← België

Arrest 185316 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 10/07/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 juli 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.316 Rolnummer: A. 188026/XII-5424 Zaak: Arrest 185316 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 10/07/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-30 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 08:23 Fiche Arrest nr 185.316 van 10 juli 2008 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 185.316 van 10 juli 2008 in de zaak A. 188.026/XII-

  1. In zake : Mohamed YACHOU, die woonplaats kiest bij advocaten V. Van Aelst en E. Gauquie, kantoor houdende te Antwerpen, Britselei 46 tegen : de STAD ANTWERPEN, die woonplaats kiest bij advocaat Chr. Coen, kantoor houdende te Antwerpen, Mechelsesteenweg 210 A. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Mohamed Yachou op 28 april 2008 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 15 februari 2008 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen om de voorlopige uitbatingsvergunning voor de uitbating van de club-vzw gekend en/of genoemd vzw De Bierton, Lange Dijkstraat 18 te 2060 Antwerpen, toegestaan aan de vzw De Bierton, Lange Dijkstraat 18 te 2060 Antwerpen, in te trekken; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgesteld door auditeur P. De Somere; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 19 juni 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 1 juli 2008; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-5424-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat V. Schormans, die loco advocaat V. Van Aelst verschijnt voor verzoeker, en van advocaat J. Deridder, die loco advocaat Chr. Coen verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : I. De voornaamste voorgaanden
  2. Op 26 juni 2006 keurt de gemeenteraad van de stad Antwerpen het politiereglement betreffende vzw’s en feitelijke verenigingen die drankgelegenheden uitbaten alsmede betreffende belwinkels, nachtwinkels en videotheken goed. Luidens artikel 2 zijn alle club-vzw’s verplicht om in het bezit te zijn van een uitbatingsvergunning, die enkel kan worden toegekend na onder meer een brandveiligheidsonderzoek en een financieel onderzoek. Artikel 6.1 schrijft voor dat de exploitant een schriftelijke aanvraag bij de burgemeester moet indienen. Artikel 10 voorziet in de overgangsregeling dat de reeds bestaande instellingen hun aanvraag ter verkrijging van een uitbatingsvergunning moeten indienen uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van het reglement en dat de aanvraag geldt als voorlopige uitbatingsvergunning tot zolang de vergunningsaanvraag niet is ingewilligd of geweigerd. Op 20 november 2006 dient de vzw Bierton, waarvan verzoeker de voorzitter is, een aanvraagformulier in voor een uitbatingsvergunning met betrekking tot de exploitatie van een club-vzw aan de Lange Dijkstraat 18 te 2060 Antwerpen. Met een brief van 4 december 2006 bevestigt de burgemeester van de stad Antwerpen dat de aanvraag geldt als voorlopige uitbatingsvergunning. Met een brief van 1 augustus 2007 wordt de vzw De Bierton er namens het college van burgemeester van in kennis gesteld dat de uitbating “niet voldoet aan de uitbatingsvoorwaarden, en onder meer niet aan brandveiligheids- voorschriften en financiële voorwaarden”, dat het schrijven een laatste waarschuwing inhoudt om zich onmiddellijk in regel te stellen, en dat het college bij een volgende vaststelling voor inbreuken op de uitbatingsvergunning de mogelijkheid heeft om XII-5424-2/5 de vergunning te schorsen of in te trekken op grond van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet. Op 21 december 2007 schrijft de verwerende partij dat bij nazicht blijkt dat de uitbating “nog steeds niet voldoet aan onder meer brandveiligheid en de financiële voorwaarden”, dat zal worden voorgesteld om de uitbatingsvergunning in te trekken op grond van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet en dat een hoorzitting zal plaatsvinden op 10 januari
  3. Van het hoorrecht wordt geen gebruik gemaakt. Het college beslist op 15 februari 2007, op basis van artikel 57, § 3, 11/, van het gemeentedecreet en van artikel 119bis, §§ 2 en 4, van de nieuwe gemeentewet, om de voorlopige uitbatingsvergunning voor de uitbating van de club- vzw De Bierton, toegestaan aan de vzw De Bierton, in te trekken omdat de brandveiligheidsvoorschriften niet worden nageleefd. II. De ontvankelijkheid
  4. Volgens de nota van verwerende partij is de vordering onontvankelijk. Een onderzoek van en een uitspraak over de ontvankelijkheid van de vordering zouden zich alleen opdringen indien aan de grondvoorwaarden voor een schorsing voldaan mocht zijn, hetgeen zoals hierna zal blijken niet het geval is. III. De grondvoorwaarden voor een schorsing
  5. Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de Raad slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging besluiten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. XII-5424-3/5 IV. De grondvoorwaarde van de ernstige middelen
  6. Verzoeker voert in een enig middel de schending aan van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, evenals van het zorgvuldigheidsbeginsel. Hij licht toe dat hij het bestaande huurcontract van 9 september 2005 met betrekking tot het pand aan de Lange Dijkstraat 18 te Antwerpen, op 1 januari 2006 heeft overgenomen en dat op 1 april 2007 een nieuw huurcontract is gesloten, dat het op 17 mei 2005 goedgekeurde politiereglement al van toepassing was vóór het oorspronkelijke huurcontract en vóór het huurcontract van 1 april 2007, dat bijgevolg de verhuurder het pand met de brandveiligheidsvoorschriften in overeenstemming had moeten brengen, en dat de verwerende partij niet zorgvuldig is geweest aangezien zij geen of onvoldoende rekening heeft gehouden met het feit dat verzoeker slechts huurder is van het pand en in die hoedanigheid niet gehouden om de brandveiligheid in orde te brengen, noch rekening hield met de nadelige gevolgen die de intrekking van de vergunning teweeg kan brengen voor verzoeker.
  7. Verwerende partij antwoordt in de nota onder meer wat volgt : “Niet de eigenaar maar de uitbater die de vergunning aanvraagt, is verantwoordelijk voor naleving van de in de onderscheiden reglementen opgelegde veiligheidsvoorschriften, waaronder de belangrijke brandveiligheids- voorschriften. Het is in die geest aan de uitbater van de inrichting, in casu de vzw De Bierton, om te beslissen wanneer zij haar aanvraag indient. In principe dient het pand op het ogenblik van de aanvraag te voldoen aan alle voorschriften, niettemin geniet de aanvrager van twee controles ter plaatse, die beide hun beslag krijgen in een omstandig gemotiveerd verslag waarin eventuele gebreken worden geduid. Indien de vzw De Bierton of verzoekende partij van oordeel zijn dat [...] het handelen of nalaten te handelen van de verhuurder van het pand hen schade heeft berokkend, dienen zij zich tot die verhuurder te wenden [...]. Verwerende partij dient zich evenwel in het kader van het toekennen of weigeren van een vergunning, enkel te steunen op de geldende reglementen en op de vaststelling of de uitbating aan de gestelde normen voldoet. Het is niet aan verwerende partij als vergunningverlenende overheid om tussen te komen in de privaatrechtelijke verhoudingen tussen verhuurder en huurder. Door zich te beperken tot haar reglementaire opdracht schendt verwerende partij dan ook geenszins de door verzoekende partij aangehaalde rechtsregels”.
  8. Rekening houdend met de hiervoor, sub 1, eerste alinea, vermelde bepalingen van het politiereglement van 26 juni 2006, wordt vooralsnog het verweer van de verwerende partij bijgevallen. XII-5424-4/5 Het enig middel is niet ernstig. Aldus is aan alvast één van de cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing niet voldaan. Deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  9. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  10. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien juli 2008, door : de H. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. J. LUST. XII-5424-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.316 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.238 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.