← België

Arrest 185067 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 01/07/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 juli 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.067 Rolnummer: A. 187514/X-13696 Zaak: Arrest 185067 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 01/07/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-14 Raadplegingen: 85 - laatst gezien 2026-06-29 08:21 Versie(s): Vertaling FR Fiche Arrest nr 185.067 van 1 juli 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Tussenkomst geweigerd Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 185.067 van 1 juli 2008 in de zaak A. 187.514/X-13.

  1. In zake :
  2. Myriam VAN der GOTEN,
  3. de n.v. INOCO, die woonplaats kiezen bij advocaat P. BOUTS, kantoor houdende te 3700 TONGEREN, Sint-Catherinastraat 54 tegen :
  4. de stad HASSELT, die woonplaats kiest bij advocaat H. LAMON, kantoor houdende te 3500 HASSELT, de Schiervellaan 23,
  5. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat L. DEHAESE, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Luikersteenweg
  6. tussenkomende partijen :
  7. de n.v. PROJECT GROUP HERMIBOUW,
  8. de n.v. INVESTMENTS CORPORATION BELGIUM 2, die woonplaats kiezen bij advocaten W. MERTENS en A. BEELEN, kantoor houdende te 3580 BERINGEN, Scheigoorstraat
  9. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Myriam VAN der GOTEN en de n.v. INOCO op 7 maart 2008 hebben ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vorderen van het besluit van 20 december 2007 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Hasselt houdende afgifte van de stedenbouwkundige vergunning onder voorwaarden aan de n.v. PROJECT GROUP HERMIBOUW voor “het bouwen van 2 appartementsgebouwen: blok 3, zijnde 18 wooneenheden en blok 4, zijnde 14 wooneenheden, inclusief autostalling in souterrain” aan de Hefveldstraat te Hasselt, kadastraal bekend sectie E, nrs. 136/d en 137/c; X-13.696-1/11 Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 27 mei 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 juni 2008; Gehoord het verslag van staatsraad P. LEFRANC; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. WAUTERS, die loco advocaat P. BOUTS verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat H. LAMON, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, van advocaat J. BOURRY, die loco advocaat L. DEHAESE verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van advocaat W. MERTENS, die verschijnt voor de tussenkomende partijen; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  10. De rechtspleging 1.
  11. Met een verzoekschrift van 14 april 2008 hebben de n.v. PROJECT GROUP HERMIBOUW en de n.v. INVESTMENTS CORPORATION BELGIUM 2 gevraagd om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek van de n.v. INVESTMENTS CORPORATION BELGIUM 2 in te willigen. 1.
  12. Artikel 522, § 2, van het Wetboek van Vennootschappen bepaalt dat de raad van bestuur de vennootschap jegens derden en in rechte als X-13.696-2/11 eiser of als verweerder vertegenwoordigt, en dat de statuten aan een of meer bestuurders bevoegdheid kunnen verlenen om alleen of gezamenlijk de vennootschap te vertegenwoordigen. De n.v. Project Group Hermibouw legt als beslissing van de vennootschap om de rechtsvordering in te stellen een aan de raad van bestuur toegeschreven “besluit tot in rechte treding” voor gedateerd op 3 april 2008 en ondertekend door de afgevaardigde bestuurder Hermans. Volgens de neergelegde statuten is de raad van bestuur samengesteld door drie bestuurders waaronder de voornoemde heer Hermans die evenals een tweede bestuurder benoemd is tot gedelegeerd bestuurder. Artikel 18 van de statuten bepaalt dat de beraadslagingen en beslissingen van de raad van bestuur worden opgetekend in notulen die worden ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de vergadering en door de bestuurders die zulks verlangen. Artikel 20 van statuten bepaalt: “onverminderd de algemene vertegenwoordigingsmacht van de raad van bestuur als college, wordt de vennootschap ten aanzien van derden rechtsgeldig verbonden door één gedelegeerd bestuurder die alleen de vennootschap kan verbinden”. Krachtens artikel 21 van de statuten wordt de vertegenwoordiging, wat het dagelijks bestuur aangaat, opgedragen aan de gedelegeerd bestuurders. Artikel 22 van de statuten bepaalt: “het orgaan dat overeenkomstig de voorgaande artikelen de vennootschap vertegenwoordigt, kan gevolmachtigden van de vennootschap aanstellen. Alleen bijzondere en beperkte volmachten voor bepaalde of voor een reeks bepaalde rechtshandelingen zijn geoorloofd”. Zo’n volmacht van de raad van bestuur wordt niet voorgelegd. In de huidige stand van het geding wordt vastgesteld dat voormelde statutaire bepalingen aan de gedelegeerd bestuurder Hermans niet de bevoegdheid verleent om namens de vennootschap te beslissen een rechtsvordering in te stellen. De n.v. Project Group Hermibouw is in het administratief kort geding niet regelmatig in rechte getreden. Het verzoek wordt afgewezen.
  13. De feiten 2.
  14. Op 12 september 2007 (datum van het ontvangstbewijs) dient de n.v. Project Group Hermibouw bij het college van burgemeester en schepenen van de stad Hasselt een aanvraag in om stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van 2 appartementsgebouwen, blok 3, zijnde 18 wooneenheden en X-13.696-3/11 blok 4, zijnde 14 wooneenheden, inclusief autostalling in souterrain, op een terrein, aan de Hefveldstraat te Hasselt. De 2 appartementsgebouwen maken deel uit van een totaalproject “Groenstaete”. In het kader van een verkaveling “Groenstaete” met wegenaanleg, gedeeltelijk vergund op 9 juni 2005 door het college van burgemeester en schepenen werd “lot 26” uit de verkaveling gesloten. De voormelde aanvraag heeft betrekking op “lot 26”. De ontwikkeling ervan werd opgedeeld in vier fasen. In de eerste fase wordt de bouw van 2 appartementsgebouwen, blok 3, zijnde 18 wooneenheden en blok 4, zijnde 14 wooneenheden inclusief autostalling in souterrain, voorgesteld. Beide bouwblokken worden ontsloten langs twee nieuwe ontsluitingswegen. De aanleg van deze wegen is begrepen in de verkavelingsvergunning van 9 juni
  15. De wegenis is uitgevoerd. De eerste verzoekende partij is woonachtig in een pand te Hasselt aan de Luikersteenweg nr.
  16. Dit pand is eigendom van de tweede verzoekende partij. 2.
  17. Volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 3 april 1979 vastgestelde gewestplan Hasselt-Genk is het bouwterrein gelegen in woonuitbreidingsgebied. Voor het gebiedsdeel waarin het terrein begrepen is, bestaat geen goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Het terrein is evenmin begrepen binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde, niet vervallen verkaveling. 2.
  18. Ter gelegenheid van het openbaar onderzoek van 19 september tot 18 oktober 2007, dient de raadsman van de tweede verzoekende partij bezwaar in. Op 29 november 2007 verklaart het college van burgemeester en schepenen de bezwaren ontvankelijk doch ongegrond. 2.
  19. Op 19 december 2007 adviseert de gewestelijke stedenbouw- kundige ambtenaar de aanvraag gunstig : “(...) Overwegende dat de beide bouwblokken (blok 3 en blok 4) geconcipieerd werden volgens het ontwerp gevoegd bij de aanvraag tot stedenbouwkundig attest nr. II waarvoor op 12 december 2003 een X-13.696-4/11 voorwaardelijk gunstig advies werd uitgebracht; dat het tevens kadert binnen het concept gevoegd bij de verkavelingsaanvraag waarvoor op 27 mei 2005 een gunstig advies werd uitgebracht en waarvoor op 9 juni 2005 een vergunning werd verleend; dat ook de ontsluitingswegen voor de verkaveling in deze vergunning begrepen zijn; dat beide bouwblokken langs deze wegen ontsloten worden; Overwegende dat de bezwaren, ingediend naar aanleiding van het gevoerde openbaar onderzoek, wijzen op mogelijke privacyhinder en wateroverlast, op het garanderen van verkeersveiligheid en op overdreven bouwvolumes; dat het college van burgemeester en schepenen ter zake beraadslaagd heeft en de klachten ontvankelijk maar ongegrond heeft verklaard, dat deze weerlegging van de bezwaren kan bijgetreden worden; Overwegende dat het bezwaar omtrent de privacyhinder (hoogte, inplanting gebouw en situering terrassen, ..) vooral betrekking heeft op de bouwblokken 1 en 2 die niet in de huidige aanvraag begrepen zijn; (...)”. 2.
  20. Bij het bestreden besluit van 20 december 2007 geeft het college van burgemeester en schepenen de stedenbouwkundige vergunning af. Onder een hoofding “beoordeling van de goede ruimtelijke ordening” valt te lezen wat volgt : “Overwegende dat de 2 appartementsblokken deel uitmaken van een totaalproject ‘Groenstaete’ waarbij het principieel stedenbouwkundig concept eerder werd goedgekeurd in het stedenbouwkundig attest II d.d. 23/12/2003 (woonpark en villa-appartementen). Overwegende dat de inplanting van blok 3 en 4 zodanig is dat de doelstellingen van het ganse woonuitbreidingsgebied, van de woonbehoeftestudie en het SA II gerealiseerd kunnen worden. De thans voorgestelde bouwaanvraag hypothekeert geenszins de ontwikkeling van het resterende gebied zoals voorzien in het stedenbouwkundig attest II of de woonbehoeftestudie. Overwegende dat in de omgeving wadi’s aangelegd worden om het water te kunnen bufferen dat vervolgens een uitweg neemt via de Helbeek. Overwegende dat met een woondichtheid van 35 woningen/ha voldaan wordt aan de bepalingen van de woonbehoeftestudie. Overwegende dat de voorgestelde inplanting ruimtelijk verantwoord is. Overwegende dat op basis van het stedenbouwkundig attest II bouwkavels voorzien werden bedoeld voor individuele woningen die onmiddellijk aansluiten met de bestaande woningen in de Bergstraat en de Hefveldstraat waardoor er een architecturale overgang en tevens een bufferzone wordt gerealiseerd. Teneinde de beoogde dichtheid te realiseren werd voor de bouwblokken 3 en 4 geopteerd voor een bouwhoogte van 4 à 5 bouwlagen, zodat een maximale oppervlakte voor het park vrij blijft. De voorgestelde bouwhoogte is aanvaardbaar in de stedelijke context. Enerzijds worden, in verhouding tot de centrale en stedelijke ligging, ruime afstanden gehanteerd ten opzichte van de bestaande bebouwing (minstens 50.00 m ten opzichte van de aan het woonuitbreidingsgebied gelegen bestaande bebouwing). Anderzijds sluit het huidige voorstel aan bij de stedelijke ontwikkeling van de onmiddellijke omgeving waarbij dergelijke bouwhoogten zijn gerealiseerd. Overwegende dat aan de overkant van de Luikersteenweg op de voormalige terreinen van houtzagerij Gielen (..) eveneens een stedelijk project ‘PLAZA’ (appartementen met 3 tot 5 X-13.696-5/11 bouwlagen) werd gerealiseerd in een gelijkaardige context waarbij het terrein grenst aan de achterkanten van de woningen gelegen in de Lentestraat. Overwegende dat het woonblok gelegen achter de Lentestraat 3 à 4 bouwlagen telt waarbij een afstand ten opzichte van de perceelsgrenzen wordt genomen van minimum 12.00m tot 20.00m, ten opzichte van de achtergevels van de woningen bekomt men alzo een afstand van 38m tot 45m. Overwegende dat langs de Luikersteenweg ter hoogte van voorgesteld project (...) een gebouw werd gerealiseerd van 3 bouwlagen met een rond dak. Overwegende dat door de gehanteerde afstanden de woonkwaliteit (licht- en zichthinder) van de bestaande woonhuizen niet wordt aangetast. Bovendien zorgen de geplande woningen op de nieuwe bouwkavels nog voor een gepaste overgang en buffering. Binnen de eerder goedgekeurde verkaveling binnen het woonuitbreidings-gebied werden nieuwe weggedeelten (een deel Hefveldstraat, een deel Bergstraat) aangelegd. De thans aangevraagde bouwblokken sluiten conform het totaalplan van het stedenbouwkundig attest II aan op de bestaande wegen. Deze aansluiting gebeurde volgens de richtlijnen van de stedelijke mobiliteitsambtenaar zodanig dat de verkeersveiligheid in de bestaande straten gegarandeerd blijft; (...)”. Bij schrijven van 8 januari 2008 wordt de raadsman van verzoekende partijen een afschrift van het bestreden besluit overgemaakt.
  21. De ontvankelijkheid De in het auditoraatsverslag ambtshalve opgeworpen exceptie zou slechts moeten worden onderzocht, indien de Raad van State tot de schorsing van de bestreden beslissing zou overgaan, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is.
  22. Beoordeling 4.
  23. Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging besluiten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 4.
  24. Wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft wordt vastgesteld dat luidens artikel 8, eerste lid, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december X-13.696-6/11 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, het enig verzoekschrift “een uiteenzetting (bevat) van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen”. Bij het beoordelen van deze schorsingsvoorwaarde kan dan ook alleen rekening worden gehouden met wat ter zake in het verzoekschrift werd aangevoerd en met de bij dat verzoekschrift gevoegde stukken. 4.
  25. De verzoekende partijen voeren in verband met de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het tweede bestreden besluit aan dat “de rechtspraak (...) aanvaardt dat als de beslissing een bouwwerk betreft met een zekere omvang, het moeilijk te herstellen karakter evident is voor de omwonenden”, de “afbraak van dergelijke constructies na vernietiging (...) louter hypothetisch en uiterst moeilijk te verwezenlijken (is)”, “deze appartementsgebouwen op zich een enorme impact (zullen) hebben op de omgeving en op de woning van de verzoekende partijen”, “door dergelijke hoge en lange gebouwen (25 m hoog en 30 m lang) (...) het uitzicht van eerste verzoekende partij danig (zal) belemmerd worden” terwijl zij thans “vanuit de woning uit(kijkt) op een open landschap met heel in de verte een spoorweg en de Luikersteenweg”, “de omvang van de gebouwen (ook rekening houdende met de toekomstige aanvragen voor hetzelfde project) tot gevolg (heeft) dat veel meer geluids- en omgevingshinder zal ontstaan voor eerste verzoekende partij” omdat “heel wat meer auto’s (zullen) circuleren en heel wat meer mensen aanwezig (zullen) zijn die in elk geval hinder (zullen) veroorzaken (verkeershinder en gebruikelijke burenhinder) (...) waarvan verwerende partij niet aantoont dat zij dit afdoende heeft onderzocht”, “de grond waarop de appartementsgebouwen worden ingeplant (...) met minstens anderhalve meter is opgehoogd” (...) wat nog meer de indruk aan eerste verzoekende partij zal geven tegen torengebouwen aan te kijken”, “het vergezicht van eerste verzoekende partij (wordt) ontnomen”, “elk wooncomfort (...) door huidig project geheel (wordt) weggenomen” en “langs de zijde van de Luikersteenweg, waar de woning van de verzoekende partijen zich bevindt, (bevinden) zich er geen vergelijkbare appartementsgebouwen in de omgeving”. X-13.696-7/11 4.
  26. De eerste verwerende partij repliceert dat de verzoekende partijen “niet eens betwisten dat de bouw van appartementen verboden zou zijn in een woonuitbreidingsgebied en (...) dat de vergunde bouwwerken niet verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving”, de beweerde “enorme impact (...) geenszins (is) aangetoond, de woning van de verzoekende partijen “op meer dan 75 meter ligt van de appartementsgebouwen”, “het pand van verzoekende partijen gelegen (is) aan (...) een belangrijke en drukke invalsweg (...) gekenmerkt (...) door dichte bebouwing en de aanwezigheid van een groot aantal centrumfuncties” zodat “de impact van de nieuwe appartementen (...) niet overdreven (mag) worden”, het beweerde zicht op een “open landschap (...) met heel in de verte een spoorweg en de Luikersteenweg (...) niet strookt met de werkelijkheid”, groepswoningbouw in een woonuitbreidingsgebied “een logisch gevolg van de planologische bestemming van het achterliggende gebied” is, het wegvallen van “elk wooncomfort (...) een stijlformule (is) die niet op de concrete situatie wordt betrokken”, “geluids- en omgevingshinder (...) niet concreet aannemelijk (is) gemaakt”, “de aangevoerde (...) verkeersproblematiek (...) niet bewezen (is)”, “hinder die zou voortvloeien uit de oprichting van gebouwen die niet het voorwerp uitmaken van de bestreden beslissing (...) geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel (kunnen) schragen”. 4.
  27. De tweede verwerende partij betoogt dat het ingeroepen nadeel “aanzienlijk dient gerelativeerd (dient) te worden” “gelet op het tijdstip, ‘in extremis’, waarop het verzoekschrift tot schorsing werd ingediend”, de tweede verzoekende partij “niet aannemelijk (maakt) dat de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit haar een MTHEN zal berokkenen”, de eerste verzoekende partij vaag en algemeen is over de beweerde “enorme impact” en “geen aanpalende buur” is. 4.
  28. De tussenkomende partij reveleert dat “nergens wordt aangevoerd dat de bedrijfsvoering van de tweede verzoekende (...) in het gedrang zou komen of dat zij enig ander persoonlijk nadeel zou lijden”, “de eerste verzoekende partij (...) geen duidelijkheid verschaft omtrent de indeling en de oriëntatie van de woning die zij beweert te bewonen”, de door de verzoekende partijen opgegeven bouwhoogte niet correct is, “rekening houdende met het feit dat de begane grond iets meer dan 1 m hoger zal liggen dan het bestaande maaiveld gaat het (...) om een hoogte van ca. 15,50m” en “ca. 13,70 m” voor respectievelijk blok 3 en blok 4, de afstand tussen blok 3 en de woning X-13.696-8/11 van de eerste verzoekende partij meer dan 75 m bedraagt zodat er bezwaarlijk sprake kan zijn van belemmering van het uitzicht “zeker (...) in een stedelijke omgeving”, “het uitzicht dat de eerste verzoekende partij van uit haar woning heeft (...) reeds belemmerd (is) door de aanwezige begroeiing, aangebracht door” haarzelf, het beweerde uitzicht op een open landschap “niet met de feitelijke toestand (strookt)”, “het projectgebied een braakliggend stuk grond (is) gelegen binnen de Grote Ring van de provinciehoofdstad Hasselt (...) naast de Luikersteenweg, één van de belangrijkste ontsluitingswegen van en naar het stadscentrum, en op relatief dichte afstand van de spoorwegbrug”, er zich in de onmiddellijke omgeving appartementsgebouwen, “het monumentale Virga Jesse-ziekenhuis en de twee Radisson-torens” bevinden, “zowel de woning van de verzoekende partij” als het bouwperceel “zich dan ook in een stedelijke omgeving (bevinden)”, de “nadelen in de vorm van geluids-, omgevings- en verkeershinder (...) nauwelijks in het verzoekschrift” worden onderbouwd, “het autoverkeer van en naar de vergunde gebouwen blokken 3 en 4 niet ontsloten wordt via de Meiliedstraat of de Luikersteenweg (...) maar juist in de andere richting, m.n. via de Bergstraat (blok 3) en de Hefveldstraat (blok 4)”, “nadelen (...) uit mogelijke beslissingen over toekomstige aanvragen (...) hypothetisch (zijn) en (...) niet voort(vloeien) uit de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing”. 4.
  29. Het verzoekschrift bevat geen uiteenzetting van het nadeel van de tweede verzoekende partij. Het loutere feit dat zij eigenares is van het onroerend goed dat bewoond wordt door de eerste verzoekende partij volstaat op zich niet. 4.
  30. Anders dan de eerste verzoekende partij voorhoudt kan voor de beoordeling van het beweerde nadeel geen rekening worden gehouden met het totaalproject in zoverre dit niet is vervat in het bestreden besluit. Enkel het nadeel dat voortvloeit uit de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit zelf is te dezen relevant voor de beoordeling ervan. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat het bouwterrein gelegen is in een woonuitbreidingsgebied en dat het door de eerste verzoekende partij bewoond pand gelegen is aan een belangrijke invalsweg van de stad Hasselt en in de onmiddellijke nabijheid van andere grootschalige bebouwing. De omschrijving van het beweerde uitzicht of vergezicht van de eerste verzoekende partij moet alleen al om deze reden sterk gerelativeerd worden. De ingeroepen zicht-, geluids- en verkeershinder moet X-13.696-9/11 daarom ook beoordeeld worden in functie van de stedelijke ligging van het vergunde project. Daarbij komt dat uit het dossier nog blijkt dat de afstand tussen het dichtst bijzijnde blok 3 en de perceelsgrens met het door de eerste verzoekende partij bewoonde pand ongeveer 75 m bedraagt, dat de hoogte van de appartementsgebouwen door de eerste verzoekende partij ruim werd overschat blijkens de plannen zoals die correct naar voor werden gebracht door de tussenkomende partij en voorts dat de voorziene verkeersafwikkeling door nieuwe wegenis wordt gerealiseerd in het kader van de voormelde verkavelingsvergunning van 9 juni
  31. Het betoog van de eerste verzoekende partij is in die omstandigheden indien al niet onjuist, dan toch vaag en algemeen. Het bevat onvoldoende concrete en waarheidsgetrouwe gegevens of overtuigende argumenten waaruit zou kunnen blijken dat de opgeworpen nadelen rechtstreeks voortvloeien uit de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit en persoonlijk, ernstig en moeilijk te herstellen zijn. 4.
  32. Uit het vorenstaande blijkt dat niet is voldaan aan één van de door artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  33. Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. PROJECT GROUP HERMIBOUW in het administratief kort geding wordt afgewezen. Artikel
  34. Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. INVESTMENTS CORPORATION BELGIUM 2 in het geding wordt ingewilligd. Artikel
  35. X-13.696-10/11 De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  36. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de tussenkomsten wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op een juli 2008, door : de H. P. LEFRANC, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEFRANC. X-13.696-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.067 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.286 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.