id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 juli 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.144 Rolnummer: A. 142390/XII-5085 Zaak: Arrest 185144 - O.C.M.W. - 03/07/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-17 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 08:21 Fiche Arrest nr 185.144 van 3 juli 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - O.C.M.W. Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 185.144 van 3 juli 2008 in de zaak A. 142.390/XII-
- In zake : OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN GENT, dat woonplaats kiest bij advocaat P. Devers, kantoor houdende te Gent, Kouter 71-72 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij advocaat T. De Sutter, kantoor houdende te Gent, Koning Albertlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) van Gent op 6 oktober 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het besluit van de Minister vice-president van de Vlaamse regering, Vlaams minister van Werkgelegenheid en Toerisme, optredend voor de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken [...], waarbij het besluit van de O.C.M.W.-raad van verzoekster van 26 maart 2003 houdende beëindiging van het contract van de contractuele onderhoudsmannen/-vrouwen en verzorgenden bejaarden en thuiszorg van de dienst departement sociale zaken - afdeling thuiszorg, wordt vernietigd”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur B. Thys; Gelet op de beschikking van 8 mei 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; XII-5085-1/6 Gelet op de beschikking van 9 april 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 mei 2008; Gelet op het faxbericht van 14 mei 2008 waarbij de zaak wordt uitgesteld tot de terechtzitting van 27 mei 2008; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. Devers, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat T. De Sutter, de verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. Thys; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feitelijke gegevens van de zaak 1.
- Op 3 december 2002 besluit de raad voor maatschappelijk welzijn van het OCMW van Gent tot het sluiten van overeenkomsten met de vzw Solidariteit voor het Gezin en de vzw Thuishulp betreffende de overdracht vanaf 1 januari 2003 van het volledig gesubsidieerde urencontingent voor gezinszorg (54.526 uren) en van de poetsdienst van het OCMW. Dit besluit is uitsluitend gesteund op besparingsinspanningen die door het OCMW dienen te worden geleverd. Onder verwijzing naar dit besluit beslist de raad voor maatschappelijk welzijn, eveneens op 3 december 2002, het contract te beëindigen van “de contractuele onderhoudsmannen/-vrouwen en verzorgenden bejaarden & thuiszorg van de dienst Departement Sociale Zaken - Afdeling Thuiszorg” en betrokkenen een opzeggingstermijn van 28 dagen te geven, die ingaat op 16 december
- XII-5085-2/6 1.
- Nadat bij hem klachten zijn ingediend, beslist de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen op 3 februari 2003 met toepassing van artikel 112, § 1, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (hierna “de OCMW-wet”) de uitvoering van de beide raadsbesluiten te schorsen. Hij overweegt hierbij onder meer dat het OCMW “in strijd heeft gehandeld met artikel 30 en 60§5 van de [OCMW-wet]”. 1.
- Op 26 maart 2003 besluit de raad voor maatschappelijk welzijn zijn geschorste besluit van 3 december 2002 betreffende het sluiten van overeen- komsten met de vzw Solidariteit voor het Gezin en de vzw Thuishulp inzake de overdracht van het gesubsidieerde urencontingent voor gezinszorg en van de poetsdienst van het OCMW, te handhaven en te rechtvaardigen. 1.
- Ingevolge het standpunt van de provinciegouverneur in zijn schorsingsbesluit van 3 februari 2003 dat artikel 30 van de OCMW-wet niet werd nageleefd, besluit de raad voor maatschappelijk welzijn eveneens op 26 maart 2003 zijn besluit van 3 december 2002 betreffende de beëindiging van het contract van “de contractuele onderhoudsmannen/-vrouwen en verzorgenden bejaarden & thuiszorg van de dienst Departement Sociale Zaken - Afdeling Thuiszorg” in te trekken. Terzelfder tijd neemt de raad voor maatschappelijk welzijn een nieuw besluit betreffende de beëindiging van het contract van de betrokken personeelsleden. Andermaal is 16 december 2002 de ingangsdatum van de opzeggingstermijn. 1.
- Op 16 mei 2003 vernietigt de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken met toepassing van artikel 112, § 3, van de OCMW-wet het raadsbesluit van 3 december 2002 betreffende het sluiten van overeenkomsten met de vzw Solidariteit voor het Gezin en de vzw Thuishulp inzake de overdracht van het gesubsidieerde urencontingent voor gezinszorg en van de poetsdienst van het OCMW. Dit vernietigingsbesluit van de minister wordt door de verzoekende partij niet met een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State aangevochten. XII-5085-3/6 1.
- Op 8 augustus 2003 neemt de minister vice-president van de Vlaamse regering, Vlaams minister van Werkgelegenheid en Toerisme, namens de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken, de thans bestreden beslissing om ook het raadsbesluit van 26 maart 2003 betreffende de beëindiging van het contract van “de contractuele onderhoudsmannen/-vrouwen en verzorgenden bejaarden & thuiszorg van de dienst Departement Sociale Zaken - Afdeling Thuiszorg”, te vernietigen. De ontvankelijkheid van het beroep
- Verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord een exceptie op met betrekking tot het belang van de verzoekende partij bij het beroep. Zij argumenteert dat het werkelijke nadeel van verzoeker gelegen is in de gevolgen van het ministerieel besluit van 16 mei 2003, waarbij het raadsbesluit van 3 december 2002 betreffende het sluiten van overeenkomsten met de vzw Solidariteit voor het Gezin en de vzw Thuishulp inzake de overdracht van het gesubsidieerde urencontingent voor gezinszorg en van de poetsdienst van het OCMW, werd vernietigd. Zij betoogt dat verzoeker zelf aangeeft dat dit vernietigingsbesluit gesteund is op de schending van artikel 60, § 6, van de OCMW- wet, “dat wel de mogelijkheid zou laten inrichtingen of diensten met sociaal, caritatief en preventief karakter op te richten, uit te breiden en te beheren, ja zelfs te sluiten, maar niet om ze over te dragen aan (private) derden, vermits zulke overdracht de erkenning inhoudt dat de oorspronkelijke behoefte (waarvoor ze werden opgericht) nog steeds, of nog steeds in voldoende mate, aanwezig is”. Zij merkt op dat het ministerieel vernietigingsbesluit van 16 mei 2003 waarbij de overdracht van de dienst gezinszorg en de poetsdienst wordt verboden, tot gevolg heeft dat verzoeker deze dienstverlening terug moet aanbieden. Verwerende partij wijst er ten slotte op dat volgens verzoeker al wie in het kader van de Arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978 is ontslagen, ontslagen blijft, ook al geschiedde het ontslag onregelmatig. Het valt volgens haar dan ook niet in te zien welk voordeel de verzoekende partij uit de eventuele vernietiging van de bestreden beslissing kan halen.
- Het auditoraatsverslag valt verwerende partij bij. Volgens de auditeur “valt [...] inderdaad niet in te zien welk belang verzoekende partij zou hebben bij de nietigverklaring van de vernietiging van de opzegging van de XII-5085-4/6 betrokken contractuele personeelsleden, die zijn enige bestaansreden putte uit de inmiddels onwettig bevonden overdracht van het gesubsidieerde urencontingent voor gezinszorg en van de poetsdienst van het OCMW”.
- Verre van in de laatste memorie hier op te repliceren door aan de Raad van State de noodzakelijke elementen aan te reiken waar hij zijn belang op steunt, dupliceert verzoeker nog enkel dat de memorie van antwoord is ingediend door het Vlaamse Gewest en daarom uit de debatten geweerd moet worden. Op de terechtzitting gewezen op het gebrek aan inhoudelijk verweer in de laatste memorie over een exceptie die desnoods ambtshalve opgeworpen moet worden, stelt de raadsman van verzoeker dat het beroep “achterhaald” is. Het stilzwijgen in de laatste memorie en de verklaring op de terechtzitting komen er in feite op neer dat verzoeker erkent geen voordeel te kunnen verwachten van de gevraagde nietigverklaring, wat de Raad er toe brengt samen met verwerende partij vast te stellen dat verzoeker zonder belang is bij het beroep. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. XII-5085-5/6 Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie juli 2008, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-5085-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.144 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.