← België

Arrest 186010 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 03/09/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.010 Rolnummer: A. 189466/XII-5531 Zaak: Arrest 186010 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 03/09/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-09-05 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-29 08:29 Fiche Arrest nr 186.010 van 3 september 2008 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.010 van 3 september 2008 in de zaak A. 189.466/XII-

  1. In zake : de BVBA BELGIUM BUSINESS COMPANY, die woonplaats kiest bij advocaat R. Rogiers, kantoor houdende te Genk, André Dumontlaan 27 tegen :
  2. de BURGEMEESTER VAN DE STAD BILZEN,
  3. de STAD BILZEN, die woonplaats kiezen bij advocaten K. Geelen en K. Wauters, kantoor houdende te Hasselt, Gouverneur Roppesingel
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de BVBA Belgium Business Company op 27 augustus 2008 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijk- heid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 20 augustus 2008 van de burgemeester van de stad Bilzen om haar automatenshop aan de Kloosterstraat 8 te Bilzen te sluiten voor een periode van drie maanden; Gezien de nota van de verwerende partijen; Gelet op de beschikking van 28 augustus 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 september 2008, om 11.30 uur; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat L. Luts die, loco advocaat R. Rogiers, verschijnt voor verzoekster en van advocaat K. Wauters die verschijnt voor de verwerende partijen; XII-5531-1/6 Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De bestreden beslissing
  5. Op 20 augustus 2008 beslist de burgemeester van de stad Bilzen, op grond van artikel 67 van het gemeentedecreet en artikel 134quater van de nieuwe gemeentewet, om de automatenschop van verzoekster, gelegen Kloosterstraat 8 te 3740 Bilzen, te sluiten voor een periode van drie maanden en om de toegang tot de automatenshop, minstens de automaten, te verzegelen gedurende de periode van sluiting. In de beslissing wordt onder meer verwezen naar politieverslagen van 16 april 2008 en 4 augustus 2008, naar feiten van overlast en verstoringen van de openbare orde en veiligheid op 17 augustus 2008 en naar het politieverslag daarover van 18 augustus
  6. Kern van de motivering is dat de overlast van de automatenschop blijft voortduren ondanks de herhaalde tussenkomsten van de politie, dat de automatenshop feitelijk een openluchtcafé zonder uitbater is en dat het niet mogelijk is om permanent politieagenten aan de automatenshop te posteren. Waarom meteen een sluiting voor de maximum toegelaten duur wordt opgelegd, wordt door de beslissing van 20 augustus 2008 niet speciaal verantwoord, tenzij als zo een verantwoording zou moeten worden begrepen “dat het stadsbestuur Bilzen een streng horecabeleid hanteert voor haar horecazaken en dat de automatenshop in feite een openlucht-horecazaak is”. De schorsingsvoorwaarden
  7. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de cumulatieve voorwaarden dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de XII-5531-2/6 bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is. De grondvoorwaarde van de ernstige middelen
  8. Verzoekster leidt een eerste middel af uit onder andere de schending van de hoorplicht, doordat de burgemeester de bestreden beslissing genomen heeft zonder haar voorafgaandelijk te horen en haar in te lichten omtrent de voorgenomen beslissing, ofschoon een bevel tot sluiting van een inrichting op grond van artikel 134quater van de nieuwe gemeentewet een ernstige maatregel is die aan de hoorplicht is onderworpen. Zij licht toe dat de burgemeester “goed genoeg” op de hoogte was van die hoorplicht, maar dat “hij deze heeft willen terzijde schuiven door op 19/08/2008 een aangetekend schrijven te verzenden aan de zaakvoerder van verzoekster houdende een uitnodiging voor een overleg op 20/08/2008 (!)”.
  9. Verwerende partijen brengen daar in de nota tegen in dat de burgemeester eigenlijk in de voorwaarden verkeerde om verzoekster niet te horen wegens hoogdringendheid, dat in elk geval de termijn voor verzoekster om haar verweer voor te bereiden kort mocht worden gehouden, dat een termijn van 24 uur voldoende is, dat het volstaat dat de mogelijkheid wordt gegeven om te worden gehoord, dat wie geen gevolg geeft aan een oproeping om gehoord te worden, nadien het bestuur niet mag verwijten dat er niet gehoord is.
  10. Tenminste in de huidige stand van zaken wordt aangenomen dat wanneer een sluitingsmaatregel wordt overwogen als het bestreden besluit, krachtens een beginsel van behoorlijk bestuur de betrokkene in principe in de gelegenheid moet worden gesteld om nuttig voor zijn of haar standpunt op te komen. Dat daar te dezen, uitzonderlijk, wegens hoogdringendheid geen reden toe geweest zou zijn, lijkt niet ter zake te doen. Immers heeft nu eenmaal de burgemeester zelf het kennelijk anders gezien -op het eerste gezicht overigens terecht- , en heeft hij in plaats van onder aanvoering van de hoogdringendheid van het horen van verzoekster af te zien, haar integendeel met een aangetekende brief voor een hoorzitting uitgenodigd.
  11. Opdat de hoorplicht naar behoren zou zijn nagekomen, dient de bestuurde redelijkerwijze genoeg tijd te krijgen om op de hoorzitting aanwezig te XII-5531-3/6 kunnen zijn en om zijn verweer te kunnen voorbereiden. Dit veronderstelt dat de uitnodiging hem voldoende tijdig ter kennis wordt gebracht. Daaraan lijkt in onderhavig geval niet voldaan. De burgemeester heeft de zaakvoerder van verzoekster met een op 19 augustus 2008 aangetekend verstuurde brief uitgenodigd voor een “overleg” op reeds 20 augustus 2008, om 16u
  12. Er, getuige de nota, van uitgaande dat de brief ’s anderendaags ontvangen zou worden, gunde hij verzoekster aldus een voorberei- dingstijd van amper een paar uur. Dit lijkt, in de concrete omstandigheden van de zaak, onverantwoord kort. Vooralsnog onbegrijpelijk ook is dat de burgemeester die verzoekster op zo een korte termijn wil horen, haar alleen per aangetekende brief uitnodigt. Pas nádat de beslissing is genomen wordt de zaakvoerder van verzoekster op zijn GSM opgebeld in verband met de betekening van het besluit. Nochtans moest de burgemeester weten dat de zaakvoerder van de aangetekende brief van 19 augustus 2008 normaal gezien alleen vóór de hoorzitting kennis kon nemen indien hij op het moment van de aanbieding ervan toevallig aanwezig zou zijn, zo niet zou hij alleen een bericht van De Post vinden dat tevergeefs een aangetekende zending werd aangeboden. Dat is uiteindelijk ook wat zich heeft voorgedaan: de zending is, weliswaar nog op 19 augustus 2008, op het adres van de zaakvoerder aangeboden; aangezien niemand thuis was, werd “een afwezigheidskaart achtergelaten waarop staat dat [de geadresseerde] 14 dagen de tijd heeft om deze zending af te halen in het postkantoor van Bilzen”.
  13. Ter terechtzitting betogen verwerende partijen dat verzoekster nog altijd de brief van 19 augustus 2008 niet heeft afgehaald en dat dus een ruimer interval tussen de verzending en de hoorzitting haar geen enkele baat zou hebben bijgebracht. Die zienswijze overtuigt niet. Wat er in de brief van 19 augustus 2008 staat, kon verzoekster intussen al vernemen uit de bestreden beslissing, die de brief heeft achterhaald.
  14. Het middel is ernstig. XII-5531-4/6 De grondvoorwaarden van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel en van een uiterst dringende noodzakelijkheid
  15. Verzoekster zet onder andere uiteen dat een schorsing volgens de gewone procedure te laat dreigt te komen doordat de sluiting zware financiële gevolgen heeft en een faillissement bijna niet te vermijden is, dat verzoekster door de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing geen inkomsten meer heeft, dat zij wel nog de vaste kosten dient te betalen, dat haar grote voorraad verse producten om de automaten bij te vullen dreigt verloren te gaan, dat de shop nog geen jaar open is, dat zij er een bedrag van ongeveer i 150.000 in heeft geïnvesteerd, dat het voortbestaan van de automatenshop in het gedrang wordt gebracht.
  16. In de nota betwisten verwerende partijen niet dat het bestaan van de gesloten automatenshop in het gedrang komt, maar merken zij op dat verzoekster alleen in verband met de dringende noodzakelijkheid over het gevaar voor haar bestaan gewaagt en dat zij niet aantoont dat de automatenschop haar enige inkomsten- bron betreft.
  17. Mede gelet op de bijgebrachte stukken maakt verzoekster voldoende aannemelijk dat de bestreden sluiting het voortbestaan van haar automaten- winkel dreigt in gevaar te brengen. Aangezien niet blijkt, en overigens zelfs niet beweerd wordt, dat zij nog een andere bron van inkomsten heeft, is er des te minder reden om te betwijfelen dat zij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel riskeert ten gevolge van de aangevochten beslissing. De tweede grondvoorwaarde voor een schorsing is voldaan. Ook de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid, waaromtrent verwerende partijen zich “naar de wijsheid van de Raad” gedragen, is vervuld. XII-5531-5/6 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  18. Bevolen wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van 20 augustus 2008 van de burgemeester van de stad Bilzen om de automatenshop van de BVBA Belgium Business Company, gelegen aan de Kloosterstraat 8 te 3740 Bilzen, te sluiten voor een periode van drie maanden. Artikel
  19. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 3 september 2008, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5531-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.010 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.489 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.