← België

Arrest 185400 - Examens (onderwijs) - 14/07/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juli 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.400 Rolnummer: A. 188855/XII-5482 Zaak: Arrest 185400 - Examens (onderwijs) - 14/07/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-16 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 08:24 Fiche Arrest nr 185.400 van 14 juli 2008 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Verwerping Verwerping voorlopige maatregelen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 185.400 van 14 juli 2008 in de zaak A. 188.855/XII-

  1. In zake : Dries VAN DER OUGSTRAETE, die woonplaats kiest bij advocaat W. Goris, kantoor houdende te Brussel, Jacques Sermonlaan 105 tegen : de VZW GROEP T, INTERNATIONALE HOGESCHOOL LEUVEN, die woonplaats kiest bij advocaat A. Verlinden, kantoor houdende te Brussel, Louizalaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Dries Van der Ougstraete op 7 juli 2008 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring te vorderen van "de administratieve beslissing die genomen werd door de stagecommissie in buitengewone zitting zetelend als delibererend orgaan van de Internationale Hogeschool Leuven dd. 12 juni 2008"; Gezien de in hetzelfde verzoekschrift gevorderde voorlopige maatregel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, onder verbeurte van een dwangsom; Gezien de nota en het administratief dossier van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 8 juli 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 juli 2008, om 10.00 uur; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; XII-5482-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat W. Goris, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat A. Verlinden, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. Weekers; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  3. Verzoeker is tweedejaarsstudent professionele bachelor in onderwijs, secundair onderwijs. Nadat verzoeker op 29 mei 2008 te horen krijgt dat hij niet geslaagd is voor zijn stage, tekent hij op 2 juni 2008 beroep aan tegen deze beslissing. De beroepscommissie neemt op 11 juni 2008 een voor verzoeker gunstige beslissing, doch met de bestreden beslissing van 12 juni 2008 van de stagecommissie in buitengewone zitting wordt de eerder gemaakte en voor verzoeker negatieve stagebeoordeling behouden.
  4. De verwerende partij werpt in haar nota op dat de vordering niet ontvankelijk is, aangezien de voorliggende zaak tot de rechtsmacht behoort van de raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen.
  5. De bestreden beslissing houdt de beoordeling in van een stage die, zonder dat de partijen zulks betwisten, een onderdeel is van verzoekers examensessie in juni
  6. Die beslissing lijkt te moeten worden beschouwd als een op het niveau van de betrokken hogeschool, in het kader van verzoekers studies, gevormd eindoordeel over het voldoen voor een opleidingsonderdeel, dit laatste zijnde "een afgebakend geheel van onderwijs-, leer- en evaluatieactiviteiten dat gericht is op het verwerven van welomschreven competenties inzake kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes" (definitie volgens artikel 2, 18/, van het decreet van 30 april 2004 betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen). XII-5482-2/4 Dergelijk eindoordeel lijkt "een examenbeslissing, zijnde elke beslissing die, al dan niet op grond van een deliberatie, een eindoordeel inhoudt over het voldoen voor een opleidingsonderdeel [...]", hetgeen luidens artikel II.1, 15/ bis, a), van het decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student [...] een "studievoortgangsbeslissing" is. Luidens artikel II.4 van hetzelfde decreet treedt het bestuur, of enig orgaan dat werkt onder de verantwoordelijkheid van het bestuur, bij het nemen van een studievoortgangsbeslissing op als openbare dienst, die in een reglementaire verhouding staat tot de student. Blijkens artikel II.15 wordt een raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen opgericht, die "als administratief rechtscollege uitspraak [doet] over de beroepen die door studenten worden ingesteld tegen examen(tucht)beslissingen, na uitputting van de [...] interne beroepsprocedure". Artikel II.21 stelt nog : "De Raad beoordeelt of studievoortgangsbe- slissingen in overeenstemming zijn met : 1/ de decretale en reglementaire bepalingen en de onderwijs- en examenregeling; 2/ de algemene administratieve beginselen. De Raad stelt zijn appreciatie betreffende de waarde van een kandidaat niet in de plaats van die van het bestuur of enig orgaan dat werkt onder de verantwoordelijkheid van het bestuur". In de huidige stand van de procedure wordt dan ook aangenomen dat de raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen als administratief rechtscollege kennis neemt van de beroepen die een student instelt tegen een studievoortgangsbeslissing en dat het beroep tegen de thans bestreden beslissing alzo tot de rechtsmacht van deze raad behoort, onverminderd de mogelijkheid van cassatieberoep bij de Raad van State. Uit wat voorafgaat volgt dat de aangevoerde exceptie een hoge graad van ernst vertoont, die de Raad van State ertoe brengt zich in de huidige stand van de procedure zonder rechtsmacht te achten voor de nietigverklaring, en bijgevolg voor de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing over de stage van verzoeker. XII-5482-3/4 Dienvolgens is er evenmin grond om uitspraak te doen over het verzoek, in ondergeschikte orde, om de verwerende partij te bevelen een gemotiveerde beslissing te nemen, onder verbeurte van een dwangsom, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  7. De vorderingen tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en tot het opleggen van een voorlopige maatregel, onder verbeurte van een dwangsom, worden verworpen. Artikel
  8. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien juli 2008, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. D. VERBIEST. XII-5482-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.400 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.936 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.