id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 augustus 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.651 Rolnummer: A. 185638/XII-5256 Zaak: Arrest 185651 - Diploma's - 13/08/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-09-03 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-29 08:27 Fiche Arrest nr 185.651 van 13 augustus 2008 Onderwijs en cultuur - Diploma's Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 185.651 van 13 augustus 2008 in de zaak A. 185.638/XII-
- In zake : Chloé CALLEBAUT, die woonplaats kiest bij advocaat B. Van Den Bergh, kantoor houdende te Dilsen-Stokkem, A. Sauwenlaan 3 tegen : de VZW ONDERWIJSINRICHTINGEN ZUSTERS DER CHRISTELIJKE SCHOLEN WEST-BRABANT. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Chloé Callebaut op 29 oktober 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 31 augustus 2007 van de over haar delibererende klassenraad van het Immaculata- Maria Instituut te Roosdaal die haar een oriënteringsattest C toekent en impliciet weigert om haar een diploma secundair onderwijs uit te reiken; Gelet op het arrest nr. 180.985 van 13 maart 2008 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan verzoekster op 28 maart 2008; Gelet op de kennisgeving aan verzoekster, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij verzoekster binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Gezien het feit dat verzoekster niet heeft gevraagd om te worden gehoord; XII-5256-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van verzoekster een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. Bij de kennisgeving van het tussenarrest aan verzoekster heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van de tekst van voornoemd artikel 17, § 4ter, alsook van artikel 15ter, § 1, derde en vijfde lid, van het koninklijk besluit van 5 december
- Verzoekster heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing is verworpen, zodat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoekster. XII-5256-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien augustus 2008, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-5256-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.651 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.985 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.