← België

Arrest 185474 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/07/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 juli 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.474 Rolnummer: A. 188876/X-13836 Zaak: Arrest 185474 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/07/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-28 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 08:25 Fiche Arrest nr 185.474 van 23 juli 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 185.474 van 23 juli 2008 in de zaak A. 188.876/X-13.

  1. In zake :
  2. Jean MALCORPS,
  3. Frank PEETERS,
  4. Marina APERS, die woonplaats kiezen bij advocaat M. STORME, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Verenigingsstraat 28,
  5. Rudi VAN BUEL,
  6. Jerome DE PAEPE,
  7. Charel KIMPE, die woonplaats kiezen bij advocaat I. ROGIERS, kantoor houdende te 9270 KALKEN, Kalkendorp 17 A tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
  8. tussenkomende partij : de Maatschappij voor het haven-, grond- en industrialisatiebeleid van het Linkerscheldeoevergebied, die woonplaats kiest bij advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
  9. DE RAAD VAN STATE XIIe VAKANTIEKAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jean MALCORPS, Frank PEETERS, Marina APERS, Rudi VAN BUEL, Jerome DE PAEPE en Charel KIMPE op 9 juli 2008 hebben ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “
  10. de stedenbouwkundige vergunning op 16 juni 2008 verleend door de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar aan de Maatschappij Linkerscheldeoever voor het X-13.836-1/14 slopen van de woning gelegen te 9130 Doel (Beveren), Camermanstraat 21 met als kadadastrale omschrijving Beveren 7de afd., sectie B, nr. 854G (...);
  11. de stedenbouwkundige vergunning op 16 juni 2008 verleend door de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar aan de Maatschappij Linkerscheldeoever voor het slopen van de woning gelegen te 9130 Doel (Beveren), Camermanstraat 33 met als kadastrale omschrijving Beveren 7de afd., sectie B, nr. 867C (...);
  12. de stedenbouwkundige vergunning op 4 juni 2008 verleend door de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar aan de Maatschappij Linkerscheldeoever voor het slopen van de woning gelegen te 9130 Doel (Beveren), Camermanstraat 37 met als kadastrale omschrijving Beveren 7de afd., sectie B, nr. 871B (...);
  13. de stedenbouwkundige vergunning op 28 mei 2008 verleend door de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar aan de Maatschappij Linkerscheldeoever voor het slopen van de woning gelegen te 9130 Doel (Beveren), Camermanstraat 5 met als kadastrale omschrijving Beveren 7de afd., sectie B, nr. 828H (...);
  14. de stedenbouwkundige vergunning op 16 juni 2008 verleend door de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar aan de Maatschappij Linkerscheldeoever voor het slopen van de woning gelegen te 9130 Doel (Beveren), Hooghuisstraat 3 met als kadastrale omschrijving Beveren 7de afd., sectie B, nr. 653N (...);
  15. de stedenbouwkundige vergunning op 16 juni 2008 verleend door de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar aan de Maatschappij Linkerscheldeoever voor het slopen van de woning gelegen te 9130 Doel (Beveren), Hooghuisstraat 5 met als kadastrale omschrijving Beveren 7de afd., sectie B, nr. 653N (...);
  16. de stedenbouwkundige vergunning op 16 juni 2008 verleend door de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar aan de Maatschappij Linkerscheldeoever voor het slopen van de woning gelegen te 9130 Doel (Beveren), Hooghuisstraat 9 met als kadastrale omschrijving Beveren 7de afd., sectie B, nrs. 751C, 751E (...);
  17. de stedenbouwkundige vergunning op 16 juni 2008 verleend door de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar aan de Maatschappij Linkerscheldeoever voor het slopen van de woning gelegen te 9130 Doel (Beveren), Havenweg 19 met als kadastrale omschrijving Beveren 7de afd., sectie B, nrs. 737R, 738/2 (...);
  18. de stedenbouwkundige vergunning op 16 juni 2008 verleend door de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar aan de Maatschappij Linkerscheldeoever voor het slopen van de woning gelegen te 9130 Doel (Beveren), Havenweg 30B met als kadastrale omschrijving Beveren 7de afd., sectie B, nr. 662C (...);
  19. de stedenbouwkundige vergunning op 4 juni 2008 verleend door de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar aan de Maatschappij Linkerscheldeoever voor het X-13.836-2/14 slopen van de woning gelegen te 9130 Doel (Beveren), Havenweg 12 met als kadastrale omschrijving Beveren 7de afd., sectie B, nr. 682B2 (...);
  20. de stedenbouwkundige vergunning op 4 juni 2008 verleend door de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar aan de Maatschappij Linkerscheldeoever voor het slopen van de woning gelegen te 9130 Doel (Beveren), Havenweg 17 met als kadastrale omschrijving Beveren 7de afd., sectie B, nr. 735T (...);
  21. de stedenbouwkundige vergunning op 4 juni 2008 verleend door de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar aan de Maatschappij Linkerscheldeoever voor het slopen van de woning gelegen te 9130 Doel (Beveren), Havenweg 18 met als kadastrale omschrijving Beveren 7de afd., sectie B, nr 679G (...);
  22. de stedenbouwkundige vergunning op 4 juni 2008 verleend door de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar aan de Maatschappij Linkerscheldeoever voor het slopen van de woning gelegen te 9130 Doel (Beveren), Havenweg 20 met als kadastrale omschrijving Beveren 7de afd., sectie B, nr. 676A (...);
  23. de stedenbouwkundige vergunning op 4 juni 2008 verleend door de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar aan de Maatschappij Linkerscheldeoever voor het slopen van de woning gelegen te 9130 Doel (Beveren), Havenweg 32/34 met als kadastrale omschrijving Beveren 7de afd., sectie B, met als kadastrale omschrijving Beveren 7de afd., sectie B, nr. 656C (...);
  24. de stedenbouwkundige vergunning op 4 juni 2008 verleend door de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar aan de Maatschappij Linkerscheldeoever voor het slopen van de woning gelegen te 9130 Doel (Beveren), Engelsesteenweg 25 met als kadastrale omschrijving Beveren 7de afd., sectie B, nr. 675N (...);
  25. de stedenbouwkundige vergunning op 4 juni 2008 verleend door de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar aan de Maatschappij Linkerscheldeoever voor het slopen van de woning gelegen te 9130 Doel (Beveren), Engelsesteenweg 29 met als kadastrale omschrijving Beveren 7de afd., sectie B, nr. 668E (...);
  26. de stedenbouwkundige vergunning op 28 mei 2008 verleend door de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar aan de Maatschappij Linkerscheldeoever voor het slopen van de woning gelegen te 9130 Doel (Beveren), Engelsesteenweg 86 met als kadastrale omschrijving Beveren 7de afd., sectie B, nr. 586N (...);
  27. de stedenbouwkundige vergunning op 28 mei 2008 verleend door de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar aan de Maatschappij Linkerscheldeoever voor het slopen van de woning gelegen te 9130 Doel (Beveren), Engelsesteenweg 70 met als kadastrale omschrijving Beveren 7de afd., sectie B, nr. 585E2 (...);
  28. de stedenbouwkundige vergunning op 28 mei 2008 verleend door de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar aan de Maatschappij Linkerscheldeoever voor het X-13.836-3/14 slopen van de woning gelegen te 9130 Doel (Beveren), Engelsesteenweg 61 met als kadastrale omschrijving Beveren 7de afd., sectie B, nr. 624W3 (...);
  29. de stedenbouwkundige vergunning op 28 mei 2008 verleend door de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar aan de Maatschappij Linkerscheldeoever voor het slopen van de woning gelegen te 9130 Doel (Beveren), Engelsesteenweg 55A met als kadastrale omschrijving Beveren 7de afd., sectie B, nrs. 624A4, 624X (...);
  30. de stedenbouwkundige vergunning op 28 mei 2008 verleend door de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar aan de Maatschappij Linkerscheldeoever voor het slopen van de woning gelegen te 9130 Doel (Beveren), Engelsesteenweg 30 met als kadastrale omschrijving Beveren 7de afd., sectie B, nr. 572F3 (...);
  31. de stedenbouwkundige vergunning op 28 mei 2008 verleend door de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar aan de Maatschappij Linkerscheldeoever voor het slopen van de woning gelegen te 9130 Doel (Beveren), Engelsesteenweg 40 met als kadastrale omschrijving Beveren 7de afd., sectie B, nr. 572Z2 (...);
  32. de stedenbouwkundige vergunning op 4 juni 2008 verleend door de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar aan de Maatschappij Linkerscheldeoever voor het slopen van de woning gelegen te 9130 Doel (Beveren), Engelsesteenweg 42A met als kadastrale omschrijving Beveren 7de afd., sectie B, nrs. 585B4, 585C4 (...)”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 14 juli 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 juli 2008 om 10.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad P. LEFRANC; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. ROGIERS, die loco advocaat M. STORME verschijnt voor de eerste drie verzoekers, en die in eigen naam verschijnt voor de drie andere verzoekers, en van advocaten H. en F. SEBREGHTS, die verschijnen voor de verwerende partij en de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-13.836-4/14 Gelet op artikel 90, §1, vierde lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  33. Rechtspleging De Maatschappij voor het haven-, grond- en industrialisatiebeleid van het Linkerscheldeoevergebied (afgekort Maatschappij Linkerscheldeoever) heeft met een op 18 juli 2008 neergelegd verzoekschrift gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen.
  34. Over de thans voorliggende gegevens van de zaak 2.
  35. Het is niet betwist dat de verzoekers inwoners zijn van Doel. Het is evenmin betwist dat de tweede tot en met de zesde verzoekers eigenaar zijn van het onroerend goed dat zij bewonen in Doel. De eerste verzoeker spreekt niet tegen dat hij volgens de tussenkomende partij in Doel woont “met een zogenoemd ‘zakelijk recht van tijdelijke bewoning’”. 2.
  36. Bij koninklijk besluit van 7 november 1978 wordt het gewestplan Sint-Niklaas-Lokeren definitief vastgesteld. Het dorp Doel wordt ingekleurd als woongebied, in het centrum van de woonkern komt een gebied voor dat aangeduid is als woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde. Ten zuiden van het dorp is een beperkte strook voorzien als woonuitbreidingsgebied. Iets verder ten noorden is tevens een beperkte strook voorzien als woongebied met landelijk karakter. De woonkern van Doel wordt omringd door agrarisch gebied. 2.
  37. Op 23 juni 1998 neemt de Vlaamse regering het besluit tot de voorlopige vaststelling van het ontwerpplan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan op het grondgebied van de gemeenten Beveren, Kruibeke en Lokeren en wijzigt het gewestplan op een aantal punten teneinde de realisatie van het Deurganckdok mogelijk te maken. In dat besluit wordt o.m. het landbouwgebied rond Doel, het woongebied en woonuitbreidingsgebied van Doel alsmede een strook natuurgebied langs de Schelde gewijzigd in industriegebied. X-13.836-5/14 De vordering tot schorsing van dit besluit, ingesteld door o.m. de derde verzoekster, werd bij arrest nr. 87.878 van 7 juni 2000 om reden van onontvankelijkheid verworpen. Het beroep tot nietigverklaring werd verworpen bij arrest nr. 166.650 van 12 januari 2007 omdat het beroep tegen dat besluit zonder voorwerp was geworden. 2.
  38. Bij besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1999 wordt het ontwerpplan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Sint-Niklaas-Lokeren op het grondgebied van de gemeenten Beveren, Kruibeke en Lokeren definitief vastgesteld. Het legt de wijzigingen die overeenkomstig de voormelde beslissing van de Vlaamse regering van 23 juni 1998 worden aangebracht aan het gewestplan definitief vast. Bij besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1999 wordt het ontwerpplan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Sint-Niklaas-Lokeren op het grondgebied van de gemeenten Beveren, Sint-Gillis-Waas en Lokeren voorlopig vastgesteld. Bij arrest nr. 87.739 van 31 mei 2000 werd de schorsing van de tenuitvoerlegging, op vordering van o.m. de derde verzoekster, bevolen voor wat betreft het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1999 houdende definitieve vaststelling van het ontwerpplan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Sint-Niklaas-Lokeren op het grondgebied van de gemeente Beveren, Kruibeke en Lokeren in zoverre het het grondgebied van de gemeente Beveren betreft. De vordering tot schorsing werd voor het overige verworpen. Het geschorste besluit werd vernietigd bij arrest nr. 120.810 van 24 juni
  39. Het beroep tot nietigverklaring werd voor het overige verworpen. 2.
  40. Bij besluit van de Vlaamse regering van 8 september 2000 wordt het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Sint-Niklaas-Lokeren op het grondgebied van de gemeenten Beveren, Sint-Gillis-Waas en Stekene definitief vastgesteld. Bij arrest nr. 109.563 van 30 juli 2002 van de Raad van State werd de schorsing van de tenuitvoerlegging van dit besluit, op vordering van o.m. de derde verzoekster, bevolen. In de bodemprocedure werd het debat heropend bij arrest nr. 166.652 van 12 januari 2007 omdat het belang van de verzoekers in die procedure mede bepaald wordt door de einduitspraak bedoeld in randnummer 2.
  41. X-13.836-6/14 2.
  42. Bij besluit van de Vlaamse regering van 16 december 2005 wordt het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Waaslandhaven fase 1 en omgeving” definitief vastgesteld. Dit plan vervangt voor een groot deel de bestemmingen die zijn vastgelegd in het voormelde besluit van de Vlaamse regering van 8 september
  43. Dit ruimtelijk uitvoeringsplan heeft onder meer betrekking op bestemmingen (“leefbaarheidsbuffer” en “reservatiestrook voor leefbaarheidsbuffer type 2”) die te maken hebben met de leefbaarheid van de dorpskernen (waaronder die van Doel). De vordering van onder meer de eerste, tweede en vierde verzoekers tot schorsing van de tenuitvoerlegging van dit besluit werd bij arrest nr. 166.439 van 9 januari 2007 verworpen bij ontstentenis van ernstige middelen. 2.
  44. Op een interpellatie antwoordde de bevoegde minister in de Commissie voor Openbare Werken, Mobiliteit en Energie van het Vlaamse Parlement op 20 maart 2007 wat volgt: “Op 20 januari 1998 telde de dorpskern van Doel 645 inwoners. Op 31 januari 2007 woonden volgens het bevolkingsregister van de gemeente Beveren in de dorpskern van Doel nog 216 inwoners. Dat is dus een daling met 67 percent. Van die 645 oorspronkelijke inwoners wonen er nu nog maar
  45. Met andere woorden, 568 van de oorspronkelijke Doelenaars uit de dorpskern hebben Doel intussen verlaten. Op 20 januari 1998 waren er in de dorpskern van Doel 255 bewoonde percelen waarvan 228 eigendom van particulieren. 216 van deze percelen in particuliere eigendom werden in de daaropvolgende jaren in der minne verworven. Op dit ogenblik zijn dus nog slechts twaalf woningen in de dorpskern van Doel geen eigendom van de Maatschappij voor Grond-, Industrialisatie- en Havenbeleid van de Linkerscheldeoever”. (Handelingen, Vl. Parl., 2006-2007, C138-OPE12). 2.
  46. Het wordt niet betwist dat aan de Maatschappij Linkerscheldeoever tussen 28 juni 2007 en 29 augustus 2007 de stedenbouwkundige vergunningen voor de sloop van elf panden in de Camermanstraat, elf panden in de Havenweg en zes panden in de Engelsesteenweg, telkens in Doel, werden verleend door de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar. Het wordt evenmin betwist dat aan diezelfde Maatschappij op 28 mei en 4 juni 2008 de stedenbouwkundige vergunningen voor de sloop van zeven woningen aan de Scheldemolenstraat werden verleend en dat die woningen inmiddels werden gesloopt. 2.
  47. Naar aanleiding van de aankondiging op 9 juli 2007 in het Bulletin der Aanbestedingen van een overheidsopdracht tot “afbraak onroerende goederen te Doel (Beveren)”, meer bepaald “ongeveer 130 percelen”, hebben “Malcorps Jean X-13.836-7/14 en consoorten” een procedure op eenzijdig verzoekschrift (art. 584 Ger.W.) ingeleid bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde die bij beschikking 3 september 2007 aan de genoemde Maatschappij onder de verbeurte van een dwangsom het verbod heeft opgelegd slopingswerken uit te voeren in Doel. Op derdenverzet van de Maatschappij Linkerscheldeoever werd het rechterlijk verbod ongedaan gemaakt bij beschikking van 18 januari 2008 van de voorzitter van de voormelde rechtbank die de vordering tot het opleggen van zo'n verbod heeft afgewezen. Deze kort gedingprocedure is thans hangende voor het hof van beroep te Gent dat bij toepassing van artikel 747, § 2 Ger.W. de zitting heeft bepaald op 6 maart
  48. Ter zitting verklaart de tussenkomende partij dat de overheidsopdracht in de loop van februari 2008 gegund werd.
  49. Over de ontvankelijkheid van de vordering De verwerende en de tussenkomende partij betwisten de ontvankelijkheid van de vordering. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze excepties dringt zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid vervuld zijn. Dit is echter niet het geval in deze zaak, zoals hierna zal blijken.
  50. Over de grondvoorwaarden voor de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid 3.
  51. De schorsingsvoorwaarden Krachtens artikel 17, §§ 1 en 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat een ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kan verantwoorden, en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. X-13.836-8/14 3.
  52. Over de uiterst dringende noodzakelijkheid 3.2.
  53. De toepassing van de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid verstoort het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State ernstig, beperkt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en brengt de uitoefening van de rechten van de verdediging van de verwerende en eventueel tussenkomende partij aanzienlijk in het gedrang. De aanwending van die procedure moet daarom zeer uitzonderlijk zijn. Zij mag slechts worden aanvaard wanneer het uiterst dringend karakter door de verzoeker op duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond. Dit laatste impliceert dat de verzoeker aan de hand van precieze en concrete gegevens aantoont dat de schorsing van de tenuitvoerlegging volgens de gewone procedure onherroepelijk te laat zal komen omdat het nadeel door het verloop van de tijd onherstelbaar zal zijn geworden én op voorwaarde dat de verzoeker al het nodige heeft gedaan om de schade te voorkomen en om de zaak zo spoedig mogelijk aanhangig te maken bij de Raad van State. Hieruit vloeit voort dat een verzoeker die zich op deze procedure beroept zelf snel moet handelen teneinde de hoogdringendheid in de mate van het mogelijke te voorkomen, Wanneer hij dit niet doet, ligt hij zelf mede aan de basis van de hoogdringendheid. 3.2.
  54. De verzoekers stellen zelf dat zij “in augustus 2007 vernamen (...) dat de Maatschappij Linkerscheldeoever (...) 71 aanvragen tot het slopen van woningen in Doeldorp had ingediend” en dat “op dat ogenblik (...) reeds 28 vergunningen (waren) verleend”. De verzoekers vernamen op vrijdag 20 juni 2008 bij emailbericht dat de Maatschappij Linkerscheldeoever de sloop van zeven woningen in de Scheldemolenstraat zou aanvatten op maandag 23 juni
  55. Op diezelfde dag vernamen zij ook – zo stellen zij zelf - in een krantenbericht onder de titel “sloop Doel hervat” dat enerzijds “na het weekend de afbraak van zeven huizen” zou worden aangevat en anderzijds “na het bouwverlof (...) een tweede lot (wordt) gesloopt” hetgeen de verzoekers in hun verzoekschrift zelf toelichten als “de (andere) 23 woningen”. 3.2.
  56. Uit al het voorgaande blijkt dat de verzoekers op 20 juni 2008 niet alleen zeer goed op de hoogte waren van de na augustus 2007 nog hangende sloopaanvragen van de Maatschappij Linkerscheldeoever en van de precieze inhoud X-13.836-9/14 en draagwijdte van die aanvragen, maar ook wisten dat de zeven aanvragen voor de sloop van de panden in de Scheldemolenstraat én de aanvragen die betrekking hebben op het in het krantenbericht bedoelde “tweede lot”, inmiddels waren vergund. Eén en ander wordt ten andere bevestigd door het schrijven van hun raadslieden van dezelfde dag nog waarbij zij aan de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar een afschrift vragen van de in 2008 afgeleverde “slopingsvergunningen”. Partijen bevestigen voorts dat op maandag 23 juni 2008 de vergunde slopingswerken in de Scheldemolenstraat werden uitgevoerd. De verzoekers stellen dat zij op dinsdag 24 juni 2008 de zeven sloopvergunningen voor de woningen in de Scheldemolenstraat hebben ingezien op het gemeentehuis van Beveren en dat zij op vrijdag 27 juni 2008 “op het gemeentehuis van Beveren een voor eensluidend afschrift van alle vergunningen” hebben gekregen. 3.2.
  57. Het komt in deze omstandigheden de verzoekers toe zich zeer kort na de berichtgeving van 20 juni 2008 ten gemeentehuize kennis te nemen van de inhoud van de afgeleverde sloopvergunningen om, desgewenst, dan onverwijld de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in te dienen. De verzoekers moeten worden geacht ook de thans bestreden vergunningen op het gemeentehuis te hebben ingezien of te hebben kunnen inzien op 24 juni 2008, dit is daags na de uitvoering van de sloopvergunningen voor de panden in de Scheldemolenstraat. Mede gelet op het gelijkluidend karakter van de bestreden vergunningen waarvan het luik “historiek” volgens de verzoekers is overgenomen uit de conclusie van de Maatschappij Linkerscheldeoever in de voormelde procedure voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, kunnen de verzoekers, zonder enige concrete verantwoording terzake, niet overtuigen dat zij “de nodige diligentie aan de dag hebben gelegd” nu blijkt dat zij hun vordering eerst indienen vijftien dagen nadat zij de bestreden vergunningen hebben ingezien of hebben kunnen inzien. 3.
  58. Over het moeilijk te herstellen ernstig nadeel 3.3.
  59. Wat de voornoemde derde voorwaarde betreft, bepaalt artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten moet bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen. Artikel 16, § 2, 6/, X-13.836-10/14 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing, die werd ingesteld met een afzonderlijke akte, moet bevatten “een uiteenzetting van de feiten die aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de verzoeker een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen”. Uit deze bepalingen volgt dat verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet moet aangeven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden. De verzoekende partij mag zich in de uiteenzetting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar moet concrete en precieze gegevens aanbrengen waaruit enerzijds de ernst van het nadeel blijkt dat zij ondergaat of dreigt te ondergaan, hetgeen inhoudt dat zij concrete en precieze aanduidingen moet verschaffen omtrent de aard en de omvang van het nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte kan berokkenen, en waaruit anderzijds het moeilijk te herstellen karakter van het nadeel blijkt. 3.3.
  60. Wat deze voorwaarde betreft, zetten de verzoekers in de vordering tot schorsing uiteen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden vergunningen hen “visuele hinder” zal berokkenen die “onbetwistbaar bijzonder groot” is. In dat verband betogen zij dat zij zullen “worden geconfronteerd met (...) kale plekken”, het dorp van Doel “een spookdorp” en een “verminkt gebied” zal worden en “zal lijken op een grote oorlogszone”, hun uitzicht onherstelbaar vernield wordt, “de grote gaten (in deze rijen woningen) een desolate indruk” zal geven. Dat nadeel is onherstelbaar omdat “eens gesloopt is altijd gesloopt”. Wat betreft de ernst van dit nadeel wijzen de verzoekers erop dat “16 van 23 panden in woongebied van culturele, historische en/of esthetische waarde” zijn gelegen en dat op “geen wijze in een esthetische afwerking van de vrijkomende gevels is voorzien in de bestreden vergunningen”. Voorts voeren zij “psychologische schade” aan “wanneer de bulldozers op enkele dagen tijd de woningen rond hen zal vernietigen” waardoor hen “duidelijk (wordt) gemaakt dat dit lot hen ook te wachten staat” terwijl “de geplande sloop gebeurt zonder enige noodzaak”, “de 23 te slopen woningen (...) allen in goede staat (waren) wanneer zij werden verworven door de Maatschappij Linkerscheldeoever” en “uit de foto's van heden blijkt dat zij zeker niet rijp zijn voor de sloop”. X-13.836-11/14 3.3.
  61. De verwerende en de tussenkomende partij voeren eenzelfde verweer. Zij stellen onder meer dat bij “de beoordeling van het MTHEN (...) rekening (dient) te worden gehouden met het feit dat het nadeel specifiek en rechtstreeks moet voortvloeien uit de tenuitvoerlegging van de bestreden vergunning” en “in dit geval (...) het nadeel niet rechtstreeks en specifiek het gevolg (is) van de aangevochten vergunningen”. Zij wijzen in dit verband op het feit “dat de burgemeester (...) in (het) verleden reeds omwille van de veiligheid 42 afbraken heeft moeten bevelen en laten uitvoeren en daartegen geen verzet is gerezen (...) én dat de 28 sloopvergunningen die in 2007 werden vergund niet werden aangevochten, uitvoerbaar zijn en desondanks hetzelfde resultaat zullen hebben van wat nu ‘als het moeilijk te herstellen ernstig nadeel wordt voorgeschreven’”. 3.3.
  62. De verzoekers beperken zich in hun betoog over de ernst van de ingeroepen visuele hinder tot de loutere affirmatie van de ligging van zestien te slopen woningen in woongebied met cultureel, historische en/of esthetische waarde. Zij geven, ter adstruering van de vereiste ernst van dit beweerde nadeel, geen concrete en precieze toelichting over de ingeroepen verminking van de culturele, historische en/of esthetische waarde of waarden van het betrokken woongebied door de onmiddelijke tenuitvoerlegging van de 16 bestreden vergunningen. De ernst van dit beweerde nadeel kan, volledigheidshalve, evenmin worden aangenomen voor wat betreft de overige bestreden vergunningen voor de woningen die niet in dit specifiek woongebied zijn gelegen. Het betoog van de verzoekers ter ondersteuning van de ernst van de ingeroepen visuele hinder dat de bestreden vergunningen op geen enkele wijze in een esthetische afwerking van de vrijkomende gevels voorzien, kan niet worden aangenomen. De bestreden vergunningen voor de rijwoningen leggen immers de voorwaarde op dat “de nodige voorzorgen zijn te nemen qua stabiliteit en een bouwfysisch verantwoorde bescherming van de vrijgekomen mandelige muren”. De vrees van de verzoekers dat “de vrijgekomen muren (...) met een plastieken zeil zullen worden afgeschermd”, aangenomen dat zulks een nadeel vormt, is louter hypothetisch en niet zonder meer “visueel onaanvaardbaar” gelet op de voormelde opgelegde voorwaarde. Een bouwfysisch verantwoorde bescherming van de vrijgekomen mandelige muren impliceert immers één of andere esthetische afwerking van de vrijgekomen muren. De mogelijkheid dat zo’n zeil “zal wegwaaien bij harde wind” is evenzeer louter hypothetisch en zou de vergunninghouder er overigens toe verplichten de aangehaalde vergunningsvoorwaarde te vervullen. X-13.836-12/14 3.3.
  63. De naar het recht vereiste ernst van de ingeroepen psychologische schade kan evenmin worden aangenomen. De verwerende en de tussenkomende partijen verwijzen in dit verband op goede gronden naar de 42 op bevel van de burgemeester gesloopte woningen, de 28 sloopvergunningen die in 2007 werden afgeleverd aan de tussenkomende partij en de 7 inmiddels uitgevoerde sloopverguningen voor de woningen in de Scheldemolenstraat. In die omstandigheden kan noch de ernst van dit nadeel, noch het causaal verband met de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de thans bestreden vergunningen worden aangenomen, vermits dit nadeel niet wordt gepreciseerd, noch geconcretiseerd. 3.3.
  64. Gelet op het voorgaande wordt vastgesteld dat de verzoekers niet aannemelijk maken dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van elk bestreden besluit hen elk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 3.
  65. Er is dan ook niet voldaan aan twee van de door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden besluiten te bevelen. Deze vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  66. Het verzoek tot tussenkomst van de Maatschappij voor het haven-, grond- en industrialisatiebeleid van het Linkerscheldeoevergebied in de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingewilligd. Artikel
  67. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. X-13.836-13/14 Artikel
  68. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bepaald op 1050 euro, komen ten laste van de verzoekers, elk voor een zesde. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig juli 2008, door de XIIe vakantiekamer, die was samengesteld uit : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. A. VANDENDRIESSCHE. X-13.836-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.474 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.213.107 ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.214.250 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.