← België

Arrest 186067 - Examens (onderwijs) - 04/09/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.067 Rolnummer: A. 189460/XII-5530 Zaak: Arrest 186067 - Examens (onderwijs) - 04/09/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-09-09 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 08:30 Fiche Arrest nr 186.067 van 4 september 2008 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.067 van 4 september 2008 in de zaak A. 189.460/XII-

  1. In zake : Sarah VERPOEST, die woonplaats kiest bij advocaat F. Carron, kantoor houdende te Tielt, Nieuwstraat 6 tegen : de VZW MARIAGAARD, die woonplaats kiest bij advocaat B. Staelens, kantoor houdende te Brugge, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
  2. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Sarah Verpoest, minderjarige leerling vertegenwoordigd door haar ouders Hans Verpoest en Godelieve Vandriessche op 28 augustus 2008 heeft ingediend waarin bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing wordt gevorderd van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 20 augustus 2008 waarbij de over haar delibererende klassenraad van Mariagaard een oriënteringsattest B uitreikt met clausulering voor TSO; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 29 augustus 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 september 2008, om 10.30 uur; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van Hans Verpoest, vader van verzoekster, en van advocaat F. Carron, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat B. Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; XII-5530-1\9 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, OVERWEEGT WAT VOLGT : De voornaamste feitelijke gegevens van de zaak 1.
  3. Verzoekster is tijdens het schooljaar 2007-2008 leerling van het tweede jaar van de tweede graad sociale en technische wetenschappen (STW). Het voorafgaande jaar was haar een oriënteringsattest A uitgereikt met een zogenaamde “officiële waarschuwing” voor het vak Natuurwetenschappen. Volgens het schoolreglement betekent zulks dat de leerling wegens een of meer tekorten nog wel een positieve beslissing krijgt, maar met de aanmaning om het volgende jaar bij te werken : “De school zal je hierbij opvolgen. Komt er echter geen merkbare positieve evolutie, dan kan men het volgende schooljaar onmogelijk even soepel zijn”. 1.
  4. Het rapport over het eerste trimester van verzoekster vertoont twee tekorten : aardrijkskunde (49,7%) en geschiedenis (25,1%). Ook in maart staan twee tekorten op het rapport genoteerd : geschiedenis (38,8%) en natuurwetenschappen (39,5%). In juni zijn er vijf tekorten : aardrijkskunde (39,9%), geschiedenis (31,1%), natuurwetenschappen (26,1%), sociale wetenschappen (43,5 % en 45,4%). In totaal zijn er vier jaartekorten, namelijk voor aardrijkskunde (49,6%), voor geschiedenis (31%), voor natuurwetenschappen (43,2%) en voor sociale wetenschappen (48,6%). Het rapport groepeert de vakken in “clusters”. Voor de cluster “godsdienst- aardrijkskunde-geschiedenis” behaalt verzoekster 53,1%; voor de cluster taalvakken 57,2%, voor de cluster natuurwetenschappen/sociale wetenschappen 47,3%, voor de cluster informatica/wiskunde 71,5% en voor de cluster L.O./P.O. 71%. De delibererende klassenraad beslist op het einde van het schooljaar om verzoekster een oriënteringsattest B te geven, met clausulering voor TSO. Dit betekent dat verzoekster het getuigschrift behaalt van de tweede graad van het secundair onderwijs maar niet toegelaten wordt tot een eerste jaar van de derde graad van het technisch secundair onderwijs. XII-5530-2\9 1.
  5. Tijdens het jaar vertoont verzoekster een gedragsproblematiek die, na meerdere waarschuwingen, een opvolgingscontract en een tijdelijke schorsing, finaal leidt tot een tuchtbeslissing van 7 augustus 2008 van de definitieve uitsluiting uit de school Mariagaard vanaf 31 augustus
  6. Op de terechtzitting blijkt dat de betrokken partijen een verschillende invulling geven aan de oorzaken en omstandigheden van deze problematiek, maar het blijft een feit dat verzoekster -al was het maar omdat zij op dat ogenblik toch al besloten had van school te veranderen- de tuchtbeslissing finaal niet heeft aangevochten. 1.
  7. Na een onderhoud met de ouders van verzoekster beslist de directeur om de delibererende klassenraad opnieuw samen te roepen om te beraadslagen over de vraag “om het B-TSO attest te wijzigen om Sarah toe te laten naar Onthaal en Public Relations TSO te gaan”. Op 3 juli 2008 deelt de directeur aan de ouders van verzoekster mee dat de klassenraad unaniem bij zijn beslissing bleef. 1.
  8. Op 8 juli 2008 tekent verzoekster beroep aan bij de beroepscommissie. Op 19 augustus 2008 geeft de beroepscommissie het advies om de klassenraad opnieuw samen te roepen om zijn beslissing opnieuw te overwegen. Op 20 augustus 2008 volgt het schoolbestuur dit advies. 1.
  9. Op 20 augustus 2008 neemt de delibererende klassenraad dan de thans bestreden beslissing waarbij het B-attest gehandhaafd blijft, op grond van de volgende motivering: “Tijdens deze klassenraad werden de argumenten die de ouders inbrachten, aangehaald en uitgelegd. Na stemming met 6 stemmen voor het b-attest met clausulering tso en 4 stemmen voor wijziging van het attest, besliste de klassenraad dat het B-attest met clausulering tso behouden blijft. De argumenten die de klassenraad hiervoor aanhaalt zijn de volgende : - er zijn vier tekorten, namelijk voor aardrijkskunde, geschiedenis, natuurwetenschappen en sociale wetenschappen; - er is een clustertekort voor de richtingspecifieke vakken; - er moet rekening gehouden worden met de officiële waarschuwing voor natuurwetenschappen; - de klassenraad is van oordeel dat de gemoedstoestand van Sarah geen andere resultaten opleverde in het derde trimester aangezien voor drie vakken (aardrijkskunde, geschiedenis en natuurwetenschappen) reeds tekorten waren in het eerste en/of tweede trimester; XII-5530-3\9 - de klassenraad is ervan overtuigd dat Sarah een tso-richting in een vijfde jaar niet aankan. De klassenraad blijft dus bij haar oorspronkelijke beslissing”. De schorsingsvoorwaarden
  10. Luidens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. De vereiste van uiterst dringende noodzakelijkheid en van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel 3.
  11. Wat de eerste schorsingsvoorwaarde betreft, wijst verzoekster er op dat een gewone vordering tot schorsing te laat zou komen en dat zij zich nu, bij aanvang van het schooljaar, moet kunnen oriënteren. Voor het nadeel verwijst zij naar het dreigend verlies van een schooljaar in samenhang met haar positieve keuze voor de richting Onthaal en Public relations (OPR) in het TSO. Verwerende partij verklaart ter terechtzitting zich in het belang van de leerling niet te zullen verweren op dit punt. 3.
  12. De Raad van State is van oordeel dat de uiteenzetting van verzoekster genoegzaam aantoont dat te dezen de bedoelde voorwaarden vervuld zijn. De vereiste van een ernstig middel Standpunt van de partijen 4.
  13. In het derde middel voert verzoekster onder meer de schending aan van de motiveringsplicht als bedoeld in artikel 5, § 8, van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs (hierna : het organisatiebesluit) en van de zorgvuldigheidsnorm. XII-5530-4\9 Zij stelt vast dat de bestreden beslissing geenszins motiveert waarom niet kan worden ingegaan op de uitdrukkelijke vraag in haar bezwaarschrift van 8 juli 2008 om de clausulering om te zetten in een clausulering voor alle richtingen waarbij wetenschappen een hoofdvak is. De volledige uitsluiting voor alle TSO-richtingen wordt volgens verzoekster geenszins gemotiveerd. De verwijzing naar de officiële waarschuwing voor natuurwetenschappen kan een zo ruime clausulering -en niet enkel voor natuurwetenschappen- niet schragen. Dat verzoekster een TSO-richting in het vijfde jaar niet aankan wordt voortvarend geponeerd als overtuiging zonder motivering. Of haar vraag eigenlijk wel door de klassenraad is onderzocht blijkt niet eens uit de notulen. 4.
  14. Verwerende partij antwoordt dat de motivering gelezen moet worden in de context van de beroepsprocedure. De beroepscommissie gaf aan dat de tekorten niet spectaculair waren en haalbaar leken tot het tweede trimester, anderzijds dat er nieuwe elementen betreffende de gemoedstoestand van verzoekster naar voor kwamen. Hier heeft de klassenraad op geantwoord, namelijk door aan te nemen dat er wel degelijk zware tekorten zijn, er een clustertekort is en er een officiële waarschuwing werd gegeven voor natuurwetenschappen en daarnaast door vast te stellen dat de gemoedstoestand niet tegen alle resultaten ingeroepen kunnen worden. De autonoom en discretionair oordelende klassenraad mag strenger zijn dan de beroepscommissie. Ten onrechte wordt volgens haar gesteld dat de vraag om verzoekster toe te laten in de richting OPR niet onderzocht werd : er is wel degelijk gemotiveerd “de klassenraad is ervan overtuigd dat Sarah een TSO-richting in een vijfde jaar niet aankan”. De klassenraad was dus van oordeel dat voor het gehele TSO er niet werd aangetoond dat verzoekster over voldoende mogelijkheden en kennis beschikt. Verzoekster verliest volgens haar uit het oog dat zij voor de cluster godsdienst-aardrijkskunde-geschiedenis ook slechts 53,1% behaalde en voor de cluster van de taalvakken ook slechts 57,2%. Ook over de waarschuwing natuurwetenschappen mag verzoekster niet te lichtzinnig heen stappen. Beoordeling
  15. De Raad van State stelt vast dat verzoekster de toegekende punten en dus haar tekorten zelf niet betwist. Meer nog, in wezen is het haar er niet om te doen alsnog een A-attest te verwerven, al is het wel zo dat in het bezwaarschrift van 8 juli 2008 de slechtere resultaten worden geduid in een context van, eensdeels, de psychologische gemoedsgesteldheid van verzoekster en, anderdeels, beweerde XII-5530-5\9 seksuele intimidaties vanwege een leerkracht. Zoals haar ouders in het bezwaarschrift van 8 juli 2008 omstandig uiteenzetten, kunnen zij zich evenwel vinden in een B-attest maar niet in de clausulering voor alle TSO-richtingen. In dat bezwaarschrift wijzen de ouders op de volgens hen verstrekkende gevolgen van de clausulering voor hun dochter, op de eerste twee schooljaren zonder tekort en het derde schooljaar met een beperkt tekort voor natuurwetenschappen. Zij zetten uiteen waarom, volgens hen, BSO noch “zittenblijven” een optie zijn. Zij wijzen op de motivatie van verzoekster om OPR te volgen, een richting die pas vanaf het vijfde jaar wordt aangeboden. Vervolgens schetsen zij deze richting -die overigens in Mariagaard niet geprogrammeerd staat- met nadruk op het feit dat er geen natuurwetenschappen wordt gegeven en wetenschappelijke vakken “totaal ondergeschikt” zijn. Een lessenrooster wordt bij het bezwaarschrift bijgevoegd.
  16. Verzoekster heeft een oriënteringsattest B gekregen. Een dergelijk B-attest betekent luidens artikel 39 van het organisatiebesluit “dat de leerling het leerjaar met vrucht beëindigd heeft in de betrokken onderwijsinstelling en derhalve tot het volgend leerjaar mag worden toegelaten, behalve in bepaalde onderwijsvormen en/of onderverdelingen” waarbij artikel 38, 1/, van hetzelfde besluit preciseert dat een leerling met vrucht het tweede leerjaar van de tweede graad beëindigt “indien hij in voldoende mate de doelstellingen die in het leerplan zijn opgenomen heeft bereikt en aldus bekwaam wordt geacht zijn studies voort te zetten in het volgend leerjaar”. Die definitie van een B-attest, doet de Raad van State vooralsnog aannemen dat de motivering van een dergelijk attest de redenen moet kenbaar maken waarom de leerling die het leerjaar met vrucht heeft beëindigd en die bekwaam wordt geacht zijn studies verder te zetten in een volgend leerjaar, in de ogen van de klassenraad toch de toegang tot welbepaalde richtingen moet worden ontzegd. Dit spoort zeer wel met de wezenlijke vraag van verzoekster om te vernemen waarom ook de optie OPR voor haar uitgesloten is. Daarenboven ligt een geval voor waarin de delibererende klassenraad na advies van de beroepscommissie op vraag van het schoolbestuur opnieuw moet samenkomen nadat zijn oorspronkelijke beslissing binnen het raam van de in het organisatiebesluit geregelde beroepsprocedure is aangevochten. Dan moet die klassenraad extra zorgvuldig toezien hoe hij in de veruitwendigde motieven van zijn eindbeslissing de door hem gemaakte afweging doet blijken. Immers, wil zij enig nut hebben, moet de bij het organisatiebesluit geregelde beroepsprocedure er in ieder geval op gericht zijn om de klachten en de argumenten XII-5530-6\9 van een leerling te onderzoeken; verzoekster diende te dezen een antwoord op haar bezwaren te vinden in de eindbeslissing van de delibererende klassenraad.
  17. Dat er vier tekorten zijn met een clustertekort voor de richtingspecifieke vakken geeft op het eerste gezicht geen antwoord op de omstandig gemotiveerde vraag om toegelaten te worden tot de optie OPR. Volgens verzoekster kan immers dit clustertekort precies worden ingepast in haar vraag. De klassenraad mag voorts, zo lijkt, overeenkomstig het schoolreglement inderdaad oordelen dat ook rekening moet worden gehouden met de officiële waarschuwing voor natuurwetenschappen. Daarmee is echter nog niet duidelijk, wanneer met die waarschuwing rekening wordt gehouden, waarom dit moet leiden tot de clausulering voor een optie zonder natuurwetenschappen en waarin, althans volgens verzoekster maar in de beslissing niet tegengesproken, wetenschappelijke vakken “totaal ondergeschikt” zijn. De Raad van State wil best aannemen dat tijdens de klassenraad “de argumenten die de ouders aanbrachten, aangehaald en uitgelegd [werden]” en dat de klassenraad “overtuigd” is dat verzoekster “een tso-richting in een vijfde jaar niet aankan”. In het kader van de beroepsprocedure, gelet op de specifieke bezwaren van verzoekster in die procedure, en op grond van de op hem rustende motiveringsplicht, diende een zorgvuldig handelende klassenraad evenwel de redenen van zijn overtuiging op meer omstandige en concrete wijze te kennen te geven. In de nota met opmerkingen wijst verwerende partij nog op jaarresultaten voor twee andere clusters. Volgens haar zijn die resultaten ook te zwak. Hierover bedenkt de Raad van State vooreerst dat nergens uit de motivering van de bestreden beslissing kan worden afgeleid of die clusterresultaten een rol hebben gespeeld bij de beraadslaging van de klassenraad en zo ja, hoe zij tot de eindconclusie hebben bijgedragen. Ten overvloede stelt de Raad van State vast dat die twee clusterresultaten hoe dan ook geen tekort vertonen en dat verwerende partij in haar nota overigens twee andere, veel betere clusterresultaten evenzeer onvermeld laat.
  18. De Raad van State stelt in de huidige stand van de procedure dienvolgens vast dat verzoekster op haar essentiële vraag niet het antwoord heeft XII-5530-7\9 gekregen dat zij in het kader van de beroepsprocedure van een zorgvuldig handelend bestuur mocht verwachten en dat, in voorkomend geval, tot een anders luidende beslissing zou kunnen leiden. Het besproken middel is ernstig.
  19. Er is voldaan aan de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  20. Bevolen wordt de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 20 augustus 2008 waarbij de over Sarah Verpoest delibererende klassenraad van Mariagaard haar een oriënteringsattest B uitreikt met clausulering voor alle TSO-richtingen. XII-5530-8\9 Artikel
  21. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier september 2008, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-5530-9\9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.067 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.189.437 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.