id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.039 Rolnummer: A. 141794/VII-30720 Zaak: Arrest 186039 - Milieuvergunningen - 04/09/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-09-10 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 08:30 Fiche Arrest nr 186.039 van 4 september 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.039 van 4 september 2008 in de zaak A. 141.794/VII-30.
- In zake : de NV AGRISTO, die woonplaats kiest bij advocaten P. FLAMEY en P. J. VERVOORT, kantoor houdende te ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan 16 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat
- tussenkomende partij : Guy VAN DEN BUSSCHE, die woonplaats kiest bij advocaat D. VAN HEUVEN, kantoor houdende te KORTRIJK, Pres. Kennedypark 6, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV AGRISTO op 24 september 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit v a n d e V l a a m s e m i n i s t e r v a n L e e f mi l i e u , L a n d b o u w e n Ontwikkelingssamenwerking waarbij de beroepen, ingediend tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 19 december 2002 houdende enerzijds het verlenen van een vergunning op proef aan de verzoekende partij om een aardappelverwerkend bedrijf, gelegen aan de Waterstraat 19 te Harelbeke-Hulste, verder te exploiteren en uit te breiden, en anderzijds het weigeren van een vergunning voor het uitbreiden van de sokkelwaterwinning tot 60.000 m³ per jaar, gedeeltelijk gegrond worden verklaard, de beroepen beslissing wordt gewijzigd en de vergunning gedeeltelijk wordt verleend en gedeeltelijk wordt geweigerd; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 21 november 2003 ingediend door Guy VAN DEN BUSSCHE; VII-30.720-1/6 Gelet op de beschikking van 9 december 2003 die de tussenkomst van Guy VAN DEN BUSSCHE toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 9 mei 2008 waarbij de terechtzitting initieel werd bepaald op 12 juni 2008; gelet op het feit dat deze terechtzitting werd uitgesteld tot 26 juni 2008 en dat zulks met op 11 juni 2008 verzonden faxberichten en met op 12 juni 2008 aangetekend verzonden brieven aan de partijen ter kennis werd gebracht; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat G. VERHELST die, loco advocaat P. FLAMEY verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat C. ROMMELAERE die, loco advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De rechtspleging Met een brief van 12 juni 2008 deelt de tussenkomende partij mee dat zij afstand doet van haar tussenkomst. Er is geen bezwaar tegen de inwilliging ervan. VII-30.720-2/6
- De feiten 2.
- De verzoekende partij exploiteert aan de Waterstraat 19 te Harelbeke een aardappelverwerkend bedrijf, dat ten tijde van de bestreden beslissing volgens het gewestplan in agrarisch gebied was gelegen. Zij beschikte destijds over een milieuvergunning die verstreek op 11 januari
- 2.
- Op 28 juni 2002 dient de verzoekende partij een nieuwe milieuvergunningsaanvraag in om de inrichting verder te exploiteren en uit te breiden. De afdeling Milieuvergunningen adviseert gunstig op proef, de afdeling Water adviseert gedeeltelijk gunstig. Al de andere adviezen (van het college van burgemeester en schepenen, de administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten & Landschappen (hierna : AROHM), de Vlaamse Milieumaatschappij (hierna : VMM) en de Provinciale Milieuvergunningscommissie) zijn ongunstig. 2.
- Op 19 december 2002 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen de vergunning voor een proefperiode van twee jaar, maar weigert zij de uitbreiding van de sokkelwaterwinning tot 60.000 m³. 2.
- De gemeente Harelbeke, AROHM en verschillende omwonenden dienen bij de Vlaamse regering een beroep in tegen deze beslissing. 2.
- De VMM en de afdeling Stedenbouwkundige Vergunningen geven een negatief advies. Ook de dienst Monumenten en Landschappen stelt de landschappelijke inpasbaarheid van het bedrijf in vraag. De afdeling Milieuvergunningen adviseert gunstig. Zij is van mening dat het enerzijds niet mogelijk is een proefvergunning te verlenen voor een inrichting die een bouwvergunning nodig heeft en dat er anderzijds vanuit milieutechnisch oogpunt geen reden is om de vergunningstermijn te beperken. Op 31 maart 2003 brengt de Gewestelijke Milieuvergunningscommissie, na de verzoekende partij te hebben gehoord, een negatief advies uit. 2.
- Op 19 juli 2003 verklaart de minister de beroepen gedeeltelijk gegrond en wordt de vergunning verleend voor een proeftermijn van twee jaar, eindigend 19 december
- De vergunning wordt geweigerd voor : VII-30.720-3/6 "- (de) volgende uitbreidingen: - de sokkelwaterwinning tot 60.000 m³/jaar - de warmtekrachtinstallatie 300 kW met biogasturbine-generator, - de opslagtank van 34.500 kg (30 m³) voor natriumhydroxide - de verhoging van de dieselopslag met 10.000 l; - de onderdelen die gelegen zijn of afhangen van: - de bij besluit van de minister bevoegd voor ruimtelijke ordening van 28 februari 1996 geweigerde opslagloods en geweigerde aardappelvlokkenlijn; - het bij besluit van de minister bevoegd voor ruimtelijke ordening van 12 april 1999 geweigerde afdak bij het sorteergebouw en opstellingen van de verdampingscondensoren - de bij besluit van de bestendige deputatie van 23 april 1998 geweigerde kartonnageloods". Dit is het bestreden besluit. 2.
- Bij ministerieel besluit van 10 november 2005 wordt de tijdelijke vergunning onder dezelfde voorwaarden omgezet in een vergunning voor een termijn verstrijkend op 19 december
- 2.
- Bij besluit van de Vlaamse regering van 26 januari 2007 wordt het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna : RUP) "Historisch gegroeid bedrijf Agristo te Harelbeke" definitief vastgesteld. Door dit gewestelijk RUP wordt de zone die door het bedrijf wordt bezet, omgevormd tot een zone voor bedrijfsactiviteiten van een historisch gegroeid bedrijf, zodat het bedrijf niet langer in agrarisch gebied is gevestigd. Tevens wordt het maximale bouwvolume vastgelegd. Uit de toelichtingsnota blijkt dat de stedenbouwkundig betwiste of onvergunde gebouwen geen deel uitmaken van het gewestelijk RUP en dat uitbreiding van de bestaande vergunde gebouwen niet mogelijk is.
- De ontvankelijkheid 3.
- De verzoekende partij vraagt de nietigverklaring van een milieuvergunning. Deze vergunning verstreek op 19 december 2004 en is in zoverre bepaalde activiteiten van de vergunning werden uitgesloten bij ministerieel besluit van 10 november 2005 onder dezelfde voorwaarden omgezet in een vergunning voor een termijn verstrijkend op 19 december
- Deze vergunning wordt niet bestreden. VII-30.720-4/6 Door het auditoraat ondervraagd over haar actueel belang, heeft de verzoekende partij geantwoord dat zij haar belang blijft behouden bij de vernietiging van het bestreden besluit "omdat op die manier duidelijkheid kan worden verschaft over het bestaan van een stilzwijgende bouwvergunning". In haar laatste memorie stelt zij, in antwoord op het auditoraatsverslag waarin werd besloten dat het beroep niet langer ontvankelijk is, dat de definitieve milieuvergunning van 10 november 2005 er nog steeds van uit lijkt te gaan dat de kartonnageloods en een aantal andere onderdelen niet behoorlijk stedenbouwkundig vergund zijn, hoewel zij zich kan beroepen op een stilzwijgende bouwvergunning en dat zij aldus nog een afdoende belang heeft om de nietigverklaring van het bestreden besluit te horen uitspreken op grond van het tweede middel. Tegenover de opmerking in het auditoraatsverslag dat zij haar annulatieberoep niet heeft uitgebreid tot het nieuwe besluit van 10 november 2005 stelt zij dat als voorwaarde voor de uitbreiding van het beroep geldt dat die uitbreiding het voorwerp heeft uitgemaakt van een contradictoir debat en in het eerstvolgende nuttig procedurestuk wordt gedaan. Te dezen kon volgens de verzoekende partij niet aan die voorwaarde worden voldaan, omdat het eerstvolgende procedurestuk waarin zij de uitbreiding kon vragen de laatste memorie was, zodat er geen tegensprekelijk debat over die uitbreiding meer mogelijk was. Zij zegt voorts het aanvechten van de definitieve en langlopende vergunning niet opportuun te hebben geacht, omdat een beperkte schorsing of nietigverklaring van de geweigerde onderdelen in de regel niet mogelijk is, gelet op de rechtspraak van de Raad van State betreffende het ondeelbaar karakter van een vergunningsbesluit. 3.
- Het belang dat de verzoekende partij meent te hebben bij een nietigverklaring, uitsluitend op grond van het tweede middel, is geen belang dat verbonden is aan de nietigverklaring of aan het doen verdwijnen van het bestreden besluit uit de rechtsorde. Het is een onrechtstreeks belang dat niet volstaat om een ontvankelijk beroep tot nietigverklaring in te stellen of om een ingesteld beroep ontvankelijk te houden. De opmerking die de verzoekende partij in haar laatste memorie maakt over de opportuniteit van het afzonderlijk aanvechten van het besluit van 10 november 2005 doet daaraan niets af. De vordering is niet ontvankelijk, VII-30.720-5/6 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De afstand van de tussenkomende partij wordt ingewilligd. Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier september tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, E. BREWAEYS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. L. HELLIN. VII-30.720-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.039 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div