← België

Arrest 185284 - Tucht (openbaar ambt) - 10/07/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 juli 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.284 Rolnummer: A. 139645/IX-3885 Zaak: Arrest 185284 - Tucht (openbaar ambt) - 10/07/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-08-01 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 08:23 Fiche Arrest nr 185.284 van 10 juli 2008 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 185.284 van 10 juli 2008 in de zaak A. 139.645/IX-

  1. In zake : Leo WALLEZE, die woonplaats kiest bij advocaat M. STERCK, kantoor houdende te STEKENE, Stadionstraat 30 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Landsverdediging. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Leo WALLEZE op 25 juli 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 2 juli 2002 van de Chef Defensie waarbij zijn verzoek tot het vernietigen van de tuchtstraf van 23 januari 2002 van “4 dagen zwaar arrest” wordt geweigerd; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur H. COLIN; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 19 maart 2008; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 7 mei 2008, van de mededeling bedoeld in artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, IX-3885-1/3 OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. In het auditoraatsverslag is te dezen de verwerping van het beroep voorgesteld. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. De hoofdgriffier heeft de verzoekende partij medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. OM DIE REDENEN BESLIST DE VOORZITTER : Artikel
  2. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. IX-3885-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 10 juli 2008, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-3885-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.284 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.