← België

Arrest 185200 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 07/07/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 juli 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.200 Rolnummer: A. 188027/IX-5911 Zaak: Arrest 185200 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 07/07/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-29 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 08:22 Fiche Arrest nr 185.200 van 7 juli 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 185.200 van 7 juli 2008 in de zaak A. 188.027/IX-

  1. In zake : Jacques VAN DEN STEEN, die woonplaats kiest te AALST, Ten Bos 15 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jacques VAN DEN STEEN op 29 april 2008 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van : - de beslissing vervat in de brief van 8 april 2008 waarbij een einde wordt gesteld aan verzoekers aanstelling tot voorzitter van het “intern overleg gebouwen” tussen de logistieke beheerders van de verschillende administraties en van - de beslissing vervat in de mail van 11 april 2008 waarbij het intern overleg van 14 april 2008 wordt opgeschort; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 16 juni 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 30 juni 2008; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; IX-5911-1/8 Gehoord de opmerkingen van verzoeker, die persoonlijk verschijnt, en van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak.
  2. Bij de omvorming van het ministerie van Financiën naar een Federale Overheidsdienst (FOD) werd er één overkoepelende “stafdienst Secretari- aat en Logistiek (S&L)” opgericht, geleid door een stafdirecteur. Daarnaast behielden de verschillende administraties van deze FOD elk hun eigen “directie Economaat”. Deze stafdienst en die directies staan onder meer in voor het beheer van de gebouwen waarin de diensten van die administraties zijn gehuisvest. De verzoeker is hoofd van de directie Economaat van de grootste administratie, zijnde de “administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit (AOIF).” Om het beheer van de gebouwen, de werking van de voornoemde stafdienst en directies beter op elkaar af te stemmen, heeft de stafdirecteur van de stafdienst “S&L” in 2005 onder meer het overlegorgaan “Intern overleg gebouwen” opgericht, waarbinnen de verschillende economaten elkaar ontmoeten. Het “Intern overleg gebouwen” telt enkel de voorzitter als vast lid. Het is de verzoeker die door de stafdirecteur voor deze functie werd aangeduid. Op 27 juni 2005 ging de eerste vergadering van dat overleg door. In de mail waarbij de uitnodiging voor de startvergadering wordt verstuurd wordt het doel van het overleg als volgt verwoord : IX-5911-2/8 “De bedoeling is informatie uit te wisselen en gezamelijke standpunten in te nemen rond gebouwgebonden aangelegenheden. Op die manier kunnen de verschillende “account managers” vervolgens efficiënt en éénduidig communi- ceren met de administraties die zij vertegenwoordigen.” Sindsdien komt het overlegorgaan ongeveer zes maal per jaar samen. Op 8 april 2008 stuurt de stafdirecteur “S&L” de volgende nota naar de verzoeker : “Sinds mijn aanstelling als stafdirecteur S&L a.i. heb ik u in het kader van de logistieke organisatie de belangrijke bevoegdheid toevertrouwd van het voorzitterschap van het ‘intern overleg’ tussen de logistieke beheerders van de verschillende administraties. De bedoeling van dit intern overleg is te fungeren als een intern beslissings- orgaan, maar ook om de eenheid in logistieke visie tussen de verschillende administraties te bevorderen in een geest van samenwerking. Het is tevens een forum waarin de vernieuwing en de verdere professionalisering van de logistiek wordt vormgegeven. De rol van de voorzitter bij het bereiken van die doelstellingen is cruciaal. Na u al die jaren krediet gegeven te hebben, kan ik vandaag stellen dat u als voorzitter bovenstaande rol nooit heeft opgenomen, wel integendeel. Het door u voorgezeten ‘intern overleg’ is een formaliteit geworden waar u punten op de agenda aandraagt die van zeer operationele aard zijn. Daarente- gen, over belangrijke dossiers die door u worden behandeld - zoals de verhuis in Mol Kleppendaal of de totstandkoming van de logistieke cel in Namen - wordt nauwelijks gecommuniceerd en dat in tegenstelling tot gelijkaardige dossiers die door uw collega’s worden behartigd. U blokt elke vraag naar medewerking af, weze het nu in gebouwenprojecten (vb. Project beveiliging, project FINTO etc.) dan wel in informatiserings- projecten (Altamira) met de boutade ‘ik heb geen personeel’. Dit terwijl het juist uw rol is bij uw administratie van oorsprong het personeelsgebrek aan te kaarten of andere oplossingen te zoeken met uw collega’s. Dat u daar niet in slaagt, is hoofdzakelijk te wijten aan het feit dat u in de omgang steeds een zeer conflictueuse stijl hanteert. U stelt zich soms ronduit denigrerend op, niet alleen ten opzichte van uw collega’s maar ook ten opzichte van uw eigen personeel. In talloze dossiers worden mij mails gestuurd waarin men zich beklaagt over uw handelswijze. Uw collega’s en personeelsleden vertrouwen mij in diverse gesprekken toe dat ze uw houding niet meer pikken. Elke interventie van u in een gebouwendossier leidt tot bijkomende problemen. Afgelopen intern overleg van 26 februari werd de door mij opgestelde nota besproken die tot doel heeft de werkzaamheden efficiënt en toekomstgericht te organiseren rekening houdend met een steeds beperkter aantal beschikbare medewerkers. U hebt deze nota afgewezen onder het voorwendsel dat sommige van uw medewerkers weigeren samen te werken met andere medewerkers van de directie gebouwen. U zet uw personeel onder druk om niet samen te werken in projecten. In die omstandigheden heeft het dan ook geen zin meer u nog verder het voorzitterschap van intern overleg toe te vertrouwen.” IX-5911-3/8 Dit is de eerste bestreden beslissing. Op 14 april 2008 beantwoordt de verzoeker dit schrijven. Hij betwist het standpunt van de stafdirecteur “S&L”. De stafdirecteur reageert niet op de brief van 14 april 2008 van de verzoeker. Op 11 april 2008 stuurt de stafdirecteur een mail naar de leden van het overlegorgaan waarin wordt meegedeeld dat het intern overleg van 14 april 2008 is opgeschort. Dit is de tweede bestreden beslissing. Over de ontvankelijkheid van de vordering tot schorsing.
  3. De verwerende partij werpt in haar nota een exceptie van niet ontvankelijkheid op wat de twee bestreden beslissingen betreft. Uit hetgeen hierna volgt zal blijken dat in elk geval niet voldaan is aan de grondvoorwaarden voor het inwilligen van de vordering tot schorsing. In die omstandigheden is het niet nodig om de opgeworpen exceptie te onderzoeken. 3.
  4. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 3.2.
  5. Wat de tweede voorwaarde betreft, voert de verzoeker het volgende aan : “Verzoeker is de ambtenaar met de hoogste graad en anciënniteit als auditeur-generaal binnen de gehergroepeerde diensten van S&L. Door het ontnemen van het Voorzitterschap van het intern overleg heeft verzoeker een ernstig moreel nadeel dat hierin bestaat dat hij door de bestreden maatregel nu beschouwd wordt als een gedegradeerd ambtenaar die onbekwaam is om een taak van Voorzitter van een overlegorgaan te organiseren en in goede banen te leiden. IX-5911-4/8 Hierdoor wordt verzoeker gedestabiliseerd in zijn werkrelaties met zijn ondergeschikten alsmede in diskrediet gebracht bij zijn collega’s. Daarenboven is hij diensthoofd van de directie VII/
  6. De betwiste maatregel stelt bij zijn medewerkers veel vragen. Als notulist werd Mevr. W. door dhr. D.R. (functionele chef) ervan ingelicht dat het ‘intern overleg gebouwen’ opgeschort is. Mevr. W. behorende tot de Diensten van het Algemeen Secretariaat van de FOD Financiën werd op 15 maart 2006 functioneel overgeplaatst naar de dienst van verzoeker. Door de maatregel is het gezag van verzoeker volledig ondermijnd en wordt de uitoefening van zijn functie ten zeerste bemoeilijkt. Daarenboven is er nog een zeer zwaar moreel nadeel voor verzoeker ingevolge zijn leeftijd. Verzoeker is bijna 63 jaar. Hij heeft een volledige onbesproken loopbaan zodat hij de verwachting koestert om op 65 jaar onbesproken met rust te gaan. Ingevolge de betwiste maatregel is dit niet meer mogelijk. De enige manier om de getroffen maatregel te laten teniet doen is een betwisting voor de Raad van State aanhangig te maken. Verzoeker heeft op de betwiste beslissing geantwoord en gevraagd gelet op de verstrekte uitleg op de beslissing terug te komen. Dit is onbeantwoord gebleven. Daar een verzoekschrift tot vernietiging nooit opgelost kan zijn vóór zijn pensionering is (...) een verzoekschrift tot schorsing en vernietiging de enige manier om de maatregel teniet te doen vóór zijn pensionering zodat hij met een onbesmeurd blazoen de administratie kan verlaten. Voormelde elementen veroorzaken elk afzonderlijk een zeer ernstig moreel nadeel dat moeilijk te herstellen is. Verzoeker loopt daarenboven een onherstelbaar nadeel op bij de nakende definitieve hervormingen daar hij zijn kansen tot een aanstelling als leider van S&L-afdeling gebouwen verknald ziet ingevolge de aangevochten beslissing. Hierdoor zal hij in de voorlopige cel blijven zitten maar zonder bevoegdheden.” 3.2.
  7. In haar nota antwoordt de verwerende partij in essentie dat de verzoeker het vertrouwen en het gezag bij zijn medewerkers en bij de diensten waarvoor hij het economaat verzorgt, behoudt. Dat vertrouwen en gezag wordt niet ondermijnd door de bestreden beslissingen, aldus de verwerende partij, die daaraan toevoegt dat niet kan worden aangenomen dat de bekwaamheid en het moreel gezag van de verzoeker in het gedrang zou komen door de omstandigheid dat een overlegorgaan niet functioneert overeenkomstig de verwachtingen van de directeur van de stafdienst “Secretariaat en Logistiek” en door het feit dat er onenigheid bestaat tussen de verzoeker en zijn hiërarchische directeur van de stafdienst “Secretariaat en Logistiek”, over de wijze waarop dit overleg moet georganiseerd worden. De verwerende partij voegt daaraan toe dat de bestreden beslissingen geen smet werpen op de loopbaan van de verzoeker als hoofd van de directie “VII/2 Economaat” van de administratie van de Ondernemingen en Inkomensfiscaliteit. De verwerende partij besluit dat op dit ogenblik de functie van “diensthoofd” van de afdeling Gebouwen niet bestaat en dat er ook geen concrete IX-5911-5/8 plannen bestaan om die functie te creëren, zodat dit aangevoerde nadeel, louter hypothetisch is. 3.2.3.
  8. Wat in deze zaak op het eerste gezicht opvalt is dat door een gestructureerd overleg tussen de verschillende diensten en door een iets meer genuanceerde houding van de stafdirecteur “Secretariaat en Logistiek”, en van de verzoeker, de problemen in een minimum van tijd, zonder tijdrovende procedures eventueel zouden kunnen worden opgelost. Dit laatste geeft de verwerende partij minstens impliciet toe. Zij schrijft immers in haar nota onder meer “dat de directeur van de stafdienst ‘secretariaat en logistiek’ zijn onvrede over de huidige gang van zaken enkel tegenover verzoeker als permanent lid van het intern overleg gebouwen heeft verwoord, is misschien niet erg gelukkig, doch het betreft hier enkel een meningsverschil over de te volgen beleidslijn en geen fundamentele negatieve beoordeling van het functioneren van de verzoeker als leidinggevend ambtenaar”. Bovendien stelt de Raad van State vast dat de nota van 8 april 2008 van de stafdirecteur “S & L” niet onderbouwd is en geen steun vindt in de stukken van het administratief dossier. In wezen heeft het auditoraatsverslag dezelfde strekking. In het verslag wordt op goede gronden vastgesteld dat de bestreden beslissingen objectief bekeken een beperkte draagwijdte hebben, gezien vanuit het perspectief van de voorbeeldige loopbaan van de verzoeker en van zijn huidige functie. Uit het administratief dossier blijkt niet dat zijn functioneren als diensthoofd, wat zijn hoofdtaak is, in vraag wordt gesteld : de verzoeker blijft immers alle andere bevoegdheden die hij heeft, verder uitoefenen. De bewering dat hij door de bestreden beslissingen wordt gedestabiliseerd in zijn professionele relaties met zijn ondergeschikten en in diskrediet wordt gebracht bij zijn collega’s en dat zijn gezag als diensthoofd van de directie VII/2 volledig wordt ondermijnd en de uitoefening van zijn huidige functie ten zeerste wordt bemoeilijkt, wordt door de verzoeker niet onderbouwd en mist op het eerste gezicht feitelijke grondslag. Dit laatste blijkt eveneens uit de brief van de verzoeker van 14 april 2008, waarin de verzoeker onder meer schrijft dat zijn personeel verbaasd is over de aantijgingen, vervat in de brief van 8 april 2008 van de stafdirecteur gericht aan de verzoeker. Hieruit mag bijgevolg worden afgeleid dat het personeel van de verzoeker achter hem staat en dat niet blijkt, althans niet wordt aangetoond door de verzoeker, dat zijn gezag als diensthoofd wordt ondermijnd bij zijn personeel. Niets wijst erop dat de verzoeker IX-5911-6/8 niet “met onbesmeurd blazoen” op pensioen zal kunnen gaan, besluit het verslag terecht. Wat de vrij scherpe opmerkingen betreft die de stafdirecteur formuleert ten aanzien van de verzoeker en dit enkel in zijn hoedanigheid van voorzitter van het “intern overleg” van de logistieke beheerders van de verschillende administraties, waarvoor thans geen reglementaire grondslag bestaat, stelt de Raad van State vast dat de stafdirecteur vrij laattijdig heeft gereageerd en blijkbaar de zaken althans gedeeltelijk, op hun beloop heeft gelaten. Uit wat voorafgaat volgt dat het geringe moreel nadeel dat de verzoeker inroept, niet moeilijk te herstellen is. Het onherstelbaar nadeel dat de verzoeker ten slotte aanvoert, betreffende de gemiste kans om te worden aangesteld als hoofd of leider van de “S&L-afdeling Gebouwen” is een puur hypothetisch nadeel vermits een dergelijke functie op dit ogenblik niet bestaat. 3.2.3.
  9. Bijgevolg is niet voldaan aan de tweede cumulatieve voorwaarde van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen te verwerpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  10. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  11. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. IX-5911-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 7 juli 2008, door : de HH. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. D. MOONS. IX-5911-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.200 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.330 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.