← België

Arrest 185451 - Milieuvergunningen - 22/07/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 juli 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.451 Rolnummer: A. 189016/VII-37225 Zaak: Arrest 185451 - Milieuvergunningen - 22/07/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-24 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 08:25 Fiche Arrest nr 185.451 van 22 juli 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 185.451 van 22 juli 2008 in de zaak A. 189.016/VII-37.

  1. In zake : de NV FIRMA LOUIS DE COCK, die woonplaats kiest bij advocaat P. Malliën, kantoor houdende te Antwerpen, Meir 24, 5de verdiep tegen :
  2. de BURGEMEESTER VAN DE GEMEENTE AARTSELAAR,
  3. de GEMEENTE AARTSELAAR. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER, Gezien het verzoekschrift dat de nv FIRMA LOUIS DE COCK op 19 juli 2008 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 15 juli 2008 van de burgemeester van de gemeente Aartselaar waarbij haar, met toepassing van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, het verbod wordt opgelegd om vanaf 23 juli 2008 een vergunningsplichtige inrichting te exploiteren en waarbij haar inrichting, die in klasse 2 ingedeeld is, met ingang van 23 juli 2008 gesloten wordt en het gebouw verzegeld wordt; Gezien de nota van de verwerende partijen; Gelet op de beschikking van 19 juli 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 juli 2008, om 14.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad A. Vandendriessche; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. Malliën, die verschijnt voor verzoekster; Gehoord het eensluidend advies van auditeur M. Sterck; VII-37.225-1/7 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten
  4. Verzoekster is begrafenisondernemer. Zij heeft, voor de uitbating van een goed bereikbaar rouwcentrum in de Antwerpse regio en ter uitbreiding van haar dienstverlening, met ingang van 1 mei 2007 een villa gehuurd te Aartselaar, Antwerpsesteenweg,
  5. Zij houdt voor dat zij in dit centrum nooit een overleden persoon voor langer dan 12 uur gehouden heeft, maar dat zij op aandringen van het bestuur op 8 mei 2008 een aanvraag voor een milieuvergunning klasse 2 (rubriek 35 : rouwkamers) ingediend heeft. Deze aanvraag is op 13 mei 2008, nadat het college van burgemeester en schepenen op 27 april 2008 zijn “principiële goedkeuring” had verleend voor een vergunning klasse 2, door het bestuur “onvolledig en onontvankelijk” verklaard, waarna verzoekster op 16 mei 2008 met betrekking tot de “Aard en technische kenmerken van de inrichting” aan het bestuur toegelicht heeft dat de inrichting “enkel een rouwcentrum (betreft), dat wil zeggen dat wij geen enkel stoffelijk overschot ter plaatse zullen behandelen. Het is zo dat het stoffelijk overschot naar dit rouwcentrum zal overgebracht worden enkel in afwachting tot de wetsdokter geweest is in geval van crematie, om dan overgebracht te worden naar ons mortuarium Hoge Beuken, alwaar wij over alle faciliteiten beschikken. Er worden geen lichamen gewassen, gebalsemd, of wat dan ook, lijkverzorging is hier totaal niet van toepassing.” Op 6 juni 2008 heeft de burgemeester aan verzoekster medegedeeld dat de medegedeelde inlichtingen niet volstonden om de aanvraag als regelmatig te beschouwen en dat zij uiterlijk op 15 juni 2008 een deugdelijke aanvraag moest indienen, op gevaar af onmiddellijk proces-verbaal opgesteld te zien en te horen bevelen dat de inrichting tijdelijk stopgezet zou worden. Op 15 juli 2008 stelt de gemeentelijk technisch ambtenaar een verslag op waarin hij, onder een rubriek “vaststellingen” verwijst naar het in gebreke blijven van verzoekster om de schriftelijke aanmaning van 16 juni 2008 van de burgemeester, “gegeven bij toepassing van artikel 30, § 1, van het Milieuvergunningsdecreet, strekkende tot het indienen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning” na te leven evenals naar een eerdere aanmaning van VII-37.225-2/7 25 maart 2008 -stuk dat niet aan de Raad van State overgemaakt is- en waarin hij, in de rubriek “overtredingen” melding maakt van het opstarten (zonder vergunning) van de exploitatie van een inrichting die onderworpen is aan Vlarem-rubriek
  6. De ambtenaar stelt als maatregel voor enerzijds dat de politie verzocht zou worden een proces-verbaal op te stellen en anderzijds dat de burgemeester “conform zijn bevoegdheden bij artikel 31, § 2 van het Milieuvergunningsdecreet en artikel 65, § 2, van het Vlarem” een dwangbevel zou uitvaardigen waarbij de exploitatie vanaf 23 juli 2008 stopgezet zou worden en de inrichting gesloten en verzegeld zou worden. Op 15 juli 2008 treft de burgemeester dienovereenkomstig het thans bestreden besluit. Het besluit verwijst naar “de bevoegdheden (van de burgemeester) ingevolge artikel 31, § 2, van het Milieuvergunningsdecreet (...) en artikel 65, § 2, van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (...)”, naar de “vaststellingen, gedaan op 15 juli 2008 (...) door de gemeentelijk technisch ambtenaar, (dat) door de firma Louis De Cock (...) in het eigendom gelegen te (...) een conform de indelingslijst (vergunningsplichtige inrichting) uitgebaat wordt zonder voorafgaandelijk aan de opstart te hebben voldaan aan de vergunningsplicht conform artikel 4 §1 van het Milieuvergunningsdecreet” en naar het advies van de gemeentelijk technische ambtenaar. Volgens verzoekster heeft zij het besluit op 18 juli 2008 ontvangen.
  7. Verzoekster heeft in het verzoekschrift als verwerende partij aangewezen:

(1)de burgemeester van de gemeente Aartselaar qualitate qua en
(2)de gemeente Aartselaar. Het verzoekschrift is aan de Raad van State bezorgd bij fax van zaterdag 19 juli 2008 om 15.40 u. Het verzoekschrift is samen met de vaststelling van de openbare terechtzitting dezelfde dag ten name van de beide verwerende partijen gefaxt naar het persoonlijk adres van de burgemeester van Aartselaar. Blijkens de in het dossier berustende stukken is op 20 juli 2008 tevergeefs gepoogd het verzoekschrift en de kennisgeving van de zitting aan de gemeentesecretaris en de gemeentelijke diensten te faxen, maar is wel de lokale politie van de zone Hekla bereikt kunnen worden. Deze heeft het dossier bezorgd heeft aan de echtgenote van de burgemeester, welke heeft medegedeeld dat het dossier reeds per fax ontvangen werd en dat de burgemeester “thuis afwezig en onbereikbaar is tot morgenavond dd. 21.7.2008”. VII-37.225-3/7 Die gegevens in acht genomen, wordt vastgesteld dat de burgemeester van Aartselaar, en met hem de gemeente, behoorlijk kennis hadden van het verzoekschrift en van de datum van de openbare terechtzitting die, gelet op de datum die de burgemeester zelf aan het bestreden besluit heeft gegeven, niet later dan op 22 juli 2008 om 14 uur vastgesteld kon worden. De verwerende partijen zijn aldus behoorlijk opgeroepen in de zin van artikel 17, § 1, tweede lid van de Raad van State-wet. De verwerende partijen zijn niet ter terechtzitting verschenen en waren er ook niet vertegenwoordigd. Het college van burgemeester en schepenen heeft aan de Raad van State op 22 juli 2008 om 12.15 u wel een telefax gezonden met een “verweerschrift van het gemeentebestuur” en enkele (zes) bewijsstukken. Daaruit blijkt dat zij kennis hadden van de vordering van verzoekster en dat zij ervoor gekozen hebben hun verdediging tot het neerleggen van die nota te beperken. Zij zijn gehoord. De ontvankelijkheid
  1. De verwerende partijen betwisten niet dat verzoekster de verwijzing in het bestreden besluit naar artikel 31, § 2, van het Milieuvergunninsdecreet en artikel 65, § 2, van Vlarem-I terecht als een materiële vergissing beschouwt en dat het bestreden besluit zijn juridische grondslag vindt in artikel 31, §1 van het Milieuvergunningsdecreet en artikel 65, § 2, van Vlarem-I. De voorwaarden voor de schorsing
  2. Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is;
  3. Verzoekster voert in het eerste middel onder meer aan dat de burgemeester slechts een inrichting mag sluiten en verzegelen wanneer zij uitgebaat wordt zonder vergunning, dat in dit geval blijkens rubriek 35 van de bijlage bij Vlarem-I, een milieuvergunning klasse 2 vereist is wanneer er sprake is van VII-37.225-4/7 rouwkamers waar overleden personen voor een periode langer dan 12 uren geplaatst worden en dat haar inrichting niet in dat geval verkeert. Zij stelt dat het administratief dossier “geen enkele tegenstrijdige vaststelling dienaangaande” bevat en dat in de bestreden beslissing en het technisch verslag waarop zij steunt zelfs verwezen wordt naar een nog op te stellen proces-verbaal van de lokale politie.
  4. De eerste voorwaarde opdat de burgemeester gebruik zou kunnen maken van de bevoegdheid, vermeld in artikel 31, § 1 van het Milieuvergunningsdecreet en in artikel 65, § 1, van Vlarem-I, is dat er sprake is van een vergunningsplichtige inrichting. Te dezen betekent dit dat de burgemeester moet bewijzen dat verzoeker een rouwkamer uitbaat zoals dit omschreven is in rubriek 35 van de bijlage bij Vlarem-I, te weten: “rouwkamers waar regelmatig, langer dan 12 uur, overleden personen worden geplaatst in afwachting van begraving of verassing”.
  5. Het administratief dossier van de zaak, dat door de verwerende partijen wordt overgelegd, bevat het bewijs niet dat de burgemeester op het ogenblik van het bestreden besluit over dergelijke bewijzen beschikte. Het bevat geen enkele verwijzing naar een concreet feit dat als een activiteit in de zin van rubriek 35 van Vlarem-I aangemerkt kan worden. Het bevat enkel een -heden afgelegde- verklaring van twee “nabestaanden van Janssens Victor” waarin deze stellen dat zij de mogelijkheid hebben gehad het lichaam van hun familielid in de inrichting van verzoekster te begroeten van 7 april 2008 tot 10 april
  6. Dergelijk bewijs dagtekent van na het bestreden besluit. In ieder geval bevat het dossier geen enkele aanwijzing die toelaat te besluiten dat de technisch ambtenaar en de burgemeester bij het formuleren van hun advies en beslissing die welbepaalde getuigenis op het oog hadden en, meer nog, dat zij die verklaring terdege hebben gecontroleerd om op grond daarvan te kunnen besluiten dat verzoekster in haar inrichting lichamen voor “langer dan 12 uur” bewaarde. Bovendien wordt geen enkele aanwijzing verschaft over het “regelmatig” karakter van de gelaakte activiteit.
  7. Gelet op de afwezigheid van verweer ten aanzien van de verklaring van verzoekster dat zij een milieuvergunning aangevraagd heeft “op aandringen van de milieudienst”, kan de omstandigheid dat verzoekster een aanvraag voor een milieuvergunning ingediend heeft en daarbij geen voorbehoud gemaakt heeft, niet gezien worden als een erkenning van het vergunningsplichtig karakter van haar activiteit. VII-37.225-5/7
  8. Het dossier bevat geen bewijzen die toelaten te stellen dat verzoeksters handelingen gesteld heeft die onder rubriek 35 van Vlarem-I vallen. De burgemeester beschikte derhalve over geen deugdelijke grondslag voor het bevelen van dwangmaatregelen overeenkomstig artikel 31, § 1, van het Milieuvergunningsdecreet en artikel 65, § 1, van Vlarem-I. Het middel is ernstig.
  9. Wat betreft het moeilijk te herstellen ernstig nadeel, verwijst verzoekster naar de reputatieschade die haar door het bestreden besluit wordt berokkend, aangezien het verzegelen van de inrichting te Aartselaar het potentieel cliënteel zal afschrikken, omdat men liefst niet handelt met een begrafenisondernemer die verwikkeld is in wrijvingen met de overheid, terwijl die reputatieschade, gelet op het eenmalig karakter van de relatie met de klant, niet meer te herstellen is.
  10. De verwerende partijen betwisten in hun verweer het bestaan noch de ernst of het moeilijk te herstellen karakter van het nadeel. Mede in het licht van de complete afwezigheid van deugdelijke bewijzen aangaande het bestaan van een vergunningsplichtige inrichting, moet verzoekster niet langer dan strikt noodzakelijk wachten op een uitspraak over de wettigheid van het bestreden besluit en wordt het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel, zoals de raadsman van verzoeker het oog nog ter terechtzitting toelicht, aanvaard.
  11. De bestreden beslissing heeft uitwerking vanaf 23 juli
  12. Het uiterst dringende noodzakelijkheid is aangetoond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  13. Bevolen wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het besluit van 15 juli 2008 van de burgemeester van de gemeente Aartselaar waarbij aan de nv FIRMA LOUIS DE COCK, met toepassing van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, het verbod wordt opgelegd om vanaf 23 juli 2008 een vergunningsplichtige inrichting te exploiteren en waarbij haar inrichting, die in klasse 2 ingedeeld is, met ingang van 23 juli 2008 gesloten wordt en het gebouw verzegeld wordt. VII-37.225-6/7 Artikel
  14. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig juli 2008, door : de H. A. VANDENDRIESSCHE, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. A. VANDENDRIESSCHE. VII-37.225-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.451 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.277 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.