id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 juli 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.065 Rolnummer: A. 187566/X-13700 Zaak: Arrest 185065 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 01/07/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-14 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 08:20 Fiche Arrest nr 185.065 van 1 juli 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 185.065 van 1 juli 2008 in de zaak A. 187.566/X-13.
- In zake :
- Ivo DILLEN,
- Marleen MARINI,
- de n.v. BRANDSTOFFEN DILLEN Ivo, die woonplaats kiezen bij advocaat D. VAN COPPENOLLE, kantoor houdende te 3520 ZONHOVEN, Beverzakbroekweg
- tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat C. LEMACHE, kantoor houdende te 3800 SINT-TRUIDEN, Tongersesteenweg
- tussenkomende partij : de gemeente MAASMECHELEN. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Ivo DILLEN, Marleen MARINI en de n.v. BRANDSTOFFEN DILLEN Ivo op 20 maart 2008 hebben ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vorderen van het besluit van 11 december 2007 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar waarbij aan de gemeente Maasmechelen de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het herinrichten van de Zetellaan (fase 2); Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 27 mei 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 juni 2008; X-13.700-1/7 Gehoord het verslag van staatsraad P. LEFRANC; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. VAN COPPENOLLE, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat K. DAENEN, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Rechtspleging. Met een verzoekschrift van 11 april 2008 heeft de gemeente Maasmechelen gevraagd om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen.
- De feiten 2.
- Op 13 september 2007 vraagt de gemeente Maasmechelen aan de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar de stedenbouwkundige vergunning voor de “heraanleg van de Franse Tuin en nabije omgeving op het voormalige mijnterrein van Eisden. Fase 2: Herinrichting Zetellaan”. Het voorwerp van de aanvraag wordt als volgt omschreven in het bestreden besluit : “Voorwerp van de aanvraag Het project voorziet in de herinrichting van de Zetellaan, waarbij de laan over een afstand van ongeveer 150m wordt verplaatst om ze beter te laten aansluiten op de bestaande rotonde. Ook andere lokale wegenis wordt beter aangesloten op de rotonde. Momenteel loopt het bestaande tracé van de Zetellaan langs de bestaande rotonde ter hoogte van de toegangsweg naar Leisure Valley door. Om de nieuwe aansluiting van de Zetellaan op de rotonde te realiseren moeten enkele bomen gerooid worden. Om een oplossing te bieden aan de onveilige aansluiting van de Zetellaan op de rotonde wordt de Zetellaan omgebogen zodat deze centraal aansluit op de bestaande rotonde. De aansluitingen houden rekening met de manoeuvreerruimte die grotere voertuigen vereisen. X-13.700-2/7 De aansluiting wordt volledig gerealiseerd op gronden die eigendom zijn van de gemeente. Tussen de bestaande rotondes gebeurt de herinrichting op zodanige wijze dat dit gebied voor gemotoriseerd verkeer afgesloten wordt, enkel lijnbussen hebben hier nog toegang. De fietsers en voetgangers kunnen zich vrij bewegen in dit gedeelte. Op het noordelijk gelegen gedeelte van de Zetellaan wordt nog een bijkomend verhoogd plateau aangelegd om de snelheid van het gemotoriseerd verkeer af te remmen. Langs de nieuwe aansluiting van de Zetellaan, naar de bestaande rotonde, worden bomen aangeplant zodat het dreefeffect bewaard blijft. Ter hoogte van de rotonde zullen hagen het geheel afschermen. De afgestorven bomen worden vervangen door bomen van eenzelfde soort zodat terug het laaneffect gecreëerd wordt”. 2.
- De bouwplaats is volgens het bij koninklijk besluit van 1 september 1980 vastgestelde gewestplan Limburgs Maasland gelegen in een gebied voor ambachtelijke bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen, uitbreidingsgebied voor stedelijke functies en bufferzones. Het is tevens gelegen in een “zone voor wegenis, bufferzone met boulevardallure, zone voor mainstreet” volgens het bij ministerieel besluit van 15 april 1999 goedgekeurd bijzondere plan van aanleg “uitbreidingszone voor stedelijke functie”. 2.
- Tijdens het openbaar onderzoek, dat gehouden wordt van 21 mei tot en met 20 juni dienen de verzoekende partijen bezwaar in. Samengevat wordt daarin gesteld dat de vlotte bereikbaarheid naar het tankstation van de verzoekende partijen in het gedrang komt door de geplande werken. 2.
- Op 7 september 2007 brengt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Maasmechelen een gunstig advies uit. Het specifiek bezwaar van de verzoekende partijen wordt als volgt verworpen : “
- bezwaarindiener kan overigens ook niet voorhouden dat gelet op de tussenkomst van het arrest van 6 maart 2007 vanwege de Raad van State (nr. 168.555) er in het kader van de huidig geplande infrastructuurwerken sprake zou zijn van een gewijzigde wettelijke context, quod non, en er alzo versterkt rekening zou moeten gehouden worden met de dadingsovereenkomst afgesloten tussen bezwaarindiener en de gemeente Maasmechelen, waarvan kopie in bijlage. Het spreekt voor zich dat de gemeente Maasmechelen gehouden is tot eerbiediging van de dading, doch tegelijk dient opgemerkt te worden dat bezwaarindiener niet meer rechten kan putten uit deze dading dan hetgeen hierin is vervat. X-13.700-3/7 Inzonderheid heeft bezwaarindiener uitdrukkelijk afstand gedaan van de beslechting van het geschil, zoals gewezen bij arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen rechtdoende in burgerlijke zaken, uitgesproken op 22 januari 2002 (gekend onder nummer 2001/RK/235); derhalve is de gemeente Maasmechelen niet langer gehouden tot het geheel openhouden van de Zetellaan en tot het toelaten van alle normaal verkeer op de Zetellaan, evenals alle toegangswegen van en naar de Zetellaan . De gemeente Maasmechelen werd uitdrukkelijk gemachtigd tot het gedeeltelijk verkeersvrij maken van de Zetellaan conform bijgevoegd plan, alsook tot alle noodzakelijke en nuttige wegwerkzaamheden ter plaatse. Bezwaarindiener deed uitdrukkelijk afstand van de haar toegekende dwangsom. De gemeente Maasmechelen verbond zich jegens bezwaarindiener tot het garanderen van de normale bereikbaarheid van het kwestieuze tankstation voor de gemotoriseerde weggebruiker en tot het behoud van de aangelegde bypass, beide verplichtingen uit te voeren tot aan het verstrijken van de exploitatie- en milieuvergunningen van laatstgenoemde. Dat bezwaarindiener aldus dient rekening te houden met deze bijzondere verkeerssituatie op de Zetellaan, waarmee hij zich akkoord verklaarde, alsook met alle ter plaatse nuttige en noodzakelijke wegwerkzaamheden. Het is dan ook verkeerdelijk te stellen dat de geplande infrastructuurwerken het verkeer van het tankstation van bezwaarindiener zouden afleiden. Dat de doorstroming van verkeer op de Zetellaan deels wordt doorbroken was bezwaarindiener bekend gezien zijn instemming met het gedeeltelijk verkeersvrij maken van deze weg, doch uit niets blijkt en dit wordt ook niet geconcretiseerd door bezwaarindiener, dat de gegarandeerde bereikbaarheid van het tankstation door deze werken in het gedrang komt. Bezwaarindiener blijft met zijn tankstation grenzen aan de openbare weg en dit tankstation is ook na de uitvoering der geplande werken vlot toegankelijk voor de gemotoriseerde weggebruiker. Het verkeer dat vanaf het (rond) punt naar Maasmechelen Village wil rijden passeert nog steeds langs het betreffende tankstation. Het tankstation van bezwaarindiener grenst aan ‘een’ afslag van het rond punt en kan dus ook gemakkelijk bereikt worden voor de weggebruikers die niet zinnens zijn een bezoek te brengen aan Maasmechelen Village. Er is wel degelijk een gegarandeerde bereikbaarheid vervuld. Vanuit verkeerstechnische en stedenbouwkundige perspectieven is een aansluiting van het tankstation op het rond punt zelf niet haalbaar: m.a.w. men rijdt het ter plaatse gelegen (rond) punt op en af via de aanwezige ‘afslagen’. De kwalitatieve uitbouw van bedoeld tankstation komt met de geplande infrastructuurwerken dan ook niet in het gedrang. Het ingediende bezwaar dient als ongegrond te worden afgewezen”. 2.
- Op 11 december 2007 wordt de thans bestreden beslissing genomen.
- De ontvankelijkheid De ontvankelijkheid van de vordering zou slechts moeten worden onderzocht, indien de Raad van State tot de schorsing van de bestreden beslissing zou overgaan, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. X-13.700-4/7
- Beoordeling 4.
- Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging besluiten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 4.
- Wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft wordt vastgesteld dat luidens artikel 8, eerste lid, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, het enig verzoekschrift “een uiteenzetting (bevat) van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen”. Bij het beoordelen van deze schorsingsvoorwaarde kan dan ook alleen rekening worden gehouden met wat ter zake in het verzoekschrift werd aangevoerd en met de bij dat verzoekschrift gevoegde stukken. 4.
- Onder de hoofding “
- TEN AANZIEN VAN HET MOEILIJK TE HERSTELLEN ERNSTIG NADEEL” zetten de verzoekende partijen op een zeer omstandige wijze uiteen dat het bestreden besluit tot gevolg heeft dat “de bereikbaarheid van het tankstation voor het doorgaand verkeer (...) niet langer gegarandeerd (is)” omdat “het verkeer (wordt) afgeleid” waardoor “het inkomstenverlies (...) thans een permanent verlies (zal) zijn” terwijl “het (...) geen betoog (behoeft) dat een tankstation om omzet te kunnen realiseren een vlotte en normale bereikbaarheid moet hebben”. 4.
- De verwerende partij repliceert dat de “verzoekers zich er toe (beperken) hun nadeel te omschrijven als een zuiver financieel nadeel” dat “in principe niet moeilijk te herstellen is, tenzij bijzondere redenen worden aangevoerd waaruit blijkt dat dit wel het geval is”, voorts dat “in casu (...) er van een bedreiging van de economische overleving van het benzinestation geen enkele sprake (is)”, “het aangevoerde financieel nadeel (...) alleszins niet concreet onderbouwd (is)” en “louter hypothetisch (is)” en dat “verzoekende partijen (zich) beperken (...) tot beweringen, gissingen, insinuaties, vaagheden en algemeenheden, terwijl zij X-13.700-5/7 concrete gegevens moeten aanreiken waaruit blijkt dat zij een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel dreigen te ondergaan”. 4.
- De tussenkomende partij antwoordt dat “verzoekers hun zogenaamd financieel nadeel ten gene dele aantonen (,) dat een puur financieel nadeel in principe niet moeilijk te herstellen is, tenzij bijzondere redenen worden aangevoerd”, “verzoekers niet aan(tonen) dat er sprake is van een bedreiging van de economische overleving van hun benzinestation” en “verzoekers (...) hun argumentatie (beperken) tot onjuistheden, gissingen en algemeenheden en (...) in gebreke (blijven) enig concreet, ernstig en niet te herstellen nadeel aan te tonen”. 4.
- De verwerende en tussenkomende partijen betogen op goede gronden enerzijds dat de verzoekende partijen zich ter verantwoording van het naar het recht vereiste moeilijk te herstellen ernstig nadeel, enkel beroepen op een omzet- en dus inkomstenverlies, zijnde een financieel nadeel. En anderzijds dat de verzoekende partijen niet alleen de ernst van het ingeroepen nadeel maar evenmin het moeilijk te herstellen karakter van dit nadeel concreet maken. 4.
- Er is bijgevolg niet voldaan aan één van de bij artikel 17, §2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de gemeente Maasmechelen wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. X-13.700-6/7 Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de tussenkomst wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op een juli 2008, door : de H. P. LEFRANC, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEFRANC. X-13.700-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.065 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.707 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div