id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.388 Rolnummer: A. 173680/IX-5341 Zaak: Arrest 186388 - Penitentiair recht - 22/09/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-10-03 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 08:34 Fiche Arrest nr 186.388 van 22 september 2008 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.388 van 22 september 2008 in de zaak A. 173.680/IX-
- In zake : Krishnewatie DOERDJAN, die woonplaats kiest bij advocaat M. VANDEVELDE, kantoor houdende te MERCHTEM, Langensteenweg 53 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Krishnewatie DOERDJAN op 6 juni 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 5 april 2006 van de directeur van de vrouwengevangenis te Vorst-Berkendael waarbij haar een tuchtsanctie wordt opgelegd; Gelet op de beschikking van 12 juni 2006 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 18 augustus 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 september 2008; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; IX-5341-1/7 Gehoord de opmerkingen van advocaat M. VANDEVELDE, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van attaché P. VAN CAENEGHEM, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak 1.
- Verzoekster verbleef in de vrouwengevangenis te Vorst- Berkendael. 1.
- Op 3 april 2006 worden in de cel en op de persoon van verzoek- ster verboden zaken aangetroffen. Met betrekking tot deze feiten wordt ten laste van verzoekster een “rapport aan de directeur” opgesteld. 1.
- Nadat de directeur na onderzoek van dit rapport besloten heeft een tuchtprocedure tegen verzoekster op te starten, wordt deze op 5 april 2006 gehoord. Op dezelfde datum wordt aan verzoekster een tuchtsanctie opgelegd voor het feit dat op 3 april 2006 medicatie bij haar werd aangetroffen. De tuchtsanctie is niet duidelijk leesbaar, maar volgens de verwerende partij betreft zij vier dagen individuele wandeling, vier dagen zonder telefoongebruik, en één week strikt cellulair regime, met uitstel van één maand. Dit is de bestreden beslissing, die in de ruimte voorzien voor de motivering ervan enkel volgende vermelding bevat : “Il est temps que Mme DOERDJAN KRISHNAWATE”. IX-5341-2/7 Over de ontvankelijkheid van het beroep 2.
- In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij op dat verzoekster geen belang heeft bij het onderhavige beroep, nu de verschillende tuchtsancties op heden reeds een einde hebben genomen. 2.
- Verzoekster antwoordt dat zij wel degelijk belang heeft bij het onderhavige beroep, omdat de bestreden beslissing onbetwistbaar nadelige gevolgen heeft voor haar en aangezien het belang om de nietigverklaring te vorderen niet verloren gaat door het enkele feit dat de bestreden beslissing haar volle uitwerking heeft gehad. Verzoekster is van mening dat het standpunt van de verwerende partij er trouwens toe zou leiden dat de daadwerkelijke rechtshulp, zoals gewaarborgd door het Europees Verdrag over de Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, haar zou worden ontzegd, wanneer de overheid bij elke vordering bij de Raad van State tot nietigverklaring van een tuchtsanctie haar bevoegdheid zou kunnen misbruiken om de vordering onontvankelijk te laten verklaren wegens gebrek aan belang, door de bestreden beslissing eenvoudigweg uit te voeren. 2.
- In haar laatste memorie wijst de verwerende partij erop dat verzoekster op 11 april 2007 voorlopig in vrijheid werd gesteld met het oog op haar verwijdering van het grondgebied en stelt zij, nu verzoekster zich niet langer in detentie bevindt, dat geenszins blijkt dat verzoekster op heden nog een nadeel lijdt als gevolg van de opgelopen tuchtsanctie of dat een gebeurlijke nietigverklaring van die sanctie haar een direct en persoonlijk voordeel kan opleveren. 2.
- Het rechtens vereiste belang gaat niet teloor door het enkele feit dat de bestreden beslissing is uitgevoerd en haar effect heeft gehad, zo niet zouden vrijwel alle annulatieberoepen, zeker deze tegen beslissingen met een in de tijd beperkte uitwerking of geldingskracht, bij gebrek aan belang onontvankelijk worden. Bovendien beschikt verzoekster, zelfs nu zij zich niet langer in detentie bevindt, in elk geval over een moreel belang om de beslissing aan te vechten waarbij middels een tuchtsanctie haar gedrag in de gevangenis werd afgekeurd. De exceptie kan niet worden aangenomen. IX-5341-3/7 IX-5341-4/7 Over de gegrondheid van het beroep 3.
- In een tweede middel voert verzoekster onder meer de schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen (hierna: de formele motiveringswet), doordat de bestreden beslissing slechts gemotiveerd is als volgt: “Il est temps que Mme DOERDJAN KRISHNAWATE”, wat volgens verzoekster moet worden gelijkge- steld met de afwezigheid van enige motivering. 3.
- De verwerende partij erkent dat de gegeven motivering niet voldoet aan de eisen gesteld door de formele motiveringswet, maar voegt hieraan toe dat een gebrekkige motivering niet noodzakelijk tot een vernietiging leidt indien blijkt dat verzoekster op de hoogte was van de motieven van de bestreden beslissing en haar belangen dus niet geschaad werden. De verwerende partij stelt dat uit het rapport aan de directeur van 24 april 2006 blijkt dat verzoekster wel degelijk kennis had van de inhoud van de opgelegde tuchtsanctie en van de motieven ervan. Bovendien mag verzoekster volgens de verwerende partij verondersteld worden de motieven te kennen, vermits ze zo voor de hand liggend zijn en aangezien op 22 februari 2006 een eerste rapport aan de directeur werd opgesteld voor gelijk- aardige feiten, waaraan echter geen gevolg werd gegeven. De verwerende partij is dan ook van mening dat verzoekster het vereiste belang mist bij dit onderdeel van het middel. 3.
- In haar memorie van wederantwoord stelt verzoekster dat het standpunt van de verwerende partij erop neerkomt dat een overheid een beslissing geldig kan nemen zonder enige motivering, ook wanneer de bestuurde het raden heeft naar de motieven. 3.
- De artikelen 2 en 3 van de formele motiveringswet verplichten de overheid in de akte de juridische en feitelijke overwegingen op te nemen die aan de beslissing ten grondslag liggen, en dat op een “afdoende” wijze. De bestreden beslissing bevat, behalve de nietszeggende woorden “Il est temps que Mme DOERDJAN KRISHNAWATE”, geen enkele motivering. IX-5341-5/7 Uit het feit dat op 22 februari 2006 voor gelijkaardige feiten ten laste van verzoekster een rapport aan de directeur werd opgesteld, dat overigens niet door verzoekster voor kennisname is ondertekend, kan niet worden afgeleid dat verzoekster de juridische en feitelijke overwegingen kent die aan de bestreden beslissing ten grondslag liggen. Zulks blijkt evenmin uit het latere rapport aan de directeur van 24 april 2006, dat werd opgesteld naar aanleiding van gelijkaardige feiten die zich voorgedaan hebben op 12 april 2006, en waarin verzoekster stelt dat zij de thans bestreden sanctie “oneerlijk” vindt. Bijgevolg blijkt niet dat verzoekster de juiste motieven van de bestreden beslissing kent. Het middel is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 5 april 2006 van de directeur van de vrouwengevangenis te Vorst-Berkendael waarbij aan Krishnewatie DOERDJAN een tuchtsanctie wordt opgelegd. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-5341-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 22 september 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. P. LEMMENS. IX-5341-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.388 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.