id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 augustus 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.625 Rolnummer: Zaak: Arrest 185625 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 07/08/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-08-26 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 08:27 Fiche Arrest nr 185.625 van 7 augustus 2008 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 185.625 van 7 augustus 2008 in de zaken I. A. 124.054/IX-3425 II. A. 130.844/IX-
- In zake : I + II. Paul MICHEL, die woonplaats kiest bij advocaten W. VAN DER GUCHT en F. DIEU, kantoor houdende te GENT, Sint-Denijslaan 201 tegen : I.
- het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat W. MULS, kantoor houdende te BRUSSEL, Antoine Dansaertstraat 92,
- de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij (thans: de Vlaam- se Maatschappij voor Sociaal Wonen) II. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat W. MULS, kantoor houdende te BRUSSEL, Antoine Dansaertstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Paul MICHEL op 17 juli 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het besluit van de Vlaamse regering van 21 juni 2002, waarbij beslist werd de heer Koen Spitaels met ingang van 10 juni 2002 tijdelijk aan te stellen als administrateur-generaal van de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij, alsmede van de voorafgaande beslissing van de raad van bestuur van de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij van 4 juni 2002 waarbij beslist werd de heer Koen Spitaels voor te stellen als waarnemend administrateur-generaal van de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij” (zaak A. 124.054/IX-3425); IX-3425-1/9 Gezien het verzoekschrift dat Paul MICHEL op 20 december 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het besluit van de Vlaamse regering van 4 oktober 2002, waarbij beslist werd de heer Koen Spitaels met ingang van 10 juni 2002 aan te stellen in het hoger ambt van administrateur- generaal van de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij voor de duur van het verlof voor opdracht van de heer Hubert Lyben, administrateur-generaal” (zaak A. 130.844/IX- 3651); Gelet op het arrest nr. 115.088 van 27 januari 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen in de zaak A. 124.054/IX-3425 wordt verworpen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 7 maart 2003 door de verzoekende partij; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord in de beide zaken; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 14 juni 2004 tot voeging van de zaken; Gelet op de beschikking van 14 juni 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van de dossiers gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 5 juni 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 30 juni 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. DIEU, die verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat L. DANCET, die loco advocaat W. MULS verschijnt voor het Vlaamse Gewest; IX-3425-2/9 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak 1.
- Op het ogenblik van de bestreden beslissingen is de verzoeker afdelingshoofd bij de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij (hierna: VHM). 1.
- In zijn vergadering van 26 februari 2002 stelt de raad van bestuur van de VHM vast dat, om een goede werking van de sociale huisvesting te verzekeren, het vertrouwen op elk niveau dient te worden hersteld, en dat het wenselijk is in overleg te treden met het beleid voor wat betreft de opdracht, de structuren en de kerntaken van de VHM. Om dit te bereiken stelt de raad van bestuur voor “een vernieuwd managementteam aan te stellen met een profiel noodzakelijk om de vooropgestelde aanpassingen te realiseren”. 1.
- Tijdens een buitengewone vergadering van de raad van bestuur van de VHM, gehouden op 4 juni 2002, wordt aan de administrateur-generaal van de VHM met ingang van 1 juni 2002 verlof toegekend, met het oog op en voor de duur van de uitvoering van een opdracht van algemeen belang. Ook aan de adjunct- administrateur-generaal van de VHM wordt, met ingang van 5 juni 2002, bij wijze van tijdelijke functiewijziging, de onderbreking van zijn huidige taken met het oog op de uitvoering van een bijzondere opdracht toegestaan. Tijdens dezelfde buitengewone vergadering van de raad van bestuur wordt beslist om aan de Vlaamse regering voor te stellen “om de heer K. Spitaels als waarnemend administrateur-generaal van de Vlaamse Huisvestings- maatschappij aan te stellen voor de duur gelijk aan de afwezigheid van de heer H. Lyben, administrateur-generaal belast met een tijdelijke opdracht”. Dit is de eerste bestreden beslissing in de zaak A. 124.054/IX-
- IX-3425-3/9 1.
- Op 21 juni 2002 beslist de Vlaamse regering “op voorstel van de raad van bestuur van de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij, om de heer Koen Spitaels, met ingang van 10 juni 2002, tijdelijk aan te stellen in de betrekking van administrateur-generaal van de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij”. Dit is de tweede bestreden beslissing in de zaak A. 124.054/IX-
- 1.
- Bij besluit van de Vlaamse regering van 4 oktober 2002 wordt Koen Spitaels met ingang van 10 juni 2002 aangesteld in het hoger ambt van administrateur-generaal van de VHM voor de duur van het verlof voor opdracht van administrateur-generaal Hubert Lyben. Dit is de bestreden beslissing in de zaak A. 130.844/IX-
- Blijkens een bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van 6 oktober 2004 heeft het verlof voor opdracht van de administrateur-generaal Hubert Lyben een einde genomen op 30 juni
- Met ingang van 1 juli 2004 heeft deze zijn functie als administrateur-generaal van de VHM opnieuw opgenomen.
- In de loop van 2006 is de VHM omgevormd tot een extern verzelfstandigd agentschap, onder de benaming Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen. De functie van administrateur-generaal bestaat thans niet meer. Het dagelijks bestuur wordt waargenomen door een gedelegeerd bestuurder. Bij besluit van de Vlaamse regering van 23 december 2005 is Hubert Lyben aangesteld in de managementfunctie van gedelegeerd bestuurder in het agentschap. Over de ontvankelijkheid van de beroepen Ontvankelijkheid van het beroep in de zaak A. 124.054/IX-3425, in zoverre het is gericht tegen de beslissing van de raad van bestuur van de VHM van 4 juni
- Ambtshalve moet worden vastgesteld dat overeenkomstig artikel II 24, §1, van het besluit van de Vlaamse regering van 30 juni 2000 houdende de regeling van de rechtspositie van het personeel van sommige Vlaamse openbare instellingen de benoemende overheid beslist over de tijdelijke aanstelling in de IX-3425-4/9 betrekkingen van administrateur-generaal en adjunct-administrateur-generaal. Wanneer de Vlaamse regering de benoemende overheid is, gebeurt dit op voorstel van de raad van bestuur. De beslissing van de raad van bestuur van de VHM van 4 juni 2002 is dan ook niet meer dan een voorstel, dat voor de Vlaamse regering niet bindend is en dat evenmin uit zichzelf rechtsgevolgen heeft. Dienvolgens is de beslissing van de raad van bestuur niet voor vernietiging vatbaar. Het beroep is dan ook niet ontvankelijk in zoverre het is gericht tegen de beslissing van de raad van bestuur. Ontvankelijkheid van het beroep in de zaak A. 124.054/IX-3425, in zoverre het is gericht tegen de beslissing van de Vlaamse regering van 21 juni
- 5.
- De verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep op in zoverre het is gericht tegen de beslissing van de Vlaamse regering van 21 juni
- Zij voert aan dat de verzoeker geen belang heeft bij de vernieti- ging van die beslissing omdat deze uiteindelijk “gefinaliseerd” werd in een besluit van de Vlaamse regering van 4 oktober 2002, dat door de verzoeker met een afzonderlijk verzoekschrift bestreden wordt. De beslissing van 21 juni 2002 is volgens de verwerende partij niet meer dan een princiepsbeslissing die nadien haar neerslag gevonden heeft in het besluit van de Vlaamse regering van 4 oktober
- De beslissing van 21 juni 2002 heeft derhalve niet langer de rechtskracht van een administratieve rechtshandeling en kan niet meer vernietigd worden. 5.
- In zijn memorie van wederantwoord stelt de verzoeker dat hij zijn belang bij het beroep behoudt nu de beslissing van 21 juni 2002 niet werd ingetrokken of herroepen. De verzoeker meent dat de beslissing van de Vlaamse regering van 21 juni 2002 zou herleven bij een eventuele vernietiging van het besluit van de Vlaamse regering van 4 oktober
- IX-3425-5/9 5.
- In zijn verslag adviseert de auditeur-verslaggever om het beroep in zoverre het is gericht tegen de beslissing van 21 juni 2002 als onontvankelijk te verwerpen. In zijn laatste memorie stelt de verzoeker zich hierbij te kunnen neerleggen. 5.
- De beslissing van de Vlaamse regering van 21 juni 2002 kan beschouwd worden als een principiële beslissing, die nadien geformaliseerd is in het besluit van de Vlaamse regering van 4 oktober
- De vernietiging van het besluit van de Vlaamse regering van 4 oktober 2002 zou er niet toe leiden dat de principiële beslissing van 21 juni 2002 herleeft. Ook in zoverre het beroep is gericht tegen de beslissing van de Vlaamse regering van 21 juni 2002, is het onontvankelijk. Ontvankelijkheid van het beroep in de zaak A. 130.844/IX-
- 6.
- De verzoeker vordert de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse regering van 4 oktober 2002, waarbij Koen Spitaels wordt aangesteld in het hoger ambt van administrateur-generaal van de VHM voor de duur van het verlof voor opdracht van Hubert Lyben, administrateur-generaal. 6 .2.
- Artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de beroepen tot nietigverklaring voor de afdeling bestuursrechtspraak kunnen worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang. Het belang moet bestaan, niet alleen op het ogenblik van het instellen van het beroep, maar ook bij de uitspraak daarover. 6.2.
- De voornaamste betrachting van iemand die, zoals de verzoeker, voor de Raad van State de rechtshandeling aanvecht waardoor hij niet wordt aangesteld in een betrekking waarvoor hij kandidaat was maar waarin integendeel iemand anders wordt aangesteld, is door de nietigverklaring ervan te verkrijgen dat die betrekking opnieuw open wordt verklaard en dat hij aldus de kans krijgt om zelf, in de plaats van degene wiens aanstelling nietig is verklaard, in die betrekking te worden aangesteld en om ze daadwerkelijk waar te nemen. IX-3425-6/9 Het verlof voor opdracht van administrateur-generaal Hubert Lyben heeft een einde genomen op 30 juni
- Met ingang van 1 juli 2004 heeft deze zijn functie als administrateur-generaal opnieuw opgenomen. In die omstandig- heden kan een nietigverklaring van het bestreden besluit er niet toe leiden dat de verzoeker die functie alsnog daadwerkelijk zou uitoefenen. Uit het voorgaande volgt dat het belang dat de verzoeker onmiskenbaar had bij het instellen van zijn beroep tegen het bestreden besluit, in de loop van het geding is teloorgegaan. 6.2.
- De verzoeker roept geen omstandigheden in die ervan doen blijken dat hij op andere gronden een belang, in het bijzonder een moreel belang, heeft behouden. Het beroep is onontvankelijk. Over de kosten De kosten in de zaak A. 124.054/IX-
- 7.
- In zijn verslag adviseert de auditeur-verslaggever om de kosten in de zaak A. 124.054/IX-3425, ondanks de onontvankelijkheid van het beroep, ten laste te leggen van de verwerende partij aangezien de verzoeker niet kon voorzien dat het besluit van 21 juni 2002 gevolgd zou worden door een formeel besluit. 7.
- In haar laatste memorie betwist de verwerende partij deze zienswijze. Zij stelt dat de middelen in de annulatieberoepen identiek zijn, wat wil zeggen dat indien het verzoek tot annulatie in de zaak A. 130.844/IX-3651 afgewezen zou worden op grond van het niet voorhanden zijn van gegronde middelen, deze vaststelling meteen doorgetrokken kan worden naar de zaak A. 124.054/IX-
- De verzoeker heeft volgens de verwerende partij twee beroepen ingesteld zonder gegronde middelen tegen de bestreden beslissingen te kunnen inbrengen. Zij meent dan ook dat de kosten van beide procedures ten laste van de verzoeker gelegd moeten worden. 7.
- De stelling van de verwerende partij kan niet worden bijgevallen. De verzoeker kon op het ogenblik van het instellen van zijn beroep tegen de beslissing van 21 juni 2002 niet weten dat deze beslissing nadien gevolgd zou IX-3425-7/9 worden door een formeel besluit waartegen hij opnieuw een annulatieberoep diende in te stellen. Het feit dat de middelen in het tweede annulatieberoep identiek zijn aan de middelen in het eerste doet aan deze vaststelling geen afbreuk. Nu ook het tweede beroep onontvankelijk is, om redenen die niet aan de verzoeker te wijten zijn, kan uiteraard niet ingegaan worden op hetgeen de verwerende partij in verband met de gegrondheid van de middelen aanvoert. In die omstandigheden is het passend om de eerste verwerende partij te verwijzen in de kosten van het beroep in de zaak A. 124.054/IX-
- De kosten in de zaak A. 130.844/IX-
- Het teloorgaan van het belang is niet aan het toedoen van de verzoeker te wijten. In die omstandigheden past het om de verwerende partij te verwijzen in de kosten. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- In de zaak A. 124.054/IX-3425 wordt de tweede verwerende partij buiten de zaak gesteld. Artikel
- De beroepen worden verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring in zaak A. 124.054/IX-3425, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de eerste verwerende partij. De kosten van het beroep tot nietigverklaring in de zaak A. 130.844/IX-3651, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-3425-8/9 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven augustus 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-3425-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.625 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.