← België

Arrest 186198 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 11/09/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.198 Rolnummer: A. 71797/VII-14835 Zaak: Arrest 186198 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 11/09/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-09-30 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 08:32 Fiche Arrest nr 186.198 van 11 september 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.198 van 11 september 2008 in de zaak A. 71.797/VII-14.

  1. In zake :
  2. de NV ALGEMENE AANNEMINGEN CONTAINERS JAN STALLAERT,
  3. de NV MARSTA, die woonplaats kiezen bij advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan 16 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. NIJS, kantoor houdende te DENDERMONDE, Noordlaan 82-
  4. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV ALGEMENE AAN- NEMINGEN CONTAINERS JAN STALLAERT en de NV MARSTA op 28 oktober 1996 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van "de beslissing van de directeur-ingenieur Van de Maele van de afdeling milieu-inspectie, buitendienst Vlaams-Brabant van de administratie milieu-, natuur-, land- en waterbeheer van het departement leefmilieu en infrastructuur van het ministerie van de Vlaamse gemeenschap, van onbekende datum, tot weigering van goedkeuring van het werkplan dat verzoekende partij overeenkomstig artikel 5.2.1.
  5. van het Besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II) had ingediend"; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; VII-14.835-1/3 Gelet op de beschikking van 11 januari 2005, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partijen op 21 januari 2005; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; OVERWEEGT WAT VOLGT : De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Met name wordt in het auditoraatsverslag besloten dat het beroep onontvankelijk is wat de tweede verzoekende partij betreft en dat, wat de eerste verzoekende partij betreft, de ontvankelijkheid van het beroep afhankelijk is van de zaak met nr. A. 58.411/X-9.758, in die zin dat wanneer het beroep in deze laatste zaak zou worden verworpen, zulks in de voorliggende zaak tevens de onontvankelijkheid van het beroep in hoofde van de eerste verzoekende partij met zich zou brengen. In de zaak met nr. A. 58.411/X-9.758 stelt de Raad van State in zijn arrest nr. 171.670 van 31 mei 2007 de afstand van het geding vast. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partijen melding gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent. De verzoekende partijen hebben binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te hunner aanzien een vermoeden van afstand van het geding. Eén en ander geldt overigens des te meer nu VII-14.835-2/3 de verzoekende partijen in een op 3 juli 2008 aangetekend aan de Raad van State verzonden brief de afstand van het geding bevestigen, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  6. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  7. De kosten van het beroep, bepaald op 198,31 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf september tweeduizend en acht, door : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. E. BREWAEYS. VII-14.835-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.198 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.