← België

Arrest 185572 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 31/07/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 juli 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.572 Rolnummer: A. 69683/IX-1590 Zaak: Arrest 185572 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 31/07/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-08-11 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-29 08:26 Fiche Arrest nr 185.572 van 31 juli 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 185.572 van 31 juli 2008 in de zaak A. 69.683/IX-

  1. In zake : Inge TYTGAT, wonende te BELLEGEM, Bellegemsestraat 10 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Inge TYTGAT op 4 juli 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing waarbij zij met ingang van 1 juni 1996 toegelaten wordt tot de proeftijd als bestuursassistent bij de Administratie der Douane en Accijnzen en van de impliciete weigering om haar aan te stellen op de dienst van haar keuze; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 14 januari 1999 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekster; Gelet op de beschikking van 21 april 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 juni 2008; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; IX-1590-1/5 Gehoord de opmerkingen van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten. 1.
  2. Verzoekster is laureate van een vergelijkend examen van opsteller. Als dusdanig wordt haar dossier, samen met dat van 23 andere laureaten van datzelfde examen, op 1 april 1996 door het Vast Wervingssecretariaat overgezonden aan het ministerie van Financiën, dat een wervingsmachtiging heeft voor 24 bestuursassistenten. 1.
  3. Met een brief van 10 april 1996 deelt het Algemeen Secretariaat van het ministerie van Financiën (hierna: het Algemeen Secretariaat) haar mede dat zij in aanmerking komt om bij dat ministerie te worden toegelaten tot de proeftijd in een betrekking van bestuursassistent. Er wordt haar de mogelijkheid gegeven haar voorkeur voor aanwijzing bij een bepaalde administratie te laten kennen, voorkeur waarmee, zo wordt uitdrukkelijk vermeld, rekening gehouden zal worden in de mate van de vacante betrekkingen en van haar rangschikking. Zij wordt er ook uitdrukkelijk op gewezen dat indien zij dat aanbod tot indiensttreding niet aanvaardt, haar wervingsdossier opnieuw overge- maakt wordt aan het Vast Wervingssecretariaat en zij in dat geval het voordeel verliest van haar slagen voor het vergelijkend wervingsexamen. 1.
  4. Op 15 april 1996 aanvaardt verzoekster een indiensttreding bij het ministerie van Financiën en geeft zij haar voorkeur voor de administratie waaraan ze wenst toegewezen te worden als volgt op: IX-1590-2/5
  5. Directe Belastingen
  6. BTW, Registratie en Domeinen
  7. Douane en Accijnzen
  8. Thesaurie. 1.
  9. Het Algemeen Secretariaat verdeelt dan de kandidaten over de onderscheiden administraties. Het volgt daarbij de volgende criteria: - de laureaten die reeds bij een administratie in dienst zijn, worden, indien zij dat wensen, behouden in die administratie, voor zover er daar wervingen kunnen gebeuren; - de voorkeur van de laureaten die nog niet in dienst zijn, wordt gerespecteerd, in de mate dat hun rangschikking en het aantal te verlenen betrekkingen dit toelaten. Deze werkwijze leidt ertoe dat verzoekster toegewezen wordt aan de Administratie der Douane en Accijnzen, zijnde haar derde keuze. 1.
  10. Met een brief van 6 mei 1996 meldt het Hoofdbestuur van de Administratie der Douane en Accijnzen aan verzoekster dat zij met ingang van 1 juni 1996 toegelaten wordt tot de proeftijd als bestuursassistent bij deze administratie, alwaar zij tewerkgesteld zal worden op de standplaats Zaventem. Dit is de eerste bestreden beslissing. 1.
  11. Met een brief van 14 mei 1996 antwoordt verzoekster dat zij verplicht is die aanstelling te weigeren, omdat het onmogelijk is om zich met het openbaar vervoer op dezelfde dag van Lendelede naar Zaventem te begeven en terug. Zij wenst wel in de wervingsreserve te blijven. 1.
  12. Als gevolg hiervan stuurt het Algemeen Secretariaat van het ministerie van Financiën met een brief van 7 juni 1996 verzoeksters dossier terug naar het Vast Wervingssecretariaat met de vermelding dat verzoekster niet in dienst wenst te treden bij het ministerie van Financiën. 1.
  13. Met een brief van 9 juli 1996 laat de Vaste Wervingssecretaris aan verzoekster weten dat zij, zoals haar reeds was meegedeeld met de brief van 9 februari 1996, ingevolge haar weigering om in dienst te treden van de wervings- IX-1590-3/5 reserve geschrapt wordt en derhalve geen aanspraak meer kan maken op een betrekking op grond van haar slagen voor het vergelijkend wervingsexamen. De ontvankelijkheid
  14. Bij brief van 14 mei 1996 deelt de verzoekster aan de verwerende partij mee dat zij verplicht is de aanstelling te weigeren, omdat het voor haar onmogelijk is om zich met het openbaar vervoer dagelijks te verplaatsen van Lendelede naar Zaventem en terug. In een schrijven van 9 juli 1996 laat de Vaste Wervingssecretaris aan verzoekster weten, zoals haar reeds was meegedeeld bij brief van 9 februari 1996, dat zij ingevolge haar weigering om in dienst te treden uit de wervingsreserve wordt geschrapt, overeenkomstig artikel 17, tweede lid, van het koninklijk besluit van 17 september 1969 betreffende de vergelijkende examens en examens georganiseerd voor de werving van de loopbaan van het rijkspersoneel, vervangen bij artikel 1, § 2, van het koninklijk besluit van 21 november
  15. Dat artikel 17, tweede lid, luidt als volgt : “De geslaagden die hun voorkeur voor één of meer betrekking(en) uitdrukken, verbinden er zich toe de betrekking die hun wordt toegewezen te aanvaarden. Zij die na deze aanvaarding weigeren in dienst te treden, worden van de lijst bedoeld in artikel 15, § 3, laatste lid, geschrapt.” De lijst heeft betrekking op de lijst van de geslaagden, met vermelding van hun rangschikking, die wordt opgesteld door de Vaste Wervings- secretaris. Bijgevolg kan de verzoekster, die de haar aangeboden betrekking heeft geweigerd, op basis van voornoemde bepaling geen aanspraak meer maken op een betrekking op grond van het vergelijkend examen nr. AN.92167 A, dat zij heeft afgelegd.
  16. De verzoekster heeft de beslissing van de Vaste Wervings- secretaris niet aangevochten voor de Raad van State, zodat deze definitief is. Op de keerzijde van de brief van 9 juli 1996 wordt uitdrukkelijk de mogelijkheid van een beroep bij de Raad van State vermeld, met uitleg over de te volgen procedure. IX-1590-4/5
  17. Uit het voorgaande volgt dat de eerste bestreden beslissing, dit is de beslissing waarbij de verzoekster toegelaten wordt tot de proeftijd en haar de standplaats Zaventem wordt toegewezen, geen rechtsgevolgen meer heeft. In zoverre is het beroep zonder voorwerp. Het beroep tegen de tweede bestreden beslissing, dit is de impliciete weigering om aan de verzoekster een andere standplaats toe te wijzen, volgt het lot van het beroep tegen de eerste beslissing. Het beroep is dan ook in zijn geheel zonder voorwerp. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  18. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  19. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekster. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 31 juli 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-1590-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.572 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.