id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 juli 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.148 Rolnummer: A. 75157/IX-58 Zaak: Arrest 185148 - Varia (fiscaliteit) - 03/07/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-08-04 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 08:21 Fiche Arrest nr 185.148 van 3 juli 2008 Fiscaliteit - Varia (fiscaliteit) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 185.148 van 3 juli 2008 in de zaak A. 75.157/IX-
- In zake : de BVBA FERIC, die woonplaats kiest bij advocaat M. D’HOORE, kantoor houdende te BRUGGE, Dirk Martensstraat 23 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door :
- de minister van Financiën;
- de BTW-ontvanger te Brugge. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de BVBA FERIC op 31 juli 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het verzoek van de BTW- ontvanger te Brugge van 3 juni 1997 tot consignatie van een bedrag van 2.443.775 BEF; Gezien de memorie van antwoord van de eerste vertegenwoordi- ger van de verwerende partij en gezien de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd P. DE WOLF; Gelet op de beschikking van 19 augustus 1999 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 5 mei 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 mei 2008; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; IX-58-1/4 Gehoord de opmerkingen van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur-generaal P. DE WOLF; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De relevante gegevens van de zaak 1.
- Met toepassing van art. 8, § 1, van het koninklijk besluit nr. 24 van 23 oktober 1970 wordt door de hoofdcontroleur BTW te Brugge op 21 december 1989 een "bijzondere rekening" opgesteld waarin vastgesteld wordt dat de verzoekende partij voor de periode van 31 december 1987 tot 30 april 1988 1.363.203 BEF BTW verschuldigd is, alsook geldboeten en interesten. 1.
- Op 19 april 1990 wordt een dwangbevel uitgevaardigd door de ontvanger van het BTW-ontvangkantoor te Brugge tot betaling van 1.404.263 BEF verschuldigde BTW en geldboeten alsook van de interesten en de vervolgingskos- ten. 1.
- Op 30 mei 1995 tekent de verzoekende partij verzet aan tegen bovenvermeld dwangbevel. Bij vonnis van 3 maart 1997 verklaart de rechtbank van eerste aanleg te Brugge het verzet ontvankelijk, doch ongegrond. 1.
- Op 17 april 1997 tekent de verzoekende partij beroep aan tegen voornoemd vonnis bij het Hof van Beroep te Gent. 1.
- Bij aangetekende brief van 3 juni 1997 vraagt de BTW-ontvanger te Brugge aan de verzoekende partij op grond van art. 92, alinea 2, van het BTW- wetboek, binnen de twee maanden een bedrag van 2.443.775 BEF in consignatie te geven. In die brief wordt onder meer gesteld dat in het verzoekschrift tot hoger IX-58-2/4 beroep geen nieuwe argumenten aan bod komen die niet reeds in het vonnis werden beantwoord zodat het beroep een dilatoir karakter heeft en dat de rechten van de Schatkist op geen enkele andere manier en in dezelfde mate kunnen worden veilig gesteld dan door toepassing van art. 92, alinea 2, van het BTW-wetboek. 1.
- Bij aangetekende brief van 31 juli 1997 wordt namens de verzoekende partij de nietigverklaring gevorderd van de bovenvermelde beslissing van de BTW-ontvanger te Brugge van 3 juni
- De bevoegdheid van de Raad van State 2.
- In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij als exceptie op goede gronden de onbevoegdheid ratione materiae op, van de Raad van State, op basis van de samenlezing van de artikelen 85, 89 alinea 2 en 3, en 92, alinea 2, van het BTW-wetboek. 2.
- Voor wat de onbevoegdheid ratione materiae van de Raad betreft wordt onder meer verwezen naar het arrest nr. 63.006 van 7 november 1996, inzake Waelkens tegen de minister van Financiën, waarin de Raad onder meer het volgende overwoog: “dat de Raad van State bijgevolg op gevaar af inbreuk te maken op de bevoegdheid van de hoven en rechtbanken van de rechtelijke orde, geen kennis kan nemen van een vordering tot vernietiging van het voornoemd verzoek tot consignatie; dat, behalve in het geval van een bij de wet gestelde uitzondering die ten dezen niet voorhanden is, de geschillen die betrekking hebben op politieke rechten, waartoe belastingsgeschillen behoren, immers tot de bevoegdheid behoren van de hoven en rechtbanken; dat ten dezen artikel 92, tweede lid, van het BTW-wetboek, verre van aan de Raad van State enige bevoegdheid toe te kennen, impliciet maar zeker zulke bevoegdheid uitsluit; dat voorts geen andere personen partij zijn in het geschil dan de belastingschuldi- gen; dat de Raad van State bijgevolg kennelijk niet bevoegd is om kennis te nemen van het beroep”. 2.
- Bijgevolg is de exceptie gegrond en is de Raad van State ratione materiae onbevoegd om van het annulatieberoep kennis te nemen. IX-58-3/4 OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 3 juli 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. D. MOONS. IX-58-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.148 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.