← België

Arrest 186092 - Huisvesting - 08/09/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.092 Rolnummer: A. 155524/X-12049 Zaak: Arrest 186092 - Huisvesting - 08/09/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-09-22 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 08:31 Fiche Arrest nr 186.092 van 8 september 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Huisvesting Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.092 van 8 september 2008 in de zaak A. 155.524/X-12.

  1. In zake : Thierry de HEMRICOURT de GRUNNE, die woonplaats kiest bij advocaten D. RYCKBOST en E. RYCKBOST, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat 80 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats bij advocaat M. STORME, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Verenigingstraat
  2. tussenkomende partij : Toerisme VLAANDEREN, dat woonplaats kiest bij advocaat S. VAN GEETERUYEN, kantoor houdende te 1080 BRUSSEL, Leopold II-laan
  3. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Thierry de HEMRICOURT de GRUNNE op 10 september 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Werkgelegenheid en Toerisme van 23 juni 2004 waarbij aan Toerisme Vlaanderen, intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, machtiging tot onteigening wordt verleend in toepassing van de spoedprocedure, van achtentwintig percelen gelegen tussen de Locht en de Mulkersstraat aan de Plinius bron te Tongeren voor het uitvoeren van het hefboomproject Plinius, kadastraal gekend sectie A “nrs. 642G, 648C, 656B, 656C, 646A, 647B, 662A, 662B, 663, 664E, 670B, 672A, 647D, 661 B, 612F, 614D, 616B, 617A, 618, 660D, 677B, 673, 674, 642F, 621, 612G, 649A, 650, met een totale in te nemen oppervlakte van 17 ha, 40 a, 35 ca”; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 27 oktober 2004 ingediend door Toerisme VLAANDEREN; X-12.049-1/5 Gelet op de beschikking van 1 december 2004 die de tussenkomst van Toerisme VLAANDEREN toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de beschikking van 4 maart 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoeker; Gelet op de beschikking van 9 juni 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 juni 2008; Gehoord het verslag van staatsraad P. LEFRANC; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. RYCKBOST, die verschijnt voor de verzoeker, van advocaat K. VAN HERCK, die loco advocaat M. STORME verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat W. GILLARD, die loco advocaat S. VAN GEETERUYEN verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  4. De verzoeker stelt de naakte eigenaar te zijn van de percelen met de nummers 618/A en 660/D “die het voorwerp uitmaken van de onteigening” en van het perceel met nummer 612/h “dat niet het voorwerp uitmaakt van de voorziene onteigening”. X-12.049-2/5
  5. De tussenkomende partij betoogt in de memorie dat de vrederechter bij vonnis van 17 december 2004 “in laatste aanleg de vordering van verweerster grotendeels gegrond (heeft) verklaard” en dat “dan ook gesteld (dient) te worden dat Uw Raad niet bevoegd is om kennis te nemen van de bestreden beslissing voor zover zij gaat over de percelen waarvan verzoeker eigenaar is”.
  6. De verzoeker laat in de memorie van wederantwoord gelden dat “de dagvaarding bij gerechtsdeurwaardersexploot (werd) betekend op 6 december 2004 met een verzoekschrift tot gerechtelijke onteigening ten algemene nutte bij hoogdringendheid in toepassing van de Wet van 16 juli 1962” en dat zijn beroep tot nietigverklaring werd “ingediend op 9 september 2004 (...) wat maakt dat de Raad van State zeker en vast bevoegd is om een oordeel te vellen over de nietigheid van het besluit”. De verzoeker herneemt deze stelling in de laatste memorie.
  7. De opsomming in het bestreden besluit van de te onteigenen percelen maakt enkel melding van het perceel met nummer 660/D dat blote eigendom is van de verzoeker. De verzoeker betwist niet dat het perceel met nummer 618, zoals vermeld in het bestreden besluit, het kadasternummer 618/A heeft zoals vermeld in het bij het bestreden besluit gevoegde onteigeningsplan. Het onteigeningsplan vermeldt de drie percelen van de verzoeker, en dus ook het perceel nr. 612H, als te onteigenen percelen. Het voormelde vonnis van de vrederechter van het kanton Tongeren-Voeren van 17 december 2004 bepaalt de provisionele vergoeding voor de onteigening van de drie voormelde percelen van de verzoeker nadat de vrederechter had vastgesteld “dat het perceel sectie A nr. 612H, waarvan thans de onteigening wordt gevorderd, in de machtigingsbeslissing d.d. 23.06.2004 opgenomen werd als perceel sectie A nr. 612F”. De partijen betwisten deze rechtsfeiten niet nadat zij hierop werden gewezen op de zitting. Er moet dan ook besloten worden dat de drie vermelde percelen waarvan de verzoeker de naakte eigenaar is, het voorwerp zijn van de onteigening waartoe machtiging werd gegeven bij het bestreden besluit.
  8. Krachtens de bepalingen van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte, heeft de vrederechter, wanneer de onteigenaar de vordering tot onteigening bij hem heeft ingeleid, als opdracht de voor de onteigening vereiste besluiten van de onteigenende overheid zowel op hun interne als op hun externe wettigheid te toetsen. Die bevoegdheid van de gewone rechter sluit de bevoegdheid X-12.049-3/5 van de Raad van State uit om kennis te nemen van een beroep tot nietigverklaring van die handelingen, indien dat beroep is ingesteld door de onteigende. Deze bevoegdheidsuitsluiting geldt vanaf de dagvaarding om voor de gewone rechter te verschijnen en ten aanzien van de personen die tot die procedure toegang hebben. Zij geldt ook voor het beroep tot nietigverklaring dat bij de Raad van State is ingesteld vooraleer de vrederechter werd geadieerd. Uit voormelde niet betwiste gegevens van de zaak blijkt dat de tussenkomende partij de vordering tot onteigening van de drie voormelde percelen van de verzoeker bij de vrederechter heeft ingeleid. De exceptie van de tussenkomende partij is gegrond. Het beroep is niet ontvankelijk. Het past in die omstandigheden de kosten van het beroep ten laste van de verwerende partij te leggen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  9. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  10. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-12.049-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht september 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-12.049-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.092 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.