← België

Arrest 186077 - Binnenvaart - 05/09/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.077 Rolnummer: Zaak: Arrest 186077 - Binnenvaart - 05/09/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-09-18 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 08:30 Fiche Arrest nr 186.077 van 5 september 2008 Economische zaken - Binnenvaart Beslissing : Verwerping Samenvoeging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.077 van 5 september 2008 in de zaak A. 72.227/IX-466 A. 72.228/IX-

  1. In zake :
  2. de BELGISCHE SYNDICALE KAMER DER TUSSEN- PERSONEN VOOR BINNENVAARTVERVOER,
  3. de NV MAAS BINNENSCHEEPVAART,
  4. de NV DE GRAVE, allen woonplaats kiezend bij advocaat D. WEYNS, kantoor houdende te KAPELLEN, Marcottedreef 7 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Mobiliteit. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de BELGISCHE SYNDICALE KAMER DER TUSSENPERSONEN VOOR BINNENVAARTVERVOER, de NV MAAS BINNENSCHEEPVAART en de NV DE GRAVE op 26 november 1996 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het ministerieel besluit van 28 oktober 1996 houdende reglementering van de grensoverschrijdende transporten naar Frankrijk en Nederland per binnenvaartuig (zaak A. 72.227/IX- 466); Gezien het verzoekschrift dat voormelde verzoekende partijen op 26 november 1996 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het ministerieel besluit van 28 oktober 1996 tot vaststelling van het commissieloon vermeld in de bevrachtingsovereenkomsten die onderworpen zijn aan het visum van de Dienst voor Regeling der Binnenvaart voor het vervoer van België naar Nederland (zaak A. 72.228/IX-381); Gelet op het arrest nr. 63.458 van 9 december 1996 waarbij de vorderingen tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzake- lijkheid nrs. A. 72.227/IX-466 en 72.228/IX-381 worden gevoegd en worden verworpen; IX-381-1/5 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord in beide zaken; Gezien de verslagen opgemaakt door auditeur J. STEVENS; Gelet op de beschikkingen van respectievelijk 8 oktober 1997 en 23 oktober 1997 die de neerlegging ter griffie van de verslagen en van de dossiers gelasten; Gelet op de kennisgeving van de verslagen aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories in de zaak A. 72.227/IX-466 en de laatste memorie van de verwerende partij in de zaak A. 72.228/IX-381; Gelet op de beschikkingen van 28 mei 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 1 september 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. WEYNS die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat M. DE DECKER die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur L. VERMEIRE in de zaak A. 72.227/IX-466 en diens andersluidend advies in de zaak A. 72.228/IX-381; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, IX-381-2/5 OVERWEEGT WAT VOLGT :
  5. De verzoekende partijen vorderen de nietigverklaring van het ministerieel besluit van 28 oktober 1996 houdende reglementering van de grensoverschrijdende transporten naar Frankrijk en Nederland per binnenvaartuig (zaak A. 72.227/IX-466) en van het ministerieel besluit van 28 oktober 1996 tot vaststelling van het commissieloon vermeld in de bevrachtingsovereenkomsten die onderworpen zijn aan het visum van de Dienst voor Regeling der Binnenvaart voor het vervoer van België naar Nederland (zaak A. 72.228/IX-381).
  6. Hangende het geding zijn de twee bestreden besluiten van 28 oktober 1996 opgeheven bij artikel 7, 18/ en 19/, van het koninklijk besluit van 20 juli 1998 houdende invoering van de vrije bevrachting en de prijsvorming in de sector nationaal en internationaal goederenvervoer over de binnenwateren. Over de samenvoeging van de zaken
  7. De partijen zijn in beide zaken dezelfde. In beide zaken worden dezelfde middelen aangevoerd en dezelfde repliek gevoerd. De beide zaken zijn dan ook samenhangend. Met het oog op een goede rechtsbedeling past het om ze samen te voegen. Over de ontvankelijkheid van de beroepen
  8. De toepassing van de bestreden besluiten is in de tijd beperkt geweest tot de periode tussen de inwerkingtreding en de opheffing ervan. Ten gevolge van de opheffing zijn de besluiten uit de rechtsorde verdwenen. In principe heeft een partij geen belang meer om de nietigverklaring te vorderen van een besluit dat in de loop van het geding wordt opgeheven, tenzij zij aannemelijk maakt dat zij een actueel belang bij het beroep blijft behouden. Het komt derhalve in deze gewijzigde context aan de verzoekers toe om nader toe te lichten waarin hun actueel belang bij het annulatieberoep nog bestaat. Door de staatsraad-verslaggever bij schrijven van 23 juli 2008 uitgenodigd om nadere toelichting te verstrekken over het behoud van hun belang, hebben de verzoekende partijen geantwoord dat hun rechten op commissielonen IX-381-3/5 gedurende de periode van toepassing van de bestreden besluiten ernstig geschonden zijn. De verzoekende partijen tonen echter niet concreet aan dat zij door de bestreden besluiten ongunstig geraakt zijn. Zo tonen zij in de zaak A. 72.227/IX-466 niet aan dat er ten gevolge van het bestreden besluit effectief afhoudingen zijn geweest op de vracht (huurprijs) ter gelegenheid van het verlenen van een visum door de Dienst. In de zaak A. 72.228/IX-381 tonen zij niet aan dat ze door de toepassing van het bestreden besluit daadwerkelijk een verminderd commissieloon gekregen hebben. Gelet op het bovenstaande moet dan ook worden besloten dat de verzoekende partijen niet naar genoegen van recht aantonen nog een actueel belang bij hun beroepen te hebben. De voorliggende beroepen zijn bijgevolg onontvankelijk.
  9. Gelet op de omstandigheden van de zaak, past het om de verwerende partij in de kosten te verwijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  10. De zaken nrs. A.72.227/IX-466 en A. 72.228/IX-381 worden samengevoegd. Artikel
  11. De beroepen worden verworpen. Artikel
  12. De kosten van de beroepen, bepaald op 594,96 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-381-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 5 september 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-381-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.077 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.