← België

Arrest 186390 - Spoorwegen - 22/09/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.390 Rolnummer: A. 136595/IX-3790 Zaak: Arrest 186390 - Spoorwegen - 22/09/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-10-10 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 08:34 Fiche Arrest nr 186.390 van 22 september 2008 Economische zaken - Spoorwegen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 186.390 van 22 september 2008 in de zaak A. 136.595/IX-

  1. In zake : de NV DILLEN & LE JEUNE CARGO, die woonplaats kiest bij advocaat C. SERVAIS, kantoor houdende te BERCHEM, Roderveldlaan 3 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Mobiliteit, die woonplaats kiest bij advocaat P. LOUIS, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan 480 bus 13 A. tussenkomende partij : de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS), die woonplaats kiest bij advocaten D. D’HOOGHE en P. WYTINCK, kantoor houdende te BRUSSEL, Loksumstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV DILLEN & LE JEUNE CARGO op 12 mei 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 12 maart 2003 betreffende de voorwaarden voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen; Gelet op de beschikking van 26 augustus 2003 die de tussenkomst van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; IX-3790-1/3 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de beschikking van 23 januari 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 29 juli 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 september 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat Ph. VAN WESEMAEL, die loco advocaat C. SERVAIS verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat P. LOUIS, die verschijnt voor de verwerende partij en van advocaat E. RAEYMAECKER, die loco advocaten D. D’HOOGHE en P. WYTINCK verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  3. De verzoekende partij vordert de nietigverklaring van het koninklijk besluit van 12 maart 2003 betreffende de voorwaarden voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur.
  4. Artikel 311 van de Programmawet van 27 december 2004 bepaalt hetgeen volgt: “Het koninklijk besluit van 12 maart 2003 betreffende de voorwaarden voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur en het koninklijk besluit van 11 juni 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 maart 2003 betreffende de IX-3790-2/3 voorwaarden voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur worden bekrachtigd met ingang van hun respectieve data van inwerkingtreding.” Door voormelde bekrachtiging is het bestreden koninklijk besluit een wetskrachtige norm geworden. Gelet op artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, is de Raad van State niet langer bevoegd om kennis te nemen van het beroep.
  5. De verwerping van het beroep is het gevolg van het optreden van de verwerende partij. In die omstandigheden past het om de kosten van het beroep te haren laste te leggen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  6. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  7. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 22 september 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-3790-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.390 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.