← België

Arrest 185569 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 31/07/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 juli 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.569 Rolnummer: A. 80606/IX-1499 Zaak: Arrest 185569 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 31/07/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-08-11 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 08:26 Fiche Arrest nr 185.569 van 31 juli 2008 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 185.569 van 31 juli 2008 in de zaak A. 80.606/IX-

  1. In zake : Edgard BOUCKAERT, wonende te DEINZE, Pastoriestraat 54 tegen : de Vlaamse Landmaatschappij, die woonplaats kiest bij advocaten S. BUTENAERTS en S. VAN GEETERUYEN, kantoor houdende te BRUSSEL, Leopold II-laan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Edgard BOUCKAERT op 8 oktober 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 16 juni 1998 van de directieraad van de Vlaamse Landmaatschappij, waarbij zijn functionele loopbaan wordt vertraagd; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 7 juni 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 15 april 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 16 juni 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; IX-1499-1/5 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak 1.
  3. Op het ogenblik van de bestreden beslissing is de verzoeker ambtenaar met de graad van medewerker bij de Vlaamse Landmaatschappij. 1.
  4. Op 4 maart 1998 wordt met de verzoeker een evaluatiegesprek gevoerd met het oog op zijn evaluatie over het jaar
  5. Op 10 maart 1998 neemt de verzoeker kennis van het evaluatieverslag. Wat de persoonlijke doelstellingen betreft, vermeldt het verslag: “Het verlenen van medewerking bij verzendingswerk van diverse aard is gebeurd met de nodige inzet en binnen de voorziene termijnen. De talrijke ziekteperiodes hebben een belemmering gevormd om betrokkene dossiers toe te vertrouwen van volumineuze aard.” Wat de resultaatgebieden betreft, vermeldt het verslag : “Voert de hem opgedragen taken naar behoren uit binnen de grenzen van zijn eigen mogelijkheden en rekening gehouden met zijn vroegere basisopleiding.” Op 9 juni 1998 schrijft de administrateur-generaal van de Vlaamse Landmaatschappij aan de verzoeker: “De directieraad onderzoekt momenteel de evaluatiedossiers van de personeelsleden van de instelling met het oog op het toekennen van loopbaanvertragingen of -versnellingen. Bij dit onderzoek heeft de directieraad omtrent uw functioneren het voorbije jaar de volgende vaststellingen gedaan : - u duidelijk in elk van de domeinen, zowel wat betreft resultaatgebieden, vaardigheden en doelstellingen onder het niveau van uw graad presteert IX-1499-2/5 en u in de loop van het jaar geen enkel initiatief genomen heeft om uw niveau op te waarderen; - u uw technische en persoonlijke vaardigheden die in de planning werden vastgelegd onvoldoende hebt ingevuld : u neemt nooit initiatief, geeft geen blijk van zin voor kwaliteit. Op basis hiervan is de directieraad van oordeel dat u potentieel in aanmerking komt voor een loopbaanvertraging.” De administrateur-generaal deelt voorts mede dat de verzoeker de mogelijkheid heeft om, vooraleer de directieraad een beslissing neemt, door de directieraad te worden gehoord of een bezwaarschrift bij de directieraad in te dienen. Tijdens de vergadering van 16 juni 1998 wordt de verzoeker, bijgestaan door een vakbondsafgevaardigde, door de directieraad gehoord. Daarna beraadslaagt de directieraad. Hij oordeelt “dat geen nieuwe elementen aangebracht werden die maken dat het voorstel van de directieraad van 9 juni jl. om de heer Bouckaert voor zijn prestaties in 1997 een loopbaanvertraging toe te kennen, herzien wordt”. Dienvolgens beslist de directieraad om de verzoeker in zijn functionele loopbaan te vertragen. Dit is de bestreden beslissing. Zij wordt bij brief van 14 juli 1998 door de administrateur-generaal aan de verzoeker ter kennis gebracht. Over de ontvankelijkheid van het beroep
  6. Met een schrijven van 26 november 2007 informeert de staatsraad-verslaggever bij de verzoeker naar diens belangstelling voor een gewone afhandeling van de zaak en naar eventuele feitelijke of juridische ontwikkelingen die een weerslag kunnen hebben op de verdere behandeling van het dossier. De verzoeker heeft dit schrijven onbeantwoord gelaten. Hij is evenmin op de terechtzitting verschenen.
  7. Een verzoeker dient, wil hij zijn belang bij het ingestelde beroep bewaren, een voortdurende en ononderbroken belangstelling voor zijn zaak te vertonen. Zijn houding mag voorts het behoorlijk verloop van het proces, waartoe ook hij moet bijdragen, niet verstoren. Om die reden is de verzoeker verplicht zijn IX-1499-3/5 medewerking aan de rechter te verlenen telkens wanneer hij daartoe wordt uitgenodigd. Uit het verzuim van de verzoeker om te antwoorden op voormelde brief en het feit dat hij niet aanwezig, noch vertegenwoordigd is op de terechtzitting, kan worden aangenomen dat de verzoeker zijn belangstelling voor het geding niet heeft volgehouden en derhalve zelf van oordeel is dat hij geen belang meer heeft bij de vernietiging van de aangevochten beslissing. De verzoeker geeft niet langer blijk van het door de wet vereiste actueel belang. Ambtshalve moet dan ook vastgesteld worden dat het beroep niet ontvankelijk is. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  8. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  9. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 31 juli 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-1499-4/5 IX-1499-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.569 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.