← België

Arrest 185405 - Milieuvergunningen - 15/07/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 juli 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.405 Rolnummer: A. 187112/VII-37143 Zaak: Arrest 185405 - Milieuvergunningen - 15/07/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-23 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 08:24 Fiche Arrest nr 185.405 van 15 juli 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 185.405 van 15 juli 2008 in de zaak A. 187.112/VII-37.

  1. In zake : Sven WUYTS, die woonplaats kiest bij advocaten C. GYSEN en T. SWERTS, kantoor houdende te MECHELEN, Antwerpsesteenweg 16-18 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
  2. tussenkomende partij : de BVBA ALERIS ALUMINUM DUFFEL, die woonplaats kiest bij advocaat P. MALLIEN, kantoor houdende te ANTWERPEN, Meir
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Sven WUYTS op 18 februari 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van "het Besluit dd. 17 december 2007 van de Vlaamse Minister van Openbare werken, energie, leefmilieu en natuur, houdende uitspraak over de beroepen aangetekend tegen de beslissing (...) van 26 april 2007 van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen houdende het verlenen van de vergunning aan de NV Corus Aluminium, A. Stocletlaan 87, 2570 Duffel, voor het exploiteren en veranderen van een aluminiumverwerkend bedrijf, gelegen te 2570 Duffel, A. Stocletlaan 87, ter kennis gegeven per schrijven van 18 december 2007"; Gezien de nota van de verwerende partij; VII-37.143-1/10 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 22 mei 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 juni 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. SWERTS, die verschijnt voor verzoeker, van advocaat I. VERHELLE die, loco advocaat B. STAELENS verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat J. DE CONINCK die, loco advocaat P. MALLIEN verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  4. De rechtspleging Overwegende dat de NV CORUS ALUMINIUM, die omgezet werd in respectievelijk de BVBA CORUS ALUMINIUM en thans de BVBA ALERIS ALUMINUM DUFFEL, op 13 maart 2008 een verzoek heeft ingediend om te mogen tussenkomen in huidig geding; dat deze vennootschap de begunstigde is van de bestreden beslissing; dat haar verzoek tot tussenkomt bijgevolg wordt ingewilligd;
  5. De gegevens van de zaak Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: VII-37.143-2/10 2.
  6. De tussenkomende partij baat te Duffel, aan de Adolphe Stocletlaan 87 een aluminiumverwerkend bedrijf uit. Het bedrijf kreeg hiervoor een vergunning op 7 maart 1978, verstrijkend op 24 oktober
  7. Op de basisvergunning volgden tal van wijzigende vergunningen en aktenames van wijzigingen. 2.
  8. Verzoeker woont in de Kruisstraat 127 te Duffel. Naar eigen zeggen bedraagt de afstand tussen zijn woning en de belangrijkste geluidsbronnen van de inrichting ongeveer 400 meter. 2.
  9. Op 25 oktober 2006 dient de NV CORUS ALUMINIUM bij de deputatie van de provincie Antwerpen een milieuvergunningsaanvraag in met het oog op het verder exploiteren en veranderen van de inrichting. 2.
  10. In het kader van deze aanvraag wordt een openbaar onderzoek georganiseerd, en ook verzoeker dient een bezwaarschrift in. 2.
  11. Op 26 april 2007 verleent de deputatie van de provincie Antwerpen de gevraagde vergunning. Zij wordt afhankelijk gemaakt van de naleving van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, alsook van een reeks bijzondere exploitatievoorwaarden. 2.
  12. Tegen die beslissing wordt, onder meer door verzoeker, een administratief beroep ingesteld. 2.
  13. In het kader van die beroepsprocedure wordt een aantal adviezen gegeven. Zij hebben als algemene en gezamenlijke strekking dat de vergunning kan worden verleend, maar dat er nog bijkomende voorwaarden moeten worden opgelegd. 2.
  14. Op 17 december 2007 wordt de thans bestreden beslissing genomen. De beroepen worden gedeeltelijk gegrond verklaard, de beslissing van de deputatie van de provincie Antwerpen wordt grotendeels bevestigd, maar er worden een aantal bijkomende exploitatievoorwaarden opgelegd; VII-37.143-3/10
  15. De ontvankelijkheid 3.
  16. Overwegende dat de tussenkomende partij opwerpt dat verzoeker niet doet blijken van de vereiste hoedanigheid, omdat hij geen stukken meedeelt waaruit blijkt dat hij eigenaar of bewoner is van de woning gelegen aan de Kruisstraat 127 te Duffel, dat hij evenmin doet blijken van het vereiste belang, dat het nadeel dat hij aanvoert "op geen enkele wijze concreet aangetoond" wordt, dat de omstandigheid dat verzoeker een ontvankelijk administratief beroep instelde tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Antwerpen van 26 april 2007 zijn belang niet aantoont; 3.
  17. Overwegende dat over die excepties slechts uitspraak zou moeten worden gedaan indien aan de beide, cumulatieve voorwaarden om tot de schorsing van de tenuitvoerlegging over te gaan is voldaan, wat te dezen, zoals zal blijken, niet het geval is;
  18. De grond van de zaak Overwegende dat luidens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de akte of het reglement een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel kan berokkenen; 4.
  19. Overwegende dat verzoeker met betrekking tot de tweede voorwaarde aanvoert dat, zoals de bestreden beslissing onderschrijft, sinds medio 2005 de geluids- en geurhinder significant toegenomen zijn, dat de inrichting "een significante aantasting van de leefkwaliteit" van verzoeker en van de hele buurt tot gevolg zal hebben, dat verzoeker hierbij wijst op "piekgeluiden veroorzaakt door behandeling van schroot, vallende aluminiumstaven en schrootbakken", dat door het werken met open poorten er een verstoring is van de nachtrust en dat zulks een negatieve impact heeft op de gezondheid van verzoeker en zijn familie, dat de constante geluidshinder veroorzaakt door schouwen, walsen en ovens significante gezondheidseffecten veroorzaakt zoals concentratiestoornissen, slaapstoringen en hypertensie, dat verzoeker ook zijn kantoor in de eigen woning heeft en bijgevolg de hele dag overlast ervaart, dat hij daardoor concentratieverlies ondergaat en op die VII-37.143-4/10 manier ook onrechtstreeks inkomensverlies, dat de geurhinder een penetrante geur betreft, die zeer hinderlijk is en hoofdpijn veroorzaakt en dat ook niet onderzocht is of de stoffen gevaar opleveren voor de gezondheid, dat ook de belevingswaarde van de woning en tuin van verzoeker "ontegensprekelijk (zal) worden aangetast door de constante geluidsoverlast", dat 's zomers rustig in de tuin werken of zitten eigenlijk onmogelijk is door "het enerverende geluid", dat de geplande ingrepen om die stoornis tegen te gaan niet eens het ingecalculeerde resultaat opleveren, dat uit het milieueffectenrapport (hierna : MER) blijkt dat de tussenkomende partij op korte termijn kan bijdragen tot de hoge NOx-concentraties in de omliggende woonzones, zodat het mogelijk is dat zij bijdraagt tot eventuele gezondheidseffecten bij gevoelige personen, dat uit de uitgevoerde studies blijkt dat een blootstelling aan concentraties die de luchtkwaliteitsnormen benaderen of overschrijden, beduidende effecten heeft op de gezondheid, dat het pluimmaximum waartoe de tussenkomende partij zal bijdragen significante effecten zal hebben, dat de bestreden beslissing ten aanzien van de geurhinder zelf vaststelt dat de mogelijke geuremissies vooral veroorzaakt worden in de walserij, ter hoogte van de warmwalsen, dat bij de normale bedrijfssituatie geen overmatige hinder zal optreden in de onmiddellijke omgeving, dat het niet helemaal uit te sluiten valt dat, onder andere bij bepaalde meteo-omstandigheden, de geur soms toch waarneembaar is en dat bepaalde personen deze als hinderlijk beschouwen, dat is vastgesteld dat verscheidene buurtbewoners klagen over geurhinder, dat ook uit telefonische informatie van de gemeente en de afdeling Milieu-inspectie blijkt dat er regelmatig geurklachten zijn; dat aldus, volgens verzoeker, afdoende is aangetoond dat de inrichting "een aanzienlijke geluids- en geurhinder veroorzaakt die niet enkel de levenskwaliteit en het woongenot van de verzoekende partij en bij uitbreiding de ganse buurt ernstig beïnvloedt, doch tevens een impact genereert op diens gezondheid", dat al deze vormen van hinder zich ook zullen voordoen op rustmomenten, zijnde 's nachts, tijdens de weekends en op feestdagen, dat milieuhinder, waaronder geluidshinder, bij uitstek een nadeel is dat niet te herstellen is, en a fortiori niet de hieruit ontstane gezondheidsschade, dat hetzelfde gesteld kan worden van geurhinder en uitstoot van schadelijke stoffen, dat het terrein van de kwestieuze installatie zowel grenst aan woongebieden, alwaar zodoende een bufferzone van 50 tot 100 meter voorzien zou moeten worden, als aan andere gebieden, alwaar een bufferstrook van 25 meter dient te worden voorzien, dat op geen enkele van deze locaties een bufferzone aanwezig is op het industrieterrein, dat het ontbreken van een effectieve en toereikende bufferzone een ernstig nadeel kan uitmaken dat de opschorting van een vergunning kan wettigen; VII-37.143-5/10 4.
  20. Overwegende dat de verwerende partij in haar nota antwoordt dat de uiteenzetting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel van verzoeker "ten zeersten" gerelativeerd dient te worden, omdat de bestreden beslissing een beslissing in beroep betreft inzake een milieuvergunning met betrekking tot een bedrijf dat reeds sinds 1978 bestaat en gelegen is in een gebied voor milieubelastende industrie, dat de omstandigheid dat er een zekere mate van "hinder" is door de aanwezigheid van dit gebied en de industrie die ermee gepaard gaat, in geen geval aanvaard kan worden als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat zou voortvloeien uit de bestreden beslissing, dat de bestreden beslissing werd genomen na een uitgebreid onderzoek van het voldoen en kunnen voldoen aan de Vlarem-normen, waarbij precies verschillende bijkomende bijzondere voorwaarden aan het bedrijf werden opgelegd om de hinder van het bedrijf binnen de Vlarem-normen en zelfs binnen bijkomende "normen" te houden, dat de bestreden beslissing een bijkomende bescherming aan de omgeving geeft, dat verzoeker derhalve onder het moeilijk te herstellen ernstig nadeel zou moeten aantonen dat die bijkomende bescherming geen bijkomende bescherming geeft, maar afbreuk doet aan de bescherming van de omgeving en een omgeving zou creëren die in die mate hinderlijk is dat er sprake zou kunnen zijn van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel, dat verzoeker zulks niet vermag, dat hij gewaagt van een aantal hinderaspecten die opgevangen zijn door de bijzondere voorwaarden van de bestreden beslissing, dat hij citeert uit het MER, terwijl met dit MER ook rekening werd gehouden bij de beoordeling van de bestreden beslissing en de aanleiding was tot verscheidene bijzondere voorwaarden, dat verzoeker niet aantoont dat de bijzondere voorwaarden niet van die aard zouden kunnen zijn om tegemoet te komen aan de hinderaspecten zoals opgesomd in het MER, dat in het beroepschrift van verzoeker van 21 juni 2007 geen sprake is van de ernstige gezondheidsnadelen die nu door hem worden uiteengezet in zijn vordering tot schorsing, dat, integendeel, verzoeker akkoord lijkt te gaan met de door de Provinciale Milieuvergunningscommissie (hierna : PMVC) voorgestelde termijnen voor de in het MER voorziene geluidsreducerende maatregelen, dat indien verzoeker werkelijk ernstige gezondheidsproblemen zou hebben, hij zulks zeker in zijn beroepschrift op de één of andere wijze vermeld zou hebben, dat het enige waar verzoeker naar verwijst de hinder is "van de omwonenden" bij de activiteiten van het bedrijf met open deuren en dat daaraan tegemoet gekomen wordt door de bestreden beslissing, dat verzoeker noch in zijn bezwaarschrift tijdens het openbaar onderzoek, noch in zijn beroepschrift het lijkt te hebben over persoonlijke hinder, dat hij veeleer op algemene wijze lijkt te eisen dat het bedrijf zou voldoen aan de Vlarem-normen en dat het groenscherm zou worden uitgebreid, dat hij evenwel niet VII-37.143-6/10 verwijst naar persoonlijke hinder, dat de bestreden beslissing met betrekking tot de concrete geluidshinderaspecten die verzoeker aanhaalt bijkomende bijzondere voorwaarden oplegt, dat verzoeker ook niet aantoont dat hij persoonlijk hinder ondervindt, noch dat zijn gezondheid daar onder zou lijden, dat de omstandigheid dat tijdens de administratieve beroepsprocedure werd vastgesteld dat sommige reeds genomen maatregelen geen "bevredigend" resultaat hadden, waarbij niet gesteld is dat niet zou zijn voldaan aan de Vlarem-normen, evenmin enig bewijs van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel in hoofde van verzoeker oplevert, dat zulks eveneens het geval is voor de NOx-concentraties waarmee in de bestreden beslissing rekening is gehouden, dat verzoeker, ten slotte, volgens eigen zeggen woont op ongeveer 400 meter van de inrichting, zodat er een feitelijke bufferzone is van ongeveer 400 meter; 4.
  21. Overwegende dat de tussenkomende partij argumenteert dat niet duidelijk en concreet wordt aangetoond waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel van verzoeker is gelegen, dat verzoeker stelt dat de bestreden beslissing zou vaststellen dat "de geluids- en geurhinder sinds 2005 significant is toegenomen", dat dit echter een loutere bewering van verzoeker is die hij formuleer- de in een eerder bezwaarschrift, dat het ook niet juist is dat "het voor zich spreekt" en dat "ook uit het besluit van de minister" zou blijken dat het uitbaten van haar inrichting "een significante aantasting van de leefkwaliteit van de verzoekende partij en van de hele buurt tot gevolg zal hebben", dat de bestreden beslissing juist aangeeft dat mits het naleven van de opgelegde milieuvoorwaarden dit niet het geval zal zijn, dat verzoeker enkel beweert dat er sprake is van aanzienlijke geluids- en geurhinder, veroorzaakt door de inrichting van de tussenkomende partij, alsook dat deze milieuhinder de levenskwaliteit, het woongenot en de gezondheid van verzoeker en de ganse buurt ernstig beïnvloedt, dat dienaangaande er geen officiële vaststellingen, noch bewijskrachtige gegevens door verzoeker worden voorgelegd, dat hij alleen verwijst naar het MER, uitgevoerd voorafgaand aan de milieuvergun- ningsaanvraag, dat hij evenwel abstractie maakt van het feit dat juist met de beperkende maatregelen voorgesteld in dit MER maximaal rekening werd gehouden door de deputatie van de provincie Antwerpen door het opleggen van bijzondere milieuvoorwaarden in het vergunningsbesluit van 26 april 2007, welke nog werden aangevuld en verstrengd in de thans bestreden beslissing, dat verzoeker zich beperkt tot de bewering dat er sprake is van geluids- en geurhinder en daaruit zonder meer besluit dat hij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel lijdt en dat dergelijke hinder niet te herstellen is, dat evenwel niet wordt aangetoond dat het beweerde nadeel VII-37.143-7/10 moeilijk te herstellen is; dat, steeds volgens de tussenkomende partij, dit des te meer klemt nu de bestreden beslissing aan haar een aantal bijkomende bijzondere voorwaarden oplegt met betrekking tot geluids- en geurhinder, die niet alleen op zeer korte termijn dienen te worden uitgevoerd, doch ook vooruitlopen op de conclusies en de evaluatie met betrekking tot reeds uitgevoerde en in uitvoering zijnde maatregelen, opgelegd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 26 april 2007; 4.
  22. Overwegende dat verzoeker als moeilijk te herstellen ernstig nadeel geluids- en geurhinder en negatieve effecten op de gezondheid door de uitstoot van NOx aanvoert; dat hij stelt dat hij op 300 meter van de inrichting woont, en dat "de afstand tot de belangrijkste geluidsbronnen van de inrichting aan deze kant van de Nete ongeveer 400 meter bedraagt", dat, gelet op die afstand, het nadeel dat verzoeker put uit de ontstentenis van bufferzone rond het bedrijf niet overtuigt; dat, trouwens, tussen verzoekers woning en de inrichting nog een woonwijk ligt; dat de inrichting gelegen is in een gebied voor milieubelastende industrie zodat elke bedrijvigheid in een dergelijk gebied enige hinder kan teweegbrengen, zodat de tolerantiegraad voor hinder in dit gebied ook hoger ligt; dat met betrekking tot de aangevoerde geluidshinder, verzoeker stelt dat piekgeluiden veroorzaakt door behandeling van schroot, vallende aluminiumstaven en schrootbakken, en door het werken met open poorten, voor een verstoring van de nachtrust zorgen; dat de bestreden beslissing in dat verband diverse exploitatievoorwaarden oplegt om deze vorm van hinder te voorkomen of aanzienlijk te beperken; dat verzoeker zich ook in ruime mate steunt op het MER en dat uit de door hem geciteerde passages uit het MER volgens hem moet blijken dat er overschrijdingen zijn van de geluidsnormen van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II), dat de effecten op het omgevingsgeluid zeer significant zijn, en dat dit significante gezondheidseffecten heeft; dat het MER evenwel vaststelt dat, indien een aantal maatregelen worden genomen, de geluidsemissies verwaarloosbaar zullen zijn; dat de deputatie van de provincie Antwerpen in haar beslissing van 26 april 2007 als bijzondere exploitatie- voorwaarde alle geluidsreducerende maatregelen voorgesteld in het MER of gelijkwaardige alternatieven hiervan heeft opgelegd en dat deze bevestigd zijn door de bestreden beslissing; dat verzoeker zich bijgevolg ten onrechte steunt op het MER om geluidshinder als moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan te voeren; dat verzoekers betoog over het niet-bevredigend karakter van enkele maatregelen evenmin overtuigt, omdat hij niet aannemelijk maakt dat hiermee de geluidsnormen VII-37.143-8/10 werden overschreden; dat met betrekking tot de NOx-emissie blijkt dat de Vlarem- norm zeer ruim wordt gehaald, terwijl hiervoor ook nog voorwaarden worden opgelegd; dat wat de aangevoerde geurhinder betreft, verzoeker eraan voorbijgaat dat in de beslissing van de deputatie van de provincie Antwerpen reeds als voorwaarde is opgelegd hogere schouwen in gebruik te nemen; dat de bestreden beslissing zulks bevestigt en een bijkomende studie oplegt waarin de genomen maatregel van de verhoging van de schouwen moet worden geëvalueerd, terwijl moet worden onderzocht hoe de geurhinder afkomstig van de walserij nog verder kan worden beperkt; dat verzoeker hieromtrent niet beweert dat die maatregelen niet zouden volstaan; dat de vaststellingen van een ambtenaar van de afdeling Milieuvergunningen, die noteert dat "buurtbewoners klagen over geurhinder", niet aangeven dat zulks ook het geval is voor verzoeker, aangezien zijn woning gelegen is op een ruimere afstand dan de dichterbij gelegen woonzone in de Groenstraat; dat zijn woning ook niet is gelegen in de overheersende windrichting tegenover de inrichting; dat, ten slotte, verzoeker in zijn bezwaarschrift dat tijdens het openbaar onderzoek werd ingediend omzeggens niet heeft geklaagd over persoonlijke hinder, evenmin als in zijn beroepschrift waarmee hij een administratief beroep heeft ingesteld; dat hij zelf heeft benadrukt dat hij niet gekant is tegen de gunning van de bestaande installaties voor zover zij voldoen aan de geldende normeringen of voor zover duidelijke acties en aanvaardbare actieplannen zijn opgesteld; dat hij bovendien in zijn beroepschrift heeft gesteld dat "voor bijkomende in het MER voorziene geluidsreducerende maatregelen (...) de door het PMVC voorgestelde termijnen als redelijk en aanvaardbaar (kunnen worden) beschouwd"; dat de bestreden beslissing de door de PMVC voorgestelde en de door de deputatie van de provincie Antwerpen opgelegde maatregelen, bevestigt en zelfs nog bijkomende voorwaarden oplegt; dat verzoeker bijgevolg niet aantoont dat de bestreden beslissing hem persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, BESLUIT: Artikel
  23. Het verzoek tot tussenkomst van de BVBA ALERIS ALUMI- NUM DUFFEL in het administratief kort geding wordt ingewilligd. VII-37.143-9/10 Artikel
  24. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  25. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien juli tweeduizend en acht, door : de H. L. HELLIN, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-37.143-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.405 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.045 ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.212.540 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.