id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 juli 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.412 Rolnummer: A. 172180/VII-37161 Zaak: Arrest 185412 - Apothekers en apotheken - 15/07/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-28 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 08:24 Fiche Arrest nr 185.412 van 15 juli 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - Apothekers en apotheken Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 185.412 van 15 juli 2008 in de zaak A. 172.180/VII-37.
- In zake : de NV APOTHEEK GIELEN, die woonplaats kiest bij advocaat Th. BIELEN, kantoor houdende te ZONHOVEN, Heuvenstraat 48 A tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaat R. DEPLA, kantoor houdende te BRUGGE-SINT-KRUIS, Karel van Manderstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV APOTHEEK GIELEN op 19 april 2006 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de minister van Volksgezondheid van 28 februari 2006, waarbij aan de verzoekende partij de vergunning wordt geweigerd voor de overbrenging van een voor het publiek opengestelde apotheek buiten de onmiddellijke nabijheid te Houthalen- Helchteren, van de Weg naar Zwartberg 149 naar de Kazernelaan; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 9 mei 2008 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 12 juni 2008; VII-37.161-1/5 Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. BIELEN, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat P. EECLOO die, loco advocaat R. DEPLA verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De feiten 1.
- De verzoekende partij dient op 28 december 1994 een aanvraag in voor de overbrenging van een voor het publiek opengestelde officina van de Weg naar Zwartberg 149 te Houthalen naar de Kazernelaan 317 te Houthalen-Helchteren. De vestigingscommissie brengt op 18 augustus 1997 een ongunstig advies uit over de zaak. 1.
- De verzoekende partij dient op 3 oktober 1997 tegen het voormelde advies een administratief beroep in. De commissie van beroep verklaart dit beroep op 4 juni 2003 ongegrond. 1.
- Op 4 juli 2003 besluit de minister van Volksgezondheid de door de verzoekende partij ingediende aanvraag te verwerpen. 1.
- Op 19 juli 2005 vraagt de verzoekende partij om, overeenkomstig artikel 14 van het koninklijk besluit van 25 september 1974 betreffende de opening, de overbrenging en de fusie van voor het publiek opengestelde apotheken, haar aanvraag opnieuw voor onderzoek voor te leggen zonder voorafgaande procedure. 1.
- Op 1 februari 2006 verleent de commissie van beroep een ongunstig advies. VII-37.161-2/5 1.
- Op 28 februari 2006 besluit de minister van Volksgezondheid de door de verzoekende partij ingediende aanvraag te verwerpen. Dit is het bestreden besluit.
- De ontvankelijkheid 2.
- De verwerende partij werpt op dat de verzoekende partij geen enkel stuk voorlegt waaruit blijkt dat door het bevoegde orgaan binnen de naamloze vennootschap tijdig werd beslist tot het aantekenen van het huidige annulatieberoep bij de Raad van State. Zij stelt dat op de verzoekende partij de plicht rust om op een afdoende wijze aan te tonen dat tijdig werd beraadslaagd over de beslissing om in rechte te treden. 2.
- De verzoekende partij antwoordt dat zij met een aangetekende brief van 11 mei 2006 de opdracht tot het instellen van het beroep tot nietigverklaring aan de Raad van State heeft opgestuurd, dat de hoedanigheid van bestuurder van de in de brief vermelde personen blijkt uit de door haar bijgebrachte actuele statuten en dat uit dit schrijven ontegensprekelijk blijkt dat zij tijdig aan haar raadsman de opdracht heeft gegeven tot het instellen van het beroep tot nietigverklaring. Zij herinnert er aan dat een proceshandeling aan een naamloze vennootschap wordt toegerekend als die geldig werd vertegenwoordigd door een orgaan van vertegenwoordiging, zelfs indien niet voorafgaandelijk over het instellen van de rechtsvordering werd beraadslaagd door het bestuursorgaan of door de algemene vergadering. Zij leidt hieruit af dat een tegenpartij niet kan eisen dat een besluit wordt overgelegd waaruit blijkt dat het bevoegde orgaan van intern bestuur te gelegener tijd heeft besloten tot het verrichten van de proceshandeling, zodat het beroep onontvankelijk is. 2.
- Met een brief van 25 april 2006 heeft de griffie van de Raad van State aan de verzoekende partij gevraagd stukken te bezorgen waaruit blijkt dat tot het instellen van het beroep werd beslist door het bevoegde orgaan van de rechtspersoon, handelend overeenkomstig de van toepassing zijnde wets- of statutaire bepalingen. Met een brief van 11 mei 2006 heeft de verzoekende partij de opdracht tot het instellen van het beroep tot nietigverklaring van 10 mei 2006 overgemaakt. Deze "opdracht", gericht aan advocaat T. BIELEN, vermeldt het volgende : VII-37.161-3/5 "Voor de goede orde bevestigen wij u dat de beslissing om u opdracht te geven tot het instellen van (een) beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State, genomen is door onze volledige Raad van Bestuur, en dit onmiddellijk nadat wij kennis kregen van de bestreden beslissing van de Minister van Volksgezondheid". 2.
- De beslissing om in rechte te treden, moet worden genomen binnen de termijn voor het indienen van het annulatieberoep. Te dezen verstreek die termijn op dinsdag 2 mei
- De opdrachtbrief waaruit die beslissing tot het instellen van een annulatieberoep blijkt, is niet opgesteld, noch verstuurd binnen de termijn om een annulatieberoep in te stellen. De verzoekende partij toont evenmin aan dat de beslissing om in rechte te treden, is genomen binnen de termijn om een annulatieberoep in te stellen. Met haar laatste memorie legt de verzoekende partij een e-mail voor van de gedelegeerd bestuurder van 6 maart
- Deze e-mail, die enkel spreekt van "mogelijke juridische acties" gaat niet uit van de raad van bestuur, die te dezen het bevoegde orgaan is. Het beroep is dus niet ontvankelijk, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. VII-37.161-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien juli tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, E. BREWAEYS, staatsraad, P. LEFRANC, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. L. HELLIN. VII-37.161-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.412 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.