← België

Arrest 186353 - Geneesmiddelen - 18/09/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.353 Rolnummer: A. 160147/VII-33543 Zaak: Arrest 186353 - Geneesmiddelen - 18/09/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-10-03 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 08:34 Fiche Arrest nr 186.353 van 18 september 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - Geneesmiddelen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.353 van 18 september 2008 in de zaak A. 160.147/VII-33.

  1. In zake : de NV JANSSEN-CILAG, die woonplaats kiest bij advocaten S. CALLENS en M. GOOSSENS, kantoor houdende te BRUSSEL, Tervurenlaan 40 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaten L. DEPRÉ en P. SLEGERS, kantoor houdende te BRUSSEL, Terhulpsesteenweg
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV JANSSEN-CILAG op 17 februari 2005 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 20 december 2004 waarbij de aanvraag van de verzoekende partij tot wijziging van de vergoedingsmodaliteiten van de specialiteiten "REMINYL, omhulde tabletten 56 x 4 mg", "REMINYL, omhulde tabletten 56 x 8 mg", "REMINYL, omhulde tabletten 56 x 12 mg", "REMINYL, omhulde tabletten 112 x 8 mg", "REMINYL, omhulde tabletten 112 x 12 mg" en "REMINYL, oplossing voor oraal gebruik 4 mg/ml x 100 ml" wordt geweigerd; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur J. STEVENS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 26 mei 2008 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 26 juni 2008; VII-33.543-1/5 Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. CALLENS, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat P. SLEGERS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. STEVENS; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  3. De feiten 1.
  4. De verzoekende partij is registratiehouder van de farmaceutische specialiteit Reminyl, in de vormen en de verpakkingen vermeld in de bestreden beslissing. Het middel, bestemd voor de behandeling van dementie van het Alzheimertype, is ingeschreven in § 223 van Hoofdstuk IV van de lijst van terugbetaalbare geneesmiddelen gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 december 2001 tot vaststelling van de procedures, termijnen en voorwaarden inzake de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen in de kosten van farmaceutische specialiteiten (hierna : het koninklijk besluit van 21 december 2001). Het is onderworpen aan bijzondere vergoedingsvoorwaarden en gerangschikt in categorie B. 1.
  5. Met een brief van 23 juni 2004 vraagt de verzoekende partij de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen bij het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (hierna : CTG) om een wijziging van de vergoedingsmodali- teiten. 1.
  6. Nadat eerst een voorlopig en later een definitief, positief voorstel werden opgesteld, deelt de minister van Begroting met een brief van 17 december 2004 aan de minister van Volksgezondheid mee dat hij "het betrokken voorstel omwille van budgettaire redenen niet kan goedkeuren". VII-33.543-2/5 1.
  7. Met een brief van 20 december 2004 deelt de bevoegde minister aan de verzoekende partij mee dat de beslissing omtrent de aanvraag tot wijziging van de vergoedingsmodaliteiten negatief is, met als motivering dat overeenkomstig artikel 5 van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administra- tieve en begrotingscontrole, elke beslissing waardoor, rechtstreeks of onrechtstreeks, de ontvangsten kunnen worden beïnvloed of nieuwe uitgaven kunnen ontstaan, voorafgaandelijk moet worden voorgelegd aan de minister tot wiens bevoegdheid de begroting behoort en dat, nu de minister van Begroting omwille van budgettaire redenen geen akkoord heeft gegeven, hij geen positieve beslissing tot wijziging van de lijst kan nemen. Dit is het bestreden besluit.
  8. Ten gronde 2.
  9. De verzoekende partij roept als eerste middel de schending in van de artikelen 4, 6 en 45 van het voormelde koninklijk besluit van 21 december 2001, doordat de minister op grond van onjuiste motieven afwijkt van het positief definitief voorstel van de CTG, terwijl hij enkel van dit voorstel kan afwijken op grond van budgettaire en/of sociale elementen die met het betrokken geneesmiddel te maken hebben. Als tweede middel voert de verzoekende partij onder meer de schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen (hierna : motiveringswet) en van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het motive- ringsbeginsel. 2.
  10. In haar memorie van antwoord stelt de verwerende partij met betrekking tot het eerste middel dat de bestreden beslissing wel degelijk gemotiveerd is, aangezien zij de juridische en feitelijke elementen bevat die er aan ten grondslag liggen en, wat de beweerde schending van artikel 45 van het koninklijk besluit van 21 december 2001 betreft, dat het gebrek aan een akkoord van de minister van Begroting onmiskenbaar een budgettair element is, zodat de minister van Sociale Zaken van het voorstel van de CTG heeft afgeweken op basis van een budgettair element, "wat hem door de vigerende wetgeving toegelaten is". VII-33.543-3/5 Met betrekking tot het tweede middel stelt zij dat de bestreden beslissing als motivering de volgende elementen bevat: er is weliswaar een positief advies van de CTG, doch overeenkomstig het voormelde koninklijk besluit van 16 november 1994 moet de minister van Begroting zijn voorafgaand akkoord geven, zodat, nu deze geen akkoord om budgettaire redenen geeft, de beslissing negatief is. Zij voegt er aan toe dat de minister van Sociale Zaken, gelet op zijn haast gebonden bevoegdheid, de motivering van zijn beslissing mocht beperken tot de weergave van de juridische en feitelijke elementen "die hem deze beslissing als het ware opleggen". Ten slotte meent de verwerende partij dat de verzoekende partij de bestreden beslissing verwart met de beslissing van de minister van Begroting, die een autonome beslissing is, genomen door een andere overheid, in toepassing van een andere regelgeving. Zij stelt dat de bestreden beslissing is gemotiveerd door de afwezigheid van het akkoord van de minister van Begroting en dat niet meer kan worden geëist op basis van de formele motiveringswet, die niet vergt "dat de motieven van de motieven worden (weer)gegeven". 2.
  11. Uit de bestreden beslissing blijkt dat het enige motief waarop zij is gesteund, de weigering is van het akkoord van de minister van Begroting. Artikel 45 van het koninklijk besluit van 21 december 2001 stelt onder meer : "De Minister kan afwijken van het definitief voorstel van de Commissie op basis van sociale of budgettaire elementen of een combinatie van deze elementen binnen de grenzen van de in artikel 4 vermelde criteria". Een motivering door verwijzing naar het ontbreken van een akkoord is slechts afdoende wanneer het ontbreken van dat akkoord zelf afdoende is gemotiveerd. Het ontbreken van het akkoord van de minister van Begroting is te dezen geen deugdelijk motief in de zin van de motiveringswet, nu noch uit de bestreden beslissing, noch uit de niet aan de verzoekende partij meegedeelde weigering van dit akkoord, blijkt waarom het niet werd verleend. De reden van de weigering blijkt evenmin uit het administratief dossier. VII-33.543-4/5 Het eerste en het tweede middel zijn in die mate gegrond, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  12. Vernietigd wordt het besluit van de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 20 december 2004 waarbij de aanvraag van de NV JANSSEN-CILAG tot wijziging van de vergoedingsmodaliteiten van de specialiteiten "REMINYL, omhulde tabletten 56 x 4 mg", "REMINYL, omhulde tabletten 56 x 8 mg", "REMINYL, omhulde tabletten 56 x 12 mg", "REMINYL, omhulde tabletten 112 x 8 mg", "REMINYL, omhulde tabletten 112 x 12 mg" en "REMINYL, oplossing voor oraal gebruik 4 mg/ml x 100 ml" wordt geweigerd. Artikel
  13. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel
  14. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien september tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, E. BREWAEYS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. L. HELLIN. VII-33.543-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.353 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.