id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 augustus 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.889 Rolnummer: A. 184869/XIV-29746 Zaak: Arrest 185889 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 28/08/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-09-23 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 08:28 Fiche Arrest nr 185.889 van 28 augustus 2008 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 185.889 van 28 augustus 2008 in de zaak A. 184.869/XIV-29.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat A. LEFEBVRE, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, De Wynantsstraat 23 tegen : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Libanese nationaliteit, op 20 augustus 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 1104 van 1 augustus 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de beschikking nr. 1312 van 24 september 2007 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 19 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN, op grond van artikel 19 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 29 november 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 30 januari 2008; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. LEFEBVRE, die verschijnt voor de verzoekende partij en van attaché R. LARNO, die verschijnt voor de commissaris- generaal voor de vluchtelingen en staatlozen; XIV-29.746-1/4 Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de verzoekende partij een enig middel opwerpt dat als volgt luidt: “Dit middel is gesteund op de schending van de motiveringsplicht zoals bepaald in artikel 149 van de Grondwet en de schending van de bewijskracht van de stukken Doordat Tegenpartij van oordeel is dat het beroep tegen de bevestigende beslissing van weigering van de vluchtelingenstatus en weigering van de subsidiaire beschermingsstatus laattijdig werd ingediend door verzoeker Terwijl 1 Artikel 39/57 van de wet van 15 décember 1980 bepaalt dat het beroep bij de Raad voor vreemdelingenbetwistingen moet worden ingediend binnen een termijn van 15 dagen na de kennisgeving van de beslissing waartegen het gericht is. De beslissing van het CGVS werd per aangetekend schrijven opgestuurd op 20 maart
- Verzoeker ontving een bericht van de post in zijn brievenbus op 21 maart 2007 hem adviserende dat hij een aangetekend schrijven kon ophalen te Kortrijk kantoor
- Hij bood zich aan op vrijdag 23 maart op het vermelde kantoor die hem verwees naar het postkantoor van Oudenaarde. In Oudenaarde raadde men mijn cliënt aan om na de weekend terug te komen gelet op het feit dat ze nog niet in het bezit waren van zijn brief. Het is pas op 27 maart dat mijn cliënt kennis nam van de beslissing. 2 Verzoeker werd in de onmogelijkheid gesteld om voor 26 maart kennis te nemen van de beslissing gezien zijn aangetekend schrijven verstuurd werd van Kortrijk tot Oudenaarde. Verzoeker heeft nooit een aanvraag ingediend om zijn aangetekend schrijven van Kortrijk naar Oudenaarde te versturen. De Post behoudt de gegevens omtrent de aangetekende zendingen gedurende drie maanden. Toen verzoeker een bewijsstuk heeft gevorderd aan de Post dat hij nooit enig aanvraag heeft gedaan aan de Post om zijn brieven naar Oudenaarde te versturen, werd het hem in een eerste tijd geweigerd. De Post toonde zich uiteindelijk bereid om schriftelijk te bevestigen dat ze geen informatie meer beschikken over een aanvraag die zou zijn gedaan geweest door verzoeker. Gelet op de interne procedures van de Post die niet voorzien dat een brief zonder aanvraag van cliënt zou worden verstuurd van een bureau naar een ander wordt vermoeden door de Post dat cliënt dit zou heeft gevraagd. Mijn cliënt is in de onmogelijkheid gesteld om meer informatie te verschaffen over de reden die de Post hebben geleid zijn brief naar Oudenaarde te versturen. Hij heeft dit uitgelegd aan de Raad voor vreemdelingenbetwistingen, met als bewijsstukken ter staving van zijn zeggen de envelop van de betwiste zending, die drie verschillende stempels vertoond. De stempels op de envelop komen het relaas van verzoeker bevestigen, met aanwijzingen dat zijn brief degelijk naar Oudenaarde werd verzonden. XIV-29.746-2/4 Gelet op het context van de hele zaak en de onmogelijkheid voor verzoeker andere bewijsstukken te verkrijgen van de Post heeft de Raad voor vreemdelingenbetwistingen manifest de bewijskracht van het voorgelegde stuk geschonden. De stukken neergelegd door verzoeker tonen degelijk aan dat zijn aangetekend schrijven verstuurd werd naar Oudenaarde. De Post erkend dat zij geen bewijs hebben van een aanvraag van verzoeker zijn schrijven door te sturen naar het postkantoor in Oudenaarde. Verzoeker kan niet meer doen om aan te tonen dat de Post de brief heeft verstuurd, wat hem in de onmogelijkheid heeft gesteld om kennis te nemen van de beslissing van het CGVS voor 27 maart
- Dat uit deze omstandigheden blijkt dat de overmacht in casu voortvloeit uit een gebeurtenis buiten de menselijke wil die door deze wil niet kon worden voorzien noch vermeden. Tegenpartij heeft de bewijskracht van de stukken neergelegd door verzoeker ontkent door het beroep laattijdig te verklaren. Dit is des te meer het geval dat in casu de twijfel aan verzoeker moet genieten. Derhalve schendt de bestreden beslissing de in het middel aangevoerde wetsbepalingen.”;
- Overwegende dat overmacht enkel kan voortvloeien uit een gebeurtenis buiten de wil van de mens om, die hij niet kon voorzien of vermijden; dat de Raad van State als administratieve cassatierechter nagaat of uit de door de eerste rechter op onaantastbare wijze vastgestelde feiten en omstandigheden wettig kon worden afgeleid dat er overmacht, of juist geen overmacht, is geweest; Overwegende dat in het bestreden arrest niet wordt betwijfeld dat de aangetekende brief met de kennisgeving van de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen op 21 maart 2007 op de gekozen woonplaats van de verzoekende partij werd aangeboden en nadien is doorgestuurd naar het postkantoor van Oudenaarde, hetgeen blijkt uit de briefomslag zelf; dat dienaangaande in het bestreden arrest wordt overwogen dat de verzoekende partij geen enkele verklaring geeft waarom de aangetekende brief naar het postkantoor van Oudenaarde werd gestuurd, waar de verzoekende partij die brief moest ophalen, en verder dat de verzoekende partij “bij gebrek aan verduidelijking hieromtrent en het gebrek aan bewijs van het postkantoor van Kortrijk dat het ‘misverstand’ te wijten is aan de diensten van de post” de Raad voor Vreemdeling- enbetwistingen niet kan overtuigen; dat voor een onvoorzienbare of onvermijdbare gebeurtenis in hoofde van de verzoekende partij echter niet het bewijs is vereist dat de kwestieuze omstandigheid - het doorsturen van de brief naar Oudenaarde - aan de post is te wijten noch dat de verzoekende partij er zelf een verklaring voor zou moeten geven; dat uit de bovenstaande elementen niet op wettige wijze kon worden afgeleid dat er geen overmacht in hoofde van de verzoekende partij was, zodat haar beroep laattijdig zou zijn; dat het enige middel in die mate gegrond is, XIV-29.746-3/4 BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt arrest nr. 1104 van 1 augustus 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Artikel
- Dit arrest zal in de registers van voormelde Raad worden overgeschreve- n, en melding ervan zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde beslissing. Artikel
- De zaak wordt verwezen naar een anders samengestelde kamer van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwin- tig augustus tweeduizend en acht, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. XIV-29.746-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.889 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.