id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 augustus 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.621 Rolnummer: A. 71967/IX-1815 Zaak: Arrest 185621 - Federale reglementen (fiscaliteit) - 07/08/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-08-28 Raadplegingen: 149 - laatst gezien 2026-07-02 06:01 Fiche Arrest nr 185.621 van 7 augustus 2008 Fiscaliteit - Federale reglementen (fiscaliteit) Beslissing : heropening debatten Opnieuw vastgesteld Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 185.621 van 7 augustus 2008 in de zaak A. 71.967/IX-
- In zake :
- Stefan VUZDUGAN,
- Maria OP DE HEYDE (overleden), die woonplaats kiest bij advocaat D. VANDENPUT, kantoor houdende te HOEILAART, W. Eggerickxstraat 35 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Stefan VUZDUGAN en zijn echtgenote Maria OP DE HEYDE op 7 november 1996 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de minister van Financiën van 6 augustus 1996 waarbij het verzoek van de verzoekers tot kwijtschelding van belastingverhogingen voor een aantal aanslagen vanaf 1978 wordt afgewezen; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd P. DE WOLF; Gelet op de beschikking van 20 mei 1999 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien het verzoek tot voortzetting door de verzoekende partijen en de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 17 januari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 februari 2008; IX-1815-1/5 Gelet op de beschikking van 29 januari 2008 waarbij de beschikking van 17 januari 2008 wordt ingetrokken; Gelet op de beschikking van 21 mei 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 juni 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van adjunct-auditeur-generaal P. DE WOLF; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak
- Het voorliggende beroep heeft betrekking op belastingverhogingen die de Administratie der directe belastingen voor een aantal aanslagjaren tussen 1978 en 1991 op de verzoekers toegepast heeft. Die verhogingen waren het gevolg van het feit dat de verzoekers volgens de Administratie geen correcte aangifte hadden ingediend. De verhogingen varieerden van 10 tot 50% op het bedrag dat de verzoekers volgens de Administratie voor een bepaald jaar verschuldigd waren. Bij arrest van 24 februari 1994 verwierp het Hof van Beroep te Antwerpen het grootste deel van de bezwaren van de verzoekers tegen de aanslagen, deels gevestigd op grond van tekenen en indiciën, en tegen de belastingverhogingen. Ten gevolge van die uitspraak bleven de verzoekers belastingverhogingen voor een totaal bedrag van 95.522 frank (= 2.367,93 euro) verschuldigd. IX-1815-2/5
- Met een brief van 11 december 1994 vraagt de verzoeker, mede namens de verzoekster, aan de minister van Financiën om hen, met toepassing van artikel 9 van het besluit van de Regent van 18 maart 1831 van het bestuur van ’s lands middelen, kwijtschelding van de belastingverhogingen te verlenen. Als argument voert de verzoeker aan: “Ik meen [...] dat deze verhogingen niet verantwoord waren omdat het om een feitelijke kwestie ging waarbij van geen ontduiking sprake was en waarvoor ik bovendien te goeder trouw ben geweest.” In een nota van 16 maart 1995 stelt de inspecteur “geschillen” te Mechelen II voor om alle verschuldigde belastingverhogingen te brengen op 10 %, en dus de belastingverhogingen die vastgesteld waren op een hoger percentage tot 10 % te herleiden. Dit zou leiden tot een totale kwijtschelding ten belope van 32.690 frank (= 810,36 euro). Gesteld wordt dat, alhoewel de verzoeker kapitaalkrachtig genoeg is om de belastingverhogingen ten belope van 95.522 frank (= 2.367,93 euro) te betalen, “in het kader van een nieuwe start” in dit dossier gedeeltelijk vrijstelling kan worden verleend. In een advies van 19 april 1995 sluit de gewestelijke directeur van de directie Antwerpen II zich bij dit advies aan. In een advies van 26 juli 1995 gaat de directeur-generaal niet akkoord met het voorstel van de gewestelijke directeur. Zijn advies luidt als volgt: “Gelet op het feit dat de belastingplichtige volgens het verslag van de Gewestelijke directeur en de Inspecteur Geschillen voldoende kapitaalkrachtig is, er ook geen redenen van sociale, humanitaire aard worden aangehaald, de belastingverhoging van 50 pct. (toepassing van art. 238bis KB/WIB, rubriek C, 1ste overtreding) voor aanslagjaar 1982 door het Hof van Beroep behouden werd en de belastingverhoging voor aj. 1978 na bezwaar reeds verminderd werd tot 25 pct. en daartegen geen voorziening bij het Hof van Beroep werd ingediend, wordt voorgesteld om ook deze belastingverhogingen te behouden.” Bij besluit van 6 augustus 1996 beslist de minister van Financiën tot afwijzing van een aantal verzoeken tot kwijtschelding van belastingverhogingen, waaronder het verzoek van de verzoekers. In de aanhef van dit besluit wordt verwezen naar “artikel 9 van het besluit van de Regent van 18 maart 1831”, naar “artikel 445, lid 3, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992”, en naar de verzoekschriften om kwijtschelding. IX-1815-3/5 Dit is het bestreden besluit. Een afschrift ervan, voor zover het op de verzoekers betrekking heeft, wordt bij aangetekende brief van 9 september 1996 aan de verzoekers betekend. Over de rechtspleging
- Uit een uittreksel uit het bevolkingsregister van de gemeente Willebroek blijkt dat de tweede verzoekster, Maria OP DE HEYDE, op 10 februari 2004 is overleden. Op het ogenblik van de sluiting der debatten heeft niemand het door haar aanhangig gemaakte rechtsgeding hervat.
- Met een schrijven van 27 juni 2008, verzonden na de sluiting van de debatten en op een ogenblik dat de zaak in beraad is, deelt Meester Vandenput mee dat hij de raadsman van de verzoekers heeft opgevolgd, zoals hij overigens reeds eerder aan de Raad van State heeft gemeld. Hij deelt voorts mee dat de verzoeker pas na 23 juni 2008 kennis gekregen heeft van de vaststelling van de zaak op de terechtzitting van die dag. De raadsman voegt bij zijn schrijven een verzoekschrift van de verzoeker tot hervatting van het geding, in zoverre dit door de verzoekster aanhangig is gemaakt. In het licht van de door de raadsman aangehaalde gegevens bestaat er aanleiding om de debatten ambtshalve te heropenen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De debatten worden heropend. Artikel
- De zaak wordt vastgesteld op de openbare terechtzitting van 22 september 2008, te 10.00 uur. IX-1815-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven augustus 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-1815-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.621 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.001 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.