← België

Arrest 186377 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 18/09/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.377 Rolnummer: A. 187958/XIV-33287 Zaak: Arrest 186377 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 18/09/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-10-08 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 08:34 Fiche Arrest nr 186.377 van 18 september 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.377 van 18 september 2008 in de zaak A. 187.958/IX-

  1. In zake : XXXX, die woonplaats kiest te BRUGGE, Maria van Bourgondiëlaan 15, bus 1 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door :
  2. de minister van Ambtenarenzaken, die woonplaats kiezen bij advocaat E. JACUBOWITZ, kantoor houdende te BRUSSEL, Tedescolaan 7,
  3. de minister van Financiën. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXX op 23 april 2008 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van : - de beslissing van 25 februari 2008 van de Interdepartementale Stagecommissie waarbij zijn stage met ingang van 26 februari 2008 met vier maanden wordt verlengd en van - de uit de voorgaande beslissing blijkende impliciete weigering om verzoeker met ingang van 29 november 2007 in vast verband te benoemen tot inspecteur bij een fiscaal bestuur bij de FOD Financiën; Gezien de nota’s van de beide vertegenwoordigers van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; IX-5905-1/6 Gelet op de beschikking van 3 juni 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 juni 2008, datum waarop de zaak voor onbepaalde duur wordt uitgesteld; Gelet op de beschikking van 10 juli 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 september 2008; Gezien de nota van de verzoekende partij; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, die verschijnt in persoon, van advocaat E. JACUBOWITZ, die verschijnt voor de eerste vertegenwoordiger van de verwerende partij, en van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER, die verschijnt voor de tweede vertegenwoordiger van de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten. 1.
  4. Verzoeker wordt bij besluit van 23 april 2007 met ingang van 29 november 2006 benoemd tot stagedoende inspecteur bij een fiscaal bestuur en aangewezen voor de Administratie van de BTW, registratie en domeinen. 1.2.
  5. Uit de maandelijkse stageverslagen blijkt dat hij tot september 2007 zijn stage zonder problemen doorloopt. In de loop van de maand oktober 2007 loopt het evenwel mis op het opleidingscentrum. Verzoeker komt naar aanleiding van een vraag tot inzage van de resultaten van een afgelegde test in conflict met het hoofd van het opleidings- centrum, dat een uitgebreide negatieve beoordeling schrijft over de verzoeker naar IX-5905-2/6 aanleiding van een voorval dat zich op 26 oktober 2007 voordeed. Daaruit blijkt dat men het vooral moeilijk heeft met de attitude van de verzoeker die als zeer negatief (eigenzinnig, eisend, weinig flexibel) wordt beoordeeld. Verzoeker wraakt ook onmiddellijk het hoofd van het opleidingscentrum als jurylid voor de beoordeling van zijn eindwerk. Het hoofd van het opleidingscentrum besluit dat er rekening gehouden moet worden met een mogelijke afdanking of verlenging van de stage van verzoeker, dat er geen kans bestaat dat de verzoeker gunstig evolueert en dat de verzoeker zou moeten afgedankt worden wegens beroepsongeschiktheid. In de loop van november 2007 doet zich een tweede incident voor op het opleidingscentrum. Verzoeker weigert een test af te leggen die werd verschoven van 8 naar 6 november 2007 omdat, naar hij zelf schrijft, de test in de brief inzake de lessenreeks boekhouding voorzien was op 8 november 2007 en hij zijn agenda in die zin had opgesteld en meegedeeld aan zijn functionele chef. Hij schrijft verder : “De test boekhouden wordt dan ook afgelegd op de vastgestelde datum van 8 november 2007”. Hij stelt dat hij, geen boekhouder zijnde, nood heeft aan het voorbereiden van die test wat zal gebeuren op 7 november en besluit “men wijzigt niet eenzijdig vastgelegde data als daarover vooraf geen overleg heeft plaats- gevonden”. 1.2.
  6. De beoordeling door zijn functionele chef aangaande verzoekers functioneren op zijn dienst blijft zeer positief. Op 26 november 2007 verdedigt verzoeker met succes zijn eindverhandeling. 1.
  7. In de loop van de maand december 2007 doen er zich nog twee incidenten voor tussen verzoeker en de directeur van de Nationale School voor Financiën naar aanleiding van de kennisneming en bespreking van de periodieke evaluaties voor de maanden augustus tot november
  8. 1.
  9. Op 21 januari 2008 maakt de directeur P&O van de FOD Financiën een verslag op over de wijze van dienen van de verzoeker waarin zij tot het besluit komt dat de stage over het geheel genomen niet gunstig is verlopen en dat de verzoeker niet voldoet aan de benoemingsvoorwaarden. Om die reden beslist zij het dossier voor te leggen aan de Interdepartementale Stagecommissie met het oog op een verlenging van de stage met vier maanden. Zij stelt dat tijdens deze IX-5905-3/6 bijkomende observatieperiode van de verzoeker vooral op gedragsmatig vlak belangrijke inspanningen worden gevraagd om de eerder vermelde tekortkomingen weg te werken. 1.
  10. Verzoeker wordt bij brief van 14 februari 2008 uitgenodigd op de zitting van de Interdepartementale Stagecommissie. Hij wordt daar gehoord en de commissie beslist dan met 5 stemmen tegen 1 de stage te verlengen met vier maanden met ingang van 26 februari 2008, teneinde - hem toe te laten alle vereiste testen af te leggen; - hem de gelegenheid te bieden de nodige gedragsmatige verbeteringen aan te brengen. Dit is de bestreden beslissing. Zij wordt aan verzoeker betekend bij aangetekend schrijven van 3 maart
  11. De aanwijzing van de tegenpartij.
  12. De tweede vertegenwoordiger van de verwerende partij vraagt terecht om buiten de zaak te worden gesteld aangezien de bestreden beslissing niet door hem werd genomen noch door een orgaan dat onder hem ressorteert. Hij legt uit dat artikel 30, § 2, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel bepaalt dat de stagiairs van niveau A uitsluitend onder de bevoegdheid van de minister van Ambtenarenzaken vallen en dat uit artikel 33bis van datzelfde besluit blijkt dat de Interdepartementale Stagecommissie eveneens onder de minister van Ambtenarenzaken ressorteert. De ontvankelijkheid van de vordering.
  13. Verzoeker vordert de schorsing van het in de beslissing tot verlenging van zijn stage besloten besluit om hem niet in vast verband als inspecteur te benoemen. Verzoeker toont evenwel niet aan dat de vernietiging van de verlenging van zijn stage hem een recht verleent op een vaste benoeming. De vordering is dan ook, wat dat betreft, niet ontvankelijk. IX-5905-4/6 De voorwaarden van de schorsing. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  14. De bestreden beslissing heeft betrekking op de verlenging van de stage van verzoeker met vier maanden vanaf 26 februari
  15. Op heden is die termijn voorbij zodat de gevraagde schorsing, aangezien zij enkel voor de toekomst geldt, verzoeker geen enkel voordeel kan opleveren. Ambtshalve moet worden vastgesteld dat niet voldaan is aan een grondvoorwaarde voor het bevelen van de schorsing.
  16. Verzoeker vraagt de depersonalisering van het arrest. Luidens artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 betreffende de publicatie van de arresten van de Raad van State, kan iedere partij bij een geschil dat bij de Raad van State aanhangig wordt gemaakt op elk moment van de rechtspleging en tot wanneer het arrest wordt uitgesproken, vragen dat bij de publicatie daarvan de identiteit van de natuurlijke personen die zij aanwijst niet zou worden opgenomen. Te dezen verzet niets zich tegen het inwilligen van verzoekers vraag. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  17. De minister van Financiën wordt buiten de zaak gesteld. Artikel
  18. De vordering tot schorsing wordt verworpen. IX-5905-5/6 Artikel
  19. Bij de publicatie van dit arrest wordt de identiteit van verzoeker niet opgenomen. Artikel
  20. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 18 september 2008, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5905-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.377 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.