id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 juli 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.209 Rolnummer: A. 187593/XII-5369 Zaak: Arrest 185209 - Overheidsopdrachten - 08/07/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-12 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 08:22 Fiche Arrest nr 185.209 van 8 juli 2008 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 185.209 van 8 juli 2008 in de zaak A. 187.593/XII-
- In zake : de NV INTERTEK CALEB BRETT BELGIUM, die woonplaats kiest bij advocaat C. Raymaekers, kantoor houdende te Antwerpen, Deken De Winterstraat 26 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Energie, die woonplaats kiest bij advocaat J.-F. De Bock, kantoor houdende te 1050 Brussel, Waterloosesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat de NV Intertek Caleb Brett Belgium op 16 mei 2008 heeft ingediend om de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “de gunningsbeslissing welke geen precieze datum bevat maar aan mijn verzoekster ter kennis werd gebracht met brief van 20 maart 2008 betreffende de openbare aanbesteding met publicatie op Belgisch en Europees niveau op resp. 23 oktober en 24 oktober 2007, genomen door de Belgische Staat, F.O.D. Economie, KMO, Middenstand en Energie, waarbij de opdracht betreffende de systematische analyse en controle op de kwaliteit van aardolieproducten in opdracht van Fapetro -2007/S2/E2/FAPETRO/ ANALYSES niet werd toegewezen aan verzoekster maar de 10de dag na ontvangst van de kennisgeving de opdracht wordt toegewezen voor 5 percelen aan de firma SGS, Polderdijkweg 16, Haven 407 te 2030 Antwerpen en voor 4 percelen aan de firma BfB, Parc Scientific Crealys, Rue Pohocas Lejeune 10 te 5032 Gembloux”; Gezien de nota van de verwerende partij; XII-5369-1/4 Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur P. Barra; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 24 juni 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 juli 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat C. Raymaekers, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat J.-F. De Bock, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. Barra; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De verzoekende partij heeft reeds tweemaal een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid ingediend tegen de bestreden beslissing: zaken gekend onder de rolnummers A.187.593/XII-5369 en A.187.664/XII-
- Met het arrest van de Raad van State nr. 182.062 van 15 april 2008 werd de eerst ingediende vordering afgewezen omdat daarbij geen enkele beschouwing werd gewijd aan de schorsingsvereiste van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel. De tweede vordering werd op grond van de volgende overweging onontvankelijk verklaard : “
- De verzoekende partij merkt in haar tweede verzoekschrift op dat ze ‘voor zoveel als nodig’ afstand doet van de eerste vordering, hetgeen ze ter terechtzitting bij monde van haar raadsman woordelijk herhaalt. Overeenkomstig artikel 17, § 1, vijfde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, mag een verzoekende partij op straffe van niet- ontvankelijkheid, niet opeenvolgend op een eerste vordering tot schorsing een tweede vordering tot schorsing indienen. Het uitzonderingsgeval van een reeds afgewezen schorsing bij gebreke aan uiterst dringende noodzakelijkheid is te dezen niet van toepassing. De verzoekende partij stelt ‘voor zoveel als nodig’ afstand te doen van de eerste procedure. Zij doet dit echter niet onvoorwaardelijk en laat de beslissing XII-5369-2/4 over de afstand in wezen over aan de Raad van State. Aldus heeft zij zichzelf in de positie gebracht bedoeld door de voormelde wetsbepaling namelijk deze van een verzoekende partij die opeenvolgende vorderingen heeft ingediend want van de eerste vordering is geen onvoorwaardelijke afstand gedaan. De tweede vordering (zaak A. 187.664/XII-5382) is dienvolgens niet ontvankelijk”.
- De voorliggende vordering is een derde schorsingsberoep betreffende dezelfde beslissing. Artikel 17, § 1, vijfde en zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, bepaalt hetgeen volgt : “De verzoeker dient, wanneer hij de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert, te opteren hetzij voor een vordering bij uiterst dringende noodzakelijkheid, hetzij voor een gewone schorsing. Hij kan op straffe van niet- ontvankelijkheid noch gelijktijdig, noch opeenvolgend hetzij opnieuw het derde lid toepassen, hetzij in zijn in § 3 bedoeld verzoekschrift andermaal de schorsing vorderen. In afwijking van het vijfde lid en onverminderd het bepaalde in §3, belet de verwerping van een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid niet dat de verzoeker nadien een vordering tot schorsing volgens de gewone procedure instelt, indien deze vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid werd verworpen omdat de uiterst dringende noodzakelijkheid niet afdoende werd aangetoond”. De verzoekende partij valt met de voorliggende vordering tot schorsing onder de toepassing van het vijfde lid van het aangehaalde artikel hetgeen hem verbiedt opnieuw - en te dezen nog wel ten derden male - een vordering tot schorsing in te stellen. De voorgaande vorderingen zijn, zoals gezien, niet verworpen omdat de uiterst dringende noodzakelijkheid niet afdoende werd aangetoond, maar respectievelijk wegens het ontbreken van een nadeelsbeschrijving en wegens niet- ontvankelijkheid op grond van de verboden cumulatie van schorsingsvorderingen. Aldus is ook de uitzondering vervat in het aangehaalde zesde lid van artikel 17, § 1, niet van toepassing. De vordering is bijgevolg niet ontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. XII-5369-3/4 Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht juli 2008, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-5369-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.209 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.373 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.