← België

Arrest 186007 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 03/09/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.007 Rolnummer: A. 186569/X-13598 Zaak: Arrest 186007 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 03/09/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-09-17 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 08:29 Fiche Arrest nr 186.007 van 3 september 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.007 van 3 september 2008 in de zaak A. 186.569/X-13.

  1. In zake :
  2. Gudrun VAN BRANDEN,
  3. Pieter VERSCHRAEGEN, die woonplaats kiezen te 9160 LOKEREN, Vrijheidsplein 14 tegen :
  4. de stad LOKEREN,
  5. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan
  6. tussenkomende partij : de n.v. WOONBUREAU, die woonplaats kiest bij advocaat G. DE SMEDT, kantoor houdende te 9160 LOKEREN, Roomstraat
  7. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Gudrun VAN BRANDEN en Pieter VERSCHRAEGEN op 5 januari 2008 hebben ingediend en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vorderen van het besluit van 17 december 2007 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lokeren houdende afgifte aan de n.v. WOONBUREAU van de stedenbouwkundige vergunning voor de regularisatie van een dakterras bij een woning gelegen te Lokeren, Vrijheidsplein 15, op een perceel kadastraal bekend sectie E, nr. 70/f; Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-13.598-1/5 Gelet op de beschikking van 4 april 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 april 2008; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van de verzoekende partijen, van advocaat W. LAMMENS, die loco advocaat V. TOLLENAERE verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van advocaat W. DE LANGHE, die loco advocaat G. DE SMEDT verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  8. Rechtspleging Met een verzoekschrift van 28 januari 2008 heeft de n.v. WOONBUREAU gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen.
  9. Ontvankelijkheid Zowel de verwerende partij als de tussenkomende partij betwisten de ontvankelijkheid van de vordering. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze excepties dringt zich slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen te dezen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is.
  10. Over de grondvoorwaarden tot schorsing 3.
  11. Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de X-13.598-2/5 vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Luidens artikel 17, § 3 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, dient de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen. Artikel 8, eerste lid, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten “een uiteenzetting van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen”. Uit deze bepaling volgt dat de verzoekende partijen in hun verzoekschrift duidelijk en concreet dienen aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaan of dreigen te ondergaan, en dat met nadien bijgebrachte feiten en verklaringen en niet bij het verzoekschrift gevoegde stukken geen rekening kan worden gehouden. De verzoekende partijen mogen zich in hun uiteenzetting niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dienen integendeel zeer concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit blijkt dat zij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaan of dreigen te ondergaan. 3.
  12. Over het moeilijk te herstellen ernstig nadeel 3.2.
  13. De verzoekende partijen zetten in hun verzoekschrift het moeilijk te herstellen ernstig nadeel uiteen als volgt: “Het belang van verzoekende partij is ernstig en evident en blijkt uit de verder uiteengezette middelen: schending van de privacy, schending van lichten en zichten, schending van (mede-)eigendom, vermindering kwaliteit van woning en leefruimte, vermindering van kwaliteit en waarde van het beschermde monument... De verzoekende partij ondervindt door de bestreden beslissing een onmiddellijk en moeilijk te herstellen ernstig nadeel, doordat de begunstigde het arrest van het Hof van Beroep van 17 november 2006 niet naleeft en vermoedelijk op elk moment de door de bestreden beslissing vergunde werken zal aanvatten”. X-13.598-3/5 3.2.
  14. Onderzoek van het aangevoerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel 3.2.2.
  15. De verwijzing naar de aangevoerde middelen ter adstructie van het beweerde ernstig en moeilijk te herstellen nadeel volstaat niet. Immers, de wettelijke voorwaarde van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel is een constitutieve en autonome schorsingsvoorwaarde, zodat de in de middelen uiteengezette onwettigheden in principe abstracte gegevens zijn die op zichzelf geen nadelige gevolgen genereren of aantonen. Voorts geven de verzoekende partijen door te stellen dat “de begunstigde het arrest van het Hof van Beroep van 17 november 2006 niet naleeft en vermoedelijk op elk moment de door de bestreden beslissing vergunde werken zal aanvatten” niet concreet aan welk nadeel zij persoonlijk ondergaan of dreigen te ondergaan ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden vergunning. 3.2.2.
  16. De verzoekende partijen blijven in gebreke het beweerdelijk voorhanden zijn van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel in hunner hoofde concreet uiteen te zetten. Het komt niet aan de Raad van State toe aan de hand van elders in het verzoekschrift uiteengezette argumenten of stukken gevoegd bij het inleidend verzoekschrift het nadeel zelf te construeren. 3.2.2.
  17. Er dient derhalve te worden vastgesteld dat voormelde uiteenzetting geen afdoende concrete en precieze gegevens bevat die aannemelijk maken dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. 3.
  18. Uit hetgeen voorafgaat blijkt dat niet is voldaan aan één van de door artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. X-13.598-4/5 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  19. Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. WOONBUREAU in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  20. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  21. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie september 2008, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. J. BOVIN. X-13.598-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.007 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.809 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.