id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 juli 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.314 Rolnummer: A. 187834/XII-5409 Zaak: Arrest 185314 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 10/07/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-22 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 08:23 Fiche Arrest nr 185.314 van 10 juli 2008 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK nr. 185.314 van 10 juli 2008 in de zaak A. 187.834/XII-
- In zake : Frank THEVISSEN, die woonplaats kiest bij advocaten P. Flamey en J. Bosquet, kantoor houdende te Antwerpen, Jan Van Rijswijcklaan 16 tegen : de VRIJE UNIVERSITEIT BRUSSEL, die woonplaats kiest bij advocaat A. Wirtgen, kantoor houdende te 1000 Brussel, Keizerslaan
- ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Frank Thevissen op 11 april 2008 heeft ingediend om de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 29 januari 2008 van het bestuurscollege van de Vrije Universiteit Brussel, waarbij werd beslist hem te ontslaan als voltijds hoofddocent; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag over het beroep tot nietigverklaring, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en over de vordering tot schorsing opgesteld door adjunct-auditeur J. Neuts; Gelet op de beschikking van 29 mei 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 juni 2008; Gelet op de kennisgeving van de verslagen aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; XII-5409-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat J. Bosquet, die loco advocaat P. Flamey verschijnt voor verzoeker, en van advocaat A. Wirtgen, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak
- Verzoeker is voltijds hoofddocent aan de Vrije Universiteit Brussel (V.U.B.). Het bestuurscollege van de V.U.B. beslist op 28 juni 2005 aan verzoeker voor de periode 1 juli 2002 - 30 juni 2005 de evaluatie “onvoldoende” toe te kennen en de anciënniteitsopbouw gedurende één jaar te halveren. De raad van bestuur van de V.U.B. beslist op 25 oktober 2005 na bezwaar van verzoeker om de beslissing van 28 juni 2005 van het bestuurscollege te bevestigen. Het bestuurscollege van de V.U.B. beslist op 18 december 2007 om aan verzoeker voor de periode 2005-2007 de evaluatie “onvoldoende” toe te kennen. Tegen deze beslissing stelt verzoeker geen beroep in. Op 29 januari 2008 beslist het bestuurscollege van de V.U.B. wegens “het feit dat de prestaties van [verzoeker] twee opeenvolgende malen als ‘onvoldoende’ werden geëvalueerd”, “een einde te stellen aan de benoeming van [verzoeker] als voltijds hoofddocent en hem te ontslaan conform de bepalingen van art. 106bis van het universiteitendecreet en art. 124 § 2 van het VUB-reglement inzake het Academisch Personeel” en “de opzegtermijn vast te leggen op 22 maanden en te laten ingaan op 01.03.2008”. Dit is de bestreden beslissing. XII-5409-2/5 De ontvankelijkheid van het beroep
- Het voorwerp van voorliggend beroep tot nietigverklaring is een geschil over verzoekers ontslag als hoofddocent. De verwerende partij is een gesubsidieerde vrije onderwijsinstelling, opgericht op privé-initiatief. Wat de aard betreft van de arbeidsverhouding tussen zulke instelling en haar personeel, ontstaat de dienstbetrekking tussen beide partijen in beginsel door een overeenkomst, zodat de rechtsverhouding tussen partijen van contractuele aard is, ook als hun contractuele vrijheid verder beperkt is door de bevoegde overheid middels algemene en onpersoonlijke bepalingen waarvan zij niet naar eigen goeddunken kunnen afwijken. Ook een verregaande beperking van de contractuele vrijheid van de partijen, zoals hier bij het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap, houdt niet in dat de verhouding tussen de partijen haar contractuele aard verliest, nu die verhouding ontstaan is uit een overeenkomst. De stelling van verzoeker, als zou de decreetgever bij het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap aan het zelfstandig academisch personeel van de vrije universiteiten een publiekrechtelijke rechtspositieregeling hebben willen geven en aan het universiteitsbestuur de bevoegdheid hebben verleend om dat personeel met een eenzijdige rechtshandeling in dienst te nemen, zodat het onderhavige beroep geen betrekking heeft op de uitvoering van een arbeidsovereenkomst, vindt geen steun in het decreet van 12 juni
- Nergens uit de tekst van dit decreet blijkt dat de decreetgever bedoeld had terug te komen op de contractuele aard die de rechtsverhouding van het bedoeld personeel had. Daaruit volgt dat de beslissingen in personeelszaken, zoals de bestreden beslissing, die de verwerende partij neemt op de wijze als geregeld door het genoemde decreet van 12 juni 1991 niet geacht kunnen worden handelingen te zijn die zij stelt als administratieve overheid in de zin van artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Het voorliggende beroep betreft een geschil over burgerlijke rechten, waarvoor de gewone rechter bevoegd is. Ambtshalve stelt de Raad van State vast dat het aldus hem niet toekomt om van het geschil kennis te nemen. Anders dan verzoeker ter terechtzitting betoogt, kan deze conclusie wel degelijk in een procedure met korte debatten worden getrokken. Met deze zienswijze sluit de Raad van State immers slechts aan bij zijn vaste rechtspraak, XII-5409-3/5 zoals bij voorbeeld het arrest Missorten (gewezen in algemene vergadering), nr. 93.104, van 6 februari 2001, Bollengier, nr. 93.944, van 13 maart 2001, Sue, 96.313, van 12 juni 2001, Rampelberg, nr. 96.314, van 12 juni 2001, Peere, nr. 104.005, van 26 februari 2002 en Leman, nr. 104.007, van 26 februari
- De vordering tot schorsing
- De vordering tot schorsing, als accessorium van het annulatieberoep, dient hetzelfde lot te ondergaan. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien juli 2008, door : de H. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, XII-5409-4/5 S. DOMS. G. VAN HAEGENDOREN. XII-5409-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.314 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.