← België

Arrest 186191 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 10/09/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.191 Rolnummer: A. 189625/XII-5543 Zaak: Arrest 186191 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 10/09/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-09-15 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 08:32 Fiche Arrest nr 186.191 van 10 september 2008 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.191 van 10 september 2008 in de zaak A. 189.625/XII-

  1. In zake : Filip DE WINTER, die woonplaats kiest bij advocaat B. Siffert, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 174, bus 8 tegen :
  2. de STAD BRUSSEL,
  3. de BURGEMEESTER VAN DE STAD BRUSSEL, die woonplaats kiezen bij advocaat E. Jacubowitz, kantoor houdende te 1160 Brussel, Tedescolaan
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Filip Dewinter op 10 september 2008 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 8 september 2008 van de burgemeester van de stad Brussel om geen toelating te verlenen “om op 11 september 2008 ter hoogte van het WTC-gebouw, gelegen aan de Koning Albert II-laan, te betogen met de boodschap ‘Stop Islamisering’”; Gezien het administratief dossier van de verwerende partijen; Gelet op de beschikking van 10 september 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 september 2008, om 15.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. Siffert die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat E. Jacubowitz die verschijnt voor de verwerende partijen; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; XII-5543-1/5 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  5. Met een brief van 1 september 2008 vraagt verzoeker aan de burgemeester van de stad Brussel de “goedkeuring” voor een protestmanifestatie van het Vlaams Belang en de organisatie “Steden Tegen Islamisering”, op 11 september 2008, ter hoogte van het WTC-gebouw aan de Koning Albert II-laan 30 te Brussel, van 11 tot 12 uur. Het gaat om een zogenaamde “statische manifestatie”, ter nagedachtenis van de slachtoffers van de aanslagen van zeven jaar geleden tegen de WTC-gebouwen te New York en het Pentagon te Washington, “gekoppeld aan de duidelijke boodschap ‘Stop Islamisering’”. Verzoeker verwacht enkele honderden manifestanten. Na het advies van de hoofdcommissaris van politie te hebben ingewonnen, weigert de burgemeester met een beslissing van 8 september 2008 de gevraagde toelating te verlenen, “[t]eneinde de openbare orde en veiligheid te vrijwaren”. Gemotiveerd wordt in essentie : “Gelet op het haatdragend en provocerend karakter van de boodschap die u zal verkondigen is het risico op tegen-manifestaties en gewelddadige uitbarstingen inderdaad zeer hoog, zodat de openbare orde zeer ernstig in het gedrang wordt gebracht. Dit is nog meer zo gelet op de plaats en datum die u voor deze manifestatie heeft gekozen. Door de samenloop van uw boodschap, van de plaats en van de datum van de manifestatie gaat u rechtstreeks de confrontatie aan. Dit zorgt voor een bijzonder hoog risicogehalte en maakt het niet mogelijk de voorspelbare gewelddadige uitbarstingen te beheersen”.
  6. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de cumulatieve voorwaarden dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is. XII-5543-2/5
  7. Met betrekking tot de tweede voorwaarde doet verzoeker gelden dat hij als Vlaams parlementslid afhankelijk is van de volksgunst, dat die volksgunst samenhangt met de wijze waarop hij in het politiek debat aanwezig is, dat hem verhinderd wordt een geplande en bekendgemaakte vergadering te houden, dat hij de manifestatie publiek bekendgemaakt heeft “aangezien er geen enkele reden was om aan te nemen dat deze zou verboden worden”, dat 11 september een symbolische datum is en dat nadien het publieke debat rond de herdenking van de terreuraanslagen en de vragen over islam en islamisering onmiskenbaar zal verzwakken. Aangaande de derde schorsingsvoorwaarde merkt verzoeker op dat alleen een manifestatie op de symbolische datum van 11 september geschikt is voor verzoeker om zijn visie kenbaar te maken, dat nadien de media-aandacht zal wegebben, dat de aanvraag tijdig gebeurde en de bestreden beslissing slechts op 9 september 2008 per post aan verzoeker bezorgd werd.
  8. De zevende verjaardag -op 11 september 2008- van de aanslagen te New York en te Washington zit er al zeer lange tijd aan te komen en is al even lange tijd voorzienbaar. Het heeft verzoeker niet belet om zijn aanvraag voor een herdenkingsmanifestatie van en op die dag, slechts in te dienen met een brief die hij op 1 september 2008 aangetekend heeft verstuurd. Die laattijdigheid spreekt tegen dat “een manifestatie op deze symbolische 11 september” voor verzoeker het bijzonder belang vertoont dat hij er op het eerste gezicht aan toeschrijft. Dat beweerde grote belang wordt ook tegengesproken door de afwezigheid van elk bewijs van enige bekendheid of ruchtbaarheid die reeds aan de manifestatie gegeven zou zijn. Daargelaten de vraag of een dergelijke publiciteit in voorkomend geval, bij gebrek aan een toelating of zelfs maar de aanvraag daartoe, niet voorbarig zou zijn geweest, dient hoe dan ook te worden vastgesteld dat verzoeker zich in zijn verzoekschrift ertoe beperkt heeft louter mee te delen, zonder de minste precisering, dat de manifestatie “publiek bekend gemaakt [werd]”. Geen enkel stavingsstuk wordt ter zake bijgevoegd. Verzoeker verhelpt dat niet door ter terechtzitting op te werpen dat hij dit wel had kúnnen doen. Voorts belet de bestreden beslissing alleen een manifestatie ter hoogte van het WTC-gebouw aan de Koning Albert II-laan. Dat gebeurt mede vanwege de plaats, onder meer om reden van de nabijheid van de Dienst Vreemdelingenzaken, gelegen in de Koning Albert II laan. Als zodanig sluit de bestreden beslissing niet uit dat verzoeker op 11 september 2008 elders de slachtoffers XII-5543-3/5 van de aanslagen herdenkt en elders zijn politieke mening doet kennen “over alle aspecten van deze terreuraanslagen, waaronder het aspect ‘islamisering’”. Het aangevoerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel overtuigt niet.
  9. Tevens is verzoeker slecht geplaatst om te betogen dat de bestreden beslissing hem “slechts” op 9 september 2008, hetzij op de valreep, is meegedeeld. Het kan de burgemeester bezwaarlijk ten kwade worden geduid dat hij maar over de aanvraag heeft geoordeeld nadat zij aan hem werd gericht en door hem werd ontvangen. Die aanvraag heeft verzoeker pas met een op 1 september 2008 gedateerde brief ingediend, ofschoon de aanleiding voor de manifestatie, zoals gezien, al zeer geruime tijd voordien vaststond. Na het advies van de hoofdcommissaris te hebben ingewonnen, heeft de burgemeester zijn beslissing op 8 september 2008 genomen. Dit lijkt niet te getuigen van een gebrek aan spoed en diligentie. Eerder is een dergelijk gebrek toe te schrijven aan verzoeker, die, als er te dezen sprake zou kunnen zijn van een uiterst dringende noodzakelijkheid, deze dan zelf in de hand lijkt te hebben gewerkt.
  10. Alvast de tweede en de derde grondvoorwaarde voor een schorsing zijn niet vervuld. Deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  11. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  12. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. XII-5543-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien september 2008, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5543-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.191 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.