id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 augustus 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.626 Rolnummer: A. 64074/IX-1316 Zaak: Arrest 185626 - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen - 07/08/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-08-29 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 08:27 Fiche Arrest nr 185.626 van 7 augustus 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 185.626 van 7 augustus 2008 in de zaak A. 64.074/IX-
- In zake : de N.V. ABTS, gevestigd te KORBEEK-LO, Tiensesteenweg 63 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de N.V. ABTS op 13 juni 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het ministerieel besluit van 5 april 1995 betreffende de voorwaarden tot aanvaarding als erkend entrepothouder, meer bepaald in zoverre bij dat besluit een artikel 2bis wordt ingevoegd in het ministerieel besluit van 1 februari 1994 betreffende het accijnsstelsel van bier; Gelet op het arrest nr. 56.766 van 11 december 1995 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd P. DE WOLF; Gelet op de beschikking van 25 augustus 1998 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 15 april 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 16 juni 2008; IX-1316-1/7 Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat R. TOURNICOURT, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur-generaal P. DE WOLF; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak
- Naar luid van artikel 4 van haar statuten heeft de N.V. ABTS tot doel : “het kopen, fabriceren, en verkopen van alle dranken en alle andere artikels”. Op 6 januari 1993 verleent de administratie der douane en accijnzen aan de verzoekende partij een voorlopige machtiging van erkend entrepothouder. Op grond van die machtiging kan de verzoekende partij bieren, wijn, waters en limonades accijnsvrij aankopen en verkopen, onder toezicht van de administratie van douane en accijnzen. De verzoekende partij start daarop met de uitvoer van bier naar Nederland, Duitsland en Italië. Als tegenprestatie voor een renteloze lening van 50 miljoen Belgische frank verkrijgt de verzoekende partij het recht van alleenver- koop van de bieren Celis White en Celis Pale Bock in Nederland en Duitsland voor de duur van 15 jaar. Door de verzoekende partij worden uitgaven gedaan voor reclame, huur en verkoopruimten. Ook worden overeenkomsten gesloten voor de levering van bier aan buitenlandse afnemers.
- In het Belgisch Staatsblad van 20 april 1995 wordt het ministerieel besluit van 5 april 1995 betreffende de voorwaarden tot aanvaarding als erkend entrepothouder bekendgemaakt. IX-1316-2/7 Het voorliggende beroep is gericht tegen artikel 3 van dat besluit, luidend als volgt: “Art.
- In het ministerieel besluit van 1 februari 1994 betreffende het accijnsstelsel van bier wordt een als volgt luidend artikel 2bis ingevoegd: ‘Art. 2bis. Ieder andere persoon dan bedoeld in artikel 2, die bier voorhan- den heeft, ontvangt of verzendt kan slechts als erkend entrepothouder worden aangenomen voor zover hij aan navolgende voorwaarden voldoet: 1/ het beroep van handelaar in bier uitoefenen of beroepsmatig voor diens rekening optreden; 2/ over een gemiddelde voorraad bier beschikken die op jaarbasis berekend 1000 hl overtreft.’” Voor een goed begrip van de zaak dient ook artikel 4 van het ministerieel besluit van 5 april 1995 vermeld te worden: “Art.
- In het ministerieel besluit van 10 juni 1994 betreffende het accijnsstelsel van wijn, andere gegiste dranken en tussenproducten wordt een als volgt luidend artikel 2bis ingevoegd: ‘Art. 2bis. §
- Iedere andere persoon dan bedoeld bij artikel 2, die wijn, andere gegiste dranken of tussenproducten voorhanden heeft, ontvangt of verzendt kan slechts als erkend entrepothouder worden aangenomen voor zover hij aan navolgende voorwaarden voldoet: 1/ het beroep van handelaar in wijn, andere gegiste dranken of tussenpro- ducten uitoefenen of beroepsmatig voor diens rekening optreden; 2/ over een gemiddelde voorraad beschikken die op jaarbasis berekend hoger is dan: - wijn en andere gegiste dranken : 10.000 l; - tussenproducten : 7500 l.’ §
- (...).’”
- Bij brief van 15 mei 1995 brengt de hoofdcontroleur van de controle der accijnzen te Leuven de verzoekende partij op de hoogte van het bovenvermelde ministerieel besluit van 5 april
- Aan de verzoekende partij wordt meegedeeld dat zij, indien zij meent niet meer in aanmerking te komen om aanvaard te worden als erkend entrepothouder, een machtiging “geregistreerd bedrijf” dient aan te vragen binnen de 15 dagen.
- Met een omzendbrief van 18 oktober 1995 deelt de directeur- generaal van de administratie der douane en accijnzen aan de directeurs der douane en accijnzen te Brussel, Antwerpen, Gent en Hasselt mee dat een aanpassing van de betrokken wetgeving wordt voorbereid nadat enkele moeilijkheden zijn vastgesteld wat de aan te houden gemiddelde voorraad betreft. Het wordt aan de directeurs toegestaan om voor bier, wijn, tussenproducten, ethylalcohol en alcoholhoudende IX-1316-3/7 dranken af te wijken van de minimumniveaus die in de betrokken ministeriële besluiten zijn vastgesteld indien er een economische behoefte bestaat en op voorwaarde dat een goed ambtelijk overzicht mogelijk blijft. Bij het ministerieel besluit van 12 maart 1999 tot wijziging van sommige ministeriële besluiten die inzake accijnzen bepaalde voorwaarden vastleggen tot aanvaarding als erkend entrepothouder worden de aangekondigde aanpassingen van de reglementering formeel doorgevoerd. Zo wordt onder meer het bestreden artikel 2bis van het ministerieel besluit van 1 februari 1994 met ingang van 23 maart 1999 vervangen. Het nieuwe artikel 2bis luidt voortaan als volgt: “Art. 2bis. §
- Ieder ander persoon dan deze bedoeld in artikel 2, die bier voorhanden heeft, ontvangt of verzendt onder de schorsingsregeling van accijns, kan zich slechts als erkend entrepothouder laten aanvaarden voor zover hij aan navolgende voorwaarden voldoet: 1/ het beroep van handelaar in bier uitoefenen of beroepsmatig voor diens rekening optreden; 2/ over een gemiddelde voorraad bier beschikken die op jaarbasis berekend 1.000 hl overtreft. Hij dient echter niet over die gemiddelde voorraad te beschikken indien ten minste 80% van de voorhanden zijnde producten worden verzonden naar een andere lidstaat of uitgevoerd onder de schorsingsregeling van accijns. §
- De directeur kan afwijken van de verplichting over een gemiddelde voorraad te beschikken zoals bepaald in § 1, 2/ indien er een economische behoefte bestaat en voor zover de vereiste toezichts- en controlemaatregelen niet in het gedrang komen.” Over de ontvankelijkheid van het beroep
- Zoals hiervóór is opgemerkt, is het bestreden artikel 2bis van het ministerieel besluit van 1 februari 1994 betreffende het accijnsstelsel van bier vervangen bij het ministerieel besluit van 12 maart
- Het vervangen artikel 2bis is overigens tot op vandaag nog van kracht. De toepassing van de bestreden bepaling is aldus in de tijd beperkt geweest tot de periode tussen de inwerkingtreding van die bepaling (19 april 1995) en de vervanging ervan bij het voornoemde ministerieel besluit van 12 maart 1999 (23 maart 1999). In werkelijkheid lijkt de bestreden bepaling zelfs van in den beginne met enige soepelheid te zijn toegepast, nu de administratie afwijkingen gedoogd heeft, nog vooraleer daarvan formeel sprake was in het vervangen artikel 2bis. IX-1316-4/7
- Ten gevolge van de vervanging van artikel 2bis is de oorspronkelijke bepaling ervan, ingevoegd bij het bestreden besluit, uit de rechtsorde verdwenen. In principe heeft een partij geen belang meer om de nietigverklaring van een bepaling te vorderen die in de loop van het geding is opgeheven en -zoals te dezen- vervangen door een andere bepaling, tenzij zij aannemelijk maakt dat zij een actueel belang bij het beroep heeft behouden. Het komt derhalve in deze gewijzigde context aan de verzoekende partij toe om nader toe te lichten waarin haar actueel belang bij het annulatieberoep nog bestaat.
- Met een brief van 17 augustus 2007 heeft de staatsraad- verslaggever de verzoekende partij gevraagd of zij gebruik gemaakt heeft van de afwijkingsmogelijkheid bedoeld in artikel 2bis van het ministerieel besluit van 1 februari 1994, zoals vervangen bij het ministerieel besluit van 12 maart 1999, en of zij, meer algemeen, nog meent een actueel belang te hebben bij de normale afwikkeling van het annulatieberoep. Op die brief heeft de verzoekende partij niet geantwoord. Van haar kant heeft de verwerende partij de Raad van State met een brief van 16 mei 2008 ervan op de hoogte gebracht dat de verzoekende partij met ingang van 3 februari 2005 een machtiging als erkend entrepothouder heeft verkregen voor het voorhanden hebben, het ontvangen en het verzenden van alcoholvrije dranken (nationale accijnsproducten). Volgens de verwerende partij heeft de verzoekende partij geen enkele machtiging (noch als erkend entrepothouder, noch als geregistreerd bedrijf) voor communautaire accijnsproducten (zoals bier, wijn of ethylalcohol). De verwerende partij wijst er nog op dat het aangevochten besluit enkel betrekking heeft op communautaire accijnsproducten en niet op nationale accijnsproducten. De verzoekende partij is in kennis gesteld van dit schrijven van de verwerende partij. Met een brief van 5 juni 2008 repliceert de verzoekende partij. Zij stelt geen gebruik gemaakt te hebben van de afwijkingsmogelijkheid ingevoerd met het ministerieel besluit van 12 maart
- De reden hiervoor ligt in het feit dat de verzoekende partij steeds haar activiteiten is blijven uitoefenen op grond van haar oorspronkelijke, voorlopige machtiging van erkend depothouder voor bieren, wijn, water en andere alcoholvrije dranken, welke haar op 6 januari 1993 is verleend. Zij wijst er nog op dat deze voorlopige machtiging op 13 april 1995 werd “uitgebreid tot de milieutaks”. IX-1316-5/7 Ter terechtzitting bevestigt de verzoekende partij dat zij is kunnen blijven voortwerken op basis van de voorlopige vergunning die haar op 6 januari 1993 is verleend. Zij meent voorts nog steeds een belang te hebben bij haar beroep, ook al wordt thans voorzien in de mogelijkheid voor het bestuur om een afwijking van het vereiste van de minimumvoorraad te verlenen. De verzoekende partij hangt immers nog steeds af van een beslissing van het bestuur om al dan niet een afwijking van de voorwaarde te verlenen, terwijl zij met haar beroep het verdwijnen van de voorwaarde zelf beoogt. Ter terechtzitting bevestigt de verwerende partij dat de verzoekende partij nog steeds werkt op basis van de voorlopige vergunning van 6 januari
- Zij verklaart ook vanwege de verwerende partij geen verzoek te hebben ontvangen tot het verkrijgen van een afwijking van de voorwaarde in verband met de minimumvoorraad.
- De Raad van State stelt vast dat de verzoekende partij, ondanks het vereiste van een bepaalde minimumvoorraad, is kunnen blijven voortwerken op basis van een voorlopige machtiging als erkend entrepothouder, welke haar op 6 januari 1993 is verleend. Zolang de bestreden bepaling van kracht was, blijkt deze de verzoekende partij dus geen enkel nadeel te hebben berokkend. Een vernietiging van die bepaling kan de verzoekende partij dan ook niet tot enig voordeel strekken. Ondertussen is de bestreden bepaling vervangen, bij ministerieel besluit van 12 maart
- De nieuwe bepaling maakt het voor de verzoekende partij mogelijk om, weliswaar onder bepaalde voorwaarden, een afwijking te verkrijgen van het vereiste van de minimumvoorraad. De verzoekende partij blijkt niet om een dergelijke afwijking verzocht te hebben, allicht omdat zij nog steeds op basis van de voorlopige vergunning van 6 januari 1993 is kunnen blijven voortwerken. Stilzwijgend staat de verwerende partij aldus een afwijking toe. In de gegeven omstandigheden kan de verzoekende partij niet meer aannemelijk maken dat zij nog een belang behoudt bij het bestrijden van een regeling die inmiddels vervangen is door een regeling die het mogelijk maakt aan haar grieven tegemoet te komen. Deze vaststelling doet vanzelfsprekend geen afbreuk aan het recht van de verzoekende partij om, in geval van een weigering van de verwerende partij om haar nog langer het voordeel van de afwijking toe te staan, daartegen in rechte op te komen. IX-1316-6/7 Ambtshalve moet besloten worden dat de verzoekende partij niet langer blijk geeft van het rechtens vereiste actueel belang. Het beroep is dienvolgens niet langer ontvankelijk.
- In de concrete omstandigheden van de zaak past het om de verwerende partij te verwijzen in de kosten. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven augustus 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-1316-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.626 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.