id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 augustus 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.643 Rolnummer: A. 186792/IX-5823 Zaak: Arrest 185643 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 11/08/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-09-03 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 08:27 Fiche Arrest nr 185.643 van 11 augustus 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 185.643 van 11 augustus 2008 in de zaak A. 186.792/IX-5823. In zake : Roland WYLOCK, die woonplaats kiest bij het Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt (VSOA), gevestigd te BRUSSEL, Lang - Levenstraat 27-29 tegen : de Intercommunale Vereniging Brutélé, die woonplaats kiest bij advocaten J. BOURTEMBOURG en C. MOLITOR, kantoor houdende te BRUSSEL, Zwitserlandstraat 24. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Roland WYLOCK op 22 januari 2008 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van : “A. de vernietiging van de fictieve weigering om de functie van diensthoofd ‘Antennestations’ vacant te verklaren; B. de schorsing van de tenuitvoerlegging van de onder A. vermelde weigering; C. het opleggen aan de verwerende (partij) van de volgende voorlopige maatregel: het - uiterlijk 60 kalenderdagen na de notificatie van het door de afdeling bestuursrechtspraak uit te spreken schorsingsarrest - vacant verklaren van de functie van diensthoofd ‘Antennestations’ en het opstarten van de procedure met het oog op het toewijzen van die functie; D. het opleggen van een dwangsom aan de verwerende (partij):
- a)een eerste dwangsom van 1000 euro voor elke dag volgend op de periode van 60 kalenderdagen na de notificatie van het door de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uit te spreken schorsingsarrest, dat die partij expliciet of fictief blijven weigeren de functie van diensthoofd ‘Antennestations’ vacant te verklaren en de procedure met het oog op het toewijzen van die betrekking op te starten;
- b)een tweede, bijkomende dwangsom van 2000 euro voor elke dag volgend op de periode van 120 kalenderdagen na de notificatie van het door de afdeling IX-5823-1/3 bestuursrechtspraak van de Raad van State uit te spreken schorsingsarrest, dat die partijen expliciet of fictief blijven weigeren: - hetzij om een kandidaat voor te dragen voor de functie van diensthoofd ‘Antennestations’ ; - hetzij minstens om een uitdrukkelijke beslissing dienaangaande te nemen;
- c)een derde, bijkomende dwangsom van 4000 euro voor elke dag volgend op de periode van 180 kalenderdagen na de notificatie van het door de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uit te spreken schorsingsarrest, dat die (partij) expliciet of fictief (blijft) weigeren: - hetzij de betrekking van toe te wijzen; - hetzij dienaangaande minstens om een uitdrukkelijke beslissing te nemen;”; Gelet op het arrest nr. 182.669 van 5 mei 2008, waarbij de vordering tot schorsing, tot het opleggen van voorlopige maatregelen en tot het opleggen van een dwangsom van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dat arrest aan de verzoekende partij op 16 mei 2008; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 8 juli 2008, van de mededeling bedoeld in artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. IX-5823-2/3 De verzoekende partij heeft te dezen geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. In de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, is meegedeeld dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Het vermoeden van afstand van het geding is te dezen van toepassing. OM DIE REDENEN BESLIST DE VOORZITTER : Artikel 1. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel 2. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 11 augustus 2008, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-5823-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.643 Gerelateerde publicatie(
- s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.669 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div