id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 juli 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.336 Rolnummer: A. 169191/IX-5185 Zaak: Arrest 185336 - Penitentiair recht - 10/07/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-30 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 08:23 Fiche Arrest nr 185.336 van 10 juli 2008 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 185.336 van 10 juli 2008 in de zaak A. 169.191/IX-
- In zake : Nasredinne KACEM, die woonplaats kiest bij advocaat F. LAEVEREN, kantoor houdende te HEIST-OP-DEN-BERG, Broekstraat 21 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij, advocaat B. DERVEAUX, kantoor houdende te KORTENBERG, Veldstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Nasredinne KACEM op 5 januari 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 1 december 2005 van de directeur van de strafinrichting te Antwerpen waarbij hem de tuchtsanctie “drie dagen verbod tot wandeling” wordt opgelegd; Gelet op de beschikking van 19 januari 2006 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 10 maart 2008; IX-5185-1/3 Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 5 mei 2008, van de mededeling bedoeld in artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. In het auditoraatsverslag is te dezen de verwerping van het beroep voorgesteld. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. De hoofdgriffier heeft de verzoekende partij medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. IX-5185-2/3 OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 10 juli 2008, door : de HH. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. D. MOONS. IX-5185-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.336 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.