id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juli 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.386 Rolnummer: A. 108784/XII-3244 Zaak: Arrest 185386 - Energie - 14/07/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-22 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 08:24 Fiche Arrest nr 185.386 van 14 juli 2008 Economische zaken - Energie Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 185.386 van 14 juli 2008 in de zaak A. 108.784/XII-
- In zake : de NV ELIA ASSET, die woonplaats kiest bij advocaten T. Vandenput en P. De Maeyer, kantoor houdende te 1160 Brussel, Tedescolaan 7 tegen : de STAD LEUVEN, die woonplaats kiest bij advocaat B. Beelen, kantoor houdende te Leuven, Justus Lipsiusstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV Elia Asset op 10 augustus 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 28 maart 2001 van de gemeenteraad van Leuven waarbij voor het dienstjaar 2001 een belasting wordt geheven op allerhande masten en pylonen; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur P. De Somere; Gelet op de beschikking van 14 maart 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 7 februari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 april 2008; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-3244-1/6 Gehoord de opmerkingen van advocaat P. De Maeyer, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat T. Beelen, die loco advocaat B. Beelen verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van auditeur P. De Somere; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : I. De bestreden beslissing
- Op 28 maart 2001 beslist de gemeenteraad van Leuven voor het dienstjaar 2001 een belasting te heffen “op allerhande masten en pylonen, onder andere dienende voor telecommunicatie, geplaatst in openlucht en zichtbaar vanaf de openbare weg”. De belasting wordt vastgesteld op 100.000 frank per mast of pyloon en is verschuldigd door de eigenaar van de mast of de pyloon op 1 januari van het belastingjaar. In de considerans wordt overwogen dat allerhande masten en pylonen voor onder andere telecommunicatie als landschapsverstorend worden ervaren en derhalve hinder meebrengen voor de plaatselijke gemeenschap, dat het derhalve billijk is dat deze hinder gecompenseerd wordt door een belasting, dat het bovendien past geen belasting te heffen op masten en pylonen in het landschap aangebracht met het oog op het voortbrengen van energie op alternatieve wijze (windmolens), aangezien het landschapsverstorend element ruimschoots gecompenseerd wordt door het milieuvriendelijk aspect ervan, en dat het gemeenschappelijk gebruik van masten en pylonen dient te worden aangemoedigd overeenkomstig de telecomcode inzake telecommunicatie. XII-3244-2/6 II. De grond van de zaak Standpunt van de partijen
- Verzoekster voert in een vierde middel, tweede onderdeel, onder meer aan dat het aangevochten besluit de term “pyloon” en “mast” niet definieert ofschoon het rechtszekerheids- en zorgvuldigheidsbeginsel noodzaken dat de door een overheid vastgesteld reglement duidelijk is minstens wat zijn toepassingsgebied betreft. Toegelicht wordt dat de onzekerheid verhoogd wordt aangezien in de bestreden beslissing sprake is van “allerhande”, dat verzoekster niet weet welke de hoogte moet zijn van de pylonen, noch of de belasting houten, metalen of betonnen pylonen beoogt, dat het belasten van alle constructies die lijnen steunen, gaande van de kleinste langs de wegen tot de grootste van 380 kV, niet kadert binnen de motieven die de gemeente heeft aangegeven in haar uitdrukkelijke motivering, dat de kleinste en de middelgrote hoogspanningslijnen geen bijzonder ernstige vorm van visuele vervuiling betekenen, dat zij een relatief geringe omvang hebben en meestal langs de openbare wegen lopen “in dezelfde mate als de openbaar verlichtingsmasten en -lijnen, zoals de telefoonlijnen en -infrastructuur”.
- Verwerende partij betoogt in de memorie van antwoord dat uit het belastingreglement duidelijk blijkt dat het “voornamelijk de bedoeling is om o.a. telecommunicatie masten en antennes te belasten” en dat er in een specifieke vrijstelling is voorzien voor windmolens, dat zowel GSM-masten en -antennes alsook windmolens “van een bepaalde grootte” zijn en hieruit kan worden afgeleid dat het belastingreglement “enkel en alleen de zeer grote masten en pylonen beoogt, dewelke als algemeen storend worden ervaren zoals o.a. GSM-masten, windmolens en hoogspanningsmasten”, dat openbare-verlichtingspylonen en de verlichting van voetbalvelden “niet van een dusdanige hoogte [zijn] dat zij storend zouden zijn”.
- Verzoekster repliceert daarop in de memorie van wederantwoord dat een kleine pyloon die dicht bij de openbare weg ligt een groter hinderlijk effect op de open ruimte zal hebben dan een veraf gelegen grotere pyloon en derhalve meer in aanmerking zal komen om belast te worden, dat alleszins uit de memorie van antwoord blijkt dat er een totaal gebrek aan duidelijkheid is aangaande het toepassingsgebied van het belastingreglement. XII-3244-3/6 Beoordeling
- De bestreden belasting geldt “allerhande masten en pylonen”, geplaatst in openlucht en zichtbaar vanaf de openbare weg. Dat het enkel om “zeer grote” masten en pylonen zou gaan, mag dan wel in de lijn van de formele motivering liggen, het blijkt allerminst uit de omschrijving van het belastbare voorwerp zoals die in het belastingreglement voorkomt. Vanaf welke hoogte overigens masten of pylonen als “zeer groot” te beschouwen zouden zijn, wordt niet gepreciseerd. Alleszins is bezwaarlijk als zo een verduidelijking op te vatten, dat het moet gaan om “een dusdanige hoogte dat zij storend zouden zijn”. De onzekerheid omtrent wat als “zeer groot” te aanzien is wordt zodoende ingeruild voor die omtrent wat “storend” mag heten.
- Op zich beschouwd lijkt de omschrijving van de belastbare materie, in artikel 1 van de bestreden beslissing, onder andere ook de verlichtingspylonen langs de openbare weg en rond de voetbalvelden te passen, evenals de elektriciteitsmasten langs de wegen. Nochtans zou de belasting volgens de memorie van antwoord niet de verlichtingspylonen langs de openbare weg en rond de voetbalvelden beogen. Over de elektriciteitsmasten langs de wegen, die verzoekster net als de openbare-verlichtingsmasten in het verzoekschrift ter sprake heeft gebracht, zegt verwerende partij in de memories dan weer niets. In zoverre zodoende bevestigd zou worden dat deze elektriciteitsmasten, in tegensteling tot de verlichtingsmasten, effectief door de belasting worden beoogd, rijst de vraag naar het waarom van de verschillende behandeling en waarin dan de ene masten van de andere verschillen qua grootte en storend karakter.
- Gelet op de gebruikte algemene bewoordingen, is de belasting eveneens van toepassing op de pylonen voor het voortbrengen van energie op alternatieve wijze. Weliswaar doet de considerans van het bestreden besluit blijken van de bedoeling om deze pylonen van de belasting uit te sluiten, maar dat voornemen werd niet in het bepalend gedeelte tot uitdrukking gebracht. Geen enkele bepaling voorziet in enige vrijstelling, ook niet ten voordele van de zogenaamde “windmolens”. XII-3244-4/6
- Uit wat voorafgaat, volgt dat de aanduiding van het belastbare voorwerp onprecies is en niet-accuraat, en een bron van twijfel en onzekerheid. Zij getuigt van een gebrek aan elementaire zorgvuldigheid, waardoor afbreuk wordt gedaan aan de rechtszekerheid waarop de eigenaars van masten en pylonen aanspraak mogen maken. Deze onwettigheid tast het gehele belastingreglement aan.
- Het besproken onderdeel is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 28 maart 2001 van de gemeenteraad van Leuven waarbij voor het dienstjaar 2001 een belasting wordt geheven op allerhande masten en pylonen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. XII-3244-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien juli 2008, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3244-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.386 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.