze vrees op concrete en individuele wijze ingevuld. Er wordt ook geen enkel onderscheid gemaakt tussen beide verzoekende partijen. Er wordt dan ook duidelijk geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel in hoofde van verzoekende partijen aangetoond”. 2.
- De verzoekers houden het in hun verzoekschrift op de vrees voor een ernstige daling van hun levenskwaliteit en een zekere hinder ten aanzien van het privé-leven die er met de huidige landbouwexploitatie van het gebied niet is. De verzoekers beperken zich tot loutere affirmaties zonder verdere toelichting. Het betoog van de verzoekers is aldus vaag en algemeen. Het bevat geen concrete gegevens of overtuigende argumenten waaruit zou kunnen blijken dat de opgeworpen nadelen rechtstreeks voortvloeien uit de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit en persoonlijk, ernstig en moeilijk te herstellen zijn. 2.
- Uit het vorenstaande blijkt dat niet is voldaan aan één van de door artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. X-13.716-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op een juli 2008, door : de H. P. LEFRANC, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEFRANC. X-13.716-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.064 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.437 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div