id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 juli 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.140 Rolnummer: A. 86521/XII-2235 Zaak: Arrest 185140 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 03/07/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-17 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 08:21 Fiche Arrest nr 185.140 van 3 juli 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 185.140 van 3 juli 2008 in de zaak A. 86.521/XII-
- In zake :
- Eric NAUDTS
- Johan VAN DEN BERGHE
- Hieronymus BONTE
- Ronny LEUNTJENS, die woonplaats kiezen bij advocaten W. Van der Gucht en F. Dieu, kantoor houdende te Gent, Sint-Denijslaan 201 tegen : de STAD GENT, die woonplaats kiest bij advocaat P. Devers, kantoor houdende te Gent, Kouter 71-
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Eric Naudts, Johan Van Den Berghe, Hieronymus Bonte en Ronny Leuntjens op 3 september 1999 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing van ongekende datum van de examenjury van de stad Gent van het vergelijkend examen voor de bevordering tot adjunct-commissaris-hoofdinspecteur, adjunct-commissaris- inspecteur en adjunct-commissaris van politie, waarbij verzoekers niet als geschikt werden weerhouden na de psychotechnische proef, afgenomen op 4 juni 1999”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur H. Colin; Gelet op de beschikking van 19 juli 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoekers; XII-2235-1/6 Gelet op de beschikking van 13 maart 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 mei 2008; Gelet op het faxbericht van 15 mei 2008 waarbij de zaak wordt uitgesteld tot de terechtzitting van 27 mei 2008; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. De Mil, die loco advocaat W. Van Der Gucht verschijnt voor de verzoekers, en van advocaat P. Devers, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. Colin; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Op 16 december 1998 stelt de gemeenteraad van Gent het examenprogramma vast voor onder meer de graden van adjunct-commissaris van politie, adjunct-commissaris inspecteur van politie en adjunct-commissaris hoofdinspecteur van politie. Voor de drie graden bestaat het examen uit een eliminerend psychotechnisch deel, een vergelijkend schriftelijk deel en een vergelijkend mondeling deel. Bij dagorder van 12 maart 1999 wordt het personeel meegedeeld dat er bevorderingsexamens worden ingericht voor de graad van onder meer adjunct-commissaris hoofdinspecteur van politie, adjunct-commissaris inspecteur van politie en adjunct-commissaris van politie en dat belangstellende kandidaten in bijlage alle nodige informatie vinden met betrekking tot deze bevorderingsexamens. In die bijlage wordt onder meer gesteld dat een vergelijkend examen zal worden afgenomen voor het aanleggen van een wervingsreserve. Bij gemeenteraadsbesluit van 19 april 1999 worden onder meer twee plaatsen van adjunct-commissaris hoofdinspecteur van politie, één plaats van XII-2235-2/6 adjunct-commissaris inspecteur van politie en negen plaatsen van adjunct- commissaris van politie vacant verklaard. Bij dagorder van 23 april 1999 wordt het personeel meegedeeld dat de bevorderingsexamens tot adjunct-commissaris, adjunct-commissaris inspecteur van politie en adjunct-commissaris hoofdinspecteur van politie samen worden georganiseerd en dat de psychotechnische proef op 4 juni 1999 doorgaat. Blijkens het proces-verbaal van de examenverrichtingen bij het vergelijkend examen voor de bevordering tot adjunct-commissaris van politie, adjunct-commissaris inspecteur van politie en adjunct-commissaris hoofdinspecteur van politie, psychotechnisch examen van 4 juni 1999, beslist de jury op 11 juni 1999 dat het resultaat van de psychotechnische proef voor verzoekers “ongeschikt” is. Zij worden daarom niet toegelaten tot de volgende proef.
- Op 21 september 1999 beslist de gemeenteraad van Gent, verwijzend naar het proces-verbaal van de examencommissie van het vergelijkend examen van adjunct-commissaris van politie,
- Guido Rogge,
- Rik De Ruyck,
- Eddy Cosyn,
- Rudy Van Aelbroeck,
- Jan Michiels,
- Antoine De Bruycker,
- Marc Colle,
- Geert Daelman en
- Rico Descendre op te nemen in de wervingsreserve voor het ambt van adjunct-commissaris van politie, zodat zij voor benoeming in aanmerking komen voor zover vóór 1 augustus 2002 plaatsen van voornoemd ambt vacant mochten worden verklaard. Tevens worden bij gemeenteraadsbesluiten van dezelfde datum : - Mario Tibbaut als eerste en Jan Michiels als tweede kandidaat voorgedragen voor de eerste vacature voor benoeming tot adjunct-commissaris van politie; - Guido Rogge als eerste en Antoine De Bruyckere als tweede kandidaat voorgedragen voor de tweede vacature voor benoeming tot adjunct-commissaris van politie; - Rik De Ruyck als eerste en Marc Colle als tweede kandidaat voorgedragen voor de derde vacature voor benoeming tot adjunct-commissaris van politie; - Eddy Cosyn als eerste en Geert Daelman als tweede kandidaat voorgedragen voor de vierde vacature voor benoeming tot adjunct-commissaris van politie; - Rudy Van Aelbroeck als eerste en Rico Descendre als tweede kandidaat voorgedragen voor de vijfde vacature voor benoeming tot adjunct-commissaris van politie. XII-2235-3/6 Voorts beslist de gemeenteraad van Gent op 21 september 1999 een wervingsreserve aan te leggen voor het ambt van adjunct-commissaris inspecteur van politie en de voor het vergelijkend examen geslaagde kandidaten daarin als volgt op te nemen :
- Koenraad Tack,
- Ronny Matthys en
- Manuel Mugica-Gonzalez. Bij gemeenteraadsbesluit van dezelfde datum wordt Koenraad Tack tot de graad van adjunct-commissaris inspecteur van politie bevorderd. Bij gemeenteraadsbesluit van 19 oktober 1999 wordt een plaats van adjunct-commissaris inspecteur van politie vacant verklaard en wordt Ronny Matthys tot de graad van adjunct-commissaris inspecteur van politie bevorderd.
- Verzoekers breiden, in de memorie van wederantwoord, hun beroep tot nietigverklaring uit tot al de sub 2 vermelde gemeenteraadsbesluiten van 21 september en 19 oktober
- Door de in het verzoekschrift bestreden jurybeslissingen werden verzoekers van de verdere deelname aan het bevorderingsexamen voor de graden van adjunct-commissaris van politie, adjunct-commissaris hoofdinspecteur van politie en adjunct-commissaris inspecteur van politie uitgesloten en konden zij dan ook niet in de betrokken wervingsreserves worden opgenomen. In hun middelen doen zij gelden dat hun niet-slagen in de psychotechnische proef niet de toets aan de materiële motiveringsplicht, het gelijkheidsbeginsel, en het redelijkheids- en zorgvuldigheidsbeginsel doorstaat. Aldus strekte hun beroep er objectief en idealiter toe een kans te verwerven om alsnog in de psychotechnische proef geschikt te worden bevonden, om met goed gevolg de rest van het examen af te leggen en om finaal in de wervingsreserve te worden opgenomen. Evenwel blijkt uit de debatten ter terechtzitting dat hoe dan ook de geldigheidsduur van de betrokken wervingsreserves reeds geruime tijd verstreken is en dat bovendien verzoekers, ten gevolge van de politiehervorming, ondertussen al de geambieerde graad hebben verkregen, zo al niet een hogere. XII-2235-4/6 Hieruit volgt dat een vernietiging hun niet meer de oorspronkelijk nagestreefde baat zou kunnen bijbrengen, welke baat zij overigens reeds via een andere weg verkregen.
- Ernaar gevraagd welk actueel belang zij in die omstandigheden nog bij de inwilliging van hun beroep hebben, beperken verzoekers zich ertoe louter te verwijzen naar de mogelijkheid van “een burgerlijke procedure” ter vergoeding van hun “verlies van een kans”. Kennelijk bedoelen verzoekers hiermee dat een annulatie een eventuele eis tot schadeloosstelling bij de rechter van de rechterlijke orde zal vergemakkelijken doordat het arrest het eenvoudiger maakt om de fout van de verwerende partij te doen aannemen. Dit heeft nog maar zeer weinig te maken met de finaliteit van een annulatieberoep. Die finaliteit bestaat erin de wettigheid te herstellen en, meer bepaald, de rechtsorde uit te zuiveren door er de onwettige administratieve rechtshandelingen met terugwerkende kracht uit weg te halen. Wat evenwel verzoekers als enige voordeel nog voor ogen staat, is niet meer de vernietiging en verdwijning van de bestreden beslissingen als zodanig, maar in wezen alleen het horen verklaren dat ze onwettig waren. Het is een voordeel dat te onrechtstreeks is om verzoekers nog een voldoende belang bij het ingestelde vernietigingsberoep te kunnen toemeten. Het beroep, zoals in de memorie van wederantwoord uitgebreid, dient dan ook als onontvankelijk te worden verworpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- XII-2235-5/6 De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 694,12 euro, komen ten laste van verzoekers, elk voor een vierde. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie juli 2008, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-2235-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.140 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.