id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.207 Rolnummer: A. 187516/VII-37158 Zaak: Arrest 186207 - Milieuvergunningen - 11/09/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-09-19 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 08:32 Fiche Arrest nr 186.207 van 11 september 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.207 van 11 september 2008 in de zaak A. 187.516/VII-37.
- In zake : de BVBA FERTICOM, die woonplaats kiest bij advocaten A. LUST en J. GOETHALS, kantoor houdende te SINT-ANDRIES-BRUGGE, Burggraaf de Nieulantlaan 14 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de BVBA FERTICOM op 16 maart 2008 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur van 11 januari 2008 waarbij het beroep, aangetekend tegen de beslissing van de deputatie van de provincie West-Vlaanderen van 12 juli 2007 houdende het inwilligen van de aanvraag van Luc CORNETTE tot het wijzigen/aanvullen van de vergunningsvoorwaarden van een varkens- en rundveefokkerij gelegen aan de Kortemark-Ellestraat 3 te Torhout, gegrond wordt verklaard, de beroepen beslissing wordt opgeheven en de aanvraag van Luc CORNETTE niet wordt ingewilligd Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 19 juni 2008 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 4 september 2008; VII-37.158-1/4 Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. GOETHALS, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat S. ISHAQUE die, loco advocaat B. STAELENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT:
- De feiten 1.
- Op 6 juli 2006 verleent de deputatie van de provincie West-Vlaanderen aan Luc CORNETTE een vergunning voor het uitbreiden van een varkens- en rundveefokkerij met een mestverwerkingsinstallatie TREVI (capaciteit 11.000 ton/jaar) voor een termijn tot 1 september
- De vergunning wordt afhankelijk gemaakt van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, alsook van een reeks bijzondere exploitatievoorwaarden. 1.
- Tegen het voornoemde besluit wordt een administratief beroep ingediend door de stad TORHOUT en door een aantal omwonenden. Met een ministerieel besluit van 8 januari 2007 worden deze beroepen gedeeltelijk gegrond verklaard. Er worden een aantal wijzigingen aangebracht in de opgelegde bijzondere voorwaarden. 1.
- Op 4 april 2007 dient Luc CORNETTE een aanvraag in tot het wijzigen van de bijzondere vergunningsvoorwaarden, en met een besluit van de deputatie van de provincie West-Vlaanderen van 12 juli 2007 wordt deze aanvraag ingewilligd. 1.
- Belanghebbende derden stellen een administratief beroep in tegen dit besluit. VII-37.158-2/4 1.
- Op 11 januari 2008 wordt de thans bestreden beslissing genomen : het administratief beroep wordt gegrond verklaard, de beslissing van de deputatie van de provincie West-Vlaanderen van 12 juli 2007 wordt opgeheven, en de aanvraag van Luc CORNETTE om de bijzondere vergunningsvoorwaarden aan te passen wordt niet ingewilligd.
- De ontvankelijkheid 2.
- De verzoekende partij betoogt dat het steeds de bedoeling is geweest dat zij de exploitant zou zijn van de kwestieuze inrichting. De enige reden waarom Luc CORNETTE, aandeelhouder van de verzoekende partij, de vergunning aanvroeg, ligt in het feit dat men eerst zekerheid wenste omtrent de vergunningen, vooraleer over te gaan tot "de infrastructurele regeling en de overdrachten". Onder- tussen is de grond aan de verzoekende partij overgedragen. De vergunning is evenwel nog niet overgezet op haar naam. De verzoekende partij stelt dat zij overeenkomstig de rechtspraak van de Raad van State als exploitant moet worden beschouwd, zodat zij een voldoende belang en de vereiste hoedanigheid heeft om de Raad te adiëren. Zij verwijst naar rechtspraak die stelt dat de sanctie van het verval van de vergunning bij niet-tijdige melding van de overname, onwettig is. Uit die rechtspraak kan volgens de verzoekende partij enkel worden afgeleid dat de melding van de overname een formaliteit is. De enige sanctie die wordt gekoppeld aan het niet-melden van de overname is dat de overheid er steeds kan van uitgaan dat de persoon, die de vergunning heeft aangevraagd en aan wie de vergunning werd verleend, nog steeds de exploitant is en het voorwerp kan uitmaken van handha- vingsmaatregelen. Ook heeft de Raad van State beslist dat enkel de daadwerkelijke exploitant zich tot de Raad kan wenden. Het gaat hier volgens de verzoekende partij om de "economische exploitant". 2.
- De verwerende partij betwist het belang en vooral de hoedanig- heid van de verzoekende partij. 2.
- De bestreden beslissing heeft als rechtsadressaat Luc CORNETTE, die overigens de aanvraag heeft ingediend. De verzoekende partij beschikt dus niet over de vereiste hoedanigheid om een ontvankelijk beroep bij de Raad van State in te stellen, nu zij niet de geadresseerde is van de bestreden beslissing en in rechte niet de exploitant is van de inrichting. Evenmin blijkt VII-37.158-3/4 genoegzaam in rechte dat de verzoekende partij de inrichting heeft overgenomen overeenkomstig de modaliteiten van artikel 19, eerste lid, 2/, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning en artikel 42 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (hierna : Vlarem I). Indien de economische realiteit, zoals de verzoekende partij beweert, anders was, dan had zij de door het milieuvergunningsdecreet en Vlarem I voorgeschreven formaliteiten moeten naleven. De verzoekende partij is juridisch niet de titularis van de vorderingsrechten die voortvloeien uit de milieuvergunning. De vordering is bijgevolg onontvankelijk, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf september tweeduizend en acht, door : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. E. BREWAEYS. VII-37.158-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.207 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.281 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div