id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.955 Rolnummer: A. 85360/IX-5659 Zaak: Arrest 185955 - Varia (economische zaken) - 01/09/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-09-04 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 08:29 Fiche Arrest nr 185.955 van 1 september 2008 Economische zaken - Varia (economische zaken) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 185.955 van 1 september 2008 in de zaak A. 85.360/IX-
- In zake : de NV VAN DAMME, gevestigd te BRUSSEL, Louizalaan 522 tegen : het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau (BIRB). --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV VAN DAMME op 12 juli 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de haar op 14 mei 1999 ter kennis gebrachte beslissing van het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau (BIRB) waarbij haar jaarlijkse referentiehoeveelheden 1994, 1995 en 1996 voor de vaststelling van haar contingent voor de invoer van bananen in 1999 worden bepaald, evenals van de beslissing van 4 juni 1999 waarbij haar contingent gewijzigd wordt; Gelet op het arrest nr. 82.141 van 26 augustus 1999 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen wordt verworpen; Gelet op het verzoek tot voortzetting van het geding, ingediend op 24 september 1999 door de verzoekende partij; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 17 oktober 2007; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 4 maart 2008, van de mededeling bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrecht- spraak van de Raad van State; IX-5659-1/4 Overwegende dat de verzoekende partij bij brief van 17 maart 2008 heeft gevraagd om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 21 mei 2008, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 9 juni 2008; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. VAN TENDELOO die, loco advocaat P. THIELEMANS verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat C. COEN die, loco advocaat E. VERVAEKE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur L. VERMEIRE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT:
- Het verzoekschrift, ingediend op 12 juli 1999 en uitgaande van een vennootschap wier maatschappelijke zetel gevestigd is te 1050 Brussel, Louisalaan 522, was in het Frans gesteld. Omdat de voorafgaande maatregelen in het Frans werden gevoerd en de XIIIe kamer van de Raad van State bij beschikking van 14 mei 2007 besloten heeft dat, nu verzoekster haar exploitatiezetel in het Nederlands taalgebied heeft, de procedure in het Nederlands gevoerd moest worden, zijn op bevel van de auditeur-verslaggever de voorafgaande maatregelen ab initio hernomen met de kennisgeving aan de verwerende partij, op 23 juli 2007, van het verzoekschrift en van de beschikking van 14 mei
- De verwerende partij heeft op 31 juli 2007 een memorie van antwoord ingediend.
- De memorie van antwoord is met een brief van 21 augustus 2007, die aangetekend en met bericht van ontvangst verzonden is naar de maatschappelijke zetel van verzoekster -Louisalaan 522, te 1050 Brussel, het adres dat zij ook in haar IX-5659-2/4 origineel verzoekschrift had opgegeven-, ter kennis van verzoekster gebracht. In die brief werd gewezen op de gevolgen van het niet tijdig indienen van een memorie van wederantwoord. Uit de in het dossier berustende stukken blijkt dat de zending niet onmiddellijk aan een aangestelde van verzoekster afgegeven is kunnen worden, dat door de postbode op 24 augustus 2007 een bericht in de bus werd achtergelaten en dat de brief naar de Raad van State teruggekeerd is. Verzoekster betwist die door De Post verstrekte gegevens niet. Na een tweede verzending heeft verzoekster de brief van 21 augustus 2007 wel voor ontvangst ondertekend op 17 oktober
- Verzoekster heeft geen memorie van wederantwoord ingediend. In toepassing van artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van het algemeen procedurereglement, waarmee een onweerlegbaar vermoeden ingesteld is, moet de Raad van State aan verzoekster tegenwerpen dat uit haar handelwijze de ontstentenis van het vereiste belang blijkt. Hij kan dit enkel niet doen wanneer de voorwaarden vermeld in de voornoemde reglementaire bepalingen in dit geval niet correct zijn nagekomen of wanneer verzoekster aantoont dat zij wegens overmacht belet was tijdig een memorie in te dienen.
- In de memorie die zij met het oog op de openbare terechtzitting van 9 juni 2008 heeft ingediend, beklemtoont verzoekster dat zij de memorie van antwoord, haar toegezonden op 21 augustus 2007, niet ontvangen heeft en dat zij, als gevolg van een telefoongesprek van 12 september 2007 waarin melding zou gemaakt zijn van een niet-afgeleverde brief, gewacht heeft op de toezending van de memorie van antwoord op haar “nieuw” adres, dat haar raadsman op 17 september 2007 naar de griffie had opgestuurd.
- Daargelaten de vraag of verzoekster niet zelf de gevolgen moet dragen van het niet in ontvangst nemen van de haar op 24 augustus 2007 aangeboden zending, blijkt te dezen dat de memorie van antwoord, na een tweede verzending door de griffie van de Raad van State, door haar op 17 oktober 2007 ontvangen is. Verzoekster moest binnen de zestig dagen nadien een memorie van wederantwoord indienen. Uit geen enkel gegeven van het dossier kan opgemaakt worden dat enig orgaan van de Raad van State, terzake bevoegd, aan verzoekster medegedeeld zou hebben dat de memorie van antwoord haar nogmaals zou worden toegezonden. Haar uiteenzetting op dat vlak is dan ook niet meer dan een bewering waarmee geen IX-5659-3/4 rekening gehouden kan worden. In ieder geval is er een tweede verzending gebeurd en heeft verzoekster deze ontvangen.
- Besluitend kan gesteld worden dat uit het dossier blijkt dat de voorwaarden voor de toepassing van artikel 14bis, § 1, van het algemeen procedurereglement te dezen vervuld zijn en dat verzoekster geen bewijskrachtige gegevens voorlegt waaruit overmacht kan worden afgeleid. Het beroep is krachtens artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State niet langer ontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 1 september 2008, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5659-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.955 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1999:ARR.82.141 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.